Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over het niet voldoen aan de uitspraak van de rechter inzake de Bonaire-klimaatzaak
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het niet voldoen aan de uitspraak van de rechter inzake de Bonaire-klimaatzaak (ingezonden 30 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
3 september 2026).
Vraag 1
Vindt u dat iedereen in Nederland zich aan rechterlijke bevelen moet houden, inclusief
de Staat? Ziet u ook het gevaar van ondermijning van de rechtsstaat door de Staat
zelf als zij zich niet aan rechterlijke uitspraken houdt?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Erkent u de urgentie van het voldoen aan het Bonaire-vonnis in het licht van de klimaatcrisis?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Klopt de bevinding van de NOS dat het kabinet de datum waarop het kabinet inzage moet
geven in de emissieruimte van Nederland, namelijk gisteren, naast zich neerlegt?
Antwoord 3
Nee, dat klopt niet. De rechtbank Den Haag heeft bij herstelvonnis van 18 maart 20261 bevestigd dat de Staat 18 maanden de tijd heeft om de (resterende) emissieruimte
voor Nederland inzichtelijk te maken. Die termijn is nog niet verstreken.
Vraag 4
Erkent u dat het in kaart brengen van de emissieruimte het allereerste begin zou zijn
van wat er moet gebeuren, en dat het een slecht signaal is dat het kabinet die eerste
stap zelfs negeert?
Antwoord 4
Ik erken het belang van het in kaart brengen van de emissieruimte. Het inzichtelijk
maken daarvan hangt samen met de reductiedoelen voor de gehele economie die op basis
van rechtsoverweging 12.2 door de Staat moeten worden vastgesteld. Als de doelen zijn
vastgesteld kan daaruit de (resterende) emissieruimte voor Nederland opgemaakt worden.
Vraag 5
Realiseert u zich dat het uitvoeren van het vonnis hierdoor in het geding komt, aangezien
het kabinet binnen 18 maanden bindende klimaatdoelen moet hebben vastgesteld, gebaseerd
op de resterende emissieruimte?
Antwoord 5
De uitvoering van het vonnis komt hierdoor niet in het geding. De Staat werkt momenteel
aan de uitvoering van het vonnis.
Vraag 6
Hoe denkt u alsnog tijdig aan de uitspraak te voldoen bij het ontbreken van een onderbouwde
berekening van de emissieruimte? Kunt u dit uiteenzetten in een gedegen planning?
Antwoord 6
Zoals genoemd in het antwoord op vraag 5 wordt hard gewerkt aan het tijdig uitvoeren
van het vonnis.
Vraag 7
Waarom heeft u nog geen advies gevraagd aan de Wetenschappelijke Klimaatraad of het
Planbureau voor de Leefomgeving om een berekening te maken van de resterende emissieruimte
voor Nederland? Bent u bereid dat alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
De Staat baseert zich bij het vaststellen van reductiedoelen op wetenschappelijke
rapporten van het IPCC. Dat doet de Staat omdat de rechtbank zich in het vonnis ook
op deze rapporten van het IPCC baseert. Daar wil de Staat bij aansluiten. Volgend
op de vastgestelde doelen zal de (resterende) emissieruimte voor Nederland berekend
worden. Vanwege deze aanpak wordt het niet nodig geacht om de genoemde instellingen
hierover om advies te vragen.
Vraag 8
Onderschrijft het kabinet het bevel van de rechtbank dat de Staat inzichtelijk moet
maken wat de resterende emissieruimte voor Nederland is waarvan de Staat uitgaat bij
het nemen en uitvoeren van klimaatmaatregelen, en dat gisteren, een half jaar na de
uitspraak, dit inzicht gegeven moet worden? Zo ja, waarom voldoet het kabinet hier
niet aan?
Antwoord 8
Het kabinet werkt hard aan de uitvoering van het vonnis. Een onderdeel van het vonnis
is dat de Staat de emissieruimte inzichtelijk moet maken. Hiervoor geldt echter geen
termijn van 6, maar van 18 maanden. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 9
Kunt u de beschikbare berekeningen delen met de Kamer, aangezien de Staat tijdens
de rechtszaak heeft aangegeven reeds te beschikken over emissiegegevens? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 9
Gelijktijdig met de wetswijziging die nodig is voor de uitvoering van het vonnis zal
inzichtelijk gemaakt worden hoe de omvang van de emissieruimte is bepaald.
Vraag 10
Bent u bereid alsnog de emissieruimte die nog mogelijk is binnen het Akkoord van Parijs
inzichtelijk te maken, zoals de rechter heeft bevolen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Ja, deze emissieruimte zal inzichtelijk worden gemaakt gelijktijdig met de wetswijziging
die nodig is voor de uitvoering van het vonnis.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.