Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Keijzer over de uitspraken van de minister tijdens het commissiedebat Ouderenzorg (incl. ouderenhuisvesting)
Vragen van het lid Keijzer (Lid Keijzer) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de antwoorden op vragen van het lid Keijzer over de uitspraken van de Minister tijdens het commissiedebat Ouderenzorg (incl. ouderenhuisvesting) (ingezonden 16 juli 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening),
mede namens de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 7 september
2026).
Vraag 1
Klopt het dat zorggeschikte woningen en geclusterde woonvormen met ontmoetingsruimten
duurder zijn dan reguliere sociale huurwoningen vanwege onder meer bredere gangen,
ruimere badkamers, rolstoeltoegankelijkheid en extra ruimte voor zorgverlening (2026D35525)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Ja, het klopt dat zorggeschikte woningen en geclusterde woonvormen met ontmoetingsruimten
gemiddeld duurder zijn om te realiseren dan reguliere sociale huurwoningen vanwege
onder meer toegankelijkheidseisen.
Vraag 2
Waarop is uw verwachting gebaseerd dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen
gehaald kan worden, terwijl tegelijkertijd uit kabinetsstukken blijkt dat voor de
meest complexe categorieën ouderenhuisvesting sprake is van hogere bouwkosten, een
onrendabele top en een achterblijvende planvoorraad?
Antwoord 2
De doelstelling van 290.000 ouderenwoningen bestaat uit nultredenwoningen, zorggeschikte
en geclusterde woningen. Uit de Kamerbrief verstuurd op 6 juli blijkt dat er plannen
zijn voor ongeveer 215.000 van de 290.000 woningen.1 De planvorming en bouw van nultredenwoningen ligt ruim op koers. Het klopt dat bij
geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen de planvorming en realisatie achterblijft.
Met de in bovenstaande Kamerbrief aangekondigde € 420 mln. die binnen de Realisatiestimulans
beschikbaar is voor zorggeschikte en geclusterde woningen zet het kabinet vol in op
schaalvergroting en versnelling van de bouw van geclusterde en zorggeschikte woningen.
Vraag 3
Klopt het dat in de bijlage bij uw beantwoording tot en met 2030 in totaal 758 miljoen
euro beschikbaar is voor ouderenhuisvesting via de Stimuleringsregeling Zorggeschikte
Woningen (SZGW), de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting
(SOO) en de opslag voor geclusterde en zorggeschikte woningen binnen de Realisatiestimulans?
Zo ja, hoe is de onderverdeling? Zo nee, welk totaalbedrag is volgens u dan tot en
met 2030 specifiek beschikbaar voor ouderenhuisvesting en hoe is dat bedrag precies
opgebouwd?
Antwoord 3
Nee, het klopt niet dat dit uitsluitend voor ouderenhuisvesting beschikbaar is. Voor
de periode 2026 tot en met 2030 staat er € 758 mln. op de begrotingen van VWS en BZK
voor het doen van betalingen voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Voor de Stimuleringsregeling
Zorggeschikte Woningen (SZGW) is in totaal € 294,6 mln. beschikbaar op ouderenhuisvesting.
Hiervan is € 115,8 mln. al verplicht aan toegekende aanvragen. Voor de Stimuleringsregeling
Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO) staat er nog € 43,8 mln. op de begroting
van BZK voor ouderenhuisvesting, waarvan € 4 mln. al verplicht is aan toegekende aanvragen.
Binnen de post opslagen onder de Realisatiestimulans is € 420 mln. beschikbaar voor
zorggeschikte en geclusterde woningen voor ouderen en aandachtsgroepen.
Vraag 4
Klopt het dat voor de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen tot en met 2028
in totaal 294,6 miljoen euro beschikbaar is? Hoeveel ouderenwoningen kunnen hiermee
maximaal worden gerealiseerd, uitgaande van de subsidiebedragen van 17.500 euro, 15.000
euro, 7.500 euro, 5.000 euro, 7.000 euro, 5.000 euro, 3.000 euro en 2.000 euro per
wooneenheid? Kunt u deze berekening met de Kamer delen?2
Antwoord 4
Het klopt dat er in de jaren 2026 t/m 2028 € 294,6 mln. op de begroting van VWS staat
om goedgekeurde aanvragen te kunnen betalen. Per 1 juni 2026 is voor € 115,6 mln.
aan aanvragen toegekend voor 7.866 zorggeschikte woningen. Dat is gemiddeld € 14.690
per zorggeschikte woning. Op basis van het gemiddelde bedrag per woning wordt met
het budget van € 294,6 mln. bijgedragen aan de bouw van ongeveer 20.050 zorggeschikte
woningen in de sociale huur.
Vraag 5
Waarop baseert u de verwachting dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen haalbaar
is, als met de specifiek voor zorggeschikte woningen beschikbare middelen slechts
een beperkt deel van die totale opgave kan worden ondersteund?
Antwoord 5
Niet alle 290.000 ouderenwoningen hebben financiële ondersteuning nodig3. De planvorming en realisatie van nultredenwoningen ligt op koers. Vanuit de SZGW
wordt alleen financiële ondersteuning geboden bij zorggeschikte woningen met een sociale
huurprijs, omdat meerkosten in dit segment niet of nauwelijks in de huurprijs kunnen
worden terugverdiend. Dit gaat om 50% van de 41.000 zorggeschikte woningen. Voor de
94.000 geclusterde woningen in het betaalbare segment (ca. 75%) verwachten we dat
ondersteuning gewenst is om tot realisatie van ontmoetingsruimten te komen. Zie verder
antwoord 16.
Vraag 6
Klopt het dat de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO)
beschikbaar is in 2027 en 2029? En klopt het dat voor deze regeling in totaal 43,8 miljoen
euro beschikbaar is?
Antwoord 6
Het klopt dat er in totaal nog € 43,8 mln. voor de SOO op de begroting van BZK staat
in de jaren 2027 en 2029. Dit betekent echter niet dat er in die jaren loketten open
zijn. Tot 18 december 2026 staat de vierde tranche van de SOO open met een subsidieplafond
van € 39,8 mln. Uitbetaling van 90% van het subsidiebedrag vindt in 2027 plaats. Uitbetaling
van de resterende 10% vindt over de daaropvolgende jaren (uiterlijk 7 jaar) plaats
op basis van oplevering. Met de resterende € 4 mln. wordt de resterende 10% van toegekende
aanvragen uit eerdere tranches betaald.
Vraag 7
Hoeveel ontmoetingsruimten kunnen hiermee maximaal worden gerealiseerd, uitgaande
van de maximale subsidiebedragen van 100.000 euro, 150.000 euro en 175.000 euro per
aanvraag? Kunt u deze berekening met de Kamer delen?4
Antwoord 7
Hoeveel ontmoetingsruimten er maximaal kunnen worden gerealiseerd, is afhankelijk
van de subsidiebedragen die worden aangevraagd. Dit is weer afhankelijk van de bouwkosten
van de ontmoetingsruimte (met een maximum van € 2.500 per m2) en van het aantal woningen in de geclusterde woonvorm (tot een maximum van € 100.000
bij 5 t/m 20 woningen, € 150.000 euro bij 21 t/m 50 woningen en € 175.000 euro bij
meer dan 50 woningen per aanvraag). In de eerste drie tranches (2022 t/m 2025) zijn
hiermee aanvragen toegekend voor 531 ontmoetingsruimten bij naar schatting 29.000
geclusterde woningen voor ca. 73 miljoen euro5. Een deel van deze aanvragen (41) is later ingetrokken.
Vraag 8
Acht u de hoeveelheid ontmoetingsruimten in uw berekening voldoende in verhouding
tot de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen? Zo ja, waarop baseert u dat? Zo nee,
welke aanvullende maatregelen neemt u en acht u dit voldoende om de door het kabinet
beoogde sociale effecten, waaronder ontmoeting, gemeenschapsvorming en het tegengaan
van eenzaamheid, te realiseren?
Antwoord 8
Er is reeds subsidie toegekend aan aanvragen voor 531 ontmoetingsruimten bij naar
schatting 29.000 geclusterde woningen. Op basis van de eerdere tranches, schat ik
in dat met de beschikbare bedragen in 2026 aanvragen te kunnen toekennen voor ca.
290 ontmoetingsruimten in ca. 16.000 geclusterde woningen. Binnen de extra € 420 miljoen
die beschikbaar is gesteld verwacht ik alle resterende ontmoetingsruimten in geclusterde
woningen te kunnen financieren binnen de doelstelling voor 290.000 ouderenwoningen.
Vraag 9
Klopt het dat de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO)
uitsluitend voorziet in investeringen in vastgoed en fysieke ontmoetingsruimten? Zo
ja, op welke wijze wordt voorzien in de structurele personele inzet die nodig is om
deze ontmoetingsruimten daadwerkelijk te laten functioneren? Welke middelen waren
hiervoor onder het vorige kabinet voorzien?
Antwoord 9
Met de SOO wordt bijgedragen aan de bouwkosten van een ontmoetingsruimte. Een voorwaarde
hierbij is dat de aanvrager voorziet in activiteiten en een exploitatieplan voor minimaal
5 jaar. De bewoners mogen daarbij ook zelf in de exploitatie van de ruimte voorzien.
Vanuit de SOO zijn geen middelen beschikbaar voor de structurele personele bezetting
of begeleiding van ontmoetingsruimten. Ook onder het vorige kabinet waren hiervoor
geen middelen beschikbaar. Wel was binnen de envelop ouderenzorg een deel van de middelen
voorzien voor het stimuleren van gemeenschapsvorming in woonvormen voor ouderen. De
nadere invulling en uitwerking daarvan waren onder het vorige kabinet nog niet afgerond.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport onderzoekt of financiële ondersteuning
geboden kan worden aan gemeenschapsvorming.
Vraag 10
Heeft het kabinet onderzocht in hoeverre het beschikbaar stellen van ontmoetingsruimten
zonder aanvullende financiering voor begeleiding, activiteiten of coördinatie het
beoogde sociale effect kan beperken? Zo ja, wat waren daarvan de conclusies? Zo nee,
waarom is dat niet onderzocht voordat deze regeling als oplossing werd gepresenteerd?
Antwoord 10
Dit is bij de start van de eerste tranche van deze regeling (2022) niet onderzocht.
Het doel van deze regeling is om meer ontmoetingsruimten in geclusterde woonvormen
voor ouderen te realiseren, en richt zich op de investeringskosten van het vastgoed.
In sommige gevallen kan inzet op begeleiding of beheer van de ontmoetingsruimte gewenst
zijn, en kan dit leiden tot structurele uitgaven. De Minister van Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport onderzoekt of financiële ondersteuning geboden kan worden aan gemeenschapsvorming.
Vraag 11
Klopt het dat de Realisatiestimulans beschikbaar is in 2028, 2029 en 2030? En klopt
het dat voor de Realisatiestimulans in totaal 420 miljoen euro beschikbaar is?6
Antwoord 11
Voor de Realisatiestimulans is in totaal ca. € 2,5 mld. euro beschikbaar gesteld in
2026 t/m 2030. Daarbinnen is een opslag van € 420 mln. beschikbaar in de jaren 2028,
2029 en 2030 voor geclusterde en zorggeschikte woningen.
Vraag 12
Klopt het dat binnen de Realisatiestimulans een post is opgenomen voor opslagen voor
diverse doeleinden, waaronder extra ondersteuning voor geclusterde en zorggeschikte
woningen voor alle aandachtsgroepen? Welk bedrag van de hiervoor gereserveerde 420 miljoen
euro is specifiek bestemd voor ouderenhuisvesting, welk bedrag voor andere aandachtsgroepen
en om welke aandachtsgroepen gaat het?
Antwoord 12
Ja, dat klopt. Binnen de Realisatiestimulans is een opslag van € 420 mln. opgenomen
voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Deze middelen zijn beschikbaar voor de
realisatie van deze woningtypes, die inzetbaar zijn voor zowel ouderen als aandachtsgroepen
en niet specifiek bestemd per doelgroep. Het gaat om de aandachtsgroepen die vermeld
staan in het besluit Versterking regie volkshuisvesting.
Vraag 13
Klopt het dat hiervoor eveneens de vaste bijdrage van 7.000 euro per woning geldt?
Zo ja, hoe reflecteert u op het feit dat er slechts 60.000 woningen kunnen worden
gerealiseerd voor alle aandachtsgroepen met de beschikbare 420 miljoen euro en welk
deel daarvan betreft volgens u ouderenhuisvesting?
Antwoord 13
Nee, dit klopt niet. De vaste bijdrage van € 7.000 uit de Realisatiestimulans geldt
voor iedere betaalbare woning waarvan de bouw is gestart. Het gaat daarbij om andere
activiteiten waaraan een bijdrage wordt verleend om woningen betaalbaar te houden.
Met de € 420 mln. voor zorggeschikte en geclusterde woningen is een extra bijdrage
voorzien om tegemoet te komen in de specifieke meerkosten van deze woningen, zoals
de ontmoetingsruimte en het rolstoelgeschikt maken van de woning. Dit budget staat
onder een post opslagen onder de budgetpost Realisatiestimulans. De bijdrage van € 420 mln.
is aanvullend ten opzichte van de reeds beschikbare middelen uit de SZGW en de SOO.
Vraag 14
Klopt het dat er vanaf 2029 t/m 2030 alleen nog maar een Realisatiestimulans voor
alle aandachtsgroepen is en geen specifieke stimuleringsregeling meer voor ouderen?
Is het gezien deze constatering juist om te concluderen dat de door u tijdens het
commissiedebat genoemde 7 miljard euro niet specifiek bestemd is voor ouderenhuisvesting,
maar voor de algemene woningbouwopgave in Nederland voor iedereen en alle aandachtsgroepen?
Antwoord 14
De opslag van € 420 mln. binnen de Realisatiestimulans voor zorggeschikte en geclusterde
woningen staat op de begroting van BZK tot en met 2030. Ik werk momenteel uit via
welke regelingen deze middelen worden besteed. Op de bestemming van de genoemde 7 miljard
heb ik u reeds antwoord gegeven bij beantwoording van uw vragen van 9 juni 2026.
Vraag 15
Waarom geeft u in de beantwoording over de uitspraken tijdens het commissiedebat Ouderenzorg
aan dat u heeft aangegeven dat in het coalitieakkoord van kabinet-Jetten van 2029
tot en met 2035 7 miljard euro beschikbaar is gesteld voor de woningbouwopgave in
Nederland en dat ouderenhuisvesting hier ook onder valt terwijl dit niet als specifiek
ouderenhuisvestingsbudget7 terugkomt in de door u verstrekte kasreeks in 2029 en 2030?8
Antwoord 15
Zoals ik in mijn antwoorden op de vragen van lid Keijzer van 9 juni 2026 al heb aangegeven
dient het bedrag van € 7 miljard voor woningbouw nog verdeeld te worden.
Vraag 16
Waarop baseert u de verwachting dat de specifieke investering van 758 miljoen euro
voldoende is, terwijl van dit bedrag slechts 294,6 miljoen euro beschikbaar is voor
zorggeschikte ouderenwoningen en een aanzienlijk deel van de overige middelen beschikbaar
is voor andere aandachtsgroepen? Vindt u dit verdedigbaar gezien de opgave van 290.000
ouderenwoningen en de vergrijzing die ons land treft?
Antwoord 16
Mijn verwachting is dat de doelstelling voor geclusterde en zorggeschikte woningen
haalbaar is met de extra stimulans van € 420 mln. Ik werk momenteel uit via welke
regelingen de beschikbare middelen worden ingezet en welke bedragen daarbij horen.
Dit kan leiden tot bijstellingen in de berekeningen. Ik kan daarom nu geen exacte
raming geven. Bij de uitwerking van de regelingen voor geclusterde en zorggeschikte
woningen zal ik inzicht geven in hoeveel geclusterde en zorggeschikte woningen met
de beschikbare middelen kunnen worden gerealiseerd. Daarbij zal ik uw Kamer een inschatting
geven van de verdeling tussen ouderen en aandachtsgroepen. Ik verwacht uw Kamer te
informeren over de regelingen in het najaar.
Vraag 17
Heeft u doorgerekend hoeveel geclusterde en zorggeschikte ouderenwoningen met de beschikbare
middelen voor ouderenhuisvesting, dus exclusief het deel van de Realisatiestimulans
dat naar andere aandachtsgroepen gaat, daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden? Zo
ja, kunt u die berekening met de Kamer delen? Zo nee, waarop baseert u dan de verwachting
dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen haalbaar is?
Antwoord 17
Zie het antwoord op vraag 16.
Vraag 18
Is het volgens u, gezien bovenstaande en eerdere antwoorden, juist om te concluderen
dat dit kabinet de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen wel in stand laat, maar
de financiële onderbouwing daarvan juist heeft verzwakt? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 18
Dat is niet juist. Dit kabinet zet de komende jaren juist € 420 miljoen extra in om
de realisatie van geclusterde en zorggeschikte woningen verder te stimuleren.
Vraag 19
Deelt u de opvatting dat de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen alleen geloofwaardig
is indien daar een toereikende financiële onderbouwing specifiek voor ouderen tegenover
staat? Zo ja, waaruit blijkt die financiële onderbouwing? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 19
Ik zie de noodzaak om voldoende financiële ondersteuning te bieden om 290.000 ouderenwoningen
te realiseren. Zie verder de antwoorden op vragen 16 en 21.
Vraag 20
Kunt u toezeggen om bij de beantwoording van deze schriftelijke vragen een bijlage
te voegen waarin alle middelen voor ouderenhuisvesting en moderne verzorgingshuizen
van het kabinet-Schoof inzichtelijk worden gemaakt, inclusief hun tijdpad en bestemming
tot en met 2030? Betrof dit meer of minder middelen dan de bedragen die momenteel
specifiek beschikbaar zijn voor ouderenhuisvesting via de Stimuleringsregeling Zorggeschikte
Woningen (SZGW), de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting
(SOO) en het onderdeel ouderenhuisvesting binnen de Realisatiestimulans voor alle
aandachtsgroepen?
Antwoord 20
In de bijlage wordt een overzicht gegeven van de middelen die beschikbaar zijn voor
budgetposten SZGW, SOO en onder de Realisatiestimulans. Daarnaast had het kabinet
Schoof oorspronkelijk € 600 mln. gereserveerd voor de verbetering van de kwaliteit
van de ouderenzorg (envelop ouderenzorg), waaronder de moderne verzorgingshuizen.
Hiervan resteerde ten tijde van het vorige kabinet nog € 470 mln. (zie vraag 22).
Deze middelen zijn naar de algemene middelen gegaan en als zodanig betrokken bij het
uitwerken van het huidige coalitieakkoord. Over de middelen voor de kwaliteit van
de ouderenzorg – inclusief huisvesting voor ouderen – van het vorige kabinet heeft
geen besluitvorming plaatsgevonden. De middelen onder de Realisatiestimulans zijn
wel direct bestemd voor huisvesting. Daarmee zijn nu meer middelen beschikbaar in
het kader van de huisvesting.
Vraag 21
Indien uit de gevraagde vergelijking blijkt dat voor ouderenhuisvesting en moderne
verzorgingshuizen onder het kabinet-Schoof meer middelen beschikbaar waren dan onder
het huidige kabinet, welke beleidsmatige afwegingen liggen hieraan ten grondslag?
Hoe geloofwaardig acht u dan nog de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen?
Antwoord 21
Voor een nadere toelichting verwijs ik u naar de beantwoording van de vragen 9, 10
en 12 van uw vragen van 9 juni 2026. De middelen die onder het vorige kabinet waren
gereserveerd voor de kwaliteit van de ouderenzorg konden ook worden ingezet voor de
moderne verzorgingshuizen. Uit het onderzoek van PWC bleek dat bij de terugkeer van
moderne verzorgingshuizen vooral kosten zouden ontstaan met betrekking tot het bijbehorende
zorg- en welzijnsconcept, door een aanzienlijke toename van de zorginzet. Het huidige
kabinet betrekt de doelgroep van de moderne verzorgingshuizen bij het actualiseren
van de woningbouwopgave en onderzoekt of de ondersteuning van gemeenschapsvorming
in woonvormen kan worden betrokken bij de aanvullende afspraken bij het Hoofdlijnenakkoord
Ouderenzorg (HLO). Voor de bouw van geclusterde en zorggeschikte woningen zijn middelen
beschikbaar via de SOO, de SZGW en onder de post opslagen bij de Realisatiestimulans.
Vraag 22
Indien middelen die voorheen waren voorzien voor ouderenhuisvesting, geclusterde woonvormen
of moderne verzorgingshuizen inmiddels een andere bestemming hebben gekregen, om welke
middelen gaat het dan, naar welke beleidsdoelen zijn deze middelen verschoven en waarom?
Antwoord 22
In de beantwoording van de feitelijke Kamervragen over de Miljoenennota 2026 (vraag
47) is gedetailleerd beschreven op welke wijze de middelen uit de envelop ouderenzorg
zijn aangewend. Een deel van de middelen uit de envelop ouderenzorg uit het coalitieakkoord
Rutte IV is tijdelijk ingezet voor de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.
Het vorige kabinet heeft € 150 mln. ingezet voor dekking van problematiek op de Rijksbegroting.
De resterende middelen zijn vervolgens in het coalitieakkoord «Aan de slag» komen
te vervallen. In de bijlage is de vrijgevallen reeks voor ouderenzorg weergegeven.
Vraag 23
Heeft het kabinet in kaart gebracht welke effecten een eventuele afname van beschikbare
middelen voor ouderenhuisvesting en het stopzetten van het plan rondom moderne verzorgingshuizen
heeft op het realiseren van de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen? Zo ja, kunt
u deze analyse met de Kamer delen? Zo nee, hoe kan het kabinet dan verantwoord vasthouden
aan de doelstelling van 290.000 ouderenwoningen?
Antwoord 23
Ik verwacht geen vertraging op de realisatie van de bouwopgave door het stopzetten
van het plan van de moderne verzorgingshuizen. Er lagen immers al woondealafspraken
over de 290.000 ouderenwoningen. Er heeft een verkenning plaatsgevonden door PwC over
mogelijke terugkeer van de verzorgingstehuizen. Er zijn geen verdere afspraken gemaakt
over de inzet van de envelop ouderenzorg. Er zijn dus ook geen wijzigingen aangebracht
in de bouwprogrammering. De woonbehoefte van de doelgroep voor moderne verzorgingshuizen
wordt meegenomen in het actualisatieproces van de bouwopgave in de woondeals. Door
de beschikbaarheid van onder meer de realisatiestimulans acht ik het nog steeds realistisch
om vast te houden aan doelstelling van 290.000 ouderenwoningen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.