Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over het ontbreken van maatschappelijke organisaties onder het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming
Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het ontbreken van maatschappelijke organisaties onder het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming (ingezonden 5 augustus 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 2 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de brief die AARDige Buren, Urgenda, Parkinson Vereniging, Vogelbescherming
Nederland, Caring Doctors, Greenpeace, Pesticide Action Network Netherlands, Meten=Weten,
De Vlinderstichting en de Bijenstichting aan u hebben gestuurd, waarin wordt gesteld
dat het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming zou zijn «geklapt»?
Antwoord 1
Ik ben bekend met deze brief.
Vraag 2
Klopt het dat het hoofdlijnenconvenant is ondertekend door drie overheden, vier sectorpartijen
en één ketenpartij, maar door geen enkele maatschappelijke organisatie? Welke maatschappelijke
organisaties waren betrokken bij de totstandkoming van het convenant, welke daarvan
waren daadwerkelijk uitgenodigd om het convenant te ondertekenen en welke hebben uiteindelijk
van ondertekening afgezien?
Antwoord 2
Dat klopt. De betrokken maatschappelijke organisaties waren Natuur & Milieu en LandschappenNL.
Beide partijen waren uitgenodigd het convenant te ondertekenen en hebben hiervan afgezien.
Ik betreur het dat beide partijen na het voorleggen van het onderhandelingsakkoord
aan hun achterban besloten hebben het convenant niet te tekenen.
Vraag 3
Welke redenen hebben de betrokken maatschappelijke organisaties afzonderlijk aangevoerd
om het convenant niet te ondertekenen?
Antwoord 3
Binnen het onderhandelingsproces van het hoofdlijnenconvenant is afgesproken dat de
gesprekken met elkaar in vertrouwen kunnen worden gevoerd. Ik wil het daarom aan de
organisaties zelf laten om een eventuele toelichting te geven, waarom zij dit convenant
niet hebben willen ondertekenen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat deelname aan een convenant van alle partijen vraagt dat zij
niet alleen verlangens op tafel leggen, maar ook bereid zijn verantwoordelijkheid
te nemen, compromissen te sluiten en zich aan gezamenlijke afspraken te committeren?
Antwoord 4
Ja die mening deel ik. De kern van onderhandelingen en het afsluiten van een convenant
is het sluiten van compromissen, een bereidheid van geven en nemen. Dat houdt ook
in dat er door de deelnemers aan het convenant verantwoordelijkheid moet worden genomen
voor de afspraken die we in het hoofdlijnenconvenant hebben gemaakt. Uiteraard is
het uiteindelijk aan organisaties zelf of zij bereid zijn om het hoofdlijnenconvenant
wel of niet te tekenen. Dat neemt niet weg dat ik het spijtig vind dat de organisaties
niet bereid waren deze stap te zetten.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u in dat licht de opstelling van organisaties die niet tekenen, maar
vervolgens wel oproepen het gehele convenant stop te zetten? Deelt u de mening dat
partijen die zelf besluiten niet deel te nemen daarmee geen vetorecht kunnen verkrijgen
over afspraken die overheden, landbouworganisaties en ketenpartijen wel bereid zijn
uit te voeren?
Antwoord 5
Het staat organisaties uiteraard vrij deze mening erop na te houden. Uiteindelijk
gaan de partijen die het convenant hebben getekend zelf over het wel of niet slagen
van het convenant. Niet-deelnemende partijen hebben daar inderdaad geen vetorecht
over. Wij gaan ambitieus door met de grote meerderheid van partijen die wel getekend
hebben, waarvoor ik hen dankbaar ben.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het onverantwoord zou zijn om het convenant stop te zetten,
nu daarmee ook afspraken over reductie van milieubelasting, innovatie, waterkwaliteit,
natuur, leefomgeving en een landelijk uniform beleidskader zouden worden vertraagd
of verloren zouden gaan?
Antwoord 6
Ik zie geen aanleiding om het convenantstraject stop te zetten. Integendeel, het is
juist nu van belang door te gaan om de gemaakte afspraken daadwerkelijk verder uit
te werken en vorm te geven. Met het hoofdlijnenconvenant zijn er immers belangrijke
afspraken gemaakt over een breed pakket om tegemoet te komen aan de maatschappelijke
vraagstukken die bestaan rondom het thema gewasbescherming en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
op basis van milieubelastingspunten fors te beperken.
Vraag 7
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de bestuurlijke
en juridische status van het hoofdlijnenconvenant? Is het convenant naar uw oordeel
rechtsgeldig tot stand gekomen en kunnen alle ondertekenende partijen onverkort aan
hun afspraken worden gehouden?
Antwoord 7
Het ontbreken van deze partijen heeft geen gevolgen voor de juridische status van
het hoofdlijnenconvenant. Het convenant is rechtsgeldig tot stand gekomen. De bestuurlijke
gevolgen zijn deze twee partijen zich bestuurlijk niet aan het convenant en het vervolgproces
van de uitwerking hebben verbonden.
Vraag 8
Hoe verhoudt de mededeling van de Rijksoverheid dat het hoofdlijnenconvenant «op zichzelf
niet juridisch bindend» is zich tot artikel 1.1, derde lid, waarin staat dat de afspraken
bindend zijn voor de partijen en dat zij de nakoming daarvan zullen borgen? Kunt u
precies aangeven welke afspraken momenteel politiek, bestuurlijk dan wel juridisch
bindend zijn en welke pas bindend worden na vaststelling van de deelconvenanten?
Antwoord 8
Het hoofdlijnenconvenant moet worden gezien als het kader voor het vervolgproces waarin
de afspraken nader worden uitgewerkt in deelconvenanten. De mededeling dat het hoofdlijnenconvenant
op zichzelf niet juridisch bindend is, bedoelt dat de in het hoofdlijnenconvenant
opgenomen afspraken en ambities nog verder moeten worden uitgewerkt in concrete, juridisch
afdwingbare verplichtingen. Voor de uitvoering van veel afspraken zijn immers nog
nadere uitwerking, concretisering en afspraken nodig over onder meer instrumentarium,
financiering, uitvoerbaarheid en verantwoordelijkheden nodig. Het hoofdlijnenconvenant
en de deelconvenanten zullen samen het definitieve convenant zijn dat wordt gepubliceerd
in de Staatscourant.
Vraag 9
Welke concrete waarde heeft het huidige hoofdlijnenconvenant zolang het nationale
reductiedoel, de sectorale reductiedoelen, de governance, de terugvalopties en een
groot deel van de uitvoeringsmaatregelen nog niet zijn uitgewerkt? Aan welke onderdelen
zijn de ondertekenaars reeds nu daadwerkelijk gebonden?
Antwoord 9
De waarde van dit hoofdlijnenconvenant moet worden gezien als een gezamenlijk vastgesteld
kader voor de verdere uitwerking van de afspraken in de deelconvenanten. Met de ondertekening
committeren de partijen zich politiek en bestuurlijk aan alle onderdelen van het convenant
en de daarin opgenomen richting, ambities en uitgangspunten.
Vraag 10
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de voorgenomen
omgevingsdialoog en de doelstelling om het maatschappelijke draagvlak te vergroten?
Hoe voorkomt u dat niet-ondertekenende organisaties via het vervolgtraject wel invloed
uitoefenen, maar geen verantwoordelijkheid dragen voor de haalbaarheid en uitvoering
van de uiteindelijke afspraken?
Antwoord 10
De insteek voor de omgevingsdialoog is om dit breder te organiseren dan alleen de
deelnemers van het convenant. Het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars van
het hoofdlijnenconvenant hoeft daarom niet te betekenen dat de omgevingsdialoog daarmee
niet van de grond kan komen. De onafhankelijk voorzitter van het convenant bewaakt
de totstandkoming van het vervolgtraject en de inbreng die hiervoor wordt geleverd.
Vraag 11
Bent u voornemens maatschappelijke organisaties opnieuw uit te nodigen voor de uitwerking
van de deelconvenanten, onder de duidelijke voorwaarde dat deelname is gericht op
het bereiken van uitvoerbare afspraken en niet op het alsnog openbreken of blokkeren
van het reeds gesloten hoofdlijnenconvenant?
Antwoord 11
«Ten eerste wil ik graag de eerder deelnemende maatschappelijke organisaties oproepen
het hoofdlijnenconvenant alsnog te tekenen en weer aan te sluiten, juist om tot een
breed gedragen convenant te komen. Indien zij het hoofdlijnenconvenant niet tekenen,
ben ik niet van plan deze organisaties opnieuw uit te nodigen voor het vervolgtraject.
Verder wil ik in overleg met de onafhankelijk voorzitter en de andere convenantspartners
bekijken hoe partijen die niet aan het convenant deelnemen wel hun mening kunnen delen,
bijvoorbeeld via position papers, zodat dit in het verdere proces meegewogen kan worden.»
Vraag 12
Bent u voornemens bij de inrichting van de governance een duidelijk onderscheid te
maken tussen convenantspartijen, die zich committeren aan de afspraken en daarop aanspreekbaar
zijn, en overige belanghebbenden die worden gehoord of geconsulteerd maar geen medebeslissingsrecht
hebben?
Antwoord 12
Hiermee wordt rekening gehouden bij de inrichting van de governance. De precieze invulling
wordt nader bepaald door de onafhankelijk voorzitter, in overleg met de convenantspartijen.
Vraag 13
Kunt u garanderen dat het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars niet leidt
tot uitstel van de deelconvenanten, het vaststellen van concrete en afrekenbare reductiedoelen,
de oprichting van de gegevensautoriteit en de ontwikkeling van landelijke kaders voor
waterkwaliteit, Natura 2000-gebieden en gevoelige functies?
Antwoord 13
Het ontbreken van de maatschappelijke ondertekenaars doet niets af aan de gestelde
deadlines in het hoofdlijnenconvenant. Deze afspraken blijven staan en de bereidheid
onder deelnemende partijen is groot om deze deadlines ook te halen.
Vraag 14
Welke voorwaarden verbindt u aan de indicatief gereserveerde 250 miljoen euro? Worden
deze middelen uitsluitend beschikbaar gesteld voor concrete, meetbare en controleerbare
maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het convenant?
Antwoord 14
De inzet van de indicatief gereserveerde middelen wordt gekoppeld aan de verdere uitwerking
van het convenant. Daarbij is het vanzelfsprekend, zoals dat hoort bij overheidsuitgaven,
dat de maatregelen concreet, uitvoerbaar en doelmatig moeten zijn en dat de uitgaven
bijdragen aan de doelen van het convenant.
Vraag 15
Bent u bereid de Kamer uiterlijk vóór de start van het deelconvenantentraject te informeren
over de precieze status en afdwingbaarheid van het hoofdlijnenconvenant, de partijen
die wel en niet deelnemen aan de deelconvenanten, de governance en besluitvormingsregels
en de wijze waarop wordt voorkomen dat partijen zonder commitment de uitvoering kunnen
vertragen?
Antwoord 15
Ik hoop dat met het beantwoorden van de bovenstaande vragen uw Kamer verder is geïnformeerd
over deze onderwerpen. Daarnaast ben ik voornemens om voor het geplande Kamerdebat
van 8 oktober een Kamerbrief te sturen over het vervolgproces van het hoofdlijnenconvenant
en over de door u gevraagde onderwerpen.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.