Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp (Kamerstuk 29247-490)
29 247 Acute zorg
Nr. 493
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 1 september 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond heeft een aantal
vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over de brief van 1 juni 2026 inzake Uitwerking van de ontwikkelroute passende acute
zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp
(Kamerstuk 29 247, nr. 490).
De vragen en opmerkingen zijn op 6 juli 2026 aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 1 september 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie, Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
3
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
3
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
4
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
6
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
12
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
13
II.
Reactie van de Minister
14
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister over de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de SEH per 1 januari 2027. Deze
leden onderschrijven het uitgangspunt dat acute zorg voor iedereen in Nederland tijdig,
toegankelijk en van goede kwaliteit beschikbaar moet zijn. Zij hebben over de brief
nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie constateren dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in
de Stand van de zorg 2025 vooral wijst op een toenemende vraag naar spoedzorg en een
schaarste aan zorgmedewerkers als knelpunt voor de acute zorg. Zij vragen de Minister
nader te onderbouwen op welke wijze budgetbekostiging van de SEH bijdraagt aan het
oplossen van dit personeelstekort. Hoeveel extra zorgpersoneel levert de invoering
van budgetbekostiging naar verwachting op, dan wel hoeveel zorgpersoneel blijft hierdoor
behouden, en op basis van welke aannames of onderzoeken is deze inschatting gemaakt?
Deze leden lezen dat de argumentatie voor budgetbekostiging vooral is gestoeld op
het wegnemen van een productieprikkel en het bevorderen van samenwerking in de keten.
Zij vragen de Minister toe te lichten of er onderzoeksgegevens zijn die erop wijzen
dat de huidige productieprikkel daadwerkelijk leidt tot overbodige of ondoelmatige
zorg op de SEH, en zo ja, welke omvang dit probleem heeft. Ook vragen zij of de Minister
heeft overwogen of de knelpunten in de spoedzorgketen, zoals doorstroom en personele
beschikbaarheid, ook op andere wijze dan via een aanpassing van de bekostigingssystematiek
aangepakt hadden kunnen worden, en waarom uiteindelijk voor deze route is gekozen.
De leden van de D66-fractie onderschrijven het uitgangspunt dat de SEH nooit op zichzelf
staat, maar onderdeel is van het ziekenhuis en van de bredere spoedzorgketen waarin
huisartsenspoedpost, ambulancezorg, acute ggz, acute wijkverpleging, diagnostiek en
vervolgzorg nauw met elkaar zijn verweven. Zij vragen de Minister hoe de invoering
van budgetbekostiging voor de SEH zich verhoudt tot deze ketenbrede samenhang, en
of er een risico bestaat dat een gewijzigde prikkel op één onderdeel van de keten
leidt tot ongewenste verschuivingen van capaciteitsdruk of personeel ten opzichte
van andere schakels in de keten die niet op dezelfde wijze worden bekostigd. Op welke
manier draagt budgetbekostiging bij aan betere samenwerking in de bredere spoedzorgketen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van Minister over de
uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken
invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij danken de Minister voor de brief.
Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de druk op de spoedzorg toeneemt, maar dat er
aan de andere kant sprake is van een schaarste aan zorgmedewerkers. Kan de Minister
aangeven hoeveel patiënten nu naar de spoedzorg komen, omdat zij geen reguliere zorg
kunnen krijgen? Kan de Minister aangeven wat wij aan de voorkant kunnen doen om te
zorgen dat patiënten niet onnodig om de spoedeisende hulp terecht komen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet verkent welke randvoorwaarden nodig
zijn om te bevorderen dat zorgverzekeraars gelijkgericht handelen bij transformaties
en niet gaan meeliften of niet deelnemen. De budgetbekostiging gaat in per 2027. Kan
de Minister aangeven welke randvoorwaarden worden verkend? Welke opties worden uitgewerkt?
Wanneer verwacht de Minister dat zij de Kamer hierover kan informeren? Genoemde leden
lezen namelijk dat het kabinet de randvoorwaarden onderzoekt, maar zij constateren
tevens dat deze opdracht aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wordt gegeven. Zij
komen in Q3 2027 met een uitslag, later dus dan de budgetbekostiging is ingegaan.
De leden van de VVD-fractie lezen in bijlage 1 dat er geen eenmalige of structurele
kosten zijn voor zorgverleners bij invoering van de budgetbekostiging SEH. Om vervolgens
een opsomming te krijgen van de kosten die zorgverleners wel daadwerkelijk maken.
Kan de Minister toelichten hoe zij tot de conclusie komt dat er geen eenmalige of
structurele kosten zijn voor zorgverleners? Hiernaast lezen de leden van de VVD-fractie
niet duidelijk terug wat nu de daadwerkelijke kostenbesparing of kostenverhoging voor
zorgverleners is? Kan de Minister toelichten wat het daadwerkelijke verwachte nettoresultaat
zal zijn?
Tot slot zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd naar de regeldruk. Kan de Minister
ook toelichten wat de verwachte extra regeldruk en kosten zullen zijn voor de gemeentes?
Dat is momenteel niet meegenomen, maar de leden verwachten dat gemeenten een belangrijke
rol zullen vervullen bij het mogelijk maken van passende SEH zorg in de regio. Is
de Minister dit met deze leden eens?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief van de
Minister over de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio
en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij hebben hier
nog enkele vragen en opmerkingen over.
Is het nog steeds het doel om regionale ziekenhuizen in de reguliere acute zorg financieel
te compenseren voor hun beschikbaarheidsfunctie en voor lagere productieaantallen,
conform de opdrachtbrief aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)? Deelt de Minister
de opvatting dat een dergelijke bekostiging kan voorkomen dat regionale ziekenhuizen
worden gedwongen hun productie op te voeren om financieel gezond te blijven? Is de
Minister daarnaast nog steeds van mening dat de invoering van budgetbekostiging budgetneutraal
dient plaats te vinden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de benodigde investeringen
in de beschikbaarheid van acute zorg?
Welke gevolgen verwacht de Minister dat concentratie en spreiding van de acute zorg
hebben voor de uitstroom en het behoud van artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende
hulp (SEH)? Is onderzocht in hoeverre het beperken van SEH-functies leidt tot een
hogere werkdruk bij omliggende huisartsenposten, ambulancediensten en andere zorgverleners,
of kan bijdragen aan het ontstaan van zogenoemde zorgwoestijnen? Zo ja, wat zijn de
uitkomsten? Zo nee, is de Minister bereid dit alsnog te onderzoeken of hierover informatie
op te vragen bij de relevante beroepsverenigingen en zorgpartijen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH). Deze
leden hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PVV-fractie vinden dat acute zorg voor iedere Nederlander tijdig,
dichtbij en goed bereikbaar moet zijn. Juist wanneer iedere minuut telt, moet een
patiënt kunnen rekenen op een spoedeisende hulp in de buurt. Deze leden zijn daarom
kritisch op beleid waarbij onder termen als passende acute zorg, regionale keuzes,
differentiatie en passend zorglandschap alsnog wordt toegewerkt naar concentratie,
afschaling of verschraling van acute zorg in de regio.
De Minister schrijft dat de acute zorg onder druk staat door een toenemende vraag
naar spoedzorg en schaarste aan zorgmedewerkers. De leden van de PVV-fractie erkennen
deze druk, maar vragen de Minister nadrukkelijk te bevestigen dat dit niet mag leiden
tot minder bereikbare acute zorg voor patiënten. Kan de Minister garanderen dat de
ontwikkelroute passende acute zorg niet leidt tot sluiting, afschaling of verschraling
van spoedeisende hulpen? Kan de Minister daarnaast bevestigen dat de 45-minutennorm
niet wordt uitgehold, opgerekt of anders geïnterpreteerd door regionale afspraken?
De leden van de PVV-fractie maken zich zorgen over inwoners buiten de Randstad en
in regio’s waar de reisafstanden naar acute zorg nu al groot zijn. Een SEH is voor
deze leden geen gewone voorziening die op basis van bestuurlijke modellen kan worden
herverdeeld, maar een noodzakelijke basisvoorziening. Hoe voorkomt de Minister dat
inwoners in dunner bevolkte gebieden straks verder moeten reizen voor spoedzorg? Kan
de Minister inzichtelijk maken welke SEH’s op dit moment kwetsbaar zijn qua financiën,
personeel en bereikbaarheid? En kan de Minister toezeggen dat regionale ziekenhuizen
hun herkenbare en toegankelijke functie voor inwoners in de regio behouden?
De leden van de PVV-fractie lezen dat per 1 januari 2027 de eerste stap wordt gezet
om alle SEH’s te bekostigen met een budget van ongeveer € 4,6 miljoen per SEH. Deze
leden begrijpen het uitgangspunt dat een SEH beschikbaar moet zijn, ook als het op
een bepaald moment rustig is. Tegelijkertijd roept het vaste bedrag vragen op. Waarop
is het bedrag van € 4,6 miljoen precies gebaseerd? Welke kosten worden hiermee volledig
gedekt en welke kosten niet? Is dit bedrag voldoende voor personele voorwacht, achterwacht,
materiële middelen, overhead en kapitaallasten?
De Minister erkent dat deze eerste stap nog beperkt is en nog niet volledig rekening
houdt met verschillen tussen SEH’s. Juist dat baart de leden van de PVV-fractie zorgen.
Een streekziekenhuis heeft een andere functie dan een UMC, maar kan voor de bereikbaarheid
van acute zorg in een regio minstens zo belangrijk zijn. Hoe voorkomt de Minister
dat kleine en regionale ziekenhuizen financieel tekortkomen omdat het budget onvoldoende
aansluit bij hun specifieke situatie? Wat gebeurt er als een ziekenhuis kan aantonen
dat het vaste budget onvoldoende is om de SEH open te houden? Wordt het budget jaarlijks
geïndexeerd voor loonstijgingen, inflatie en stijgende personeelskosten?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de beschikbaarheidbijdrage voor SEH’s die gevoelig
zijn voor de 45-minutennorm komt te vervallen, omdat deze SEH’s straks een vast budget
krijgen. Deze leden willen dat de Minister glashelder maakt dat geen enkele SEH die
van belang is voor de bereikbaarheid erop achteruitgaat. Kan de Minister per ziekenhuislocatie
aangeven welke SEH’s nu onder de beschikbaarheidbijdrage vallen? Kan de Minister garanderen
dat het vervallen van deze bijdrage niet leidt tot financiële problemen bij SEH’s
die juist belangrijk zijn voor regionale bereikbaarheid? Wat betekent de toezegging
dat het vaste budget minimaal gelijk is aan de beschikbaarheidbijdrage concreet per
SEH?
De leden van de PVV-fractie hebben ook zorgen over de rol van zorgverzekeraars. Voor
het aanvragen van een budget moeten ziekenhuis en zorgverzekeraars afspraken maken
over toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de SEH. Voor de PVV-fractie
staat voorop dat acute zorg geen gewone markt is. Niet de onderhandelingstafel van
zorgverzekeraars, maar de bereikbaarheid voor patiënten moet leidend zijn.
Deze leden vragen de Minister daarom wie uiteindelijk bepaalt of een SEH open moet
blijven: de Minister, de NZa, de zorgverzekeraar of het ziekenhuis. Hoe voorkomt de
Minister dat zorgverzekeraars via het inkoopkader of via budgetafspraken sturen op
minder SEH’s of minder volwaardige acute functies? Kan de Minister toezeggen dat het
belang van patiënten, bereikbaarheid en regionale beschikbaarheid altijd zwaarder
weegt dan het financiële belang van zorgverzekeraars?
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Kamer in 2024 en 2025 meerdere moties
heeft aangenomen over het behoud en de bereikbaarheid van acute zorg, waaronder over
Heerlen, essentiële ziekenhuisonderdelen, Zuyderland, het MMT in Oost-Nederland, communicatie
in de acute keten, personeel en budgetbekostiging. Voor zover uit de voorliggende
stukken blijkt, wordt hieraan nog onvoldoende concreet uitvoering gegeven. Deze leden
vragen de Minister per motie aan te geven welke stappen zijn gezet, welke resultaten
zijn bereikt, wat nog openstaat en waarom de Kamer hierover niet volledig is geïnformeerd.
Het gaat in ieder geval om Kamerstuk 29 247, nrs. 438, 441, 446, 447, 450 en 451, en Kamerstuk 31 765, nrs. 925, 926 en 927.
De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat acute zorg niet overeind blijft met alleen
bestuurlijke plannen en nieuwe bekostiging. Er zijn voldoende SEH-artsen, gespecialiseerd
verpleegkundigen, physician assistants, nurse practitioners en andere zorgprofessionals
nodig. Welke concrete afspraken maakt de Minister met OCW, CZO-opleidingen, ziekenhuizen
en regionale partners om versneld en flexibeler op te leiden? Hoe wordt de Basis Acute
Zorg hierbij betrokken? En hoe wordt in regio’s waar acute zorg onder druk staat,
zoals rond Zuyderland, gewerkt aan behoud en uitbreiding van personeel?
Ook vragen deze leden aandacht voor de communicatie in de acute keten en de dekking
van mobiele medische teams. Juist in acute situaties moet communicatie tussen meldkamers,
ambulances, zorgcoördinatiecentra en hulpverleners foutloos verlopen. Kan de Minister
garanderen dat hulpverleners in alle regio’s, ook bij verschillende systemen zoals
C2000 en push-to-talk, altijd met elkaar kunnen communiceren? Welke knelpunten bestaan
er nog en wanneer zijn deze opgelost? Hoe staat het daarnaast met de MMT-dekking,
in het bijzonder in Oost-Nederland, en welke stappen zijn nog nodig om witte vlekken
weg te nemen?
De leden van de PVV-fractie zijn daarnaast kritisch op de extra regeldruk. Uit het
Sira-rapport blijkt dat de invoering van budgetbekostiging nieuwe administratieve
handelingen oplevert, waaronder het schonen van tarieven, afspraken met zorgverzekeraars,
aanvraagformulieren, opbrengstverrekening en nieuwe informatiestromen. Ook blijkt
dat latere regeldruk nog niet volledig is meegenomen, omdat de budgetbekostiging later
verder wordt doorontwikkeld.
Deze leden vragen hoe dit zich verhoudt tot de belofte om de administratiedruk in
de zorg te verminderen. Waarom kiest de Minister voor een systeem dat opnieuw leidt
tot extra formulieren, berekeningen, overleggen en controles? Hoe voorkomt de Minister
dat zorgprofessionals indirect alsnog extra administratieve lasten krijgen? Is het
Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) om advies gevraagd en zo nee, waarom niet?
Kan de Minister toezeggen dat de invoering niet doorgaat als blijkt dat de uitvoerbaarheid
voor ziekenhuizen, zeker kleinere en regionale ziekenhuizen, onvoldoende is geborgd?
De leden van de PVV-fractie lezen bovendien dat het eigen risico van verzekerden naar
verwachting vaker in één keer fors kan worden aangesproken en dat zorgverzekeraars
hierover vragen van verzekerden verwachten. Deze leden vinden dat zorgelijk. Acute
zorg mag nooit gemeden worden uit angst voor kosten of onduidelijke rekeningen. Kan
de Minister uitleggen waarom het eigen risico vaker in één keer fors aangesproken
kan worden? Om hoeveel patiënten gaat dit naar verwachting? Hoe wordt voorkomen dat
mensen uit angst voor kosten of onduidelijkheid acute zorg gaan mijden? En kan de
Minister toezeggen dat patiënten hierover vooraf duidelijk en in gewone taal worden
geïnformeerd?
Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie aandacht voor de planning. De eerste stap
in de budgetbekostiging wordt al per 1 januari 2027 ingevoerd, terwijl belangrijke
onderdelen nog verder moeten worden uitgewerkt. Waarom wordt al gestart terwijl de
vervolgstappen nog niet volledig duidelijk zijn? Welke risico’s ziet de Minister bij
invoering per 1 januari 2027? Kan de Minister toezeggen dat de Kamer voor invoering
een volledig overzicht ontvangt van de gevolgen per regio en per SEH?
De leden van de PVV-fractie sluiten af met het uitgangspunt dat acute zorg dichtbij
en bereikbaar moet blijven. Voor deze leden is leidend: geen verschraling van acute
zorg, geen langere reistijden voor patiënten, geen sluiting van onmisbare SEH’s en
geen extra bureaucratie voor zorgverleners die nu al onder hoge druk staan.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH). Deze
leden onderschrijven dat acute zorg voor iedere inwoner tijdig, bereikbaar, toegankelijk
en kwalitatief goed beschikbaar moet blijven. Tegen die achtergrond willen zij de
Minister nog enkele vragen voorleggen over de budgettaire randvoorwaarden, de publieke
regie op spreiding, de financiële positie van ziekenhuizen en de uitvoering van de
aangenomen motie-Coenradie over spreiding, concentratie en schaalvergroting (Kamerstuk
36 915-xvi, nr. 33).
Naar aanleiding van het onderdeel: budgettaire randvoorwaarden en passende zorg. De
leden van de JA21-fractie vragen de Minister, tegen de achtergrond van de in het coalitieakkoord
opgenomen besparing via passende zorg en aanpassing van wet- en regelgeving, exact
uiteen te zetten welke bedragen per jaar zijn ingeboekt voor passende zorg via wet-
en regelgeving. Kan de Minister daarbij aangeven via welke maatregelen deze besparing
moet worden gerealiseerd en welk deel daarvan direct of indirect moet neerslaan in
de medisch-specialistische zorg en de acute zorg?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze wordt geborgd dat de
ontwikkelroute passende acute zorg, de doorontwikkeling van budgetbekostiging, de
regionale plannen en eventuele differentiatie of concentratie van acute zorgvoorzieningen
worden gestuurd door kwaliteit, bereikbaarheid, continuïteit, personele haalbaarheid
en medisch-inhoudelijke afwegingen, en niet door een vooraf ingeboekte budgettaire
taakstelling.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat het begrip
passende zorg in de acute zorg in de praktijk wordt gebruikt als instrument voor volumekrimp
of verschraling van voorzieningen, voordat objectief is vastgesteld wat de gevolgen
zijn voor patiënten, personeel, regionale bereikbaarheid en de gehele spoedzorgketen.
Naar aanleiding van het onderdeel: stand van zaken invoering budgetbekostiging SEH.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Minister schrijft dat per 1 januari
2027 een eerste stap wordt gezet waarbij alle SEH's worden bekostigd met een budget
met een beperkte afbakening van ongeveer € 4,6 miljoen per SEH. Kan de Minister nader
onderbouwen op basis van welke kostencomponenten, aannames en regionale variaties
dit bedrag tot stand is gekomen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister in hoeverre het genoemde bedrag de
werkelijke vaste beschikbaarheidskosten van kleine en regionale ziekenhuizen dekt,
inclusief voorwacht, achterwacht, diagnostiek, ondersteunende functies, kapitaallasten
en samenhang met de intensive care (IC), operatiekamer (OK) en acute opnamecapaciteit.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom, ondanks signalen van onder
meer zorgverzekeraars dat budgetbekostiging pas goed kan worden vormgegeven met een
helder inhoudelijk kader, wordt gekozen voor invoering van het tijdelijke tussenmodel
van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) per 1 januari 2027.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom wordt gekozen voor deze vorm
van budgetbekostiging van de SEH, terwijl er volgens betrokken partijen ook eenvoudigere
vormen denkbaar zijn. Kan de Minister aangeven welke alternatieven zijn onderzocht
en waarom deze zijn afgevallen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te reflecteren op signalen dat het
tussenmodel nadelig kan uitpakken voor patiënten en ziekenhuizen, doordat patiënten
geconfronteerd kunnen worden met dubbele kosten voor het eigen risico en extra kosten
door toenemende complexiteit, terwijl ziekenhuizen te maken krijgen met extra administratieve
lasten doordat de medisch-specialistische bekostiging moet worden opgeknipt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat het tussenmodel
leidt tot hogere complexiteit zonder extra middelen, extra zekerheid voor kwetsbare
ziekenhuizen of een oplossing voor personeelstekorten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welk noodrem- of correctiemechanisme
beschikbaar is wanneer in 2027 blijkt dat het budget voor een individuele SEH of voor
een specifieke regio ontoereikend is om de beschikbaarheid verantwoord te borgen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of daarbij rekening wordt gehouden
met SEH's die voor regionale bereikbaarheid essentieel zijn, maar door schaal, demografie
of afstand relatief hoge vaste kosten hebben.
De leden van de JA21-fractie constateren dat uit het onderzoek naar de regeldruk van
de invoering van budgetbekostiging blijkt dat de structurele regeldrukkosten voor
ziekenhuizen weliswaar beperkt worden geraamd, maar dat bepaalde toekomstige werkzaamheden,
waaronder correcties op de schoning in latere jaren, nog niet konden worden gekwantificeerd.
Hoe gaat de Minister voorkomen dat de invoering van budgetbekostiging leidt tot een
nieuwe structurele verantwoordings- en onderhandelingslast voor ziekenhuizen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de Kamer in 2027 separaat wordt
geïnformeerd over de feitelijke regeldruk na de eerste contracterings- en budgetcyclus.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister specifiek toe te lichten waarom is
gekozen voor een bekostigingsvorm die de medisch-specialistische bekostiging moet
opknippen en daarmee nieuwe administratieve complexiteit creëert, in plaats van voor
een eenvoudiger beschikbaarheidsbekostiging of een andere minder belastende vorm.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te bevestigen dat de invoering van
budgetbekostiging niet leidt tot extra registratielasten voor zorgprofessionals op
de SEH. Welke waarborgen worden ingebouwd om te voorkomen dat aanvullende informatiebehoeften
van de NZa, zorgverzekeraars of het ministerie uiteindelijk toch op de werkvloer terechtkomen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister, indien het doel is om verblijf op
de SEH te verminderen, of het beperken van de instroom naar de SEH de meest geëigende
route is. Welke andere opties heeft de Minister overwogen om onnodig of langdurig
verblijf op de SEH terug te dringen, zoals betere doorstroom, extra capaciteit in
vervolgzorg, regionale triage of versterking van de eerste lijn?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de huisartsenzorg in de betrokken
regio's voldoende is toegerust om extra zorgvragen op te vangen. Hoe voorkomt de Minister
dat patiënten in sommige regio's minder snel een arts raadplegen, waardoor klachten
kunnen verergeren en uiteindelijk zwaardere zorg nodig is?
Naar aanleiding van het onderdeel: passende acute zorg in de regio en overheidsregie
op spreiding. De leden van de JA21-fractie constateren, tegen de achtergrond van het
coalitieakkoord, dat de overheid een meer sturende rol krijgt op het zorglandschap
van de toekomst, met meer regie op spreiding en concentratie en indien nodig strengere
eisen aan vergunningverlening. Deze leden constateren dat de brief veel aandacht besteedt
aan regionale keuzes, differentiatie, concentratie, strengere procesvoorwaarden en
de rol van zorgverzekeraars, maar dat de overheidsregie op spreiding nog onvoldoende
concreet wordt ingevuld.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze uitvoering wordt gegeven
aan het verzoek uit de aangenomen motie-Coenradie om uit te werken hoe de Minister
meer regie neemt op de spreiding van ziekenhuiszorg en welke bestuurlijke, financiële
of wettelijke instrumenten daarvoor nodig zijn.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister daarbij expliciet onderscheid te maken
tussen acute zorg, semi-acute zorg en planbare ziekenhuiszorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen worden
genomen om publieke regie te voeren op de geografische spreiding van SEH's, acute
verloskunde, IC-capaciteit, diagnostiek, ambulancezorg en andere schakels in de acute
zorgketen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen worden
genomen om ook de spreiding van planbare ziekenhuiszorg, waaronder poliklinische zorg,
dagbehandeling, diagnostiek, electieve ingrepen en chronische zorg, dichtbij inwoners
te borgen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat concentratie
van acute functies automatisch leidt tot verschraling of verplaatsing van planbare
basiszorg uit regionale ziekenhuizen, terwijl juist die planbare zorg voor de leefbaarheid,
toegankelijkheid en financiële draagkracht van regionale ziekenhuizen van groot belang
is.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Minister per 1 januari 2029 een vervolgstap
wil zetten in de budgetbekostiging voor SEH's, terwijl het inhoudelijk kader daarvoor
nog tot stand moet komen in de ontwikkelroute. Kan de Minister toelichten hoe de ontwikkelroute
voor SEH-zorg in samenhang wordt bezien met lopende vraagstukken over IC-capaciteit,
concentratie en spreiding van medisch-specialistische zorg en acute geboortezorg?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom wordt gekozen voor drie parallelle
sporen, waaronder de doorontwikkeling van de budgetbekostiging, en niet eerst voor
een inhoudelijke doorontwikkeling waarna de Minister zorgt voor een passende bekostiging.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de Kamer voor de Algemene Politieke
Beschouwingen wordt geïnformeerd over de uitwerking van overheidsregie op spreiding.
Indien dat niet het geval is, vragen deze leden de Minister toe te lichten waarom
niet.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe in de regionale plannen wordt
geborgd dat spreiding en nabijheid niet ondergeschikt raken aan concentratie en doelmatigheid.
Welke minimale landelijke randvoorwaarden hanteert de Minister voor bereikbaarheid,
regionale continuïteit, kwetsbare regio's, grensregio's en gebieden met relatief grote
reisafstanden?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze wordt gewerkt aan een
kader met normen voor beschikbaarheid van SEH's of aan een alternatief voor de 45-minutennorm,
zoals in het Integraal Zorgakkoord is afgesproken en door de NZa als randvoorwaarde
is benoemd voor effectieve beschikbaarheidsbekostiging voor acute zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom in de beleidsbrief geen concreet
toegankelijkheidskader wordt beschreven en hoe dit zich verhoudt tot de constatering
dat kwaliteitsnormen geen afspraken over toegankelijkheid bevatten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke rol provincies, gemeenten en
andere decentrale overheden krijgen bij de beoordeling van regionale plannen voor
acute zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat besluiten
over afschaling of concentratie van acute functies feitelijk worden genomen in contracteringsprocessen
tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars, zonder voldoende publieke weging van bereikbaarheid,
leefbaarheid en regionale gevolgen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe ervoor wordt gezorgd dat budgetbekostiging
hand in hand gaat met een helder en gedragen inhoudelijk kader, zodat de bekostiging
daadwerkelijk bijdraagt aan de toegankelijkheid van aantoonbaar goede en veilige acute
zorg voor patiënten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze budgetbekostiging bijdraagt
aan noodzakelijke en onderbouwde keuzes in de regio over concentratie, spreiding en
differentiatie van SEH-zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat budgetten
voor verschillende typen SEH's het acute zorglandschap juist verder vastzetten in
plaats van regionale keuzes mogelijk maken, en hoe perverse prikkels worden voorkomen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke doorzettingsmacht beschikbaar
is wanneer regionale partijen geen overeenstemming bereiken of wanneer regionale plannen
naar het oordeel van de Minister onvoldoende voorzien in spreiding, bereikbaarheid
en continuïteit van acute zorg.
Naar aanleiding van het onderdeel: financiële positie van ziekenhuizen, vastgoed en
investeringsruimte. De leden van de JA21-fractie maken zich zorgen over de financiële
positie en investeringsruimte van ziekenhuizen. Uit de Benchmark Ziekenhuizen/Universitair
Medische Centra 2025 van BDO Accountants & Adviseurs blijkt dat de investeringsruimte
van ziekenhuizen onder druk staat en dat een aanzienlijk deel van de ziekenhuizen
financieel kwetsbaar is. Daarbij spelen onder meer personeelskosten, vastgoed, financieringslasten
en achterblijvende investeringen een rol.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat financiële
kwetsbaarheid, afschrijvingen op vastgoed, bankconvenanten, rentelasten of noodzakelijke
balansverbetering de besluitvorming over concentratie, differentiatie of afschaling
gaan domineren, in plaats van kwaliteit, toegankelijkheid, regionale spreiding en
medisch-inhoudelijke noodzaak.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de signalen rond het Ommelander
Ziekenhuis bekend zijn, waar bouw- en financieringslasten hebben geleid tot een financieel
herstelplan waarbij onder meer de provincie Groningen, zorgverzekeraars en het Universitair
Medisch Centrum Groningen (UMCG) betrokken zijn.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke lessen hieruit worden getrokken
voor de landelijke inrichting van acute zorg, vooral in regio's waar een ziekenhuis
maatschappelijk onmisbaar is maar financieel kwetsbaar blijft.
Naar aanleiding van het onderdeel: Onderzoek naar concentratie, differentiatie, schaalgrootte
en keteneffecten. De leden van de JA21-fractie constateren dat de aangenomen motie-Coenradie
verzoekt om concreet, cijfermatig, domeinoverstijgend en actueel te onderzoeken in
hoeverre schaalvergroting door concentratie en differentiatie leidt tot lagere kosten,
personeelswinst en betere kwaliteit van zorg. Deze leden vragen de Minister op welke
manier uitvoering wordt gegeven aan dit verzoek.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister wie opdrachtgever wordt, wie het onderzoek
uitvoert, wat de planning is en op welk moment de Kamer de onderzoeksopzet ontvangt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke partijen bij het onderzoek worden
betrokken. Worden naast zorgaanbieders, zorgverzekeraars, de NZa, het Zorginstituut
Nederland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Regionale Overleggen Acute
Zorgketen (ROAZ'en) en beroepsverenigingen ook patiëntenorganisaties, werknemersvertegenwoordigers,
ambulancediensten, huisartsenposten, gemeenten, provincies en deskundigen uit het
sociaal domein betrokken?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of er voldoende actuele nationale
en internationale literatuur over concentratie, differentiatie, schaalvergroting en
optimale schaal beschikbaar is om het onderzoek te beperken tot een literatuurstudie.
Indien dat het geval is, vragen deze leden de Minister welke literatuur daarvoor dragend
en actueel genoeg wordt geacht.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of het onderzoek, indien de beschikbare
literatuur onvoldoende is, wordt uitgebreid met empirische analyses, casusonderzoek
en evaluaties van eerdere sluitingen, fusies, afschalingen en concentratiebesluiten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister in hoeverre de financiële, personele,
kwalitatieve en gezondheidseffecten van eerdere sluitingen of afschalingen van SEH's,
acute verloskunde, IC-capaciteit of andere acute functies worden meegenomen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of daarbij ook wordt gekeken naar
effecten op ambulance-inzet, aanrijtijden, doorstroom, reistijd voor patiënten en
naasten, druk op huisartsenposten, druk op omliggende ziekenhuizen, personeelstekorten
en regionale arbeidsmarkt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te bevestigen dat het onderzoek daadwerkelijk
domeinoverstijgend wordt opgezet en daarbij ook de kosten en effecten in het sociaal
domein, voor gemeenten en provincies, voor bereikbaarheid en mobiliteit, voor mantelzorgers
en voor andere decentrale overheden meeneemt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat schaalvergroting
op papier doelmatiger lijkt binnen de zorgbegroting, terwijl kosten door langere reistijden,
verminderde bereikbaarheid, extra ambulance-inzet, druk op de Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo) of het sociaal domein en effecten op lokale leefbaarheid elders
bij decentrale overheden en inwoners terechtkomen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister toe te zeggen dat geen onomkeerbare
stappen worden gezet tot sluiting, afschaling of fundamentele omzetting van acute
zorgfuncties op basis van de ontwikkelroute passende acute zorg voordat de resultaten
van dit onderzoek beschikbaar zijn, met de Kamer zijn gedeeld en inhoudelijk met de
Kamer zijn besproken. Indien de Minister dat niet kan toezeggen, vragen deze leden
de Minister toe te lichten waarom niet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over
de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio.
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat de Kamer recent de motie-Vermeer heeft
aangenomen, waarin de regering wordt verzocht om bij alle vervolgstappen richting
de SEH-budgetbekostiging te werken aan een passende financiële positie van SEH's in
regionale ziekenhuizen binnen het daarvoor geldende VWS-begrotingskader en binnen
het huidige normenkader (Kamerstuk 36 915, nr. 30). Deze leden zien dat met deze brief een eerste tussenstap richting de uitvoering
van de motie is gezet.
Kan de Minister concreet aangeven welke vervolgstappen zij gaat zetten om te komen
tot een passende financiële positie van SEH's in regionale ziekenhuizen? Maakt het
compenseren van lagere productieaantallen vanwege het beschikbaar houden van acute
zorg hier onderdeel van uit?
De Minister kondigt een ontwikkelroute aan langs drie sporen. Lopen deze sporen gelijktijdig
op? Acht de Minister het mogelijk dat bepaalde onderdelen van deze ontwikkelroute
wel worden uitgevoerd en andere niet? Vinden er de komende jaren bezuinigingen plaats
op de acute zorg?
De Minister schrijft dat uiteindelijk een budgetbekostiging wordt nagestreefd die
rekening houdt met verschillen tussen SEH's, zoals schaalgrootte en de verschillende
functies die acute zorgvoorzieningen in een regio kunnen vervullen. De leden van de
BBB-fractie vragen de Minister nader toe te lichten wat zij precies verstaat onder
een «gedifferentieerd aanbod» van acute zorg. Kan de Minister daarbij expliciet aangeven
hoe een dergelijke differentiatie een regionaal ziekenhuis helpt om voor de SEH minder
afhankelijk te worden van productieprikkels?
In de eerste stap van de budgetbekostiging blijft het budget voor een ziekenhuis in
theorie gelijk. Vaste bijdragen worden gecompenseerd door schoning op de tarieven.
Geschoonde prijzen in regionale ziekenhuizen vallen lager uit. De leden van de BBB-fractie
vragen in hoeverre regionale ziekenhuizen hierdoor in de praktijk alsnog afhankelijk
blijven van hogere productieaantallen om financieel gezond te blijven. In hoeverre
dwingt dit hen alsnog tot het draaien van hogere volumes om financieel te overleven?
En in hoeverre maakt dit hen afhankelijker van zorgverzekeraars?
De Minister schrijft dat uiteindelijk rekening gehouden zal worden met verschillen
tussen SEH's, waaronder schaalgrootte en verschillende functies binnen de regio. De
leden van de BBB-fractie vragen wat dit precies betekent. Indien regionale ziekenhuizen
last hebben van kleinere productieaantallen op de SEH, hoe lost het verkleinen van
hun productie dan hun probleem op? Welke profielen zijn er voor SEH’s in regionale
ziekenhuizen? En hoe wordt voorkomen dat regionale ziekenhuizen gedwongen worden om
meer productie te draaien in plaats van passende zorg te leveren?
De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat de Minister schrijft dat niet iedere
SEH dezelfde rol of omvang hoeft te hebben en dat ruimte kan ontstaan voor acute zorgfuncties
die niet de volledige functie van een klassieke SEH vervullen. Kan de Minister uitsluiten
dat de invoering en doorontwikkeling van de budgetbekostiging wordt gebruikt om bestaande
SEH's af te schalen naar lichtere voorzieningen? Is de Minister het met deze leden
eens dat een spoedeisende hulp in beginsel een volwaardige spoedeisende hulp moet
blijven en dat budgetbekostiging niet bedoeld is om SEH's te «downgraden» tot een
soort veredelde eerstehulppost of huisartsenpost?
Uit onderzoek blijkt dat veel ziekenhuizen voornamelijk goed bereikbaar zijn met de
auto. Is de Minister bereid te onderzoeken hoeveel patiënten voor hun reis naar het
ziekenhuis afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, zodat deze bereikbaarheid kan
worden betrokken bij besluiten over de inrichting van de acute zorg?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie op welke wijze patiëntenorganisaties,
regionale ziekenhuizen, professionals uit de acute zorg en burgemeesters worden betrokken
bij de regionale besluitvorming. Hoe verhoudt dit overleg zich tot het opstellen van
regiobeelden en regioplannen in het Regionaal overleg acute zorgketen (ROAZ), die
in 2028 worden herijkt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de uitwerking van
de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van zaken van de invoering
van de budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen
over.
De leden van de SP-fractie benadrukken dat budgetbekostiging voor de spoedeisende
hulp belangrijk is, maar dat dit wel moet worden ingezet om de sluiting of afschaling
van spoedeisende hulpafdelingen tegen te gaan. In de brief van de Minister lijkt daarentegen
juist te worden voorgesorteerd op het inzetten van budgetbekostiging om juist het
tegenovergestelde te bereiken. Klopt dit? Is de Minister van plan om via de budgetbekostiging
sommige ziekenhuizen te stimuleren om juist hun aanbod van acute zorg te verminderen?
De leden van de SP-fractie lezen bijvoorbeeld dat het kabinet «wil dat zorgaanbieders
en zorgverzekeraars in iedere regio duidelijke keuzes maken over waar welke acute
zorg wordt geleverd [en] dat wordt bezien waar zorg anders, minder of op een andere
plek wordt georganiseerd, wanneer dit beter aansluit bij kwaliteit, continuïteit en
toegankelijkheid van zorg en personele beschikbaarheid.» Hoe verhoudt dit zich tot
de inzet van budgetbekostiging, dat over het algemeen een middel is om juist te voorkomen
dat zorgaanbod verdwijnt?
Daarnaast lezen de leden van de SP-fractie dat «De ontwikkelroute is [...] gericht
op het ondersteunen van en het bieden van kaders voor noodzakelijke veranderingen
in de regionale inrichting van de acute zorg. Hier is het zorgen voor een passende
budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp een onderdeel van.» Waarom richt de Minister
de inzet van budgetbekostiging niet juist op het tegengaan van de afbraak van zorgaanbod?
Is de Minister bereid dit alsnog te doen?
II. Reactie van de Minister
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister over de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de SEH per 1 januari 2027. Deze
leden onderschrijven het uitgangspunt dat acute zorg voor iedereen in Nederland tijdig,
toegankelijk en van goede kwaliteit beschikbaar moet zijn. Zij hebben over de brief
nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie constateren dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in
de Stand van de zorg 2025 vooral wijst op een toenemende vraag naar spoedzorg en een
schaarste aan zorgmedewerkers als knelpunt voor de acute zorg. Zij vragen de Minister
nader te onderbouwen op welke wijze budgetbekostiging van de SEH bijdraagt aan het
oplossen van dit personeelstekort. Hoeveel extra zorgpersoneel levert de invoering
van budgetbekostiging naar verwachting op, dan wel hoeveel zorgpersoneel blijft hierdoor
behouden, en op basis van welke aannames of onderzoeken is deze inschatting gemaakt?
De invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH) is geen arbeidsmarktmaatregel
en lost in zichzelf het personeelstekort niet op. De NZa concludeert in het Uitvoeringsadvies budgetbekostiging spoedeisende hulp – Deel 21, dat zij geen effect verwacht op de inzet van zorgprofessionals en daarmee het tegengaan
van personeelstekorten. Budgetbekostiging leidt immers niet tot een toename van de
beschikbare personele capaciteit. Het kabinet beschikt daarom niet over een raming
van het aantal zorgmedewerkers dat door de invoering van budgetbekostiging beschikbaar
komt of voor de zorg behouden blijft. De verwachte effecten hebben betrekking op betere
samenwerking tussen zorgverleners, minder productieprikkels en een doelmatigere inzet
van de beschikbare capaciteit.
De bijdrage aan een doelmatigere inzet van zorgpersoneel moet vooral komen van de
andere maatregelen in de ontwikkelroute, waarbij budgetbekostiging ondersteunend is.
Niet iedere regio is hetzelfde en niet iedere SEH hoeft dezelfde rol of omvang te
hebben. Bij keuzes over de regionale inrichting van de acute zorg moeten onder meer
de bevolkingssamenstelling, patiëntstromen, reisafstanden, de beschikbaarheid van
zorgprofessionals, bestaande samenwerkingsrelaties en het totale zorgaanbod meegewogen
worden. Op basis daarvan kunnen regionale partijen bepalen welke acute zorg waar en
in welke vorm het beste kan worden aangeboden. Zo kan de beschikbare personele capaciteit
gerichter worden ingezet, met behoud van kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit.
Regionale plannen moeten daarbij richtinggevend zijn en de bekostiging moet de samenwerking
en de noodzakelijke veranderingen in het zorglandschap ondersteunen.
Deze leden lezen dat de argumentatie voor budgetbekostiging vooral is gestoeld op
het wegnemen van een productieprikkel en het bevorderen van samenwerking in de keten.
Zij vragen de Minister toe te lichten of er onderzoeksgegevens zijn die erop wijzen
dat de huidige productieprikkel daadwerkelijk leidt tot overbodige of ondoelmatige
zorg op de SEH, en zo ja, welke omvang dit probleem heeft. Ook vragen zij of de Minister
heeft overwogen of de knelpunten in de spoedzorgketen, zoals doorstroom en personele
beschikbaarheid, ook op andere wijze dan via een aanpassing van de bekostigingssystematiek
aangepakt hadden kunnen worden, en waarom uiteindelijk voor deze route is gekozen.
Budgetbekostiging voor de SEH is één onderdeel van de ontwikkelroute passende acute
zorg. Er wordt gewerkt aan onder andere nieuwe kwaliteitsnormen, regionale planvorming
voor een passend aanbod van acute zorg, inzicht in concrete informatie over bijvoorbeeld
capaciteit en zorggebruik en een verduidelijking van de zorgplicht van zorgverzekeraars,
inclusief hun rol bij transformaties in de regio. De invoering van budgetbekostiging
moet juist deze samenhang van maatregelen ondersteunen en bijdragen aan een toegankelijke
en kwalitatief goede acute zorg, nu en in de toekomst.
De invoering van budgetbekostiging is niet gebaseerd op de gedachte dat op grote schaal
sprake is van onnodige of medisch niet-passende zorg op de SEH. Er zijn geen landelijke
onderzoeksgegevens waaruit blijkt dat hiervan sprake is.
De NZa adviseerde al in 20222 een bekostiging op basis van beschikbaarheid voor de acute zorg. Zij signaleerde
dat veel schakels uit de acute zorg keten bekostigd worden op basis van beschikbaarheid,
in verschillende vormen. En dat binnen de acute zorgketen de SEH hier een uitzondering
is. Zij gaf ook aan dat het bekostigen van beschikbaarheid meer financiële zekerheid
kan bieden aan zorgaanbieders en het aanbieders stimuleert om patiënten op de juiste
plek te behandelen. Het huidige kabinet volgt deze lijn en ziet ook dat de huidige
bekostiging vooral gebaseerd is op het aantal patiënten dat op de SEH wordt behandeld.
Door de invoering van budgetbekostiging voor de SEH wordt een deel van de bekostiging
hiervan losgekoppeld. Daarmee ontstaat meer ruimte om regionaal afspraken te maken
over de organisatie van acute zorg, zonder dat meer geleverde zorg op de SEH daarvoor
een financiële voorwaarde is. Het maakt het makkelijker om patiënten naar de meest
passende plek in de spoedzorgketen te verwijzen, bijvoorbeeld naar een huisartsenspoedpost
(HAP), als dat medisch verantwoord is. Het kabinet is het met de leden van de D66-fractie
eens dat de knelpunten in de acute zorg via verschillende manieren moet worden aangepakt.
Hier werkt het kabinet aan via de ontwikkelroute.
De leden van de D66-fractie onderschrijven het uitgangspunt dat de SEH nooit op zichzelf
staat, maar onderdeel is van het ziekenhuis en van de bredere spoedzorgketen waarin
huisartsenspoedpost, ambulancezorg, acute ggz, acute wijkverpleging, diagnostiek en
vervolgzorg nauw met elkaar zijn verweven. Zij vragen de Minister hoe de invoering
van budgetbekostiging voor de SEH zich verhoudt tot deze ketenbrede samenhang, en
of er een risico bestaat dat een gewijzigde prikkel op één onderdeel van de keten
leidt tot ongewenste verschuivingen van capaciteitsdruk of personeel ten opzichte
van andere schakels in de keten die niet op dezelfde wijze worden bekostigd. Op welke
manier draagt budgetbekostiging bij aan betere samenwerking in de bredere spoedzorgketen?
Goede acute zorg vraagt om samenwerking tussen onder andere de SEH, huisartsenspoedposten,
ambulancezorg, acute geestelijke gezondheidszorg en wijkverpleging. Budgetbekostiging
moet die samenwerking ondersteunen. Doordat een deel van de bekostiging niet langer
afhankelijk is van het aantal patiënten dat op de SEH wordt behandeld, ontstaat meer
ruimte om patiënten naar de meest passende plek in de keten te verwijzen. Dat sluit
juist beter aan bij de manier waarop andere onderdelen van de acute zorg, zoals de
ambulancezorg, de huisartsenspoedposten en de acute geestelijke gezondheidszorg, al
worden bekostigd, namelijk op basis van een budget.
Het kabinet onderkent dat een wijziging van de bekostiging van één onderdeel van de
keten in theorie kan leiden tot een verschuiving van patiënten, capaciteitsdruk of
personeel naar andere onderdelen. Dit risico kan niet uitsluitend met budgetbekostiging
van de SEH worden weggenomen. Budgetbekostiging wordt daarom niet als afzonderlijke
maatregel bezien, maar als onderdeel van de ontwikkelroute passende acute zorg. De
ontwikkelroute heeft onder meer als doel dat regionale keuzes over de inrichting van
het zorgaanbod op basis van onder andere patiëntenstromen, capaciteit en personele
inzet in samenhang worden gemaakt. De regionale plannen moeten juist inzicht bieden
in de beschikbare capaciteit, het zorggebruik en de gevolgen van voorgenomen veranderingen
voor alle betrokken zorgaanbieders in de spoedzorgketen. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars
moeten hierover gezamenlijk afspraken maken. De zorgplicht van zorgverzekeraars blijft
daarbij gelden en de NZa houdt daarop toezicht.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van Minister over de
uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken
invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij danken de Minister voor de brief.
Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de druk op de spoedzorg toeneemt, maar dat er
aan de andere kant sprake is van een schaarste aan zorgmedewerkers. Kan de Minister
aangeven hoeveel patiënten nu naar de spoedzorg komen, omdat zij geen reguliere zorg
kunnen krijgen?
Er zijn geen landelijke gegevens bekend over welk aandeel van de spoedzorgvragen rechtstreeks
voortkomt uit onvoldoende toegang tot reguliere zorg. Op de website van vzinfo.nl
zijn wel aantallen SEH-bezoeken, HAP-contacten, urgentiecategorieën en verwijzingsroutes
te zien, maar hieruit kan niet afgeleid worden of de patiënt kwam vanwege ontbrekende
of onvoldoende toegankelijke reguliere zorg. Wel wijzen de NZa en het RIVM erop dat
knelpunten in de eerstelijnszorg, wijkverpleging en vervolgzorg bijdragen aan de druk
op de acute zorg. De omvang van dit effect is echter niet te kwantificeren.
Kan de Minister aangeven wat wij aan de voorkant kunnen doen om te zorgen dat patiënten
niet onnodig om de spoedeisende hulp terecht komen?
Het kabinet werkt aan de gezondste generatie ooit en investeert in preventie en welzijn.
Zoals aangegeven in de beleidsagenda van VWS van 24 april jongstleden3 zet het kabinet aan de voorkant in op een gezonde leefstijl, het verkleinen van gezondheidsachterstanden,
valpreventie en laagdrempelige medische preventie. In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA) zijn afspraken gemaakt om de beweging naar de voorkant te realiseren, door
bijvoorbeeld hechte wijkverbanden en eerstelijnssamenwerkingsverbanden. Het kabinet
versterkt daarnaast de sociale basis, stevige lokale teams en de structurele samenwerking
tussen het medisch en sociaal domein. Hechte wijkverbanden kunnen hulpvragen eerder
oppakken, onnodige medicalisering voorkomen en mensen naar passende zorg of ondersteuning
leiden. Deze maatregelen zijn er onder andere op gericht te voorkomen dat klachten
escaleren tot een acute zorgvraag en kunnen daarmee het aantal vermijdbare bezoeken
aan de spoedeisende hulp, acute zorgafdeling of de HAP beperken. Uiteraard is niet
iedere acute zorgvraag te voorkomen; bij daadwerkelijke spoed moet de acute zorg voor
de patiënt goed toegankelijk blijven.
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet verkent welke randvoorwaarden nodig
zijn om te bevorderen dat zorgverzekeraars gelijkgericht handelen bij transformaties
en niet gaan meeliften of niet deelnemen. De budgetbekostiging gaat in per 2027. Kan
de Minister aangeven welke randvoorwaarden worden verkend? Welke opties worden uitgewerkt?
Wanneer verwacht de Minister dat zij de Kamer hierover kan informeren? Genoemde leden
lezen namelijk dat het kabinet de randvoorwaarden onderzoekt, maar zij constateren
tevens dat deze opdracht aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wordt gegeven. Zij
komen in Q3 2027 met een uitslag, later dus dan de budgetbekostiging is ingegaan.
In het kader van de beleidsagenda van VWS van 24 april jongstleden4 wordt inderdaad verkend welke randvoorwaarden nodig zijn om te bevorderen dat zorgverzekeraars
gelijkgericht handelen bij transformaties. Die verkenning vindt op dit moment plaats.
De verwachting is dat aan het einde van dit jaar duidelijk is welke randvoorwaarden
nodig zijn, en of dit om aanpassing van wet- en regelgeving vraagt.
De invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp per 2027 gaat gepaard
met inkoop in representatie. Dat betekent dat deze zorg non-concurrentieel wordt ingekocht,
en dat gelijkgerichtheid hierbij al aan de orde is. Ook bij de doorontwikkeling van
budgetbekostiging voor de SEH zal inkoop in representatie aan de orde zijn.
De leden van de VVD-fractie lezen in bijlage 1 dat er geen eenmalige of structurele
kosten zijn voor zorgverleners bij invoering van de budgetbekostiging SEH. Om vervolgens
een opsomming te krijgen van de kosten die zorgverleners wel daadwerkelijk maken.
Kan de Minister toelichten hoe zij tot de conclusie komt dat er geen eenmalige of
structurele kosten zijn voor zorgverleners? Hiernaast lezen de leden van de VVD-fractie
niet duidelijk terug wat nu de daadwerkelijke kostenbesparing of kostenverhoging voor
zorgverleners is? Kan de Minister toelichten wat het daadwerkelijke verwachte nettoresultaat
zal zijn?
Uit het onderzoek van Sira Consulting5 blijkt dat de invoering van budgetbekostiging voor zorgverleners niet leidt tot extra
administratieve werkzaamheden of regeldruk. De genoemde regeldrukkosten in het rapport
hebben betrekking op ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Er is voor zorgverleners dus
geen kostenverhoging dan wel kostenbesparing.
Tot slot zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd naar de regeldruk. Kan de Minister
ook toelichten wat de verwachte extra regeldruk en kosten zullen zijn voor de gemeentes?
Dat is momenteel niet meegenomen, maar de leden verwachten dat gemeenten een belangrijke
rol zullen vervullen bij het mogelijk maken van passende SEH zorg in de regio. Is
de Minister dit met deze leden eens?
Gemeenten zijn niet betrokken bij de uitvoering van de budgetbekostiging van de SEH,
dat zijn namelijk de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars. Daarom zijn eventuele administratieve
lasten voor gemeenten niet meegenomen in het onderzoek naar de regeldruk.
Het kabinet is het met de leden van de VVD-fractie eens dat gemeenten een belangrijke
rol vervullen bij de vorming van een toekomstbestendig zorglandschap. Gemeenten zijn
onder meer verantwoordelijk voor onderdelen van het sociaal domein en werken in veel
regio's samen met zorgaanbieders en zorgverzekeraars aan passende zorg. Als een ziekenhuis
bijvoorbeeld overweegt om de SEH te sluiten, moet het ziekenhuis een zorgvuldig besluitvormingsproces
volgen met betrokkenheid van onder andere zorgaanbieders in de regio, inwoners en
gemeenten. De invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp verandert
deze verantwoordelijkheden echter niet.
De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief van de
Minister over de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio
en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij hebben hier
nog enkele vragen en opmerkingen over.
Is het nog steeds het doel om regionale ziekenhuizen in de reguliere acute zorg financieel
te compenseren voor hun beschikbaarheidsfunctie en voor lagere productieaantallen,
conform de opdrachtbrief aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)? Deelt de Minister
de opvatting dat een dergelijke bekostiging kan voorkomen dat regionale ziekenhuizen
worden gedwongen hun productie op te voeren om financieel gezond te blijven? Is de
Minister daarnaast nog steeds van mening dat de invoering van budgetbekostiging budgetneutraal
dient plaats te vinden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de benodigde investeringen
in de beschikbaarheid van acute zorg?
Ja. Door de invoering van budgetbekostiging voor de SEH wordt een deel van de bekostiging
losgekoppeld van het aantal patiënten dat op de SEH komt. Dat vergroot de financiële
zekerheid voor SEH’s van ziekenhuizen en vermindert de afhankelijkheid van de hoeveelheid
geleverde zorg. Dit kan regionale ziekenhuizen meer ruimte gaan geven om keuzes te
maken die passen bij de zorgvraag in de regio, zonder dat meer geleverde zorg op de
SEH daarvoor een financiële voorwaarde is. Tegelijkertijd is budgetbekostiging van
de SEH geen oplossing voor alle financiële vraagstukken van regionale ziekenhuizen.
De financiële positie van een ziekenhuis wordt ook bepaald door de kosten en opbrengsten
van andere onderdelen van de ziekenhuiszorg.
Voor de invoering van budgetbekostiging in 2027 voor de SEH is budgetneutraliteit
het uitgangspunt. Dit betekent dat het vaste SEH-budget wordt gefinancierd door een
verschuiving binnen het bestaande macrokader voor de medisch-specialistische zorg,
onder meer door kosten uit de reguliere tarieven voor ziekenhuizen te schonen. Er
worden dus geen aanvullende middelen aan het macrokader toegevoegd.
Deze budgetneutrale invoering moet worden onderscheiden van investeringen die nodig
kunnen zijn voor regionale transformaties. Wanneer uit de regionale plannen volgt
dat investeringen nodig zijn om de beschikbaarheid van acute zorg te borgen of de
acute zorg anders in te richten, moeten zorgaanbieders en zorgverzekeraars hier afspraken
over maken. Het kabinet werkt aan randvoorwaarden die bevorderen dat zorgverzekeraars
daarbij gelijkgericht handelen en dat noodzakelijke investeringen niet worden belemmerd
door vrijblijvendheid of meeliftgedrag.
Welke gevolgen verwacht de Minister dat concentratie en spreiding van de acute zorg
hebben voor de uitstroom en het behoud van artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende
hulp (SEH)? Is onderzocht in hoeverre het beperken van SEH-functies leidt tot een
hogere werkdruk bij omliggende huisartsenposten, ambulancediensten en andere zorgverleners,
of kan bijdragen aan het ontstaan van zogenoemde zorgwoestijnen? Zo ja, wat zijn de
uitkomsten? Zo nee, is de Minister bereid dit alsnog te onderzoeken of hierover informatie
op te vragen bij de relevante beroepsverenigingen en zorgpartijen?
De personele gevolgen van de veranderingen in het acute zorglandschap zijn niet landelijk
gekwantificeerd. Het kabinet ziet geen aanleiding voor een afzonderlijk landelijk
onderzoek naar de gevolgen van iedere mogelijke regionale wijziging van SEH-functies,
of voor een afzonderlijke landelijke uitvraag bij beroepsverenigingen. De effecten
zijn sterk afhankelijk van de regionale situatie en moeten daarom worden beoordeeld
op de plaats waar de keuzes worden gemaakt. Het is primair aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars
om het zorgaanbod verantwoord in te richten. Zorgverzekeraars moeten vanuit hun zorgplicht
borgen dat voldoende tijdige en toegankelijke acute zorg beschikbaar blijft.
Dit betekent niet dat de personele en ketenbrede gevolgen buiten beschouwing mogen
blijven. Bij keuzes over veranderingen in het zorglandschap moeten regionale partijen
onder meer de beschikbaarheid van professionals, patiëntstromen, reisafstanden, kwaliteit,
continuïteit en de beschikbare capaciteit bij omliggende SEH’s, huisartsenspoedposten,
ambulancediensten en andere ketenpartners in samenhang beoordelen. Als een ziekenhuis
bijvoorbeeld overweegt om de SEH te sluiten, moet het ziekenhuis een zorgvuldig besluitvormingsproces
volgen met betrokkenheid van onder andere zorgaanbieders in de regio, inwoners en
gemeenten. In het continuïteitsplan moet de zorgaanbieder de voorgenomen wijziging
onderbouwen, aangeven welke alternatieven zijn onderzocht en beschrijven hoe het voornemen
past binnen de regionale ontwikkelingen. De gevolgen voor de bereikbaarheid worden
inzichtelijk gemaakt door middel van de RIVM-bereikbaarheidsanalyse. In de periode
van 19 mei tot 16 juni is de aanscherping van de regelgeving voorgehangen bij de Eerste
en Tweede Kamer en deze ligt momenteel voor advies bij de Raad van State.6
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH). Deze
leden hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PVV-fractie vinden dat acute zorg voor iedere Nederlander tijdig,
dichtbij en goed bereikbaar moet zijn. Juist wanneer iedere minuut telt, moet een
patiënt kunnen rekenen op een spoedeisende hulp in de buurt. Deze leden zijn daarom
kritisch op beleid waarbij onder termen als passende acute zorg, regionale keuzes,
differentiatie en passend zorglandschap alsnog wordt toegewerkt naar concentratie,
afschaling of verschraling van acute zorg in de regio.
De Minister schrijft dat de acute zorg onder druk staat door een toenemende vraag
naar spoedzorg en schaarste aan zorgmedewerkers. De leden van de PVV-fractie erkennen
deze druk, maar vragen de Minister nadrukkelijk te bevestigen dat dit niet mag leiden
tot minder bereikbare acute zorg voor patiënten. Kan de Minister garanderen dat de
ontwikkelroute passende acute zorg niet leidt tot sluiting, afschaling of verschraling
van spoedeisende hulpen? Kan de Minister daarnaast bevestigen dat de 45-minutennorm
niet wordt uitgehold, opgerekt of anders geïnterpreteerd door regionale afspraken?
Iedereen in Nederland moet kunnen rekenen op tijdige, toegankelijke en kwalitatief
goede acute zorg. Om die toegankelijkheid ook in de toekomst te borgen, ziet het kabinet
dat in iedere regio keuzes nodig zijn over welke acute zorg waar wordt aangeboden.
Daarbij moeten onder meer de bevolkingssamenstelling, patiëntstromen, reisafstanden,
de samenhang in de spoedzorgketen en de beschikbaarheid van zorgprofessionals worden
meegewogen. Afhankelijk van de regionale situatie kunnen deze keuzes leiden tot behoud,
uitbreiding of opening van voorzieningen, maar ook tot differentiatie, afbouw of sluiting.
Het kabinet kan daarom niet garanderen dat iedere bestaande SEH in de huidige vorm
blijft bestaan. De ontwikkelroute is gericht op het ondersteunen van, en het bieden
van kaders voor noodzakelijke veranderingen in de regionale inrichting van de acute
zorg. Het doel is een samenhangende en toekomstbestendige inrichting waarin patiënten
tijdig de best passende acute zorg op de beste plek ontvangen. De regionale keuzes
moeten plaatsvinden binnen de geldende landelijke kwaliteitskaders en wet- en regelgeving.
De 45-minutennorm kan niet door regionale partijen worden opgerekt, uitgehold of anders
vastgesteld.
De leden van de PVV-fractie maken zich zorgen over inwoners buiten de Randstad en
in regio’s waar de reisafstanden naar acute zorg nu al groot zijn. Een SEH is voor
deze leden geen gewone voorziening die op basis van bestuurlijke modellen kan worden
herverdeeld, maar een noodzakelijke basisvoorziening. Hoe voorkomt de Minister dat
inwoners in dunner bevolkte gebieden straks verder moeten reizen voor spoedzorg?
Regionale keuzes kunnen ertoe leiden dat acute zorg anders of op een andere locatie
wordt georganiseerd. Voor het kabinet is de randvoorwaarde dat inwoners, ook in dunner
bevolkte gebieden, tijdig toegang houden tot passende en kwalitatief goede acute zorg.
Daarom moeten in regionale plannen onder meer reisafstanden, bevolkingssamenstelling,
patiëntstromen, personele beschikbaarheid en de gevolgen voor de gehele spoedzorgketen
worden meegewogen. Daarnaast moeten zorgverzekeraars vanuit hun zorgplicht borgen
dat voldoende tijdige en toegankelijke acute zorg beschikbaar blijft, ook in dunbevolkte
gebieden.
Kan de Minister inzichtelijk maken welke SEH’s op dit moment kwetsbaar zijn qua financiën,
personeel en bereikbaarheid? En kan de Minister toezeggen dat regionale ziekenhuizen
hun herkenbare en toegankelijke functie voor inwoners in de regio behouden?
Uit de RIVM-analyse van 2026 blijkt dat 27 van de 76 SEH-locaties die 24 uur per dag
geopend zijn, gevoelig zijn voor de 45-minutennorm7. Dit betekent dat bij sluiting van zo’n locatie meer inwoners niet binnen 45 minuten
met een ambulance naar een SEH kunnen worden vervoerd. Deze kwalificatie zegt echter
niets over de financiële of personele kwetsbaarheid van een SEH. Daar is geen informatie
over beschikbaar.
Het kabinet is het met de leden van de PVV-fractie eens dat regionale ziekenhuizen
een belangrijke rol vervullen door herkenbare, toegankelijke en vertrouwde ziekenhuiszorg
dichtbij huis te bieden. Het kabinet kan echter niet toezeggen dat ieder regionaal
ziekenhuis zijn huidige zorgaanbod of een volledige SEH ongewijzigd behoudt. Het kabinet
vindt het belangrijk dat ook in de toekomst kwalitatief goede zorg beschikbaar is
en zet daarop in. De functie van regionale ziekenhuizen en de gevolgen voor nabijheid,
bereikbaarheid en continuïteit moeten herkenbaar worden meegewogen in de regionale
plannen. Een toegankelijke regionale ziekenhuisfunctie is daarmee het uitgangspunt;
het ongewijzigd behouden van iedere bestaande voorziening is dat niet.
De leden van de PVV-fractie lezen dat per 1 januari 2027 de eerste stap wordt gezet
om alle SEH’s te bekostigen met een budget van ongeveer € 4,6 miljoen per SEH. Deze
leden begrijpen het uitgangspunt dat een SEH beschikbaar moet zijn, ook als het op
een bepaald moment rustig is. Tegelijkertijd roept het vaste bedrag vragen op. Waarop
is het bedrag van € 4,6 miljoen precies gebaseerd? Welke kosten worden hiermee volledig
gedekt en welke kosten niet? Is dit bedrag voldoende voor personele voorwacht, achterwacht,
materiële middelen, overhead en kapitaallasten?
Het bedrag van ongeveer € 4,6 miljoen is gebaseerd op de aanwezigheid van 1 arts en
1 verpleegkundige gedurende 7 dagen per week en 24 uur per dag. Daarnaast is er in
het budget rekening gehouden met een aantal specialismen als achterwacht en met overige
kosten. De hoogte is gebaseerd op de huidige afbakening van de beschikbaarheidbijdrage
voor de SEH en de kosten die daarmee samenhangen. De NZa is verplicht om een redelijkerwijs
kostendekkend budget vast te stellen. Het budget in deze eerste stap is bedoeld om
een deel van de vaste kosten van een SEH te bekostigen. Nog niet alle kosten van de
SEH worden vanaf 2027 toegerekend aan dit budget, voor een deel zal de SEH via reguliere
diagnose behandel combinaties (DBC’s) worden bekostigd.
De Minister erkent dat deze eerste stap nog beperkt is en nog niet volledig rekening
houdt met verschillen tussen SEH’s. Juist dat baart de leden van de PVV-fractie zorgen.
Een streekziekenhuis heeft een andere functie dan een UMC, maar kan voor de bereikbaarheid
van acute zorg in een regio minstens zo belangrijk zijn. Hoe voorkomt de Minister
dat kleine en regionale ziekenhuizen financieel tekortkomen omdat het budget onvoldoende
aansluit bij hun specifieke situatie? Wat gebeurt er als een ziekenhuis kan aantonen
dat het vaste budget onvoldoende is om de SEH open te houden? Wordt het budget jaarlijks
geïndexeerd voor loonstijgingen, inflatie en stijgende personeelskosten?
Het kabinet onderschrijft het belang van een goede beschikbaarheid van acute zorg
in de regio. Juist daarom wordt gekozen voor budgetbekostiging voor de spoedeisende
hulpen. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat de eerste stap per 2027 nog een beperkte
afbakening kent en nog onvoldoende rekening houdt met verschillen tussen SEH's. Daarom
is deze eerste stap nadrukkelijk onderdeel van een bredere ontwikkelroute. Daarbij
wordt onderzocht hoe de bekostiging beter kan aansluiten bij verschillen in functie,
omvang, kostenstructuur en de rol van een SEH binnen de regio. De uitkomsten daarvan
worden betrokken bij de verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging. De invoering
van budgetbekostiging ziet alleen toe op de SEH, niet op het gehele ziekenhuis.
De leden van de PVV-fractie lezen dat de beschikbaarheidbijdrage voor SEH’s die gevoelig
zijn voor de 45-minutennorm komt te vervallen, omdat deze SEH’s straks een vast budget
krijgen. Deze leden willen dat de Minister glashelder maakt dat geen enkele SEH die
van belang is voor de bereikbaarheid erop achteruitgaat. Kan de Minister per ziekenhuislocatie
aangeven welke SEH’s nu onder de beschikbaarheidbijdrage vallen? Kan de Minister garanderen
dat het vervallen van deze bijdrage niet leidt tot financiële problemen bij SEH’s
die juist belangrijk zijn voor regionale bereikbaarheid? Wat betekent de toezegging
dat het vaste budget minimaal gelijk is aan de beschikbaarheidbijdrage concreet per
SEH?
Tot 1 januari 2027 ontvangen alleen SEH’s die gevoelig zijn voor de 45-minutennorm
een beschikbaarheidbijdrage. Met de invoering van budgetbekostiging krijgt iedere
SEH vanaf 1 januari een vast budget. Dit budget is gelijk aan de maximale beschikbaarheidbijdrage
voor SEH’s. Dat betekent dat voor SEH's die nu een beschikbaarheidbijdrage ontvangen,
het vaste budget minimaal gelijk is aan, en in veel gevallen hoger is dan de huidige
beschikbaarheidbijdrage die zij nu krijgen. Deze ziekenhuizen gaan er door het vervallen
van de beschikbaarheidbijdrage dus niet op achteruit. Zoals vermeld, is het budget
in deze eerste stap bedoeld om een deel van de vaste kosten van een SEH te bekostigen.
Nog niet alle kosten van de SEH worden vanaf 2027 toegerekend aan dit budget, voor
een deel zal de SEH via reguliere DBC’s worden bekostigd. Dat is nu ook het geval
voor SEH’s die een beschikbaarheidbijdrage krijgen. Het kabinet ziet daarom geen aanleiding
om te verwachten dat alleen door het vervallen van de beschikbaarheidbijdrage SEH’s
in financiële problemen komen. Voor een overzicht van de SEH’s die in 2025 een beschikbaarheidbijdrage
kregen, verwijs ik u naar het overzicht van de NZa8.
De leden van de PVV-fractie hebben ook zorgen over de rol van zorgverzekeraars. Voor
het aanvragen van een budget moeten ziekenhuis en zorgverzekeraars afspraken maken
over toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de SEH. Voor de PVV-fractie
staat voorop dat acute zorg geen gewone markt is. Niet de onderhandelingstafel van
zorgverzekeraars, maar de bereikbaarheid voor patiënten moet leidend zijn.
Deze leden vragen de Minister daarom wie uiteindelijk bepaalt of een SEH open moet
blijven: de Minister, de NZa, de zorgverzekeraar of het ziekenhuis. Hoe voorkomt de
Minister dat zorgverzekeraars via het inkoopkader of via budgetafspraken sturen op
minder SEH’s of minder volwaardige acute functies? Kan de Minister toezeggen dat het
belang van patiënten, bereikbaarheid en regionale beschikbaarheid altijd zwaarder
weegt dan het financiële belang van zorgverzekeraars?
Het kabinet zet zich in voor kwalitatief goede zorg, die beschikbaar is en betaalbaar
is voor iedereen in Nederland. Dus ook voor de acute zorg waar de SEH een onderdeel
van de keten is. De SEH is daarnaast een onderdeel van een ziekenhuis, en het bestuur
van het ziekenhuis bepaalt welke zorg in het ziekenhuis wordt geleverd, dus ook of
het ziekenhuis spoedeisende hulp verleent. Zorgverzekeraars hebben een wettelijke
zorgplicht tegenover hun verzekerden en deze zorgplicht geldt ook voor spoedeisende
zorg. Zorgverzekeraars moeten voldoende spoedeisende zorg inkopen bij ziekenhuizen
en zijn er dus bij gebaat dat er voldoende acute zorg in een regio beschikbaar is.
De NZa ziet erop toe dat de zorgverzekeraars hun wettelijke taken, waaronder hun wettelijke
zorgplicht, nakomen. Dit toezicht is erop gericht de belangen van de patiënten en
verzekerden te beschermen. Het kabinet zet zich in om de verandering naar een passend
zorglandschap te ondersteunen. Ook de ontwikkelroute is gericht op het ondersteunen
van en het bieden van kaders voor noodzakelijke veranderingen in de regionale inrichting
van de acute zorg. Als een ziekenhuis overweegt de SEH te sluiten, moet het ziekenhuis
een zorgvuldig besluitvormingsproces volgen met betrokkenheid van onder andere zorgaanbieders
in de regio, inwoners en gemeenten. In de periode van 19 mei tot 16 juni is de aanscherping
van de regelgeving voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer en deze ligt momenteel
voor advies bij de Raad van State.9
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Kamer in 2024 en 2025 meerdere moties
heeft aangenomen over het behoud en de bereikbaarheid van acute zorg, waaronder over
Heerlen, essentiële ziekenhuisonderdelen, Zuyderland, het MMT in Oost-Nederland, communicatie
in de acute keten, personeel en budgetbekostiging. Voor zover uit de voorliggende
stukken blijkt, wordt hieraan nog onvoldoende concreet uitvoering gegeven. Deze leden
vragen de Minister per motie aan te geven welke stappen zijn gezet, welke resultaten
zijn bereikt, wat nog openstaat en waarom de Kamer hierover niet volledig is geïnformeerd.
Het gaat in ieder geval om Kamerstuk 29 247, nrs. 438, 441, 446, 447, 450 en 451, en Kamerstuk
31 765, nrs. 925, 926 en 927.
De moties Kamerstuk 29 247, nrs. 438, 441, 450 en 451 zijn door het kabinet behandeld in de brief van 22 april 202410. De moties hadden betrekking op de beschikbaarheid en organisatie van acute en regionale
ziekenhuiszorg, in het bijzonder rond het Zuyderland ziekenhuis en de ziekenhuiszorg
in Heerlen. De motie van de leden Van Nispen c.s. (nr. 438) verzocht het kabinet in
te grijpen om de intensive care en spoedeisende hulp in Heerlen open te houden. De
motie van de leden Van Nispen en Dijk (nr. 441) verzocht om een stop op het sluiten
van essentiële ziekenhuisonderdelen, zoals spoedeisende hulp, intensive care en verloskunde,
totdat een nieuw kabinet hierover zou besluiten. De gewijzigde motie van het lid Bushoff
(nr. 450) verzocht het kabinet om waar nodig een pauzeknop in te drukken bij veranderingen
in de regionale ziekenhuiszorg. De gewijzigde motie van de leden Bushoff en Timmermans
(nr. 451) verzocht om geen onomkeerbare besluiten te nemen over de afschaling van
het Zuyderland ziekenhuis.
In de brief van 22 april 2024 is aangegeven dat de Minister van VWS geen juridische
instrumenten of bevoegdheden heeft om sluitingen van afdelingen van ziekenhuizen te
voorkomen of te pauzeren. De toenmalige Minister van VWS gaf aan grote bedenkingen
te hebben bij een instrument voor de Minister om in te grijpen in de keuzes van de
zorgaanbieders en van de regio, omdat dit afbreuk doet aan de goede zorg voor de patiënt
en de professionele autonomie van de zorgprofessional en -bestuurder. Ook dit kabinet
heeft de overtuiging dat dit soort keuzes over de inrichting van de zorg het beste
in de regio kunnen worden gemaakt. Het kabinet gaat wel actiever sturen op de organisatie
van de zorg in de regio. Het kabinet wil dat zorgaanbieders zich zo in een regio organiseren
dat inwoners de best passende zorg op de beste plek krijgen wanneer dat nodig is.
Momenteel werkt het kabinet aan de uitwerking van de plannen.
De motie van de leden Claassen c.s. over mogelijke uitbreiding van het Mobiel Medisch
Team (Kamerstuk 29 247, nr. 446) is afgedaan in de stand van zakenbrief moties en toezeggingen van 19 juni 202411. In die brief meldt het kabinet dat het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) de toegankelijkheid
van MMT-zorg in Nederland in beeld heeft gebracht. Daaruit blijkt dat sprake is van
zogenoemde witte vlekken in Oost-Nederland en Zuid-Limburg en van drukteproblemen
in West-Nederland. Het LNAZ adviseerde onder meer een vijfde 24/7 helikopter-MMT op
luchthaven Teuge en een 24/7 grondgebonden MMT in Maastricht. Om deze uitbreiding
mogelijk te maken, is het Besluit beschikbaarheidbijdrage Wmg gewijzigd bij besluit
van 9 juli 2026 (stb. 2026, 200). Deze wijziging treedt per 1 januari 2027 in werking. Daarnaast heeft het kabinet
de NZa een aanwijzing gegeven om de uitbreiding, conform het aangepaste besluit beschikbaarheidbijdrage
Wmg, te bekostigen via een beschikbaarheidbijdrage.
De motie-Claassen, Van der Plas en Van Nispen over spoedeisende communicatie tussen
meldkamers en hulpverleners (Kamerstuk 29 247, nr. 447) is afgedaan in de stand van zakenbrief moties en toezeggingen van 12 december 202412. In de komende jaren wordt een nieuw communicatieplatform voor de hulpdiensten ontwikkeld:
VMX (Vernieuwing Missiekritische Communicatie). Daarbij wordt ingezet op een toekomstbestendige
infrastructuur voor multidisciplinaire missiekritische communicatie, waarop verschillende
applicaties veilig kunnen functioneren.
De motie-Claassen over een aanwijzing op grond van artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg
(Wmg) om acute zorg en geboortezorg in Heerlen te behouden (Kamerstuk 31 765, nr. 925) is behandeld en afgedaan in de brief van 3 juli 2025.13 Het kabinet heeft in die brief toegelicht dat artikel 7 Wmg alleen de bevoegdheid
geeft om een algemene aanwijzing aan de NZa te geven en niet om een aanwijzing te
geven aan een individuele zorgaanbieder, zoals het Zuyderland ziekenhuis. Voor het
door de motie gevraagde bestaat daarom geen wettelijke grondslag en is uitvoering
niet mogelijk. Zoals het kabinet in de brief aangaf werkt het Zuyderland ziekenhuis
aan een plan voor geboortezorg na 2030 in de regio.
De motie-Claassen over ondersteuning van Zuyderland, provincie Limburg en onderwijsinstellingen
bij een plan voor werving, flexibel opleiden en flexibele inzet van zorgpersoneel
(Kamerstuk 31 765, nr. 926) is eveneens afgedaan in de brief van 3 juli 2025.14 Het Zuyderland ziekenhuis investeert al in de arbeidsmarktagenda en werkt samen met
de provincie Limburg en onderwijsinstellingen om de regionale arbeidsmarkt te versterken.
Dat zijn onder meer projecten gericht op scholing, inclusiviteit, het aantrekken van
nieuw personeel, leertrajecten, bijscholing en samenwerking met werkgeversservicepunten.
De motie-Claassen die oproept om bij de invoering van budgetbekostiging voor acute
zorg te garanderen dat de kwaliteitskaders, locatiegebondenheid en daadwerkelijke
financiële verschuiving naar regionale ziekenhuizen leidend zijn (Kamerstuk 31 765, nr. 927) is inhoudelijk behandeld in de brief over invoering van budgetbekostiging voor de
spoedeisende hulp van 12 september 2025.15 Voor de eerste stap per 2027 heeft het kabinet het NZa-advies gevolgd om financiële
herverdeling nog geen onderdeel te laten zijn van de invoering, vanwege risico’s voor
de budgettair neutrale invoering. De budgetbekostiging wordt binnen de ontwikkelroute
verder doorontwikkeld, zodat beter rekening kan worden gehouden met verschillen tussen
SEH’s, functies in het regionale aanbod van acute zorg, kwaliteitseisen en de middelen
die nodig zijn om functies in ziekenhuizen beschikbaar te houden.
De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat acute zorg niet overeind blijft met alleen
bestuurlijke plannen en nieuwe bekostiging. Er zijn voldoende SEH-artsen, gespecialiseerd
verpleegkundigen, physician assistants, nurse practitioners en andere zorgprofessionals
nodig. Welke concrete afspraken maakt de Minister met OCW, CZO-opleidingen, ziekenhuizen
en regionale partners om versneld en flexibeler op te leiden? Hoe wordt de Basis Acute
Zorg hierbij betrokken? En hoe wordt in regio’s waar acute zorg onder druk staat,
zoals rond Zuyderland, gewerkt aan behoud en uitbreiding van personeel?
Meer samenwerking tussen zorg-, welzijn- en onderwijsinstellingen is cruciaal. Daarom
zijn er in het AZWA diverse afspraken gemaakt om deze samenwerking te versterken.
Het Ministerie van OCW is bij de uitvoering van deze afspraken betrokken. Per 1 januari
2025 is de bekostiging van de FZO-ziekenhuisopleidingen (Fonds Ziekenhuisopleidingen),
zoals SEH-, IC- of kinderverpleegkundige, aangesloten bij een flexibel opleidingssysteem.
Naast dat de diploma’s voor deze opleidingen worden bekostigd, worden ook de losse
modules bekostigd waaruit deze opleidingen zijn opgebouwd. Enerzijds draagt deze ontwikkeling
bij aan het bieden van carrièreperspectief voor zorgprofessionals. Anderzijds is het
met het modulaire opleidingsstelsel mogelijk om flexibel op te leiden, passend bij
de zorgvraag in de actuele werkomgeving. Een voorbeeld hiervan zijn de modules Basis
Acute Zorg, waarmee professionals inzetbaar zijn in de acute zorg.
Het behoud en uitbreiden van personeel in de regio is aan de regio zelf. Het Zuyderland
Medisch Centrum werkt aan het behouden en werven van personeel door het versterken
van opleidingen en het aanbieden van de Basisopleiding Acute Zorg, het ontwikkelen
van een loopbaanpad voor medewerkers in de SEH en medewerkers met een buitenlands
diploma te laten doorstromen naar de acute as. Zuyderland zoekt tevens de samenwerking
regionaal op met de ambulancedienst Limburg om medewerkers te werven en behouden binnen
de acute as en de provincie die financiële middelen beschikbaar heeft gesteld in Limburg
voor het thema arbeidsmarkt.
Ook vragen deze leden aandacht voor de communicatie in de acute keten en de dekking
van mobiele medische teams. Juist in acute situaties moet communicatie tussen meldkamers,
ambulances, zorgcoördinatiecentra en hulpverleners foutloos verlopen. Kan de Minister
garanderen dat hulpverleners in alle regio’s, ook bij verschillende systemen zoals
C2000 en push-to-talk, altijd met elkaar kunnen communiceren? Welke knelpunten bestaan
er nog en wanneer zijn deze opgelost? Hoe staat het daarnaast met de MMT-dekking,
in het bijzonder in Oost-Nederland, en welke stappen zijn nog nodig om witte vlekken
weg te nemen?
Sinds 2004 is C2000 het primaire communicatiemiddel tussen hulpverleners op straat
en het contact tussen hulpverlener en meldkamer.16 Het netwerk wordt gebruikt voor communicatie tussen de verschillende hulpdiensten.
De communicatiebehoefte binnen de ambulancezorg en de bredere acute zorgketen is inmiddels
verder ontwikkeld. Naast betrouwbare spraakcommunicatie is er steeds meer behoefte
aan datacommunicatie en aan communicatie met andere acute zorgpartners, zoals zorgcoördinatiecentra,
huisartsenposten en ziekenhuizen. Daarom ontwikkelt de ambulancezorg een push-to-talk
(PTT)-voorziening. Deze biedt aanvullende functionaliteiten voor data- en groepscommunicatie
en wordt beschikbaar voor alle partners in de acute zorg.
Ambulancezorg Nederland heeft de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS), de beheerder
van C2000, gevraagd te onderzoeken of een koppeling tussen C2000 en PTT voor Ambulancezorg
te realiseren is, zodat gebruikers van beide systemen met elkaar kunnen communiceren.
C2000 en PTT kunnen elkaar aanvullen: C2000 blijft de basis voor robuuste multidisciplinaire,
missiekritische communicatie tussen hulpdiensten, terwijl PTT de monodisciplinaire
communicatie en datadeling binnen de bredere acute zorgketen versterkt.
Wat betreft de MMT-dekking, heeft het kabinet in overleg met betrokken partijen besloten
de capaciteit van MMT’s uit te breiden met een helikopter en een voertuig op International
Airport Teuge, en met een voertuig in Zuid-Limburg. Hiermee worden de witte vlekken
aangepakt. Voor deze uitbreiding is op basis van het amendement van de leden Bevers
(VVD) en Wiersma (BBB) structureel € 14,7 miljoen door het Ministerie van VWS beschikbaar
gesteld binnen de premiegefinancierde zorguitgaven. Het streven is om het Besluit
beschikbaarheidbijdrage WMG aan te passen, zodat de opstart- en exploitatiekosten
van de uitbreiding gefinancierd kunnen worden. Parallel aan deze wijziging is een
aanwijzing aan de NZa gegeven om de bekostiging van de uitbreiding mogelijk te maken.
Ook op regionaal niveau worden diverse voorbereidende activiteiten uitgevoerd, die
bijdragen aan de positionering van de MMT-dekking in Oost-Nederland en Limburg. Hieronder
valt bijvoorbeeld de aanvraag van een nieuw luchthavenbesluit voor International Airport
Teuge.
De leden van de PVV-fractie zijn daarnaast kritisch op de extra regeldruk. Uit het
Sira-rapport blijkt dat de invoering van budgetbekostiging nieuwe administratieve
handelingen oplevert, waaronder het schonen van tarieven, afspraken met zorgverzekeraars,
aanvraagformulieren, opbrengstverrekening en nieuwe informatiestromen. Ook blijkt
dat latere regeldruk nog niet volledig is meegenomen, omdat de budgetbekostiging later
verder wordt doorontwikkeld.
Deze leden vragen hoe dit zich verhoudt tot de belofte om de administratiedruk in
de zorg te verminderen. Waarom kiest de Minister voor een systeem dat opnieuw leidt
tot extra formulieren, berekeningen, overleggen en controles? Hoe voorkomt de Minister
dat zorgprofessionals indirect alsnog extra administratieve lasten krijgen? Is het
Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) om advies gevraagd en zo nee, waarom niet?
Kan de Minister toezeggen dat de invoering niet doorgaat als blijkt dat de uitvoerbaarheid
voor ziekenhuizen, zeker kleinere en regionale ziekenhuizen, onvoldoende is geborgd?
Het kabinet vindt het belangrijk dat nieuwe regelgeving niet leidt tot onnodige administratieve
lasten. Daarom is onderzoek gedaan naar de regeldruk door Sira consulting.17 Daaruit blijkt dat de invoering van budgetbekostiging niet leidt tot extra werkzaamheden
voor zorgverleners. Wel zullen ziekenhuizen en zorgverzekeraars met name eenmalige
extra werkzaamheden hebben. Daarbij zijn de geschatte kosten voor kleine ziekenhuizen
lager dan voor grotere ziekenhuizen.
Het kabinet verwacht dat de voordelen van budgetbekostiging, zoals meer financiële
zekerheid en betere samenwerking in de acute zorgketen, opwegen tegen deze eenmalige
extra uitvoeringslasten. Bij de doorontwikkeling van de budgetbekostiging blijft het
verminderen van administratieve lasten een belangrijk uitgangspunt. Daarbij wordt
steeds bezien hoe nieuwe uitvoeringslasten zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen.
Het Adviescollege toetsing regeldruk is niet om advies gevraagd, omdat Sira consulting
de toets heeft gedaan. Daarbij is de landelijke methodiek gevolgd die is vastgelegd
in het Handboek meting regeldruk18 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het kabinet blijft de uitvoerbaarheid
van de budgetbekostiging voor de SEH nauw volgen.
De leden van de PVV-fractie lezen bovendien dat het eigen risico van verzekerden naar
verwachting vaker in één keer fors kan worden aangesproken en dat zorgverzekeraars
hierover vragen van verzekerden verwachten. Deze leden vinden dat zorgelijk. Acute
zorg mag nooit gemeden worden uit angst voor kosten of onduidelijke rekeningen. Kan
de Minister uitleggen waarom het eigen risico vaker in één keer fors aangesproken
kan worden? Om hoeveel patiënten gaat dit naar verwachting? Hoe wordt voorkomen dat
mensen uit angst voor kosten of onduidelijkheid acute zorg gaan mijden? En kan de
Minister toezeggen dat patiënten hierover vooraf duidelijk en in gewone taal worden
geïnformeerd?
Op dit moment betaalt het grootste deel van de verzekerden al zijn of haar volledige
verplichte eigen risico bij een bezoek aan de SEH en vervolgzorg in het ziekenhuis.
De invoering van de budgetbekostiging heeft gevolgen voor de wijze waarop deze zorg
op de factuur van de zorgverzekeraar wordt weergegeven. Waar nu één bedrag op de factuur
zichtbaar is, zijn dat er met de invoering van de budgetbekostiging twee. Voor wat
betreft het eigen risico geldt dat de verzekerde in 2027 over deze zorg eigen risico
moet betalen totdat het volledige eigen risico is verbruikt, net zoals dit nu het
geval is. Vanaf 2028 zal bij de patiënt, vanwege de voorgenomen tranchering, twee
keer een eigen risico in rekening worden gebracht. Dat komt omdat er zowel maximaal
€ 150 voor het bezoek aan de SEH in rekening wordt gebracht, als maximaal € 150 voor
de vervolgzorg in het ziekenhuis. Het twee keer betalen van € 150 betekent dus voor
het merendeel van de verzekerden dat zij nog steeds minder gaan betalen dan nu het
geval is.
Het kabinet vindt het belangrijk dat financiële overwegingen geen belemmering vormen
voor het zoeken van medisch noodzakelijke acute zorg. Mensen die acute zorg nodig
hebben, moeten deze altijd kunnen krijgen. De invoering van budgetbekostiging brengt
geen verandering in de toegang tot de SEH of in de hoogte van het wettelijk eigen
risico met zich mee. Wel kan de wijze waarop de kosten op de factuur zichtbaar worden
veranderen. Daarom wordt samen met zorgverzekeraars ingezet op heldere communicatie
over deze wijziging, zodat verzekerden de factuur voor het eigen risico goed begrijpen.
Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie aandacht voor de planning. De eerste stap
in de budgetbekostiging wordt al per 1 januari 2027 ingevoerd, terwijl belangrijke
onderdelen nog verder moeten worden uitgewerkt. Waarom wordt al gestart terwijl de
vervolgstappen nog niet volledig duidelijk zijn? Welke risico’s ziet de Minister bij
invoering per 1 januari 2027? Kan de Minister toezeggen dat de Kamer voor invoering
een volledig overzicht ontvangt van de gevolgen per regio en per SEH?
Het kabinet kiest bewust voor een gefaseerde invoering, waarbij in 2027 een eerste
stap wordt gezet en er tegelijkertijd verder aan wordt gewerkt binnen de ontwikkelroute.
De eerste stap wordt beperkt gehouden en de verdere doorontwikkeling wordt zorgvuldig
uitgewerkt, samen met de betrokken partijen. De ontwikkelroute is gericht op het ondersteunen
van en het bieden van kaders voor noodzakelijke veranderingen in de regionale inrichting
van de acute zorg. Hier is het zorgen voor een passende budgetbekostiging voor de
spoedeisende hulp een onderdeel van.
Het kabinet zal de Kamer blijven informeren over de voortgang van de ontwikkelroute
en de verdere uitwerking van de budgetbekostiging. Een overzicht van de gevolgen per
individuele SEH is voorafgaand aan de invoering niet beschikbaar.
De leden van de PVV-fractie sluiten af met het uitgangspunt dat acute zorg dichtbij
en bereikbaar moet blijven. Voor deze leden is leidend: geen verschraling van acute
zorg, geen langere reistijden voor patiënten, geen sluiting van onmisbare SEH’s en
geen extra bureaucratie voor zorgverleners die nu al onder hoge druk staan.
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH). Deze
leden onderschrijven dat acute zorg voor iedere inwoner tijdig, bereikbaar, toegankelijk
en kwalitatief goed beschikbaar moet blijven. Tegen die achtergrond willen zij de
Minister nog enkele vragen voorleggen over de budgettaire randvoorwaarden, de publieke
regie op spreiding, de financiële positie van ziekenhuizen en de uitvoering van de
aangenomen motie-Coenradie over spreiding, concentratie en schaalvergroting.
Naar aanleiding van het onderdeel: budgettaire randvoorwaarden en passende zorg. De
leden van de JA21-fractie vragen de Minister, tegen de achtergrond van de in het coalitieakkoord
opgenomen besparing via passende zorg en aanpassing van wet- en regelgeving, exact
uiteen te zetten welke bedragen per jaar zijn ingeboekt voor passende zorg via wet-
en regelgeving. Kan de Minister daarbij aangeven via welke maatregelen deze besparing
moet worden gerealiseerd en welk deel daarvan direct of indirect moet neerslaan in
de medisch-specialistische zorg en de acute zorg?
Het kabinet maakt een samenhangend pakket aan wet- en regelgeving dat passende zorg
altijd en overal de norm maakt.19 Het pakket aan maatregelen is een samenhangend geheel, waarvan de opbrengst is gebaseerd
op een matiging van de verwachte groei van de uitgaven aan zorg in de Zorgverzekeringswet
tot en met 2035. De ombuiging voor de maatregel Passende zorg (wet- en regelgeving)
start in 2029 met € 112 miljoen, en loopt op naar € 548 miljoen structureel per 2035.
In de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord is vermeld hoe de ombuigingen per
jaar oplopen. De raming is niet uitgesplitst naar onderliggende maatregelen. Op een
later moment, bij de uitwerking van het beleid, zal de verdeling naar Zorgverzekeringswet-sectoren
gemaakt worden.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze wordt geborgd dat de
ontwikkelroute passende acute zorg, de doorontwikkeling van budgetbekostiging, de
regionale plannen en eventuele differentiatie of concentratie van acute zorgvoorzieningen
worden gestuurd door kwaliteit, bereikbaarheid, continuïteit, personele haalbaarheid
en medisch-inhoudelijke afwegingen, en niet door een vooraf ingeboekte budgettaire
taakstelling.
Het kabinet onderschrijft dat de inhoudelijke opgave leidend moet zijn. De in het
coalitieakkoord opgenomen ombuiging voor passende zorg moet nog worden verdeeld over
diverse sectoren in de Zorgverzekeringswet (de acute zorg is hierbij geen aparte sector,
maar valt onder de medisch-specialistische zorg) en is gericht op het matigen van
de verwachte groei van de zorguitgaven. Aan de ontwikkelroute passende acute zorg
is geen afzonderlijke taakstelling gekoppeld voor het sluiten van bijvoorbeeld een
vooraf bepaald aantal SEH’s of het verminderen van een vooraf vastgesteld zorgvolume.
De eerste stap van de budgetbekostiging van de SEH per 1 januari 2027 wordt bovendien
budgetneutraal ingevoerd en is daarmee geen zelfstandige bezuinigingsmaatregel.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat het begrip
passende zorg in de acute zorg in de praktijk wordt gebruikt als instrument voor volumekrimp
of verschraling van voorzieningen, voordat objectief is vastgesteld wat de gevolgen
zijn voor patiënten, personeel, regionale bereikbaarheid en de gehele spoedzorgketen.
Het is aan de regio om gezamenlijk met betrokken partijen in kaart te brengen wat
nodig is om te komen tot een toekomstbestendig passend zorgaanbod in de regio en de
impact van mogelijke wijzigen in kaart te brengen. De gevolgen zijn sterk afhankelijk
van de regionale situatie en moeten daarom worden beoordeeld op de plaats waar de
keuzes worden gemaakt. Het is primair aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars om het
zorgaanbod verantwoord in te richten. Zorgverzekeraars moeten vanuit hun zorgplicht
borgen dat voldoende tijdige en toegankelijke acute zorg beschikbaar blijft.
Dit betekent niet dat de gevolgen voor patiënten, personeel, regionale bereikbaarheid
en de gehele spoedzorgketen buiten beschouwing mogen blijven. Bij keuzes over concentratie,
spreiding en differentiatie moeten regionale partijen onder meer de beschikbaarheid
van professionals, patiëntstromen, reisafstanden, kwaliteit, continuïteit en de beschikbare
capaciteit bij omliggende SEH’s, huisartsenspoedposten, ambulancediensten en andere
ketenpartners in samenhang beoordelen. Als een ziekenhuis bijvoorbeeld overweegt de
SEH te sluiten, moet het ziekenhuis een zorgvuldig besluitvormingsproces volgen met
betrokkenheid van onder andere zorgaanbieders in de regio, inwoners en gemeenten.
In de periode van 19 mei tot 16 juni is de aanscherping van de regelgeving voorgehangen
bij de Eerste en Tweede Kamer en deze ligt momenteel voor advies bij de Raad van State.20
Naar aanleiding van het onderdeel: stand van zaken invoering budgetbekostiging SEH.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Minister schrijft dat per 1 januari
2027 een eerste stap wordt gezet waarbij alle SEH's worden bekostigd met een budget
met een beperkte afbakening van ongeveer € 4,6 miljoen per SEH. Kan de Minister nader
onderbouwen op basis van welke kostencomponenten, aannames en regionale variaties
dit bedrag tot stand is gekomen?
Voor een SEH die gedurende het hele jaar 24/7 geopend is, heeft de NZa een normbudget
bepaald. Dit normbudget is ongeveer 4,6 miljoen. Dit normbudget baseert de NZa op
de kosten behorend bij de afbakening van het budget. Dat gaat uit van de aanwezigheid
van 1 arts en 1 verpleegkundige gedurende 7 dagen per week en 24 uur per dag. Daarnaast
is er in het budget rekening gehouden met een aantal specialismen als achterwacht
en met overige kosten. De hoogte is gebaseerd op de huidige afbakening van de beschikbaarheidbijdrage
voor de SEH en de kosten die daarmee samenhangen.
Het betreft nadrukkelijk een eerste stap met een beperkte afbakening. Het kabinet
erkent dat de werkelijke kosten tussen SEH's verschillen. Deze eerste stap houdt nog
geen rekening met regionale verschillen, schaalgrootte of verschillen in de functie
van een SEH. Juist daarom wordt de bekostiging de komende jaren verder doorontwikkeld.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister in hoeverre het genoemde bedrag de
werkelijke vaste beschikbaarheidskosten van kleine en regionale ziekenhuizen dekt,
inclusief voorwacht, achterwacht, diagnostiek, ondersteunende functies, kapitaallasten
en samenhang met de intensive care (IC), operatiekamer (OK) en acute opnamecapaciteit.
Het vaste budget in de eerste stap in 2027 dekt niet alle kosten van een SEH volledig.
Het gaat om een beperkte afbakening. Naast het vaste budget blijven de SEH’s bekostigd
worden via de reguliere ziekenhuisbekostiging: de diagnose behandel combinaties. Omdat
er nog onvoldoende zicht is op de verschillen tussen SEH’s in bijvoorbeeld kostenstructuur,
schaalgrootte en ook ondersteunende functies gaat het kabinet de NZa vragen dit te
onderzoeken.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom, ondanks signalen van onder
meer zorgverzekeraars dat budgetbekostiging pas goed kan worden vormgegeven met een
helder inhoudelijk kader, wordt gekozen voor invoering van het tijdelijke tussenmodel
van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) per 1 januari 2027.
Het kabinet kiest bewust voor een gefaseerde invoering. Partijen verschillen namelijk
van mening over het tempo en de wijze van invoering van budgetbekostiging. In 2027
wordt een eerste stap gezet en tegelijkertijd wordt er verder gewerkt in de ontwikkelroute
aan de inhoudelijk opgaven. Het kabinet vindt ook dat een volledig passende budgetbekostiging
pas mogelijk is als de inhoudelijke opgaven verder zijn uitgewerkt. Een eerste stap
biedt ruimte om ervaring op te doen, terwijl de bekostiging in de komende jaren verder
wordt ontwikkeld.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom wordt gekozen voor deze vorm
van budgetbekostiging van de SEH, terwijl er volgens betrokken partijen ook eenvoudigere
vormen denkbaar zijn. Kan de Minister aangeven welke alternatieven zijn onderzocht
en waarom deze zijn afgevallen?
De NZa heeft in 202221 geadviseerd om de regulering van de acute zorg op bepaalde onderdelen aan te passen.
Zij adviseerde een landelijk kader voor de beschikbaarheid en spreiding van acute
zorgvoorzieningen, verdere stappen om de coördinatie van de in-, door- en uitstroom
te verbeteren en om daaropvolgend de bekostiging van de SEH aan te passen. Daarbij
adviseerde zij een bekostiging op basis van beschikbaarheid, zoals budgetbekostiging,
omdat de huidige bekostiging daar niet op aansluit. De NZa trok deze conclusie op
basis van de huidige context en complexe uitdagingen van de spoedeisende hulpen in
relatie tot de andere ketenpartners in de acute zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te reflecteren op signalen dat het
tussenmodel nadelig kan uitpakken voor patiënten en ziekenhuizen, doordat patiënten
geconfronteerd kunnen worden met dubbele kosten voor het eigen risico en extra kosten
door toenemende complexiteit, terwijl ziekenhuizen te maken krijgen met extra administratieve
lasten doordat de medisch-specialistische bekostiging moet worden opgeknipt.
Het kabinet erkent dat de invoering van budgetbekostiging extra werkzaamheden met
zich meebrengt voor ziekenhuizen. Daarom heeft het kabinet onderzoek laten uitvoeren
naar de regeldruk. Daaruit blijkt dat sprake is van beperkte structurele uitvoeringslasten
voor ziekenhuizen. Voor wat betreft het eigen risico geldt dat de verzekerde in 2027
over deze zorg eigen risico moet betalen, totdat het volledige eigen risico is verbruikt,
net zoals dit nu het geval is. De invoering van de budgetbekostiging heeft echter
gevolgen voor de wijze waarop deze zorg op de factuur van de zorgverzekeraar wordt
weergegeven. Vanaf 2028 zal bij de patiënt, vanwege de voorgenomen tranchering, twee
keer een eigen risico in rekening worden gebracht. Dat komt omdat er zowel maximaal
€ 150 voor het bezoek aan de SEH in rekening wordt gebracht als maximaal € 150 voor
de vervolgzorg in het ziekenhuis. Op dit moment betaalt het grootste deel van de verzekerden
al zijn of haar volledige verplichte eigen risico bij een bezoek aan de SEH en vervolgzorg
in het ziekenhuis. Het twee keer betalen van € 150,– betekent dus voor het merendeel
van de verzekerden dat zij nog steeds minder gaan betalen dan nu het geval is.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat het tussenmodel
leidt tot hogere complexiteit zonder extra middelen, extra zekerheid voor kwetsbare
ziekenhuizen of een oplossing voor personeelstekorten.
Het kabinet erkent dat de eerste stap in de budgetbekostiging voornamelijk een eenmalige
extra uitvoeringsinspanning vraagt van de ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Tegelijkertijd
verwacht het kabinet dat de voordelen van deze eerste stap opwegen tegen deze extra
inspanning. De invoering is onderdeel van de bredere ontwikkelroute voor passende
acute zorg, waarin ook wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van kwaliteitsnormen
en de inrichting van het zorglandschap. De verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging
zal aansluiten bij de inhoudelijke keuzes die hierover de komende periode worden gemaakt.
Het kabinet erkent ook dat deze eerste stap op zichzelf geen oplossing is voor personeelstekorten
of alle financiële uitdagingen van ziekenhuizen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welk noodrem- of correctiemechanisme
beschikbaar is wanneer in 2027 blijkt dat het budget voor een individuele SEH of voor
een specifieke regio ontoereikend is om de beschikbaarheid verantwoord te borgen.
Het vaste budget vanaf 2027 is berekend op de aanwezigheid van één arts en één verpleegkundige
gedurende 7 dagen per week en 24 uur per dag. Daarnaast is er in het budget rekening
gehouden met een aantal specialismen als achterwacht en met overige kosten. De NZa
is verplicht om hier een redelijkerwijs kostendekkend budget voor vast te stellen.
De hoogte is gebaseerd op de huidige afbakening van de beschikbaarheidbijdrage voor
de SEH en de kosten die daarmee samenhangen. Nog niet alle kosten van de SEH worden
vanaf 2027 toegerekend aan dit budget. De ziekenhuizen zullen hun SEH voor een deel
nog steeds in de reguliere ziekenhuisbekostiging, via diagnose behandel combinaties,
bekostigen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of daarbij rekening wordt gehouden
met SEH's die voor regionale bereikbaarheid essentieel zijn, maar door schaal, demografie
of afstand relatief hoge vaste kosten hebben.
In de eerste stap per 2027 kunnen alle spoedeisende hulpen aanspraak maken op een
vast budget. Dat betekent dat alle SEH’s, ook als ze niet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm,
aanspraak kunnen maken op het budget. Er is in het budget in de eerste stap in 2027
geen rekening gehouden met de verschillen in schaal, demografie of afstand. Het kabinet
erkent dat niet iedere SEH dezelfde functie heeft en dat de kosten tussen ziekenhuizen
kunnen verschillen. Daarom gaat het kabinet deze verschillen tussen SEH's nader onderzoeken,
zodat hier in de doorontwikkeling van budgetbekostiging rekening mee kan worden gehouden.
De leden van de JA21-fractie constateren dat uit het onderzoek naar de regeldruk van
de invoering van budgetbekostiging blijkt dat de structurele regeldrukkosten voor
ziekenhuizen weliswaar beperkt worden geraamd, maar dat bepaalde toekomstige werkzaamheden,
waaronder correcties op de schoning in latere jaren, nog niet konden worden gekwantificeerd.
Hoe gaat de Minister voorkomen dat de invoering van budgetbekostiging leidt tot een
nieuwe structurele verantwoordings- en onderhandelingslast voor ziekenhuizen?
Het kabinet vindt het belangrijk dat de administratieve lasten niet toenemen. Toch
brengt een budgetmodel onvermijdelijk enige verantwoordings- en onderhandelingslasten
met zich mee, net zoals de ambulancezorg en de huisartsenposten dat nu hebben. Er
wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande registraties. Bij de doorontwikkeling
van budgetbekostiging blijft het beperken van administratieve lasten een belangrijk
uitgangspunt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de Kamer in 2027 separaat wordt
geïnformeerd over de feitelijke regeldruk na de eerste contracterings- en budgetcyclus.
Het kabinet zal de Kamer blijven informeren over de voortgang van de ontwikkelroute
passende acute zorg in de regio met daarin de verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging.
Een afzonderlijke rapportage over de feitelijke regeldruk in 2027 is op dit moment
niet voorzien.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister specifiek toe te lichten waarom is
gekozen voor een bekostigingsvorm die de medisch-specialistische bekostiging moet
opknippen en daarmee nieuwe administratieve complexiteit creëert, in plaats van voor
een eenvoudiger beschikbaarheidsbekostiging of een andere minder belastende vorm.
Budgetbekostiging is een vorm van beschikbaarheidsbekostiging. De NZa adviseerde al
in 202222 een bekostiging op basis van beschikbaarheid voor de spoedeisende hulp. Een van de
redenen was dat veel schakels uit de acute zorgketen bekostigd worden op basis van
beschikbaarheid. En dat de SEH hier een uitzondering is. Zij gaf aan dat het bekostigen
van beschikbaarheid meer financiële zekerheid kan bieden aan zorgaanbieders. En door
ze op dezelfde wijze te bekostigen kan het aanbieders stimuleren om patiënten op de
juiste plek te behandelen.
Het kabinet ziet dit ook en zet daarom in op een gefaseerde invoering van budgetbekostiging,
die in de ontwikkelroute verder wordt doorontwikkeld.
Alle vormen van beschikbaarheidsbekostiging voor de SEH leiden tot een knip in de
bekostiging van de medisch specialistische zorg. Dat was bijvoorbeeld ook zo met de
beschikbaarheidbijdrage voor SEH’s. Door een gefaseerde invoering met een eerste stap
per 2027 is zoveel mogelijk aangesloten bij wat er nu al voor de beschikbaarheidbijdrage
ligt. Ook heeft de NZa aangegeven dat deze eerste stap complex, maar uitvoerbaar is.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te bevestigen dat de invoering van
budgetbekostiging niet leidt tot extra registratielasten voor zorgprofessionals op
de SEH. Welke waarborgen worden ingebouwd om te voorkomen dat aanvullende informatiebehoeften
van de NZa, zorgverzekeraars of het ministerie uiteindelijk toch op de werkvloer terechtkomen?
Uit het onderzoek van Sira Consulting23 blijkt dat de invoering van budgetbekostiging niet leidt tot extra administratieve
lasten voor zorgprofessionals, zoals artsen en verpleegkundigen op de SEH. De extra
werkzaamheden hebben betrekking op ziekenhuizen en zorgverzekeraars als organisaties
en zien met name op de inrichting van de bekostiging, de contractering en de budgetaanvraag.
Het kabinet vindt het belangrijk dat aanvullende informatievragen niet onnodig terechtkomen
bij zorgprofessionals.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister, indien het doel is om verblijf op
de SEH te verminderen, of het beperken van de instroom naar de SEH de meest geëigende
route is. Welke andere opties heeft de Minister overwogen om onnodig of langdurig
verblijf op de SEH terug te dringen, zoals betere doorstroom, extra capaciteit in
vervolgzorg, regionale triage of versterking van de eerste lijn?
Het kabinet kiest voor budgetbekostiging als onderdeel van de bredere transitie naar
passende acute zorg in de regio. Het doel is dat patiënten met een acute zorgvraag
tijdig op de juiste plek worden beoordeeld en behandeld en niet langer dan medisch
noodzakelijk op de SEH verblijven. Dat vraagt om een ketenbrede aanpak van instroom,
doorstroom én uitstroom. Daarvoor zijn de regionale plannen zo belangrijk. De ontwikkelroute
acute zorg is gericht op het ondersteunen van en het bieden van kaders voor noodzakelijke
veranderingen in de regionale inrichting van de acute zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de huisartsenzorg in de betrokken
regio's voldoende is toegerust om extra zorgvragen op te vangen. Hoe voorkomt de Minister
dat patiënten in sommige regio's minder snel een arts raadplegen, waardoor klachten
kunnen verergeren en uiteindelijk zwaardere zorg nodig is?
Het is belangrijk dat mensen bij een acute zorgvraag snel op de juiste plek terechtkomen.
Bij niet-levensbedreigende situaties kunnen mensen zelf via betrouwbare informatie
op Thuisarts.nl een inschatting maken of contact opnemen met de huisarts(enspoedpost)
noodzakelijk is. Het doel van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio is
om de acute zorg zo te organiseren dat mensen en middelen optimaal bijdragen aan kwaliteit,
continuïteit en toegankelijkheid van zorg. De (acute) huisartsenzorg speelt hierin
een belangrijke rol en aanbieders van huisartsenzorg dienen vanzelfsprekend nauw betrokken
te zijn bij het maken van regionale plannen en afspraken over de acute zorgketen.
Het kabinet is het eens met de leden van de JA21-fractie dat bij deze regionale plannen
rekening moet worden gehouden met de draagkracht van de (acute) eerstelijnszorg. Via
het Integraal Zorgakkoord (IZA) en AZWA investeert het kabinet in een sterke eerstelijnszorg,
waaronder de (acute) huisartsenzorg.
Naar aanleiding van het onderdeel: passende acute zorg in de regio en overheidsregie
op spreiding. De leden van de JA21-fractie constateren, tegen de achtergrond van het
coalitieakkoord, dat de overheid een meer sturende rol krijgt op het zorglandschap
van de toekomst, met meer regie op spreiding en concentratie en indien nodig strengere
eisen aan vergunningverlening. Deze leden constateren dat de brief veel aandacht besteedt
aan regionale keuzes, differentiatie, concentratie, strengere procesvoorwaarden en
de rol van zorgverzekeraars, maar dat de overheidsregie op spreiding nog onvoldoende
concreet wordt ingevuld.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze uitvoering wordt gegeven
aan het verzoek uit de aangenomen motie-Coenradie om uit te werken hoe de Minister
meer regie neemt op de spreiding van ziekenhuiszorg en welke bestuurlijke, financiële
of wettelijke instrumenten daarvoor nodig zijn.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister daarbij expliciet onderscheid te maken
tussen acute zorg, semi-acute zorg en planbare ziekenhuiszorg.
Het kabinet wil dat passende zorg beschikbaar is voor de patiënt. Passende zorg betekent
ook het passend organiseren van de zorg. Om dit te bereiken moeten partijen meer dan
ooit samenwerken. In het IZA zijn afspraken gemaakt over spreiding en concentratie
van zorg. Het uitgangspunt daarbij is: «dichtbij als het kan, veraf als het moet».
Concentratie van zorg is geen doel op zich. Het doel is om bij hoogcomplexe, laagvolumezorg
de kwalitatief best mogelijke zorg voor de patiënt te bereiken. Het gaat hier om netwerkzorg:
patiënten kunnen voor reguliere zorg die vaak voorkomt en ook voor de benodigde voor-
en nazorg, nog steeds terecht in hun eigen ziekenhuis. De hoogcomplexe ingreep zal
echter plaatsvinden in het ziekenhuis waar de zorg is geconcentreerd.
Een toegankelijkere medisch-specialistische zorg vraagt om gezamenlijke doorontwikkeling
en afstemming van de organisatie van zorg in ons land. In het AZWA is afgesproken
dat alle zorgaanbieders een eerlijke bijdrage leveren aan de gewenste ontwikkelingen
naar een passend zorglandschap, zodat nu en ook in de toekomst passende zorg voor
patiënten beschikbaar is. Concreet is hierover afgesproken dat de medisch-specialistische
zorg – voor zover dat nog niet het geval is – onderdeel uit gaat maken van de Regionaal
overleg acute zorgketen (ROAZ)- en regioplannen. In deze plannen worden de afspraken
beschreven die in de regio zijn gemaakt over transformatie binnen het zorglandschap
en op hoofdlijnen wie welke zorg levert. Waarbij wordt geborgd dat het zorgaanbod
regionaal samenhangend is en aansluit op de behoefte in de regio. Hieronder valt ook
dat de beschikbaarheid en kwaliteit van de acute zorg in de regio worden geborgd en
hoe (streek)ziekenhuizen hierin samenwerken.
Het kabinet heeft recent de beleidsagenda naar de Kamer verstuurd, waarin is aangegeven
dat zorgaanbieders constructief en gedegen dienen deel te nemen aan het opstellen
en uitvoeren van regionale plannen voor een passend zorglandschap.24 De komende tijd werkt het kabinet aan instrumenten, zoals wetsaanpassingen, om meer
te kunnen sturen op de verantwoordelijkheid van zorgaanbieders in dit proces. Bij
het verscherpen en verduidelijken van wetgeving zorgen we er ook voor dat regionale
plannen over het zorglandschap daadwerkelijk richting geven aan alle zorgaanbieders
in de regio en borgen we dat die richting niet vrijblijvend is. Het kabinet gaat dus
inderdaad actiever sturen op de organisatie van zorg in de regio. Dit geldt zowel
voor de acute als planbare ziekenhuiszorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen worden
genomen om publieke regie te voeren op de geografische spreiding van SEH's, acute
verloskunde, IC-capaciteit, diagnostiek, ambulancezorg en andere schakels in de acute
zorgketen.
Ten aanzien van de spreiding van ambulancezorg is er al publieke regie door middel
van het jaarlijks door RIVM berekende referentiekader spreiding en beschikbaarheid
ambulancezorg. Keuzes over de inrichting van acute zorg werken het beste als ze zoveel
mogelijk in de regio worden gemaakt waar de kennis aanwezig is. De ontwikkelroute
passende acute zorg in de regio is daarom gericht op het ondersteunen van en het bieden
van landelijke kaders voor noodzakelijke veranderingen in de regionale inrichting
van de acute zorg. Momenteel werkt het kabinet een samenhangend pakket aan wet- en
regelgeving uit dat passende zorg altijd en overal de norm maakt. Dit zal betekenen
dat er meer gestuurd zal worden op de verantwoordelijkheid van zorgprofessionals,
zorgaanbieders en zorgverzekeraars voor het organiseren en leveren van passende zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen worden
genomen om ook de spreiding van planbare ziekenhuiszorg, waaronder poliklinische zorg,
dagbehandeling, diagnostiek, electieve ingrepen en chronische zorg, dichtbij inwoners
te borgen.
Het kabinet wil dat inwoners ook in de toekomst kunnen rekenen op toegankelijke planbare
ziekenhuiszorg. In het AZWA is afgesproken dat aanbieders in een regio samenwerken
ten behoeve van het toekomstbestendig inrichten van het medisch specialistisch zorglandschap.
Ziekenhuizen stemmen hierbij hun aanbod en huidig en toekomstig portfolio op elkaar
af, opdat dit in de toekomst ook aansluit op de zorgbehoefte in de regio. Zo kan optimaal
gebruik worden gemaakt van de beschikbare kennis, capaciteit en infrastructuur. Zorg
die vaak voorkomt en laagcomplex is, moet voor iedereen dichtbij beschikbaar zijn.
Concentratie van zorg is een instrument om de kwalitatief best mogelijke zorg voor
de patiënt te bereiken. Het uitgangspunt is dat basiszorg dichtbij beschikbaar blijft
en dat specialistische zorg alleen wordt geconcentreerd wanneer dit vanuit kwaliteit
en doelmatigheid beter is. Dit betekent niet dat iedere vorm van poliklinische zorg,
dagbehandeling, diagnostiek, electieve zorg of chronische zorg op iedere bestaande
ziekenhuislocatie ongewijzigd moet blijven. De benodigde spreiding verschilt per zorgfunctie
en per regio.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat concentratie
van acute functies automatisch leidt tot verschraling of verplaatsing van planbare
basiszorg uit regionale ziekenhuizen, terwijl juist die planbare zorg voor de leefbaarheid,
toegankelijkheid en financiële draagkracht van regionale ziekenhuizen van groot belang
is.
Het kabinet is het met de leden van de JA21-fractie eens dat planbare zorg voor de
leefbaarheid, toegankelijkheid en financiële draagkracht van regionale ziekenhuizen
van groot belang is. Concentreren van acute zorg is niet het doel. Het doel van de
ontwikkelroute is het ondersteunen van en het bieden van landelijke kaders voor noodzakelijke
veranderingen in de regionale inrichting van de acute zorg. Het kabinet kan echter
niet garanderen dat iedere bestaande planbare functie op iedere ziekenhuislocatie
ongewijzigd blijft, want het is niet aan het kabinet om dit te bepalen.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Minister per 1 januari 2029 een vervolgstap
wil zetten in de budgetbekostiging voor SEH's, terwijl het inhoudelijk kader daarvoor
nog tot stand moet komen in de ontwikkelroute. Kan de Minister toelichten hoe de ontwikkelroute
voor SEH-zorg in samenhang wordt bezien met lopende vraagstukken over IC-capaciteit,
concentratie en spreiding van medisch-specialistische zorg en acute geboortezorg?
De ontwikkelroute wordt niet als een afzonderlijk traject voor de SEH uitgewerkt.
Een SEH is onderdeel van het ziekenhuis en van de bredere acute zorgketen. Keuzes
over de rol, omvang, openingstijden, concentratie of spreiding van SEH-zorg moeten
daarom in samenhang worden bezien met andere ziekenhuisfuncties en acute voorzieningen.
IZA-regio’s en ROAZ-en maken periodiek regionale plannen die vanuit een samenhangende
visie ingaan op de transformaties die nodig zijn in het zorglandschap.
Voor de IC-zorg loopt parallel een afzonderlijk, maar inhoudelijk verbonden traject.
Hierover heeft het kabinet de Kamer op 3 juli jongstleden geïnformeerd25. Vertegenwoordigers van zorgverleners, ziekenhuizen, patiënten en zorgverzekeraars
hebben het kabinet recent bij brief geïnformeerd over hun traject gericht op het maken
van afspraken ten behoeve van een toekomstbestendig IC-landschap. De beoogde oplevering
daarvan is eind 2026. Het kabinet betrekt deze uitkomsten en de verdere uitwerking
van mogelijke wetgeving bij het bredere beleid voor een passend zorglandschap. Bij
regionale keuzes over SEH-zorg moet daarom worden meegewogen welke IC-capaciteit en
andere ziekenhuisbrede ondersteuning nodig zijn om verantwoorde acute zorg te kunnen
leveren.
Ook acute geboortezorg wordt niet los van de regionale acute zorgketen bezien. De
samenwerking rond geboortezorg wordt regionaal georganiseerd binnen de verloskundige
samenwerkingsverbanden en landelijk ondersteund door de Landelijke Tafel Integrale
Geboortezorg. In het ROAZ wordt de benodigde geboortezorg in de regio afgestemd en
wordt bezien hoe de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk kan worden ingezet.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom wordt gekozen voor drie parallelle
sporen, waaronder de doorontwikkeling van de budgetbekostiging, en niet eerst voor
een inhoudelijke doorontwikkeling waarna de Minister zorgt voor een passende bekostiging.
In 2027 wordt een eerste stap gezet in de budgetbekostiging voor de SEH. Tegelijkertijd
wordt er verder gewerkt in de ontwikkelroute aan de inhoudelijke opgaven langs drie
parallelle sporen waarin wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van kwaliteitsnormen,
de inrichting van het zorglandschap en de doorontwikkeling van de budgetbekostiging.
Het kabinet kiest bewust voor een gefaseerde invoering van budgetbekostiging gekoppeld
aan de ontwikkelroute. Het kabinet vindt ook dat een volledig passende budgetbekostiging
pas mogelijk is als de inhoudelijke opgaven verder zijn uitgewerkt. Een eerste stap
biedt ruimte om ervaring op te doen, terwijl de bekostiging in de komende jaren verder
wordt ontwikkeld. De verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging zal aansluiten
bij de inhoudelijke keuzes die hierover de komende periode worden gemaakt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de Kamer voor de Algemene Politieke
Beschouwingen wordt geïnformeerd over de uitwerking van overheidsregie op spreiding.
Indien dat niet het geval is, vragen deze leden de Minister toe te lichten waarom
niet.
Het kabinet informeert de Kamer over de stand van zaken op concentratie en spreiding
vóór het debat ziekenhuiszorg op 7 oktober.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe in de regionale plannen wordt
geborgd dat spreiding en nabijheid niet ondergeschikt raken aan concentratie en doelmatigheid.
Welke minimale landelijke randvoorwaarden hanteert de Minister voor bereikbaarheid,
regionale continuïteit, kwetsbare regio's, grensregio's en gebieden met relatief grote
reisafstanden?
Met de IZA en AZWA-afspraken wordt ingezet op een beweging naar meer samenwerking
in netwerken via spreiding en concentratie. Uitgangspunt daarbij is dat we de zorg
zo dichtbij mogelijk om de patiënt heen organiseren en dat als het moet, we de complexe
zorg afhankelijk van waar je woont, verder weg moeten organiseren. Het uiteindelijke
doel is om een evenwicht te borgen tussen concentratie van complexe medisch specialistische
zorg enerzijds en spreiding van laag complexe zorg anderzijds, waardoor een disbalans
in beschikbare capaciteiten zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Het is belangrijk om te benoemen dat concentratie als gevolg van de afspraken over
de volumenormen enkel 18 hoogcomplexe oncologische en vaatchirurgische ingrepen betreft
en dus niet de planbare ziekenhuiszorg in het algemeen. De effecten zijn dus nooit
zodanig dat spreiding en nabijheid van planbare ziekenhuiszorg, zeker niet de poliklinische
zorg of chronische zorg, ondergeschikt raken aan concentratie. Patiënten kunnen voor
reguliere zorg die vaak voorkomt en ook voor hun voor- en nazorg, nog steeds terecht
in hun eigen ziekenhuis. De ingreep zal echter plaatsvinden in het ziekenhuis waar
de zorg is geconcentreerd.
Ziekenhuizen dienen te zorgen dat hun profiel aansluit bij het bestaande aanbod en
de ontwikkeling van de zorgbehoefte in hun regio, nu en in de toekomst. Dit gebeurt
in samenspraak met de preferente zorgverzekeraar en de andere zorgaanbieders. Op die
manier wordt optimaal gebruik gemaakt van regionaal beschikbare kennis, capaciteit
en infrastructuur. Daarom worden de ROAZ- en regioplannen hiermee aangevuld.
Afspraken over spreiding vragen om regionaal maatwerk, en zijn lastig vanuit een landelijke
norm op te leggen. Het proces om tot spreidingsafspraken te komen moet binnen de regio’s
plaatsvinden door de veldpartijen, waarbij zij worden ondersteund door patiëntenorganisaties.
Het kabinet verwacht van partijen dat zij zich volgens de IZA afspraken onverminderd
blijven inzetten om de spreidingsopgave in de regio te realiseren.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze wordt gewerkt aan een
kader met normen voor beschikbaarheid van SEH's of aan een alternatief voor de 45-minutennorm,
zoals in het Integraal Zorgakkoord is afgesproken en door de NZa als randvoorwaarde
is benoemd voor effectieve beschikbaarheidsbekostiging voor acute zorg.
Momenteel werkt het kabinet een samenhangend pakket aan wet- en regelgeving uit dat
passende zorg altijd en overal de norm maakt.26 Dit zal betekenen dat er meer gestuurd zal worden op de verantwoordelijkheid van
zorgprofessionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars voor het organiseren en leveren
van passende zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom in de beleidsbrief geen concreet
toegankelijkheidskader wordt beschreven en hoe dit zich verhoudt tot de constatering
dat kwaliteitsnormen geen afspraken over toegankelijkheid bevatten.
Het kabinet acht het niet wenselijk om één generiek toegankelijkheidskader vast te
stellen. De toegankelijkheid van acute zorg hangt immers sterk samen met regionale
omstandigheden, zoals bevolkingsdichtheid, reisafstanden, zorgvraag en personele beschikbaarheid.
De ontwikkelroute is er juist op gericht om binnen heldere landelijke kwaliteitskaders
ruimte te bieden voor regionaal passende oplossingen, waarbij toegankelijkheid een
expliciet onderdeel vormt van de uiteindelijke regionale afwegingen. De ontwikkelroute
beoogt een brede aanpak waarin kwaliteit, regionale inrichting van het zorglandschap
en bekostiging in samenhang worden ontwikkeld. Zo moet duidelijk zijn welke acute
zorgfuncties, met bijbehorende kwaliteitseisen, op welke locaties verantwoord kunnen
worden geleverd. Vervolgens kunnen regio's keuzes maken over een passend aanbod van
acute zorg, waarbij ook bereikbaarheid en toegankelijkheid worden meegewogen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke rol provincies, gemeenten en
andere decentrale overheden krijgen bij de beoordeling van regionale plannen voor
acute zorg.
Het kabinet werkt momenteel uit op welke manier de provincies, gemeenten en andere
decentrale overheden betrokken worden bij de regionale planvorming voor de inrichting
van het zorglandschap.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat besluiten
over afschaling of concentratie van acute functies feitelijk worden genomen in contracteringsprocessen
tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars, zonder voldoende publieke weging van bereikbaarheid,
leefbaarheid en regionale gevolgen.
De Zorgverzekeringswet heeft tot doel om verzekerden in Nederland kwalitatief goede,
betaalbare en toegankelijke zorg te bieden. De zorgverzekeraars hebben de wettelijke
taak om via contractering (en dus in samenwerking met zorgaanbieders) de optimale
mix tussen deze drie doelen te bereiken. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet
erop toe dat dit proces binnen de wettelijke kaders verloopt en borgt daarmee de publieke
belangen, zoals deze zijn neergelegd in de Zorgverzekeringswet. Als een ziekenhuis
overweegt de SEH te sluiten, moet het ziekenhuis een zorgvuldig besluitvormingsproces
volgen met betrokkenheid van onder andere zorgaanbieders in de regio, inwoners en
gemeenten. In de periode van 19 mei tot 16 juni is de aanscherping van de regelgeving
voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer en deze ligt momenteel voor advies bij
de Raad van State.27
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe ervoor wordt gezorgd dat budgetbekostiging
hand in hand gaat met een helder en gedragen inhoudelijk kader, zodat de bekostiging
daadwerkelijk bijdraagt aan de toegankelijkheid van aantoonbaar goede en veilige acute
zorg voor patiënten.
Het kabinet deelt het uitgangspunt dat voor de doorontwikkeling van budgetbekostiging
de uitwerking van de inhoudelijke opgaven belangrijk is. Daarom staat de invoering
en doorontwikkeling van budgetbekostiging niet op zichzelf, maar maakt deze onderdeel
uit van de bredere ontwikkelroute passende acute zorg in de regio. Daarbij wordt parallel
aan elkaar gewerkt aan de verdere ontwikkeling van kwaliteitsnormen voor de acute
zorg, aan regionale planvorming en aan duidelijkheid over de verschillende functies
die SEH’s kunnen vervullen. De verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging zal
aansluiten bij de inhoudelijke keuzes die hierover de komende periode worden gemaakt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze budgetbekostiging bijdraagt
aan noodzakelijke en onderbouwde keuzes in de regio over concentratie, spreiding en
differentiatie van SEH-zorg.
Doordat met budgetbekostiging een deel van de bekostiging niet langer afhankelijk
is van het aantal behandelingen, ontstaat meer ruimte om afspraken te maken over een
passend regionaal aanbod van acute zorg. Hierdoor kunnen keuzes over concentratie,
spreiding en differentiatie meer worden gebaseerd op kwaliteit, toegankelijkheid en
een doelmatige inzet van personeel, en minder op financiële productieprikkels. Deze
keuzes over de inrichting van de acute zorg moeten uiteindelijk regionaal worden gemaakt.
De verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging sluit daarbij aan, zodat de bekostiging
beter aansluit bij de verschillende functies die SEH's binnen een regio kunnen vervullen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat budgetten
voor verschillende typen SEH's het acute zorglandschap juist verder vastzetten in
plaats van regionale keuzes mogelijk maken, en hoe perverse prikkels worden voorkomen.
Door de beschikbaarheid van een SEH via een budget te bekostigen, kan de maatregel
bijdragen aan het toegankelijk houden van acute zorg, het ondersteunen van de beschikbaarheid
van SEH-zorg, betere samenwerking in de spoedzorgketen en meer financiële zekerheid
voor ziekenhuizen om in een passend zorgaanbod te kunnen voorzien. Daarmee ontstaat
meer ruimte om regionaal afspraken te maken over de organisatie van acute zorg. Randvoorwaardelijk
hierbij zijn duidelijke kwaliteitseisen, regionale keuzes over het aanbod van acute
zorg en afspraken over samenwerking in de spoedzorgketen, juist om te voorkomen dat
gedifferentieerde budgetten bestaande structuren bestendigen of nieuwe ongewenste
prikkels veroorzaken.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke doorzettingsmacht beschikbaar
is wanneer regionale partijen geen overeenstemming bereiken of wanneer regionale plannen
naar het oordeel van de Minister onvoldoende voorzien in spreiding, bereikbaarheid
en continuïteit van acute zorg.
Het kabinet werkt momenteel uit welke doorzettingsmacht mogelijk is bij de regionale
planvorming voor de inrichting van het zorglandschap.
Naar aanleiding van het onderdeel: financiële positie van ziekenhuizen, vastgoed en
investeringsruimte. De leden van de JA21-fractie maken zich zorgen over de financiële
positie en investeringsruimte van ziekenhuizen. Uit de Benchmark Ziekenhuizen/Universitair
Medische Centra 2025 van BDO Accountants & Adviseurs blijkt dat de investeringsruimte
van ziekenhuizen onder druk staat en dat een aanzienlijk deel van de ziekenhuizen
financieel kwetsbaar is. Daarbij spelen onder meer personeelskosten, vastgoed, financieringslasten
en achterblijvende investeringen een rol.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat financiële
kwetsbaarheid, afschrijvingen op vastgoed, bankconvenanten, rentelasten of noodzakelijke
balansverbetering de besluitvorming over concentratie, differentiatie of afschaling
gaan domineren, in plaats van kwaliteit, toegankelijkheid, regionale spreiding en
medisch-inhoudelijke noodzaak.
Het is primair aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars om het zorgaanbod verantwoord
in te richten. De Zorgverzekeringswet heeft tot doel om verzekerden in Nederland kwalitatief
goede, betaalbare en toegankelijke zorg te bieden. De zorgverzekeraars hebben de wettelijke
taak om via contractering (en dus in samenwerking met zorgaanbieders) de optimale
mix tussen deze drie doelen te bereiken. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet
erop toe dat dit proces binnen de wettelijke kaders verloopt en borgt daarmee de publieke
belangen, zoals deze zijn neergelegd in de Zorgverzekeringswet.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de signalen rond het Ommelander
Ziekenhuis bekend zijn, waar bouw- en financieringslasten hebben geleid tot een financieel
herstelplan waarbij onder meer de provincie Groningen, zorgverzekeraars en het Universitair
Medisch Centrum Groningen (UMCG) betrokken zijn.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke lessen hieruit worden getrokken
voor de landelijke inrichting van acute zorg, vooral in regio's waar een ziekenhuis
maatschappelijk onmisbaar is maar financieel kwetsbaar blijft.
Het kabinet heeft van het Ommelander Ziekenhuis begrepen dat het de afgelopen jaren
samen met zorgverzekeraars, het UMCG en de provincie Groningen heeft gewerkt aan een
structurele oplossing voor de financiële uitdagingen waarmee het ziekenhuis (door
de financieringsconstructie die noodzakelijk was om de nieuwbouw mogelijk te maken
en te realiseren) te maken heeft. Om de continuïteit van de ziekenhuiszorg voor Noord-
en Oost-Groningen te waarborgen heeft het Ommelander Ziekenhuis samen met genoemde
partijen een herstelplan opgesteld, op basis waarvan partijen de komende jaren diverse
maatregelen treffen om het ziekenhuis toekomstbestendig te maken, aldus het Ommelander
Ziekenhuis. Dit voorbeeld laat goed zien dat de toegankelijkheid van de (acute) zorg
een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de partijen in de regio.
Naar aanleiding van het onderdeel: Onderzoek naar concentratie, differentiatie, schaalgrootte
en keteneffecten. De leden van de JA21-fractie constateren dat de aangenomen motie-Coenradie28 verzoekt om concreet, cijfermatig, domeinoverstijgend en actueel te onderzoeken in
hoeverre schaalvergroting door concentratie en differentiatie leidt tot lagere kosten,
personeelswinst en betere kwaliteit van zorg. Deze leden vragen de Minister op welke
manier uitvoering wordt gegeven aan dit verzoek.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister wie opdrachtgever wordt, wie het onderzoek
uitvoert, wat de planning is en op welk moment de Kamer de onderzoeksopzet ontvangt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke partijen bij het onderzoek worden
betrokken. Worden naast zorgaanbieders, zorgverzekeraars, de NZa, het Zorginstituut
Nederland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Regionale Overleggen Acute
Zorgketen (ROAZ'en) en beroepsverenigingen ook patiëntenorganisaties, werknemersvertegenwoordigers,
ambulancediensten, huisartsenposten, gemeenten, provincies en deskundigen uit het
sociaal domein betrokken?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of er voldoende actuele nationale
en internationale literatuur over concentratie, differentiatie, schaalvergroting en
optimale schaal beschikbaar is om het onderzoek te beperken tot een literatuurstudie.
Indien dat het geval is, vragen deze leden de Minister welke literatuur daarvoor dragend
en actueel genoeg wordt geacht.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of het onderzoek, indien de beschikbare
literatuur onvoldoende is, wordt uitgebreid met empirische analyses, casusonderzoek
en evaluaties van eerdere sluitingen, fusies, afschalingen en concentratiebesluiten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister in hoeverre de financiële, personele,
kwalitatieve en gezondheidseffecten van eerdere sluitingen of afschalingen van SEH's,
acute verloskunde, IC-capaciteit of andere acute functies worden meegenomen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of daarbij ook wordt gekeken naar
effecten op ambulance-inzet, aanrijtijden, doorstroom, reistijd voor patiënten en
naasten, druk op huisartsenposten, druk op omliggende ziekenhuizen, personeelstekorten
en regionale arbeidsmarkt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te bevestigen dat het onderzoek daadwerkelijk
domeinoverstijgend wordt opgezet en daarbij ook de kosten en effecten in het sociaal
domein, voor gemeenten en provincies, voor bereikbaarheid en mobiliteit, voor mantelzorgers
en voor andere decentrale overheden meeneemt.
Partijen hebben in het AZWA afspraken gemaakt over spreiding en concentratie van zorg,
omdat dit bijdraagt aan de kwaliteit van de zorg. Concentratie van zorg is nodig om
zorg van hogere kwaliteit voor patiënten mogelijk te maken. Dit ligt logischerwijs
vooral in de rede voor laagfrequente, hoogcomplexe oncologische en vaatchirurgische
ingrepen. Het merendeel van de ziekenhuiszorg, ook hoogcomplex, kan worden geleverd
in een reguliere setting, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Concentratie
en spreiding moet gepaard gaan met regionale netwerkvorming, passende verdeling en
goede toegankelijkheid.
Uit onderzoek blijkt dat voor veel complexe chirurgische ingrepen behandeling in ziekenhuizen
met een hoger behandelvolume samenhangt met betere patiëntuitkomsten.29 Dit uit zich onder meer in lagere perioperatieve mortaliteit, minder ernstige complicaties,
kortere ziekenhuisopname en – voor diverse oncologische ingrepen – een betere langetermijnoverleving.
Deze kwaliteitsverbetering kan worden verklaard door meer klinische ervaring, gespecialiseerde
multidisciplinaire teams, meer opbouw van kennis, innovatie in diagnostiek en behandeling,
betere zorgprocessen en een betere naleving van richtlijnen. Op basis hiervan hebben
zorgprofessionals voorstellen gedaan voor hogere volumenormen voor hoogcomplexe interventies.
Voorafgaand aan de keuze voor concentratie van de vastgestelde interventies, is in
2024 een impactanalyse uitgevoerd door onderzoeksbureau SiRM in opdracht van IZA-partijen.30 De impactanalyse bracht systematisch in kaart welk effect de herverdeling heeft op
alle betrokken partijen: de patiënt, de zorgaanbieder, de zorgprofessionals, het zorgnetwerk
en de maatschappij. Per ziekenhuis werd doorgerekend wat een verschuiving van behandelingen
zou betekenen. Ook werden de effecten voor patiënten en regionale netwerken in kaart
gebracht. Hiervoor zijn circa 100 ziekenhuisbestuurders geïnterviewd en werden circa
75 bijeenkomsten met bestuurders, zorgverleners, zorgverzekeraars en vertegenwoordigers
van patiënten georganiseerd. De impactanalyse gaf daarmee een feitelijke basis om
het gesprek in de regio te voeren. De regio’s werden met de analyse ondersteund bij
hun besluitvorming over de her te verdelen zorg voor de 18 complexe behandelingen
waarvoor (volume)normen werden vastgesteld. Na een zorgvuldig proces per norm te hebben
doorlopen, zijn in maart 2025 de nieuwe normen vastgesteld. Vervolgens hebben regio’s
een definitief scenario bepaald voor de herinrichting van de zorg.
De in de vraag genoemde lagere kosten en personeelswinst zijn dus geen leidend argument
voor spreiding en concentratie, en geen doel op zich. Daarnaast zijn de door de leden
van JA21 genoemde sluitingen, fusies en afschalingen nooit een gevolg van de concentratie
afspraken ten behoeve van de (volume)normen voor hoogcomplexe oncologische en vaatchirurgische
ingrepen. Dit is een onjuist verband. Datzelfde geldt voor «sluitingen of afschalingen
van SEH's, acute verloskunde, IC-capaciteit of andere acute functies». Afspraken over
spreiding en concentratie komen voort uit het IZA/AZWA en worden door de veldpartijen
zelf uitgewerkt, met volledige steun vanuit de patiëntenorganisaties. Het is niet
aan het kabinet om middels een onderzoek te onderbouwen of, en in hoeverre concentratie
leidt tot een betere kwaliteit van zorg en eventuele lagere kosten of personeelswinst.
Dat kunnen partijen zelf doen, waarbij het belangrijk is te vermelden dat het effect
van concentratie niet betrouwbaar vast te stellen is binnen één jaar. Verschillende
uitkomsten ontwikkelen zich op verschillende tijdschalen. Daarom heeft het kabinet
de motie Coenradie ontraden.31
Met bovenstaande beantwoording beschouwt het kabinet deze motie als afgedaan.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat schaalvergroting
op papier doelmatiger lijkt binnen de zorgbegroting, terwijl kosten door langere reistijden,
verminderde bereikbaarheid, extra ambulance-inzet, druk op de Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo) of het sociaal domein en effecten op lokale leefbaarheid elders
bij decentrale overheden en inwoners terechtkomen.
Het kabinet wil hierbij nogmaals benadrukken dat het doel van concentratie niet schaalvergroting
of doelmatigheid is, maar het verhogen van kwaliteit, doordat met concentratie van
hoogcomplexe laagvolume oncologische en vaatchirurgische zorg, de volumes op die plek
kunnen toenemen. Hogere volumes leiden tot meer ervaring en specialisatie bij artsen
en verpleegkundigen.
Een betere organisatie van acute zorg heeft tot doel dat schaars, hoogopgeleid personeel
in de ANW-uren slim wordt ingezet, zodat de meest complexe acute patiënten tijdig
goede zorg kunnen ontvangen. Ook hier kun je immers slim differentiëren tussen zorglocaties
om te zorgen voor een optimale bereikbaarheid van de benodigde zorgfuncties. De veronderstelling
dat het zou gaan om doelmatigheid, en zelfs besparing, herkent het kabinet dus niet.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister toe te zeggen dat geen onomkeerbare
stappen worden gezet tot sluiting, afschaling of fundamentele omzetting van acute
zorgfuncties op basis van de ontwikkelroute passende acute zorg voordat de resultaten
van dit onderzoek beschikbaar zijn, met de Kamer zijn gedeeld en inhoudelijk met de
Kamer zijn besproken. Indien de Minister dat niet kan toezeggen, vragen deze leden
de Minister toe te lichten waarom niet.
Het kabinet kan niet toezeggen dat het huidige acute zorgaanbod ongewijzigd blijft,
want het is niet aan het kabinet om dit te bepalen.
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over
de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio.
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat de Kamer recent de motie-Vermeer heeft
aangenomen, waarin de regering wordt verzocht om bij alle vervolgstappen richting
de SEH-budgetbekostiging te werken aan een passende financiële positie van SEH's in
regionale ziekenhuizen binnen het daarvoor geldende VWS-begrotingskader en binnen
het huidige normenkader. Deze leden zien dat met deze brief een eerste tussenstap
richting de uitvoering van de motie is gezet.
Kan de Minister concreet aangeven welke vervolgstappen zij gaat zetten om te komen
tot een passende financiële positie van SEH's in regionale ziekenhuizen? Maakt het
compenseren van lagere productieaantallen vanwege het beschikbaar houden van acute
zorg hier onderdeel van uit?
De vervolgstappen voor passende acute zorg in de regio zijn beschreven in de brief
van 1 juni 2026. Onderdeel daarvan is dat de NZa wordt gevraagd om de variatie tussen
SEH's nader in kaart te brengen, bijvoorbeeld de verschillen in kostenstructuur, schaalgrootte
en personele inzet. Daarnaast wordt de NZa gevraagd te onderzoeken of, en zo ja hoe,
een gedifferentieerd aanbod in het acute zorglandschap een plek kan krijgen in een
passende budgetbekostiging. Daarmee kan ruimte ontstaan voor acute zorgfuncties die
niet de volledige functie van een klassieke SEH vervullen, maar binnen een regionaal
aanbod van acute zorg wel bijdragen aan bereikbaarheid, eerste beoordeling, diagnostiek,
behandeling of doorstroom van patiënten. Het doel hiervan is om te komen tot een bekostiging
die beter aansluit bij de verschillende functies van SEH's en de beschikbaarheid van
acute zorg in de regio. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de motie-Vermeer.
Het doel is niet om een kleinere hoeveelheid geleverde zorg als zodanig te compenseren.
Maar om ziekenhuizen minder afhankelijk te maken van de hoeveelheid geleverde zorg
voor de bekostiging van de beschikbaarheidsfunctie van de SEH. Daarmee ontstaat meer
ruimte om passende zorg te leveren, ook wanneer het aantal patiënten lager is.
De Minister kondigt een ontwikkelroute aan langs drie sporen. Lopen deze sporen gelijktijdig
op? Acht de Minister het mogelijk dat bepaalde onderdelen van deze ontwikkelroute
wel worden uitgevoerd en andere niet? Vinden er de komende jaren bezuinigingen plaats
op de acute zorg?
In 2027 wordt een eerste stap gezet in de budgetbekostiging voor de SEH. Tegelijkertijd
wordt er in de ontwikkelroute verder gewerkt aan de inhoudelijke opgaven langs drie
parallelle sporen, waarin gelijktijdig wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van kwaliteitsnormen,
de inrichting van het zorglandschap en de doorontwikkeling van de budgetbekostiging.
Het kabinet vindt dat een volledig passende budgetbekostiging pas mogelijk is als
de inhoudelijke opgaven verder zijn uitgewerkt. Een eerste stap biedt ruimte om ervaring
op te doen, terwijl de bekostiging in de komende jaren verder wordt ontwikkeld. De
verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging zal aansluiten bij de inhoudelijke
keuzes die hierover de komende periode worden gemaakt.
De in het coalitieakkoord opgenomen ombuiging voor passende zorg moet nog worden verdeeld
over diverse sectoren in de Zorgverzekeringswet (de acute zorg is hierbij geen aparte
sector, maar valt onder de medisch-specialistische zorg) en is gericht op het matigen
van de verwachte groei van de zorguitgaven. Aan de ontwikkelroute passende acute zorg
is geen afzonderlijke taakstelling gekoppeld voor het sluiten van bijvoorbeeld een
vooraf bepaald aantal SEH’s of het verminderen van een vooraf vastgesteld zorgvolume.
De eerste stap van de budgetbekostiging van de SEH per 1 januari 2027 wordt bovendien
budgetneutraal ingevoerd en is daarmee ook geen bezuinigingsmaatregel.
De Minister schrijft dat uiteindelijk een budgetbekostiging wordt nagestreefd die
rekening houdt met verschillen tussen SEH's, zoals schaalgrootte en de verschillende
functies die acute zorgvoorzieningen in een regio kunnen vervullen. De leden van de
BBB-fractie vragen de Minister nader toe te lichten wat zij precies verstaat onder
een «gedifferentieerd aanbod» van acute zorg. Kan de Minister daarbij expliciet aangeven
hoe een dergelijke differentiatie een regionaal ziekenhuis helpt om voor de SEH minder
afhankelijk te worden van productieprikkels?
Met een gedifferentieerd aanbod wordt bedoeld dat niet iedere acute zorgvoorziening
dezelfde functie hoeft te vervullen. Afhankelijk van de regionale zorgvraag kan een
locatie bijvoorbeeld een volledige SEH-functie hebben, of een andere acute zorgfunctie
die past binnen het regionale zorgaanbod. Een budgetbekostiging die rekening houdt
met deze verschillende functies maakt de financiering minder afhankelijk van het aantal
patiënten dat zich op de SEH meldt. Daarmee ontstaat voor ziekenhuizen meer financiële
zekerheid om een passende acute zorgfunctie beschikbaar te houden en regionale samenwerkingsafspraken
te maken, zonder dat productieprikkels daarbij leidend zijn.
In de eerste stap van de budgetbekostiging blijft het budget voor een ziekenhuis in
theorie gelijk. Vaste bijdragen worden gecompenseerd door schoning op de tarieven.
Geschoonde prijzen in regionale ziekenhuizen vallen lager uit. De leden van de BBB-fractie
vragen in hoeverre regionale ziekenhuizen hierdoor in de praktijk alsnog afhankelijk
blijven van hogere productieaantallen om financieel gezond te blijven. In hoeverre
dwingt dit hen alsnog tot het draaien van hogere volumes om financieel te overleven?
En in hoeverre maakt dit hen afhankelijker van zorgverzekeraars?
De SEH is één onderdeel van een ziekenhuis. En met de eerste stap in budgetbekostiging
blijven ziekenhuizen voor hun SEH nog steeds voor een deel afhankelijk van de reguliere
ziekenhuis bekostiging, door middel van DBC’s. Daarom ziet het kabinet dit als eerste
stap op weg naar een optimale budgetbekostiging. In die optimalisering wordt onderzocht
hoe de budgetbekostiging beter aansluit bij de beschikbaarheidsfunctie van verschillende
SEH's. Daarbij wordt de SEH steeds minder afhankelijk van de hoeveelheid geleverde
zorg. De invoering van budgetbekostiging verandert niets aan de verantwoordelijkheid
van zorgverzekeraars om voldoende zorg in te kopen om aan hun zorgplicht te voldoen.
Dus dit maakt hen niet direct meer afhankelijk van zorgverzekeraars dan nu.
De Minister schrijft dat uiteindelijk rekening gehouden zal worden met verschillen
tussen SEH's, waaronder schaalgrootte en verschillende functies binnen de regio. De
leden van de BBB-fractie vragen wat dit precies betekent. Indien regionale ziekenhuizen
last hebben van kleinere productieaantallen op de SEH, hoe lost het verkleinen van
hun productie dan hun probleem op? Welke profielen zijn er voor SEH’s in regionale
ziekenhuizen? En hoe wordt voorkomen dat regionale ziekenhuizen gedwongen worden om
meer productie te draaien in plaats van passende zorg te leveren?
Niet iedere SEH vervult dezelfde functie. Er zijn verschillen in omvang, patiënten
aanbod, voorzieningen en de rol die een SEH speelt binnen de regionale acute zorg.
De verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging is erop gericht om met deze verschillen
rekening te houden. Daarbij wordt de SEH financieel steeds minder afhankelijk van
de hoeveelheid geleverde zorg op de SEH, waardoor regionale ziekenhuizen passende
zorg kunnen leveren, zonder afhankelijk te zijn van een hoger aantal patiënten. In
de doorontwikkeling wordt niet alleen gekeken naar het aantal patiënten, juist ook
naar de functie die een SEH vervult, de beschikbaarheid die moet worden geleverd en
de middelen die daarvoor nodig zijn. De NZa wordt gevraagd te onderzoeken waar deze
verschillen in zitten. Het kabinet loopt niet vooruit op de uitkomsten van dat onderzoek.
De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat de Minister schrijft dat niet iedere
SEH dezelfde rol of omvang hoeft te hebben en dat ruimte kan ontstaan voor acute zorgfuncties
die niet de volledige functie van een klassieke SEH vervullen. Kan de Minister uitsluiten
dat de invoering en doorontwikkeling van de budgetbekostiging wordt gebruikt om bestaande
SEH's af te schalen naar lichtere voorzieningen? Is de Minister het met deze leden
eens dat een spoedeisende hulp in beginsel een volwaardige spoedeisende hulp moet
blijven en dat budgetbekostiging niet bedoeld is om SEH's te «downgraden» tot een
soort veredelde eerstehulppost of huisartsenpost?
De SEH is een onderdeel van een ziekenhuis, en het bestuur van het ziekenhuis bepaalt
welke zorg in het ziekenhuis wordt geleverd en dus ook of het ziekenhuis spoedeisende
hulp verleent. Zorgverzekeraars hebben een wettelijke zorgplicht tegenover hun verzekerden
en deze zorgplicht geldt ook voor spoedeisende zorg. Zorgverzekeraars moeten voldoende
spoedeisende zorg inkopen bij ziekenhuizen en zijn er dus bij gebaat dat er voldoende
acute zorg in een regio beschikbaar is. De NZa ziet erop toe dat de zorgverzekeraars
hun wettelijke taken, waaronder hun wettelijke zorgplicht, nakomen. Dit toezicht is
erop gericht de belangen van de patiënten en verzekerden te beschermen. Als een ziekenhuis
overweegt de SEH te sluiten, moet het ziekenhuis een zorgvuldig besluitvormingsproces
volgen met betrokkenheid van onder andere zorgaanbieders in de regio, inwoners en
gemeenten. Het kabinet kan echter niet uitsluiten dat regionale keuzes ertoe leiden
dat een bestaande SEH een andere rol, omvang of functie krijgt. In de periode van
19 mei tot 16 juni is de aanscherping van de regelgeving voorgehangen bij de Eerste
en Tweede Kamer en deze ligt momenteel voor advies bij de Raad van State.32
Uit onderzoek blijkt dat veel ziekenhuizen voornamelijk goed bereikbaar zijn met de
auto. Is de Minister bereid te onderzoeken hoeveel patiënten voor hun reis naar het
ziekenhuis afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, zodat deze bereikbaarheid kan
worden betrokken bij besluiten over de inrichting van de acute zorg?
Het is primair aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars om het zorgaanbod verantwoord
in te richten en rekening te houden met de bereikbaarheid voor patiënten. Zorgverzekeraars
moeten vanuit hun zorgplicht borgen dat voldoende tijdige en toegankelijke acute zorg
beschikbaar blijft. Het kabinet ziet dan ook geen aanleiding om te onderzoeken hoeveel
patiënten voor hun reis naar het ziekenhuis afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.
De effecten zijn sterk afhankelijk van de regionale situatie en moeten daarom worden
beoordeeld op de plaats waar de keuzes worden gemaakt.
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie op welke wijze patiëntenorganisaties,
regionale ziekenhuizen, professionals uit de acute zorg en burgemeesters worden betrokken
bij de regionale besluitvorming. Hoe verhoudt dit overleg zich tot het opstellen van
regiobeelden en regioplannen in het Regionaal overleg acute zorgketen (ROAZ), die
in 2028 worden herijkt?
Op grond van het Uitvoeringsbesluit Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)
(de amvb acute zorg) moeten andere zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen of huisartsen,
betrokken worden bij besluitvorming over eventuele wijziging van het aanbod van acute
zorg in de regio. Op grond van de Wkkgz en de voorgenomen wijzigingen in het Uitvoeringsbesluit
Wkkgz krijgt de burgemeester in veel gevallen een zwaarwegend adviesrecht. Op basis
van de huidige criteria voor ROAZ-beelden en ROAZ-plannen moeten concept ROAZ-plannen
worden getoetst bij stakeholders en moet het burger- en patiëntperspectief daarbij
betrokken worden. Nog dit jaar worden deze criteria aangepast. Het perspectief van
burgers, patiënten en gemeenten zal een plaats krijgen in de nieuwe criteria.
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de uitwerking van
de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van zaken van de invoering
van de budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen
over.
De leden van de SP-fractie benadrukken dat budgetbekostiging voor de spoedeisende
hulp belangrijk is, maar dat dit wel moet worden ingezet om de sluiting of afschaling
van spoedeisende hulpafdelingen tegen te gaan. In de brief van de Minister lijkt daarentegen
juist te worden voorgesorteerd op het inzetten van budgetbekostiging om juist het
tegenovergestelde te bereiken. Klopt dit? Is de Minister van plan om via de budgetbekostiging
sommige ziekenhuizen te stimuleren om juist hun aanbod van acute zorg te verminderen?
Nee. Budgetbekostiging is niet bedoeld om de sluiting of afschaling van SEH's te stimuleren.
Het kabinet vindt het van belang dat inwoners ook in de toekomst kunnen rekenen op
tijdige, toegankelijke en kwalitatief goede acute zorg. Dat betekent dat de inrichting
van de acute zorg moet aansluiten bij de zorgvraag in de regio en de beschikbaarheid
van personeel. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars moeten in regionaal verband afspraken
maken over een passend aanbod van acute zorg. Daarbij kunnen keuzes worden gemaakt
over concentratie, spreiding of differentiatie van acute zorg, wanneer dit bijdraagt
aan de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van de zorg. Deze keuzes worden
niet bepaald door de bekostiging, maar door de inhoudelijke inrichting van het regionale
zorglandschap.
De leden van de SP-fractie lezen bijvoorbeeld dat het kabinet «wil dat zorgaanbieders
en zorgverzekeraars in iedere regio duidelijke keuzes maken over waar welke acute
zorg wordt geleverd [en] dat wordt bezien waar zorg anders, minder of op een andere
plek wordt georganiseerd, wanneer dit beter aansluit bij kwaliteit, continuïteit en
toegankelijkheid van zorg en personele beschikbaarheid.» Hoe verhoudt dit zich tot
de inzet van budgetbekostiging, dat over het algemeen een middel is om juist te voorkomen
dat zorgaanbod verdwijnt?
Het kabinet ziet budgetbekostiging als een instrument om de toegankelijkheid van acute
zorg beter te ondersteunen. Door een deel van de bekostiging los te koppelen van de
hoeveelheid geleverde zorg op de SEH, krijgen ziekenhuizen meer financiële zekerheid
voor het beschikbaar houden van een SEH. Tegelijkertijd is het kabinet van mening
dat de inrichting van de acute zorg moet aansluiten bij de zorgvraag, de kwaliteit
van zorg en de beschikbare zorgprofessionals. Dat kan betekenen dat regio's gezamenlijk
afspraken maken over de organisatie van acute zorg.
Budgetbekostiging is niet bedoeld om dergelijke keuzes te sturen, maar om ervoor te
zorgen dat de bekostiging beter aansluit bij de uitkomsten daarvan en de toegankelijkheid
van acute zorg ondersteunt.
Daarnaast lezen de leden van de SP-fractie dat «De ontwikkelroute is […] gericht op
het ondersteunen van en het bieden van kaders voor noodzakelijke veranderingen in
de regionale inrichting van de acute zorg. Hier is het zorgen voor een passende budgetbekostiging
voor de spoedeisende hulp een onderdeel van.» Waarom richt de Minister de inzet van
budgetbekostiging niet juist op het tegengaan van de afbraak van zorgaanbod? Is de
Minister bereid dit alsnog te doen?
Het uitgangspunt van het kabinet blijft dat inwoners nu, en ook in de toekomst, moeten
kunnen rekenen op goede, toegankelijke en passende acute zorg, die betaalbaar en van
hoge kwaliteit is. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. Het kabinet wil dat
zorgaanbieders zich zo in een regio organiseren dat inwoners de best passende zorg
op de beste plek krijgen wanneer dat nodig is. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars
moeten in iedere regio duidelijke keuzes maken over waar welke acute zorg wordt geleverd.
Daarbij hoort ook dat wordt bezien waar zorg anders, minder of op een andere plek
wordt georganiseerd, wanneer dit beter aansluit bij kwaliteit, continuïteit en toegankelijkheid
van zorg en personele beschikbaarheid.
Budgetbekostiging draagt daaraan bij door de financiële zekerheid voor de beschikbaarheid
van de SEH te vergroten en de afhankelijkheid van de hoeveelheid geleverde zorg te
verminderen. Het kabinet is echter ook van mening dat de bekostiging moet aansluiten
bij een passend regionaal zorgaanbod. Dat betekent dat keuzes over de inrichting van
de acute zorg worden gemaakt op basis van kwaliteit, toegankelijkheid, continuïteit
en de beschikbare capaciteit, en niet op basis van de bekostiging. De budgetbekostiging
volgt deze inhoudelijke keuzes en ondersteunt de beschikbaarheid van de acute zorg
die in een regio nodig is.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier