Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over de juridische erkenning en vindbaarheid van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen
Vragen van het lid Mutluer (PRO) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de juridische erkenning en vindbaarheid van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen (ingezonden 1 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 7 september
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2593.
Vraag 1
Kent u het artikel «Postume tussenadoptie. Juridische erkenning en vindbaarheid van
niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is het waar dat vanwege de afwezigheid van formele registratie van niet-geïdentificeerde
overleden pasgeborenen er sprake is van «een lacune in het juridische en administratieve
systeem, waardoor deze kinderen juridisch en administratief onvindbaar blijven»? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, acht u het bezwaarlijk dat deze lacune bestaat en waarom?
Antwoord 2
Het is een afschuwelijke (en gelukkig ook uitzonderlijke) situatie wanneer een overleden,
pasgeboren kind wordt aangetroffen, zonder dat duidelijk is om wie het gaat of wie
de ouders zijn. In die situatie wordt als volgt gehandeld. Van een niet-geïdentificeerde
overleden pasgeborene wordt aangifte gedaan van de geboorte door of namens de burgemeester
van de gemeente waar het kind is gevonden. De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt
voorlopige namen in de geboorteakte op, in afwachting van het koninklijk besluit waarbij
de voornamen en de geslachtsnaam van het kind worden vastgesteld. De onbekende plaats-
en dag van geboorte worden op aanwijzing van de officier van justitie in de akte vermeld,
waarbij de gemeente van vinding als plaats wordt aangehouden. Dezelfde identiteitsgegevens
worden opgenomen in de overlijdensakte, dan wel de akte van lijkvinding. Mocht de
situatie zich voordoen dat de geboortemoeder en eventuele meeouder later bekend worden,
dan kunnen de aktes via de officier van justitie en rechter worden verbeterd. De aangifte
wordt, met de beschikbare gegevens, door de ambtenaar van de burgerlijke stand verwerkt
in de registers van geboorten en overlijden, maar niet in de BRP, omdat overheidsinstanties
hun gegevens niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Niet-geïdentificeerde
overleden pasgeborenen worden dus wel geregistreerd, maar zijn niet direct publiek
vindbaar.
Overlijdensakten die ouder zijn dan vijftig jaar en geboorteakten die ouder zijn dan
honderd jaar zijn openbaar en kunnen worden opgevraagd via de (plaatselijke) archieven
of online bijvoorbeeld via het Centrum voor familiegeschiedenis. Dat geldt dus ook
voor de geboorte- en overlijdensakten van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen.
Afschriften van de geboorte- en overlijdensakten kunnen voor die periode alleen worden
opgevraagd wanneer men belanghebbende is. Dat is in deze gevallen vaak lastig aantoonbaar.
Daarnaast moet de belanghebbende ook duidelijke richtlijnen geven naar wiens geboorte-
en overlijdensakten hij of zij op zoek is om gericht de registers te bevragen.
Vraag 3
Deelt u de mening van de auteur van het genoemde artikel dat de huidige Nederlandse
praktijk ook een potentieel mensenrechtelijk tekort betreft in de zin van dat deze
praktijk en de bestaande regelgeving op gespannen voet staan met het Verdrag inzake
de rechten van het kind en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die het
recht op naam en identiteit waarborgen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Nee, mijns inziens is er geen sprake van een mensenrechtelijk tekort in ons huidige
Nederlandse stelsel. Het is juist dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens (hierna: het EVRM)) het recht op bescherming van het privéleven waarborgt en
het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: het IVRK) het recht op naam en
identiteit. Echter, het EVRM en IVRK bevatten geen concrete verplichting om inschrijving
voor niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen te faciliteren. Er is mij ook geen
EVRM jurisprudentie bekend over dit exacte onderwerp.
Vraag 4 en 5
Wat is uw mening over de oplossing die de genoemde auteur voorstelt ter correctie
van het genoemde rechtstekort, namelijk het inzetten van «postume tussenadoptie»?
Ziet u zelf andere mogelijkheden om dit tekort te corrigeren en, zo ja, welke dan?
Overweegt u om de wetgeving aan te passen, zodat de registratie en juridische erkenning
van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen verbeterd gaat worden? Zo ja, hoe
en op welke termijn gaat u hier zorg voor dragen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4 en 5
Ik zie de voorgestelde oplossing van de zogenoemde postume tussenadoptie niet als
een passende oplossing voor het verbeteren van de publieke vindbaarheid van deze kinderen.
Mijn verwachting is namelijk niet dat postume tussenadoptie zal bijdragen aan de identificatie
en publieke vindbaarheid van het kind voor diens familie. Het leed dat achter dit
soort cases schuilgaat wordt hiermee evenmin voorkomen. Daarnaast lijkt het voorstel
van postume tussenadoptie vooral gericht te zijn op naamgeving. Naamgeving is in het
Nederlandse systeem primair belegd bij de ouders. Wanneer blijkt dat er geen geboorteaangifte
van een levend dan wel stil geboren kind is gedaan, wordt met naamgeving door middel
van postume tussenadoptie getreden in de autonomie van de ouders en wordt de relatie
van het kind met de ouders in symbolische zin doorbroken. Immers, onbekend is of het
kind al een naam had, of welke naam de ouder(s) in gedachten had(den) maar vrijwel
vast staat dat de naam na de tussenadoptie niet de naam is die het kind via de ouders
zou hebben gekregen. Om deze redenen zie ik geen aanleiding om de wetgeving aan te
passen. Daarbij geldt ook dat het om een zeer beperkt aantal kinderen per jaar gaat,
en dat gevallen van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen sinds 2023 niet meer
zijn voorgekomen.2
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.