Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dassen over het artikel 'Russia-linked accounts spread far-right narrative online during Ceuta migration crisis, analysis finds'
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister-President en de vicepremiers over het artikel «Russia-linked accounts spread far-right narrative online during Ceuta migration crisis, analysis finds» (ingezonden 11 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) en de Minister van Justitie
en Veiligheid, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(ontvangen 1 september 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Russia-linked accounts spread far-right narrative online
during Ceuta migration crisis, analysis finds»?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat dergelijke desinformatiecampagnes rondom migratie in Europa
steeds sneller en gecoördineerder verlopen (in zeven talen, honderdduizenden views
in enkele uren), zoals ook onderzoekers van Alliance4Europe en 411 stellen? Herkent
u dat dit specifiek is te herleiden tot aan Rusland gelieerde netwerken, waaronder
het Telegram-kanaal Rybar en het daaraan gekoppelde Pravda-netwerk?
Antwoord 2
Het kabinet is bekend met de algemene trend dat FIMI-campagnes in toenemende mate
worden ingezet door (statelijke) actoren om strategische doelstellingen te bevorderen.
FIMI staat voor Foreign Information Manipulation and Interference, buitenlandse informatiemanipulatie
en inmenging. De opkomst van artificiële intelligentie (AI) geeft deze actoren meer
geavanceerde mogelijkheden om dergelijke acties te ondernemen. Grootschalige incidenten
bij buurlanden en bondgenoten onderstrepen dat deze dreiging reëel is.
In algemene zin geldt dat Rusland al jaren een veelheid aan hybride activiteiten inzet,
waaronder FIMI campagnes.
Vraag 3
Erkent u dat de initiële reacties uit de lidstaten – waaronder Nederland – juist bijdragen
aan de Europese verdeeldheid die het Kremlin beoogt te creëren? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, erkent u dat het kabinet daarmee onbedoeld heeft bijgedragen aan het Kremlin-narratief?
Welke lessen trekt u daaruit voor toekomstige crisiscommunicatie?»
Antwoord 3
Nee, de gebeurtenissen in Ceuta waren zeer zorgelijk, uitzonderlijk en ongekend. De
grootschalige irreguliere grensovergang van duizenden mensen naar Ceuta is een schending
van de territoriale integriteit van Spanje en daarmee van de Europese Unie. Het snelle
optreden van Spanje in samenwerking met Marokko, en de plaatsgevonden EU coördinatie
in de Integrated Political Crisis Respone (IPCR) en de extra informele JBZ-raad waren
noodzakelijk. Nederland heeft in de brief op 1 augustus jl. aan de Europese Commissie,
het Iers Voorzitterschap van de Europese Raad en de Voorzitter van de Europese Raad
gezamenlijk met 21 lidstaten hier toe opgeroepen. In lijn met de oproep in de brief
heeft Spanje de grenzen versterkt en de op grote schaal terugkeer bewerkstelligd,
en vond er een extra JBZ-Raad plaats.
Vraag 4
Deelt u de mening dat social mediabedrijven een rol hebben om dit soort desinformatie-netwerken
te identificeren en hun schadelijke desinformatie te mitigeren voordat zij bij een
volgend incident weer worden ingezet? Ziet u, gelet op de constatering van 411, dat
«That machinery» bij het volgende grensincident aan de Middellandse Zee opnieuw klaarstaat,
aanleiding om hier proactief op te anticiperen in plaats van achteraf te reageren?
Zo ja, hoe pakt u dit op en met welke mate van spoed?
Antwoord 4
Het kabinet acht het belangrijk dat sociale mediaplatformen hun verantwoordelijkheid
nemen en maatregelen treffen tegen illegale content, niet-authentiek gedrag en FIMI.
Onder de Digitaledienstenverordening (DSA) moeten zeer grote onlineplatforms, waaronder
Facebook, Instagram, X en TikTok, en zeer grote onlinezoekmachines, waaronder Google,
systeemrisico’s identificeren, analyseren en beoordelen. Zij zijn verplicht om tenminste
jaarlijks een risicobeoordeling uit te voeren en, waar nodig, maatregelen te nemen
om de geïdentificeerde systeemrisico’s te beperken. Factoren zoals opzettelijke manipulatie
kunnen deze systeemrisico’s vergroten. Wanneer dat het geval is zijn de bedrijven
verplicht maatregelen te nemen om dit tegen te gaan.
Het Kabinet maakt zich al langer zorgen over buitenlandse actoren die, bijvoorbeeld
via FIMI-campagnes, proberen onze samenleving en democratie te ondermijnen. Daarom
is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in nauwe samenwerking
met JenV, BZ en Defensie, bezig met het opzetten van een organisatie die FIMI structureel
kan detecteren. In december 2026 zal de Minister van Binnenlandse Zaken de Kamer verder
informeren over de stand van zaken van deze organisatie.
Vraag 5
Bent u bekend met de signalen die op sociale media circuleren dat op 15 augustus 2026
weer mogelijk een grensoversteek zal plaatsvinden? Zo ja, hoe zet u zich in voor een
gezamenlijke solidaire Europese aanpak?
Antwoord 5
Ja. Zoals inmiddels bekend is een nieuwe grootschalige poging tot grensoversteken
uitgebleven. In de Kamerbrief van 3 augustus jl. (nr. 32317–1020) is uiteengezet hoe
het kabinet invulling wil geven aan een Europese aanpak in reactie op gebeurtenissen
als deze.
Vraag 6
Deelt u de zorg dat, na de minstens 72 doden bij de vorige oversteek, mensen opnieuw
het risico lopen te worden ingezet als instrument in een desinformatiecampagne? Welke
stappen onderneemt het kabinet, al dan niet in EU-verband richting Marokko, om te
voorkomen dat kwetsbare mensen zo worden gebruikt?
Antwoord 6
Het kabinet betreurt het verlies van deze mensenlevens. Het kabinet blijft zich onverminderd
inzetten tegen irreguliere migratie en daarmee gepaard gaande levensbedreigende routes,
middels een sterk Europees asiel en migratie systeem en samenwerkingsverbanden met
derde landen zoals Marokko. Met de inzet tegen irreguliere migratie beoogt het kabinet
ook de mogelijkheid tot instrumentalisatie van kwetsbare migranten als ook mensensmokkel
tegen te gaan. Van belang is hierbij de volledige implementatie van de Schengengrenscode.
Bovendien vormt het beschermen van kwetsbare migranten een belangrijk onderdeel van
de intensieve samenwerking met derde landen zoals Marokko, zowel in bilateraal als
in Europees verband. Hiertoe hebben ook de 22 lidstaten opgeroepen in de brief van
1 augustus jl. Verder steunt Nederland de aanpak van de Europese Commissie om FIMI
tegen te gaan.
Vraag 7
Kunt u bovenstaande antwoorden één voor één voor 15 augustus 2026 beantwoorden?
Antwoord 7
De beantwoording is u zo snel mogelijk toegekomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid