Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over het door Israël insluiten van Palestijnen in Gaza met een aarden wal
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het door Israël insluiten van Palestijnen in Gaza met een aarden wal (ingezonden 14 augustus 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 9 september 2026).
Vraag 1
Heeft u het NRC-artikel «Israël bouwt een aarden wal en omsluit en controleert hiermee de bevolking van Gaza.
Dat is in strijd met het internationaal recht» van 6 augustus 2026 en de eerdere berichtgeving van Associated Press, waarin op basis
van satellietbeelden wordt beschreven dat Israël langs de zogenoemde Gele Lijn een
meer dan 23 kilometer lange aarden wal aanlegt gelezen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Heeft u gezien dat de Israëlische premier Netanyahu heeft aangegeven «nooit een Palestijnse
staat te accepteren in Gaza of de Westelijke Jordaanoever zolang hij premier is» en
«niet van plan is het Israëlische Defensieleger terug te trekken uit Gaza totdat Hamas
volledig ontwapend is»?2 Wat vindt u van deze uitspraken?
Antwoord 2
Ik heb hier kennis van genomen. Het kabinet zet zich in voor een tweestatenoplossing:
een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat naast een veilig
Israël. De betreffende uitspraak van de Israëlische premier nooit een Palestijnse
staat te accepteren gaat daar tegen in en is dan ook zorgwekkend. Het kabinet is van
mening dat de noodzakelijke stappen moeten worden gezet ter uitvoering van het vredesplan
van president Trump. Over de voorwaarden, inclusief tijdslijn, van de terugtrekking
van het Israëlische leger (IDF), zullen betrokken partijen onderling tot een overeenkomst
moeten komen, zoals uiteengezet in artikel 16 van het vredesplan dat werd bekrachtigd
via VNVR-resolutie 2803.
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat deze aarden wal zich inmiddels over tientallen kilometers uitstrekt,
Gaza verder opdeelt en de bewegingsvrijheid van de Palestijnse bevolking nog verder
beperkt? Wordt dit door de Nederlandse regering gemonitord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Er zijn geen Nederlandse vertegenwoordigers in de gelegenheid geweest dit ter plaatse
te bevestigen, zij hebben momenteel geen toegang tot Gaza.
Vraag 4
Bent u bereid bij uw Israëlische collega en de Israëlische ambassadeur onmiddellijk
duidelijk te maken dat deze aarden wal meteen weer moet worden afgebroken? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 4
Het kabinet volgt de ontwikkelingen in Gaza nauwgezet. Voor de toekomst van Gaza is
het noodzakelijk dat resolutie 2803 van de VN-Veiligheidsraad en daarmee het vredesplan
van president Trump worden geïmplementeerd. Deze boodschap brengt het kabinet regulier
over in diplomatieke contacten met Israël.
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat de Gele Lijn in oktober 2025 in eerste instantie werd gepresenteerd
als een tijdelijke militaire terugtrekkingslijn, in afwachting van verdere Israëlische
terugtrekking uit Gaza? Wat vindt u ervan dat Israël helemaal niet van plan is zich
terug te trekken?
Antwoord 5
Het kabinet is van mening dat de noodzakelijke stappen moeten worden gezet ter uitvoering
van dit vredesplan. Over de voorwaarden, inclusief tijdslijn, van de terugtrekking
van het Israëlische leger (IDF), zullen betrokken partijen onderling tot een overeenkomst
moeten komen, zoals uiteengezet in artikel 16 van het vredesplan dat werd bekrachtigd
via VNVR-resolutie 2803. In artikel 16 is opgenomen dat Israël Gaza niet zal bezetten
of annexeren.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de aanleg van een grootschalige fysieke barrière en bijbehorende
militaire infrastructuur langs deze tijdelijke lijn? Vindt u dergelijke (semi-)permanente
infrastructuur in bezet gebied verenigbaar met het tijdelijke karakter van een bezetting
en met andere relevante regels van internationaal recht? Zo ja, op welke juridische
gronden? Zo nee, welke rechtsregels worden volgens u geschonden?
Antwoord 6
In beginsel geeft het humanitair oorlogsrecht ruimte om op basis van overwegingen
van militaire noodzaak militaire installaties, zoals een aarden wal, te bouwen. Dat
moet echter worden bezien in samenhang met andere regels van het internationaal recht,
zoals het verbod op het vernietigen van goederen als daar geen militaire noodzaak
voor is. Tevens zijn er verplichtingen onder het bezettingsrecht ter bescherming van
de burgerbevolking waaronder het verbod op gedwongen verplaatsing, zoals ook toegelicht
in het advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) van 19 juli 2024, het verbod
op annexatie en de door het IGH vastgestelde plicht van Israël om de onrechtmatige
aanwezigheid in de bezette Palestijnse Gebieden zo spoedig mogelijk te beëindigen.
Vraag 7
Heeft Israël tegenover Nederland of de Europese Unie toegelicht of deze barrière en
bijbehorende infrastructuur tijdelijk dan wel permanent bedoeld is? Zo nee, bent u
bereid expliciet aan Israël opheldering hierover te vragen en de Kamer daarover te
informeren? Hoe verhoudt de aanleg van deze fysieke barrière zich volgens u tot het
advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, waarin werd vastgesteld
dat Israëls onrechtmatige aanwezigheid in het bezette Palestijnse gebied zo spoedig
mogelijk moet worden beëindigd?
Antwoord 7
De overwegingen rond de bouw van de wal zijn niet toegelicht door Israël. Wel heeft
de IDF aan de media bevestigd dat er een barrière in het gebied van de Gele Lijn wordt
gebouwd. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 6 moet de bouw van een aarden wal
worden bezien in samenhang met andere regels van het internationaal recht. Nederland
brengt regelmatig in gesprekken met Israël de onrechtmatigheid van de bezetting van
de Palestijnse Gebieden op. Daarbij geeft het kabinet zich rekenschap van het feit
dat over de voorwaarden, inclusief tijdslijn, van de terugtrekking van Israël uit
Gaza politieke afspraken zijn gemaakt in het vredesplan van president Trump. Dergelijke
politieke afspraken doen echter geen afbreuk aan de Israëlische verplichtingen onder
internationaal recht.
Vraag 8
Vindt u de juridische beoordeling van het Internationaal Gerechtshof in zijn Advisory
Opinion van 9 juli 2004 over de Muur op de Westelijke Jordaanoever leidend voor de
Nederlandse en Europese beoordeling van deze nieuwe fysieke barrière in Gaza? Zo ja,
op welke punten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Zoals vermeld in het antwoord op vraag 3 heeft het kabinet onvoldoende informatie
over deze mogelijke barrière en kan daarom geen vergelijking maken tussen deze twee
zaken. Nederland en andere staten beschouwden de aanleg van de muur op de Westelijke
Jordaanoever als onrechtmatig en Israëlische soevereiniteit over de Palestijnse Gebieden
is nimmer erkend.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat in het advies van 2004 niet alleen de fysieke constructie
zelf centraal stond, maar vooral de gevolgen daarvan voor onder meer zelfbestuur (territoriale
integriteit), bewegingsvrijheid, toegang tot land en de uitoefening van het Palestijnse
recht op zelfbeschikking? Welke betekenis heeft dat volgens u als u het advies van
toen toepast op de huidige situatie in Gaza?
Antwoord 9
Ik deel die opvatting. Zie daarnaast beantwoording op vraag 3 en 6.
Vraag 10
Welke concrete gevolgen verbindt het kabinet aan de aanleg van deze barrière en infrastructuur
voor de uitvoering van de verplichtingen van Nederland zoals geformuleerd door het
Internationaal Gerechtshof op 19 juli 2024?
Antwoord 10
Derde staten, zoals Nederland, zijn verplicht om de situatie die voortvloeit uit de
onrechtmatige aanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse Gebieden niet als
rechtmatig te erkennen. Ook mogen zij geen hulp of bijstand verlenen aan het in stand
houden van de situatie die is ontstaan door de onrechtmatige aanwezigheid van Israël
in de bezette Palestijnse Gebieden. VN-lidstaten zijn bovendien verplicht om veranderingen
in het fysieke karakter, de demografische samenstelling, de institutionele structuur
of de status van het door Israël bezette gebied niet te erkennen, tenzij overeengekomen
door de partijen door middel van onderhandelingen. Het kabinet erkent in navolging
van het IGH-advies dat de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig
is. Het kabinet schaart zich eveneens achter de oproep de bezetting zo spoedig mogelijk
te beëindigen, met inachtneming van de legitieme veiligheidsbelangen van Israël. Het
kabinet zal zich blijven uitspreken tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse
Gebieden. Daarbij geeft het kabinet zich rekenschap van het feit dat over de voorwaarden,
inclusief tijdslijn, van de terugtrekking van Israël uit Gaza politieke afspraken
zijn gemaakt in het vredesplan van president Trump. Deze positie draagt Nederland
uit in relevante internationale fora en in bilateraal verband.
Vraag 11
Deelt u de enorme zorg dat deze barrière en de bijbehorende militaire zones kunnen
bijdragen aan feitelijke annexatie, gedwongen verplaatsing, territoriale fragmentatie,
genocide en langdurige opsluiting van de Palestijnse bevolking in een steeds kleiner
deel van Gaza? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Het kabinet blijft benadrukken dat Israël zo spoedig mogelijk de bezetting van de
Palestijnse Gebieden moet beëindigen, in lijn met het advies van het Internationaal
Gerechtshof van 19 juli 2024. Als gesteld, is het voor de toekomst van Gaza noodzakelijk
het vredesplan van president Trump, als bekrachtigd in VNVR-resolutie 2803, zo snel
mogelijk te implementeren.
Vraag 12
Welke gevolgen verwacht het kabinet voor de bewegingsvrijheid van Palestijnen, de
toegang tot landbouwgrond, de terugkeer naar woonplaatsen, humanitaire hulp en de
wederopbouw van Gaza? Klopt het dat Israël inmiddels circa zestig procent van de Gazastrook
onder militaire controle heeft en deze controle verder uitbreidt? Welke gegevens en
bronnen hanteert het kabinet zelf?
Antwoord 12
Er zijn geen Nederlandse vertegenwoordigers in de gelegenheid geweest de situatie
in Gaza te beoordelen, zij hebben momenteel geen toegang tot Gaza. Uit verschillende
bronnen, zoals de Verenigde Naties, humanitaire organisaties en het Israëlische kabinet,
blijkt dat Israël inmiddels ruim zestig procent van Gaza onder militaire controle
heeft. Daarnaast heeft Netanyahu in mei jl. de opdracht gegeven om zeventig procent
van Gaza te bezetten. Het is van belang dat zo snel mogelijk stappen worden gezet
om het vredesplan van president Trump te implementeren.
Vraag 13
Bent u bereid de Israëlische ambassadeur te ontbieden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
In bilaterale contacten wordt de onrechtmatige bezetting van de Palestijnse Gebieden
door Israël, de humanitaire situatie in Gaza en de noodzaak dat alle partijen zich
houden aan het vredesplan regelmatig opgebracht.
Vraag 14
Is Nederland bereid extra nationale sancties te nemen om te voorkomen dat Israël deze
vorm van territoriale controle, gebiedsverwerving en fragmentatie van Gaza voortzet?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Het kabinet geeft de voorkeur aan inzet in Europees verband en is nu niet voornemens
aanvullende nationale sancties te treffen.
Vraag 15
Bent u bereid meer geld vrij te maken voor steun aan de Palestijnse bevolking? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 15
Het kabinet ondersteunt de Palestijnse bevolking onder andere door de ontwikkelingssamenwerking
met de Palestijnse Autoriteit, de VN en maatschappelijke organisaties op het gebied
van water, private sector-, en rechtsstaatontwikkeling en mensenrechten. Het kabinet
beziet continue hoe het op de meest effectieve manier kan bijdragen aan het verbeteren
van de situatie voor de Palestijnse bevolking. Zo heeft Nederland in april dit jaar
een bijdrage van 5 miljoen euro aangekondigd voor het VN-fonds voor herstel van de
Palestijnse Gebieden, en in juli een bijdrage van 5 miljoen euro aan het PEGASE-instrument
van de EU ten behoeve van steun voor de Palestijnse Autoriteit. Nederland draagt in
2026 bij aan de humanitaire respons via de ongeoormerkte bijdragen aan belangrijke
humanitaire actoren als UNRWA, WFP en UNICEF.3 Daarnaast draagt Nederland 16 miljoen euro bij aan het landen specifieke humanitaire
fonds van de VN.
Vraag 16
Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat Nederlandse overheidsinstanties,
bedrijven, financiële instellingen of andere Nederlandse actoren bijdragen aan de
instandhouding van een mogelijk onrechtmatige territoriale situatie in Gaza?
Antwoord 16
Staten dienen zich te houden aan internationaal recht. Het kabinet benadrukt het belang
van naleving van het internationaal recht en neemt hierin zijn verantwoordelijkheid.
In het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024 wordt geen uitspraak
gedaan over de reikwijdte van de verantwoordelijkheid van derde staten voor de activiteiten
van private partijen. Samenwerking van de Nederlandse overheidsinstanties vindt altijd
plaats binnen de internationaal erkende grenzen van Israël van voor 1967. Dat wil
zeggen dat op geen enkele manier samen wordt gewerkt in de door Israël bezette gebieden.
Het Nederlandse ontmoedigingsbeleid beperkt zich daarbij tot illegale Israëlische
nederzettingen in bezet gebied.
Vraag 17
Hoe verhoudt het huidige Nederlandse beleid zich tot de verplichtingen van derde staten
zoals geformuleerd in de Advisory Opinions van het Internationaal Gerechtshof uit
2004 en 2024? Kunt u daarbij specifiek ingaan op de verplichtingen tot niet-erkenning,
niet-bijstand en samenwerking om de onrechtmatige situatie te beëindigen? Kunt u uitsluiten
dat Nederland, direct of indirect, erkenning, hulp of bijstand verleent aan een situatie
waarin een aanzienlijk deel van Gaza blijvend onder Israëlische controle wordt gebracht?
Hoe waarborgt het kabinet in dit verband de Nederlandse verplichtingen tot niet-erkenning
en niet-bijstand?
Antwoord 17
Zie de beantwoording op vraag 10. Zoals aangegeven in de kabinetsreactie op het AIV
advies van 9 december 2024, erkent het kabinet in navolging van het IGH-advies dat
de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig is. Dit is aanvullend
op de reeds jarenlang bestaande kabinetspositie dat uitbreidingen van nederzettingen,
vernielingen of uithuisplaatsingen in de bezette gebieden in strijd zijn met internationaal
recht. Het kabinet schaart zich eveneens achter de oproep de bezetting zo spoedig
mogelijk te beëindigen, met inachtneming van de legitieme veiligheidsbelangen van
Israël. Deze positie draagt Nederland uit in relevante internationale fora en in bilateraal
verband. Het kabinet zal zich hierover blijven uitspreken. Nederland geeft daarnaast
via het actieve ontmoedigingsbeleid, nationale maatregelen die moeten voorkomen dat
Nederlandse economische activiteiten bijdragen aan het bestendigen van een situatie
die strijdig is met het internationaal recht, en zijn inzet in EU-verband voor handelsmaatregelen,
invulling aan de juridische verplichtingen die voortvloeien uit het advies. In het
geval van Gaza blijft het noodzakelijk dat er stappen worden gezet ten aanzien van
het vredesplan van president Trump, waarbij de afspraken over het staakt-het-vuren
volledig worden nageleefd. Het kabinet zet zich naar vermogen in om de situatie ter
plaatse te verbeteren, bijvoorbeeld door het leveren van humanitaire hulp, en bij
te dragen aan de uitvoering van het vredesplan.
Vraag 18
Bent u nu wel bereid om als Nederlandse regering, samen met talloze wetenschappers,
humanitaire organisaties en de VN, expliciet uit te spreken dat Israël genocide pleegt
op de Palestijnen in Gaza? Zo ja, wanneer en hoe maakt u dit kenbaar aan de Israëlische
regering en kunt u hier de Kamer over informeren? Zo nee, waarom blijft u daar omheen
draaien?
Antwoord 18
Nederland is in de regel terughoudend met het kwalificeren van situaties als genocide.
Tegelijkertijd moet de terughoudendheid om zaken te kwalificeren als genocide zeker
niet worden gezien als ontkenning van de ernst van de situatie in Gaza. In de Kamerbrief
van 21 januari 20254 en van 18 juni 20255 is de Nederlandse visie over het kwalificeren van genocide in Gaza in meer detail
uiteengezet.
Vraag 19
Bent u nu wel bereid om als Nederlandse regering om, in het actuele belang van de
territoriale soevereiniteit van de Palestijnen, samen met al zo’n 150 landen wereldwijd
(o.a. Frankrijk, Spanje, België, Noorwegen, Canada, Oekraïne, Ierland en Zweden),
de Palestijnse staat te erkennen? Zo nee, waarom blijft u daar omheen draaien?
Antwoord 19
Erkenning van de Palestijnse staat moet voor het kabinet dienstbaar zijn aan het politieke
proces, waarbij beide partijen onderhandelen over hoe te komen tot een veilig Israël
en een levensvatbare Palestijnse staat.
Vraag 20
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 20
Ja.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken