Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bamenga en Mathlouti over het bericht "Hakenkruizen en vandalisme: grote zorgen bij moslimorganisaties na incidenten"
Vragen van de leden Bamenga en Mathlouti (beiden D66) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid over het bericht «Hakenkruizen en vandalisme: grote zorgen bij moslimorganisaties na incidenten» (ingezonden 19 juni 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 8 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Hakenkruizen en vandalisme: grote zorgen bij moslimorganisaties
na incidenten»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het volstrekt onacceptabel is dat burgers geïntimideerd worden
met geweld, vandalisme en discriminerende symbolen?
Antwoord 2
Iedereen in Nederland moet zich veilig kunnen voelen en moet zijn of haar geloof vrij
kunnen belijden, zonder geconfronteerd te worden met intimidatie, bedreiging of vernieling
van religieuze gebouwen. Incidenten waarbij sprake is van geweld, vernieling of discriminerende
uitingen zijn ernstig en onacceptabel. Wanneer dergelijke gedragingen gericht zijn
tegen personen of groepen vanwege bijvoorbeeld hun godsdienst, kan sprake zijn van
strafbare feiten met een discriminatoir aspect. Het is aan politie en het Openbaar
Ministerie (OM) om in individuele gevallen te beoordelen of sprake is van een strafbaar
feit en of een discriminatoir motief onderdeel uitmaakt van het delict.
Vraag 3
Herkent u het geschetste beeld dat er sprake lijkt te zijn van een toename van gewelds-
en vandalisme-incidenten bij moskeeën?
Antwoord 3
Er bestaat geen afzonderlijke landelijke registratie waarin alle incidenten met geweld
en/of vandalisme rond moskeeën als aparte categorie worden geregistreerd. Hierdoor
kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een structurele landelijke toename van
gewelds- en vandalisme-incidenten specifiek gericht tegen moskeeën. Wel is bekend
dat islamitische gemeenschappen en moskeeën in Nederland te maken krijgen met bedreigingen,
discriminatie, vernielingen en andere vormen van intimidatie. Elk incident is er één
te veel.
Vraag 4
Gezien de hoeveelheid incidenten en de specifieke kenmerken ervan, in hoeverre is
hier naar uw mening sprake van een patroon van gerichte aanvallen met een discriminerend
karakter?
Antwoord 4
Bij incidenten waarbij mogelijk sprake is van een discriminatoir motief wordt dit
nadrukkelijk betrokken bij de beoordeling en strafrechtelijke opvolging.
Op basis van de beschikbare informatie kan niet worden geconcludeerd dat sprake is
van een landelijk patroon van aanvallen tegen moskeeën. Wel kunnen individuele incidenten
een discriminerend karakter hebben en als zodanig worden onderzocht en aangepakt.
Het is aan politie en OM om per individuele zaak onderzoek te doen naar de omstandigheden
en eventuele motieven van de dader(s).
Vraag 5
Wat gaat u doen om een voortzetting van de reeks incidenten tegen te gaan, daders
aan te pakken en slachtoffers te beschermen?
Antwoord 5
De aanpak van geweld, discriminatie en intimidatie bestaat uit verschillende onderdelen.
Politie en OM zetten zich in voor opsporing en vervolging van daders. Daarbij wordt,
wanneer daar aanleiding toe bestaat, rekening gehouden met een mogelijk discriminatoir
aspect.
In dat kader gaat mijn ministerie onder meer in gesprek met vertegenwoordigers van
de moslimgemeenschap om signalen en ervaringen op te halen. Op basis van deze verkenning
zal worden bezien welke eventuele aanvullende maatregelen of verbeteringen in de aanpak
nodig zijn.
Verder werkt de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) momenteel
aan een advies aan het kabinet voor een nationaal plan tegen moslimdiscriminatie.
De uitkomsten daarvan zullen worden betrokken bij de verdere beleidsontwikkeling.
Vraag 6
Heeft u veiligheidsmaatregelen getroffen naar aanleiding van de recente incidenten?
Zo ja, welke?
Antwoord 6
De verantwoordelijkheid voor het treffen van passende veiligheidsmaatregelen ligt
op de eerste plaats bij deze instellingen zelf. De lokale driehoek kan aanvullende
veiligheidsmaatregelen nemen als deze instellingen, redelijkerwijs op eigen kracht
geen, of onvoldoende, weerstand kunnen bieden tegen de dreiging en het risico. Het
treffen van aanvullende maatregelen gebeurt altijd op basis van actuele dreigingsinformatie
en het risicobeeld.
Vanwege veiligheidsoverwegingen worden nooit publiekelijk mededelingen gedaan over
de precieze invulling van (specifieke) beveiligingsmaatregelen.
Vraag 7
Bent u bereid om met de belangenorganisaties die hun zorgen hebben uitgesproken in
gesprek te treden over wat er nodig is om de veiligheid en het gevoel van veiligheid
te herstellen en moslimdiscriminatie tegen te gaan en de Kamer over de uitkomsten
te informeren?
Antwoord 7
Het kabinet vindt het belangrijk om in gesprek te blijven met vertegenwoordigers van
religieuze gemeenschappen en maatschappelijke organisaties over signalen uit de praktijk,
ervaren veiligheid en de aanpak van discriminatie. Mijn ministerie voert daarnaast
reeds gesprekken met de gemeenschappen om op te halen wat nodig is in de aanpak van
geweld tegen moskeeën. Waar relevant worden de uitkomsten hiervan betrokken bij het
beleid en de verdere aanpak van discriminatie en veiligheidsvraagstukken.
Vraag 8
Kunt u uw reactie in het NOS-bericht, waarin u stelt dat u extra middelen voor de
bescherming van moskeeën niet aan de orde acht, verder toelichten?
Antwoord 8
Een uitbreiding van middelen specifiek gericht op moskeeën acht het kabinet op dit
moment niet noodzakelijk. Indien uit dreigingsanalyses of concrete risico’s blijkt
dat aanvullende maatregelen nodig zijn, worden deze getroffen.
De beoordeling of aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig zijn vindt plaats op basis
van actuele dreigingsinformatie en het lokale veiligheidsbeeld. De verantwoordelijkheid
voor het treffen van passende maatregelen ligt daarbij primair bij het lokale gezag.
Vraag 9
Klopt het dat er geen centrale registratie bestaat van het aantal incidenten met geweld
en/of vandalisme rond moskeeën?
Antwoord 9
Er bestaat geen afzonderlijke landelijke registratie waarin alle incidenten met geweld
en/of vandalisme rond moskeeën als aparte categorie worden geregistreerd. Incidenten
worden geregistreerd op basis van het gepleegde strafbare feit en eventuele discriminatieaspecten.
Daarbij kan uit de registratie niet in alle gevallen worden afgeleid of een incident
heeft plaatsgevonden bij een moskee of andere religieuze instelling.
Tot voor kort werd moslimdiscriminatie binnen de strafrechtelijke registraties onder
de discriminatiegrond godsdienst geregistreerd. Inmiddels is moslimdiscriminatie als
aparte categorie opgenomen in de registratie. De bestaande registraties bieden daarmee
beter inzicht in incidenten waarbij sprake is van moslimdiscriminatie. Dit laat onverlet
dat geen afzonderlijke landelijke registratie bestaat van alle incidenten met geweld
en/of vandalisme gericht tegen moskeeën als object.
Vraag 10
Bent u bereid blijvend te inventariseren hoe vaak dergelijke incidenten plaats hebben
gevonden en plaatsvinden rond moskeeën en andere religieuze instellingen die geregeld
doelwit van intimidatie zijn, zodat inzichtelijk kan worden of nadere veiligheidsmaatregelen
nodig zijn?
Antwoord 10
Het kabinet vindt het belangrijk om de veiligheid van religieuze instellingen, waaronder
moskeeën, blijvend aandacht te geven. Daarom verken ik momenteel hoe de aanpak van
de veiligheid van moskeeën en andere islamitische instellingen verder kan worden versterkt.
In dat kader gaat mijn ministerie onder meer in gesprek met vertegenwoordigers van
de moslimgemeenschap om signalen, ervaringen en eventuele knelpunten op te halen.
Op basis van deze verkenning zal worden bezien op welke onderdelen versterking van
de aanpak wenselijk is. Daarbij wordt ook betrokken of de bestaande instrumenten en
werkwijzen toereikend zijn om de veiligheid van religieuze instellingen te waarborgen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties