Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bromet en Tseggai over de berichtgeving dat nog geen 10% over is van het koraal rond Bonaire
Vragen van de leden Bromet en Tseggai (beiden PRO) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de berichtgeving dat nog geen 10% over is van het koraal rond Bonaire (ingezonden 4 augustus 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Staatssecretaris van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 8 september 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de recente berichtgeving dat nog geen 10% over is van het
koraal rond Bonaire?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Bent u van mening dat het koraal bij Bonaire een van de meest kwetsbare ecosystemen
van Nederland betreft en dat we alles op alles moeten zetten om het koraal nog te
redden?
Antwoord 2
De koraalsystemen van Bonaire behoren inderdaad tot de meest kwetsbare ecosystemen
van Nederland. Het beleid van het kabinet is erop gericht om het koraal op Bonaire
te beschermen en te herstellen waar mogelijk. Samenwerking met het Openbaar lichaam
Bonaire is hierbij essentieel om de drukfactoren voor het koraal te verminderen. Met
het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020–2030 (NMBP) neemt het kabinet
gecoördineerd maatregelen die de natuur van Bonaire en specifiek het koraal beschermen.
Dit wordt onder andere gedaan door projecten gericht op het aanpakken van loslopend
vee. Zij vormen een dubbele drukfactor: door overbegrazing dragen zij bij aan erosie
en sedimentatie, waardoor minder licht het koraal bereikt en de groei ervan wordt
belemmerd. Daarnaast dragen de huidige aantallen bij aan een verhoogde nutriëntenbelasting
van het water waardoor ook de gezondheid van de koraalriffen wordt aangetast. Er zullen
ook maatregelen worden genomen ter vergroting van het volume gezuiverd afvalwater,
wat bijdraagt aan een betere waterkwaliteit.
Vraag 3
Deelt het kabinet dat dit moet gebeuren door zo snel mogelijk de opwarming van de
aarde te stoppen en daarnaast heel snel en veel restauratieprojecten voor het koraal
op te zetten, zoals voorgesteld in het artikel? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het kabinet onderschrijft dat de opwarming van het zeewater impact heeft op de staat
van het koraal. In lijn met het regeerakkoord werkt het kabinet aan het halen van
de klimaatdoelen en levert daarmee een bijdrage aan onder meer het tegengaan van verdere
opwarming van het zeewater. Over de voortgang van het klimaatbeleid wordt uw Kamer
op Prinsjesdag nader geïnformeerd. Tegelijkertijd zijn er belangrijke lokale drukfactoren
voor het koraal, zoals de hoge nutriëntenlast en neerdalende slib door erosie, die
verminderd moeten worden om koraalrestauratieprojecten kansrijk te maken.
Vraag 4
In hoeverre bent u bereid om naar aanleiding van dit bericht de Nationale Klimaatadaptatie
Strategie (NAS) zo aan te passen dat er direct meer capaciteit en financiële middelen
beschikbaar komen om Bonaire te helpen met klimaatadaptieve maatregelen om ondere
andere het koraal te beschermen?
Antwoord 4
De benodigde maatregelen om het koraal rondom Bonaire te beschermen zullen genomen
worden in het kader van het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland (NMBP).
De Minister van LVVN zal de Kamer eind dit jaar informeren over fase twee van het
NMBP.
Vraag 5
Bent u van plan om in lijn met de uitspraak (Klimaatzaak Bonaire) in januari jl. te
komen met een klimaatadapatieplan dat alle ecosystemen, sectoren, mensen en kwetsbare
gemeenschappen in Nederland omvat, en dat uiterlijk in 2030 wordt geïmplementeerd
en dan reeds sociale en economische klimaatimpact tegengaat? Kunt u een tijdlijn schetsen
hiervoor?
Antwoord 5
Het kabinet zet de nodige stappen om uiterlijk in 2030 een nationaal klimaatadaptatieplan
te hebben en te implementeren dat erop is gericht om Nederland, waaronder Bonaire,
weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het streven is om dit
jaar de Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026 (NAS’26) vast te stellen, die ook
Caribisch Nederland omvat. Recent heeft de ontwerp-NAS’26 ter inzage gelegen. De zienswijzen
op dit ontwerp worden nu verwerkt. Het streven van het kabinet is om tegelijk met
of kort na vaststelling van de definitieve NAS’26 met een nationaal uitvoeringsprogramma
klimaatadaptatie te komen met daarin een overzicht van de rijkinspanningen in Caribisch
Nederland de komende jaren.
Vraag 6
Bent u bekend met de kritische uitlatingen van het Bestuurscollege van Bonaire op
het huidige Ontwerp-NAS '26, waarin wordt aangegeven dat het ontwerp onvoldoende aansluit
op de lokale noden van het eiland en niet zorgt voor een gelijkwaardig beschermingsniveau?
Hoe beoordeelt u deze kritische uitlatingen? Welke concrete aanpassingen gaat u in
de definitieve versie van de NAS doorvoeren om tegemoet te komen aan de bezwaren van
het Bestuurscollege?
Antwoord 6
Ik ben bekend met de zienswijze van het Bestuurscollege van het Openbaar Lichaam Bonaire
op de ontwerp-NAS. Deze en andere zienswijzen worden nu verwerkt. In een reactienota
zal worden ingegaan op de ontvangen zienswijzen. De reactienota zal tegelijkertijd
met de definitieve NAS aan de Kamer worden verzonden. Dit gebeurt naar verwachting
nog dit jaar.
Vraag 7
Bent u ermee bekend dat naast de kritische uitlatingen van het Bestuurscollege van
Bonaire ook de zienswijze van een brede groep maatschappelijke organisaties, waaronder
Vissersbond Piskabon, landbouworganisatie Kriabon, consumentenbond Tienda pa Konsumidó
en milieu- en natuurorganisaties zoals Greenpeace Nederland waarschuwen dat de concept-NAS
blijft steken op «verkenningen» en dat onvoldoende wordt voorkomen dat het verdwijnen
van cultureel erfgoed en acute gezondheidsrisico's door extreme hitte wordt aangepakt?
Welke concrete aanpassingen gaat u in de definitieve versie van de NAS doorvoeren
om tegemoet te komen aan de roep om daadwerkelijke, gelijkwaardige structurele financiering
en beschermingsnormen?
Antwoord 7
Ik ben bekend met deze zienswijze. Zie verder het antwoord op vraag 6.
Vraag 8
Herinnert u zich uw eerdere beantwoording van Kamervragen2 waarin u stelde dat de toepassing van Europees Nederlandse veiligheidsnormen in Caribisch
Nederland niet wenselijk is en dat het beleid per eiland wordt afgestemd op basis
van een risico-inschatting en beleidsafstemming? Welke stappen gaat het kabinet zetten
om te garanderen dat er equivalente systemen en normen komen voor Bonaire, zodat er
gelijkwaardige bescherming tussen Europees en Caribisch Nederland kan worden gegarandeerd,
zoals vereist door het vonnis in de Klimaatzaak Bonaire?
Antwoord 8
Het Klimaatplan Bonaire wordt opgesteld door het Openbaar Lichaam Bonaire met ondersteuning
van het Rijk. Naar verwachting wordt dit plan in het najaar van 2026 aangeboden aan
het kabinet. Het Rijk gaat het OLB ondersteunen bij het bepalen van doelen en het
uitvoeren van maatregelen. De Kamer wordt over de voortgang geïnformeerd.
Vraag 9
Deelt u de mening dat het verankeren van een wettelijke grondslag voor waterveiligheidsnormen
op de BES-eilanden noodzakelijk is om een gelijkwaardig beschermingsniveau te realiseren
ten opzichte van Europees Nederland, en bent u bereid om deze wettelijke verankering
toe te zeggen? Zo ja, kunt u een concreet tijdpad toezeggen voor deze wettelijke verankering
Kunt u het tijdpad schetsen voor de volledige operationalisering van het Multi-Hazard
Early Warning System op Bonaire, Saba en Sint Eustatius in 2027, zoals ook vereist
is in het vonnis van de Klimaatzaak Bonaire?
Antwoord 9
Het kabinet onderschrijft het belang van borging van de bescherming tegen klimaatrisico's
op de BES-eilanden. Of daarvoor een afzonderlijke wettelijke grondslag voor waterveiligheidsnormen
nodig is, wordt betrokken bij de uitwerking van de klimaatadaptatieplannen. Op de
uitkomsten daarvan wil het kabinet niet vooruitlopen.
Ten aanzien van het Multi-Hazard Early Warning System streeft het kabinet, samen met
de openbare lichamen en betrokken organisaties, naar een verdere ontwikkeling van
de waarschuwingsketen. Dat betreft niet alleen een technische ontwikkeling maar ook
in de samenwerking binnen de veiligheidsketen. De Kamer wordt over de voortgang geïnformeerd.
Vraag 10
Kunt u motiveren in hoeverre het beginsel van «Comply or Explain» (pas toe of leg
uit) is toegepast bij het opstellen van de NAS '26?
Antwoord 10
Caribisch Nederland is onderdeel van de NAS’26. Dit was nog niet het geval in de NAS
uit 2016. Caribisch Nederland is daarmee een integraal onderdeel van de beleidsintensivering.
Vanwege onder meer de specifieke klimaatdreigingen en geografische kenmerken van de
BES-eilanden verschillen de adaptatieopgaven voor Caribisch Nederland wel van die
voor Europees Nederland maar het doel is hetzelfde: een klimaatbestendig Nederland.
Voor zowel het Europees als Caribisch deel van de NAS’26 is de afspraak dat elke bewindspersoon
verantwoordelijk blijft voor de adaptatieopgave binnen het eigen domein, inclusief
de financiering en uitvoering hiervan.
Vraag 11
In hoeverre worden de aanbevelingen uit de Klimaatplannen van Bonaire, Saba en Sint
Eustatius concreet meegenomen bij het opstellen van de definitieve versie van de NAS
'26?
Antwoord 11
Bij de totstandkoming van de definitieve NAS’26 en het bijbehorende uitvoeringsprogramma
zullen ook de afzonderlijke klimaatplannen van Bonaire, Saba en Sint Eustatius worden
meegenomen.
Vraag 12
Bent u bereid deze klimaatplannen, als deze zijn afgerond, voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg
(WGO) Water te delen met de Kamer?
Antwoord 12
Ja, deze zullen naar verwachting als bijlage op de «verzamelbrief water» met de Kamer
worden gedeeld.
Vraag 13
Herinnert u zich de recente antwoorden over het Deltafonds3 waarin gesteld wordt dat opties voor een meer structurele financieringssystematiek
worden «verkend»? Wanneer komt het kabinet exact met definitief uitsluitsel over deze
structurele borging? Welke specifieke instanties, ministeries (zoals Financiën en
I&W) en lokale bestuursorganen worden concreet betrokken bij het vormgeven van dit
structurele financiële kader?
Antwoord 13
Het tijdstip waarop het kabinet definitief uitsluitsel kan geven over de verkenning
van de opties is nog niet precies bekend. Verkenning van de opties vraagt de nodige
voorbereiding en afstemming tussen de betrokken Ministeries van BZK, Financiën en
IenW. Mogelijk is ook externe advisering wenselijk. De Kamer wordt over de voortgang
geïnformeerd.
Vraag 14
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voor Prinsjesdag?
Antwoord 14
Ja
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur