Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van de leden Maes en Ellian over de IOB-evaluatie ‘Op zoek naar Grip'
Vragen van de leden Maes en Ellian (beiden VVD) aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Asiel en Migratie over de IOB evaluatie «Op zoek naar grip» (ingezonden 21 augustus 2026).
Mededeling van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking),
mede namens de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Asiel en Migratie (ontvangen
7 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de conclusies van het rapport «Op zoek naar grip» van de Directie
Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB)?
Vraag 2
Bent u het eens dat de resultaten van het onderzochte beleid ronduit teleurstellend
zijn, aangezien al op pagina 1 van het rapport te lezen is dat de bilaterale partnerschappen
maar beperkt hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen, en dat van
interventies, bedoeld om de keuze van mensen om te migreren te beïnvloeden, zelfs
geen enkel effect is vastgesteld?
Vraag 3
Als partnerlanden migratiesamenwerking inzetten als strategisch drukmiddel in de relatie
met Nederland en de Europese Unie (EU), wat zouden wij daar als Nederland dan tegenover
kunnen stellen?
Vraag 4
Waarom is Nederland terughoudend om andere beleidsterreinen (handel, consulair, veiligheid,
circulaire migratie) in te zetten als strategisch drukmiddel of tegenprestatie, terwijl
partnerlanden daar juist behoefte aan hebben?
Vraag 5
Wat is de reden voor de in het rapport beschreven terughoudendheid van Nederland met
het verlenen van materiële steun aan partnerlanden, terwijl andere EU-lidstaten dat
type steun wel bieden, bijvoorbeeld op het terrein van grensbeheer? En zou het kabinet
dit willen heroverwegen of bekijken op basis van welke voorwaarden dit alsnog geboden
zou kunnen worden?
Vraag 6
Hoe kijkt u naar de gerealiseerde terugkeer naar Marokko? Ziet het kabinet kans voor
de andere onderzochte landen om vergelijkbare onorthodoxe methoden te bedenken om
terugkeer te realiseren en waar denkt u dan aan?
Vraag 7
Wat doet het kabinet om de doorlooptijd van nationaliteitsvaststelling – een kritieke
succesfactor voor terugkeer – te versnellen bij met name problematische landen zoals
Algerije, Irak, Tunesië en Nigeria?
Vraag 8
Wat zegt het dat, zelfs wanneer landen wel meewerken (snellere identiteitsvaststelling,
meer laissez-passers), dit vaak niet doorwerkt in hogere terugkeercijfers? Hoe verklaart
het kabinet dit?
Vraag 9
In hoeverre wordt terugkeer belemmerd door de eigen Nederlandse rechts- en asielketen
(capaciteit vreemdelingenbewaring, juridische procedures, privacywetgeving die informatie-uitwisseling
met partnerlanden bemoeilijkt)?
Vraag 10
Wat weerhoudt de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) ervan om met concrete streefwaarden
voor terugkeer te werken?
Vraag 11
Zijn de juridische mogelijkheden voor terugkeer, die van invloed zijn op de uitvoering,
door het ingaan van het EU-migratiepact verbeterd? Zo ja, wat is er dan precies verbeterd
en zo nee, waarom niet? En biedt de Europese regelgeving (inclusief de terugkeerverordening)
mogelijkheden die situatie verder te verbeteren? En als dat het geval is, waarom wordt
daar dan nu nog geen gebruik van gemaakt?
Vraag 12
Wat gaat u doen om het fundamentele verschil van inzicht tussen de Ministeries van
Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid over het belang van bescherming, dat
blijkt uit de evaluatie, op te heffen?
Vraag 13
Waarom registreert de DTenV ongeveer de helft van de uitstroom als «zelfstandig vertrek
zonder toezicht», zonder vast te stellen of mensen daadwerkelijk zijn vertrokken?
En wat betekent dit voor de geloofwaardigheid van terugkeercijfers?
Vraag 14
Ervan uit gaande dat bij «zelfstandig vertrek zonder toezicht» een aantal mensen alsnog
in Nederland blijft of naar een ander EU-land uitwijkt, wordt er nagedacht over maatregelen
die dit risico verkleinen? En zo ja, aan welke maatregelen denkt het kabinet dan specifiek?
En zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het Commissiedebat van 9 september met de Minister
van BHOS over de beleidsbrief van Buitenlandse Zaken waar het genoemde rapport op
de agenda staat?
Mededeling
Naar aanleiding van schriftelijke vragen van de leden Maes (VVD) en Ellian (VVD) over
de IOB evaluatie «Op zoek naar grip» (2026Z17140) wil ik u mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Asiel
en Migratie meedelen dat de beantwoording hiervan meer tijd vergt. De schriftelijke
vragen kunnen met het oog op een gedegen inhoudelijke analyse en interdepartementale
afstemming niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord.
Dit najaar wordt de Kamer per brief geïnformeerd over inzet van het kabinet op het
internationale migratiebeleid, waarbij de aanbevelingen van zowel IOB als de AIV/AM
worden meegenomen. Het streven is de antwoorden, volgend op deze brief, zo spoedig
mogelijk aan uw Kamer te sturen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede namens
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.