Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Massadonor Simon al bijna tien jaar bekend bij instanties, maar niemand greep in’
Vragen van het lid Poortman (CDA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Massadonor Simon al bijna tien jaar bekend bij instanties, maar niemand greep in» (ingezonden 8 september 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht dat massadonor Simon al bijna tien jaar bekend is
bij instanties, maar dat niemand ingreep?1
Vraag 2
Kunt u uitleggen hoe dit heeft kunnen gebeuren, ondanks dat meerdere instanties van
deze situatie al in 2017 op de hoogte waren en hierover acuut overlegd hebben, en
de wet stelt dat een donor binnen klinieken bij maximaal 12 gezinnen mag doneren en
dat daarvoor een maximum van 25 kinderen per donor gold?
Vraag 3
Op welke wijze is bij uw ministerie in 2017 bekend geworden dat deze persoon een massadonor
was?
Vraag 4
Klopt het dat uw ministerie overwoog om naar aanleiding van de signalen groter onderzoek
te doen naar massadonoren die bij meerdere klinieken hebben gedoneerd? Zo ja, kunt
u uitleggen waarom hier vanaf is gezien ondanks het zwaarwegende belang voor donorkinderen
en moeders?
Vraag 5
Hoe kan het dat deze massadonor ondanks deze informatie in 2019 lid kon zijn van een
evaluatiecommissie van de donorwet? Is hierover contact geweest tussen het ministerie
en ZonMw?
Vraag 6
Klopt het dat deze persoon als lid van deze commissie heeft gepleit voor het loslaten
of versoepelen van het maximumaantal? In hoeverre is deze inbreng overgenomen door
de evaluatiecommissie en heeft het de uitkomsten beïnvloed?
Vraag 7
Klopt het dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ook al in 2017 op de hoogte
was van deze situatie? Zo ja, wat heeft de IGJ met deze informatie gedaan?
Vraag 8
Welke rol heeft het IGJ in het toezicht op massadonoren, zowel via klinieken als in
de privésfeer?
Vraag 9
Zijn alle betrokken ouders ervan op de hoogte dat zij een of meerdere kinderen van
deze massadonor hebben? Zo nee, hoe worden zij op de hoogte gesteld en wat is uw rol
hierbij?
Vraag 10
Deelt u dat dit nieuws een grote impact heeft op de betrokken ouders en donorkinderen,
zeker als zij (nog) niet wisten van het feit dat deze persoon een massadonor is? Zo
ja, hoe heeft u hier aandacht voor?
Vraag 11
Hoe staat het met het voornemen om in internationaal verband te werken aan maatregelen
om te voorkomen dat donorzaad van dezelfde donor in meerdere landen wordt gebruikt?
Vraag 12
Deelt u dat inzet op internationale maatregelen onvoldoende is, omdat hiermee geen
zicht is op donatie in de privésfeer? Zo ja, welke aanvullende maatregelen wilt u
nemen?
Vraag 13
Acht u het stellen van een maximum aan het aantal donaties in de privésfeer nog steeds
een te ingrijpende maatregel in relatie tot geboortebeperking, ondanks dat telkens
nieuwe gevallen opduiken van personen willens en wetens honderden kinderen verwekken
via zaadceldonatie?
Vraag 14
Hoe weegt u hiertegenover de impact op de persoonlijke levenssfeer van ouders en kinderen,
die bijvoorbeeld te maken hebben met grote verwantschapsnetwerken en psychische belasting?
Vraag 15
Welke mogelijkheden ziet u om via wet- en regelgeving, bijvoorbeeld het strafrecht,
grenzen te stellen aan zaadceldonatie in de privésfeer en de aansprakelijkheid bij
de donor te leggen?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
André Poortman, Kamerlid