Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Maes en Ellian over de middelen voor terugkeer naar Syrië
Vragen van de leden Maes en Ellian (beiden VVD) aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Asiel en Migratie over de middelen voor terugkeer naar Syrië. (ingezonden 25 augustus 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking),
mede namens de Minister van Asiel en Migratie (ontvangen 9 september 2026).
Vraag 1
In de Kamerbrief over de afspraken rondom de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
2026 gaf u aan dat 25 miljoen euro wordt vrijgemaakt voor «stabiliteit en wederopbouw
ten behoeve van het faciliteren van vrijwillige terugkeer naar Syrië», en dat deze
middelen gereserveerd blijven voor de betreffende beleidsdoelen 1). Kunt u herbevestigen
dat het faciliteren en realiseren van vrijwillige terugkeer het leidende beleidsdoel
is voor de inzet van deze 25 miljoen euro?
Antwoord 1
Zoals toegelicht in de nota van wijziging bij de wijziging van de begrotingsstaat
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 20261, zal 25 miljoen euro worden ingezet voor een stabiel perspectief voor Syriërs en
wederopbouw in Syrië ten behoeve van het faciliteren van vrijwillige terugkeer. Dit
beleidsdoel is onveranderd. Gebrek aan veiligheid, stabiliteit, en basisvoorzieningen
vormen een belangrijke barrière voor terugkeer, en 58% van de Syriërs in Nederland
geeft aan terugkeer te overwegen wanneer de voorwaarden hiervoor verbeteren. Derhalve
zullen deze middelen enerzijds bijdragen aan verbetering van de socio-economische
omstandigheden in Syrië, met name via wederopbouw en economisch herstel, en anderzijds
worden ingezet voor institutionele capaciteitsopbouw van de Syrische overheid, waaronder
de Syrische ontmijningsautoriteit. Dat is in het belang van Syrië met wie deze inzet
is besproken, en verbetert de condities voor terugkeer. Het Ministerie van Buitenlandse
Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid werken de nadere invulling van
deze middelen in gezamenlijkheid uit. Hiermee wordt een geïntegreerde aanpak geborgd,
met aandacht voor de Syrische behoeften en noden, de brede Nederlands-Syrische relatie,
en de Nederlandse belangen.
Vraag 2
Welke stappen heeft u reeds gezet om dit beleidsdoel te realiseren, en wat voor soort
programma's of bestedingsplannen worden momenteel uitgewerkt voor de besteding van
die 25 miljoen euro?
Antwoord 2
Het normaliseren van diplomatieke betrekkingen en het bezoek van de Minister van Buitenlandse
Zaken en de Minister van Asiel & Migratie aan Syrië in juni jl. waren de eerste stappen
naar een brede relatie, waarbij Nederland in Syrië investeert vanuit een langetermijnperspectief
en wederzijdse belangen. Voor stabiliteit en wederopbouw staat de behoefte van de
Syrische autoriteiten en bevolking centraal. Tegelijkertijd versterkt onze inzet de
mogelijkheden om samen te werken op vraagstukken die voor Nederland van belang zijn,
waaronder terugkeer. Deze prioriteiten worden vastgelegd in een memorandum of understanding,
dat momenteel voorligt bij de Syrische autoriteiten.
In de aanwending van de aanvullende middelen voor dit jaar werken we langs de volgende
lijnen: 1) structurele wederopbouw (scholen, ziekenhuizen, infrastructuur, elektriciteit),
2) creëren van economische perspectieven (onder meer in de landbouw, waar om Nederlandse
kennis en kunde is gevraagd) en 3) randvoorwaarden voor duurzame terugkeer van ontheemden.
Daarnaast gelden effectiviteit, complementariteit met bestaande inzet op opvang in
de regio, stabiliteit, inclusiviteit, ontmijning en financiële haalbaarheid als belangrijke
kaders.
Vraag 3
Hoe gaat u borgen dat deze middelen uitsluitend worden toegekend aan projecten die
een aanwijsbare en meetbare bijdrage leveren aan het verhogen van het aantal terugkeerders
vanuit Nederland, wetende dat de evaluatie «grip op migratie» van de directie Internationaal
Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) heeft uitgewezen dat bepaalde activiteiten nauwelijks
of geen effect hebben?
Antwoord 3
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid
werken de nadere invulling van deze middelen in gezamenlijkheid uit. Hierbij wordt
ingezet op een effectieve- en efficiënte inzet van de middelen gericht op stabiliteit
en wederopbouw, die bijdraagt aan het faciliteren van vrijwillige terugkeer, ook vanuit
Nederland.
Later dit najaar wordt de Kamer per brief geïnformeerd over inzet van het Kabinet
op het internationale migratiebeleid, waarbij de aanbevelingen van zowel de evaluatie
«Op zoek naar Grip» van de directie Internationaal Onderzoek en beleidsevaluatie (IOB)
als het advies «Migratie in Partnerschap: sturen op Recht en Resultaat» van de Adviesraad
Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviesraad Migratie (AM) worden meegenomen.
Vraag 4
Hoe kijkt u naar de IOB-evaluatie «grip op migratie» die heeft uitgewezen dat bepaalde
activiteiten nauwelijks of geen effect hebben op het terugdringen van migratie?
Antwoord 4
Zie beantwoording vraag 3.
Vraag 5
Op welke wijze maakt u voor de Kamer inzichtelijk dat de besteding van de 25 miljoen
euro daadwerkelijk bijdraagt aan het faciliteren van vrijwillige terugkeer naar Syrië?
Antwoord 5
De extra middelen zullen nog in 2026 worden aangewend en ingezet voor de hiervoor
vermelde doelen, waarbij moet worden opgemerkt dat de gefinancierde activiteiten doorlopen
in 2027. De Kamer zal zodra dit mogelijk is worden geïnformeerd over de resultaten
van de ingezette programma's.
Vraag 6
Worden de middelen uitgegeven aan projecten in Syrië of zijn deze ook inzetbaar voor
maatregelen in Nederland ten behoeve van terugkeer?
Antwoord 6
De middelen worden uitgegeven vanuit de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
aan projecten in Syrië die bijdragen aan stabiliteit en wederopbouw ten behoeve van
het faciliteren van vrijwillige terugkeer naar Syrië.
Vraag 7
Wat verwacht u van de Syrische regering in dit kader en staat in het contact terugkeer
centraal?
Antwoord 7
Terugkeer is een belangrijk onderdeel van de bilaterale gesprekken met de Syrische
autoriteiten. Daarbij wordt ook gesproken over de bredere randvoorwaarden voor duurzame
terugkeer, zoals ontmijning, wederopbouw, sociaal en economisch herstel, beschikbaarheid
van basisvoorzieningen en recht en rekenschap voor misdaden. De Nederlandse inzet
op stabiliteit en wederopbouw draagt daar expliciet aan bij. Van de Syrische autoriteiten
wordt een constructieve inzet verwacht op deze onderwerpen, om vrijwillige terugkeer
daadwerkelijk mogelijk te maken.
Vraag 8
Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk 7 september a.s. beantwoorden?
Antwoord 8
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede namens
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie