Schriftelijke vragen : Het bericht 'De extreme wereld van de incels; Netflix-hit zet schijnwerpers op duistere online subcultuur: 'Vrouwen schadelijker voor maatschappij dan pedofielen''
Vragen van de leden Hamstra, Armut, Straatman en Zwinkels (allen CDA) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht «De extreme wereld van de incels; Netflix-hit zet schijnwerpers op duistere online subcultuur: «Vrouwen schadelijker voor maatschappij dan pedofielen»» (ingezonden 1 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «De extreme wereld van de incels; Netflix-hit zet schijnwerpers
op duistere online subcultuur: «Vrouwen schadelijker voor maatschappij dan pedofielen»»?1
Vraag 2
Heeft u zicht op de omvang en het bereik van incel- en manosfeergedachtegoed onder
Nederlandse jongeren en jongvolwassenen? Heeft u daarbij ook zicht op de Nederlandse
online gemeenschappen waarin dit gedachtegoed wordt verspreid? Zo nee, bent u bereid
hier onderzoek naar te verrichten?
Vraag 3
Herkent u het beeld dat jongeren, en vooral jonge mannen, via relatief onschuldige
online content, bijvoorbeeld over fitness, daten, zelfverbetering of mentale gezondheid,
geleidelijk kunnen worden blootgesteld aan steeds extremere vormen van vrouwenhaat
en extremistisch gedachtegoed?
Vraag 4
Wanneer is op het eerste oog onschuldige online content toch strafbaar als extremistische
content en op welk moment kan hierop worden ingegrepen? Hoe snel worden bijvoorbeeld
influencers geweerd van sociale media-platformen omdat ze een bedreiging vormen voor
andere gebruikers of de samenleving?
Vraag 5
Herkent u de zorg dat met name jongens en jonge mannen die kampen met eenzaamheid,
onzekerheid of het gevoel nergens bij te horen vatbaar kunnen zijn voor dergelijke
online gemeenschappen? Welke preventieve maatregelen worden genomen om deze jongeren
tijdig te bereiken?
Vraag 6
Welke rol spelen algoritmes van sociale-mediaplatforms volgens u bij dit proces van
geleidelijke blootstelling aan extremistische content en welke mogelijkheden ziet
u om de risico’s te beperken? Erkennen deze platforms de risico’s en trends ook, en
welke stappen nemen zij om het aan te pakken?
Vraag 7
Acht u de bestaande wet- en regelgeving voldoende om op te treden tegen online content
waarin geweld tegen vrouwen wordt verheerlijkt of daartoe wordt opgeroepen? Zo nee,
welke aanvullende maatregelen acht u noodzakelijk, zowel op nationaal als Europees
niveau?
Vraag 8
Wordt binnen de Nederlandse aanpak van radicalisering specifiek rekening gehouden
met vrouwenhaat als onderdeel van radicalisering? Zo ja, op welke manier?
Vraag 9
Zijn politie, gemeenten, scholen, jongerenwerkers en andere professionals voldoende
toegerust om signalen te herkennen van jongeren die vanuit online gemeenschappen steeds
verder radicaliseren, en zijn er voldoende mogelijkheden tot informatie- en gegevensuitwisseling?
Zo nee, wat gaat u hieraan doen?
Vraag 10
Welke rol ziet u voor ouders en gezinnen bij het vroegtijdig herkennen en voorkomen
van online radicalisering en blootstelling aan extremistische online gemeenschappen?
Vraag 11
Welke ondersteuning is beschikbaar voor ouders die signaleren dat hun kind actief
is in online gemeenschappen waarin vrouwenhaat, ontmenselijking of geweld wordt genormaliseerd?
Vraag 12
Welke mogelijkheden ziet u om binnen het onderwijs, (sport)verenigingen en andere
relevante organisaties meer aandacht te besteden aan online weerbaarheid, de werking
van algoritmes, groepsdruk, radicalisering, gezonde relaties en een respectvolle omgang
tussen jongens en meisjes?
Vraag 13
Welke rol ziet u voor de overheid, onderwijsinstellingen, gemeenten, jongerenorganisaties,
ouders en sociale-mediaplatforms bij een integrale aanpak om te voorkomen dat kwetsbare
jongeren via online gemeenschappen in aanraking komen met steeds extremere vormen
van vrouwenhaat, radicalisering en geweld?
Indieners
-
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Sarath Hamstra, Kamerlid -
Medeindiener
Jantine Zwinkels, Kamerlid -
Medeindiener
Jeltje Straatman, Kamerlid -
Medeindiener
Etkin Armut, Kamerlid