Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kisteman over het bericht ‘Renaissanceschool van Forum voor Democratie gaat weer open in Almere’
Vragen van het lid Kisteman (VVD) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Renaissanceschool van Forum voor Democratie gaat weer open in Almere» (ingezonden 25 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
1 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2541.
Inleiding
Gezien de belangstelling vanuit uw Kamer voor dit onderwerp, hecht ik eraan u verder
te attenderen op vier Woo-verzoeken die recent zijn ingediend over de bekostiging
van de Renaissanceschool. Vandaag zal ik in reactie op de vier
Woo-verzoeken informatie openbaar maken. De informatie wordt gepubliceerd op open.overheid.nl. De informatie omvat onder andere het marktonderzoek.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Renaissanceschool van Forum voor Democratie gaat weer
open in Almere»?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Hoe verhoudt de oprichting van scholen die zich nadrukkelijk richten op een specifieke
levensbeschouwelijke of politieke gemeenschap zich volgens u tot de ambitie uit uw
beleidsbrief om onderwijs te laten bijdragen aan verbinding in de samenleving, het
tegengaan van segregatie en een sterke democratische rechtsstaat?
Antwoord 2
Alle scholen hebben hun onderwijs in te richten in overeenstemming met de basiswaarden
van de democratische rechtsstaat, waaronder vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.
Dat volgt uit de wettelijke burgerschapsopdracht. Binnen, onder meer, die kaders creëert
de vrijheid van onderwijs (Artikel 23 van de Grondwet) het recht om scholen te stichten,
met (onder voorwaarden) volledige overheidsbekostiging, en om hun onderwijs verder
vorm te geven. Dat kunnen scholen op openbare of bijzondere grondslag zijn. De vrijheid
van onderwijs zorgt voor meer keuzevrijheid voor ouders en leerlingen om een school
te kiezen die bij hen past. Dat leidt tot een zekere mate van onderwijssegregatie.
De overheid formuleert, vanuit doelmatigheidsoverwegingen, de lat waaraan elke nieuwe
school moet voldoen.
Elke bekostigingsaanvraag voor een nieuwe school wordt getoetst aan een set uniforme
bekostigingscriteria. Een belangrijk onderdeel hiervan is het advies van de Inspectie
van het Onderwijs (hierna: inspectie) over de te verwachten onderwijskwaliteit. Initiatieven
voor nieuwe scholen moeten bijvoorbeeld aannemelijk maken dat zij het burgerschapsonderwijs
op deugdelijke wijze gaan inrichten. Zo moet het onderwijs zich onder andere herkenbaar
richten op de bevordering van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Alleen
als aan de in de wet genoemde criteria om in aanmerking te komen voor bekostiging
wordt voldaan, kan de nieuwe school haar deuren openen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat scholen niet alleen een onderwijsfunctie hebben, maar ook een
belangrijke maatschappelijke functie vervullen doordat kinderen met verschillende
achtergronden elkaar daar ontmoeten?
Antwoord 3
Ja, die mening deel ik. Mede daarom geldt voor scholen de wettelijke burgerschapsopdracht,
die van scholen vraagt dat ze leerlingen in staat stellen deel uit te maken van en
bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving en dat ze leerlingen
kennis en respect bijbrengen van en voor verschillen in bijvoorbeeld levensovertuiging
en politieke gezindheid.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u in dat licht de ontwikkeling dat steeds meer nieuwe scholen zich
richten op specifieke levensbeschouwelijke, religieuze en zelfs ideologische doelgroepen?
Antwoord 4
Alle scholen hebben zich met hun onderwijs te houden aan de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat. Uit Artikel 23 van de Grondwet volgt het recht om scholen te stichten
die aansluiten op de wensen van ouders en leerlingen. De ruimte voor scholen om hun
onderwijs in te richten op grond van een specifieke levensbeschouwelijke of religieuze
grondslag en de toetsing of er wel voldoende belangstelling is voor scholen, sluit
daarbij aan. Maar die ruimte is niet onbegrensd, en hoeft daardoor niet in de weg
te staan van de maatschappelijke functie die scholen hebben: ongeacht hun grondslag
hebben scholen zich te houden aan de wettelijke burgerschapsopdracht. In de stichtingsaanvraag
moeten scholen al aantoonbaar maken dat ze zich hieraan gaan houden.
Vraag 5
Klopt het dat uit de evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen blijkt dat
nieuwe scholen gemiddeld een homogenere leerlingenpopulatie hebben dan scholen in
hun omgeving en dat effecten op onderwijssegregatie zichtbaar zijn op lokaal niveau?
Antwoord 5
Omdat de zogenoemde segregatie-analyses slechts zijn gebaseerd op de periode augustus
2023 tot oktober 2024, geven de onderzoekers aan dat ze alleen rapporteren over eerste indicaties van effecten. Voor het basisonderwijs wijzen die in sommige gevallen op een homogenere
leerlingpopulatie op scholen die onder de wet MRvNS zijn gesticht. De onderzoekers
geven tegelijkertijd aan dat de stijging van onderwijssegregatie in het basisonderwijs,
die samenhangt met de komst van nieuwe scholen, zeer beperkt is en enkel op een lokaal
schaalniveau zichtbaar is. De volgende evaluatie (2026–2030) zal meer informatie opleveren
over het effect van nieuwe scholen op onderwijssegregatie. De resultaten van de evaluatie
zullen begin 2031 openbaar worden gemaakt en met uw Kamer worden gedeeld.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u deze uitkomsten in het licht van de ambitie van het kabinet om burgerschap
en integratie te versterken?
Antwoord 6
In het licht van de ambitie van het kabinet om burgerschap en integratie te versterken
hoeft een homogene leerlingenpopulatie niet automatisch een probleem te zijn, mits
scholen ervoor zorgen dat leerlingen ondanks de homogene populatie in aanraking komen
met verschillende achtergronden en denkbeelden. Dit is een plicht die alle scholen
op grond van de wettelijke burgerschapsopdracht hebben.
Vraag 7
Klopt het dat uit dezelfde evaluatie blijkt dat het aantal nieuwe basisscholen sinds
de invoering van de wet aanzienlijk is gestegen en dat islamitische scholen inmiddels
de grootste categorie nieuw gestichte basisscholen vormen?
Antwoord 7
Het klopt dat er jaarlijks meer scholen worden gesticht dan voor invoering van de
wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Gemiddeld tussen de 30 en 35 per jaar (op een
totaal van circa 7.500 scholen in Nederland), inclusief verzelfstandigingen en splitsingen
van bestaande dislocaties, tegenover gemiddeld 18 per jaar onder de oude procedure.
Het aantal nieuwe scholen per jaar blijft daarmee binnen de verwachte bandbreedte
van 20 tot 50 per jaar. Islamitische scholen vormen met circa 30 tot 35% de grootste
categorie binnen de nieuw gestichte basisscholen.
Uit belangstellingsmetingen blijkt behoefte aan islamitisch onderwijs, zeker in de
grote steden. Onder de oude stichtingsprocedure was het moeilijker een islamitische
school te stichten, omdat de wensen van ouders toen geen directe rol speelden.
Vraag 8
Welke lessen heeft u uit deze ontwikkeling getrokken voor de verdere uitvoering van
de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen?
Antwoord 8
De belangstellingsmeting stelt ouders in staat zich uit te spreken over hun onderwijswensen.
Voor alle scholen geldt dat kwaliteit van groot belang is. In hoeverre nieuwe scholen
daaraan bijdragen, is nog niet duidelijk. Nieuwe scholen drukken daarnaast extra op
tekorten in onderwijshuisvesting en personeel, met name in (grote) steden. Meer grip
op het aantal nieuwe scholen binnen bepaalde regio’s is daarom steeds meer van belang.
Ik verken welke mogelijkheden daartoe zijn.
Vraag 9
Op welke wijze wordt bij aanvragen voor nieuwe scholen momenteel beoordeeld wat de
gevolgen zijn voor segregatie en de ontmoeting tussen verschillende groepen leerlingen?
Antwoord 9
Het eventuele segregerende effect van een nieuwe school is geen onderdeel waar in
de stichtingsprocedure op wordt getoetst. Wel is burgerschap een toetsingscriterium.
Er is aanvullend inzicht nodig op het effect. Zie verder het antwoord op vraag 5.
Vraag 10
Acht u het wenselijk dat publiek bekostigd onderwijs zich steeds verder organiseert
langs ideologische of zelfs politieke scheidslijnen?
Antwoord 10
Voor mij staat voorop dat elk kind goed onderwijs krijgt, ongeacht de grondslag van
de school. Daarbij is naast taal en rekenen ook burgerschap van groot belang, dat
leerlingen kennis en respect bijbrengt van en voor de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat en hen de sociale en maatschappelijke competenties bijbrengt die hen in
staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, Nederlandse
samenleving.
Vraag 11
Klopt het dat in het regeerakkoord is aangekondigd dat het kabinet de uitkomsten van
de evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen zal betrekken bij een herziening
van de wet? Wat is de actuele stand van zaken van deze herziening?
Antwoord 11
Ja, dat klopt. In mijn brief van 2 juli 2026 is uw Kamer geïnformeerd over actuele
stand van zaken van de herziening van de stichtingsprocedure. Ik wil in eerste instantie
inzetten op het Wetsvoorstel praktische verbeteringen stichtingsprocedure en het beter
positioneren van het gesprek in de regio met gemeenten en schoolbesturen. Aan uw Kamer
is toegezegd dat het wetsvoorstel voor het einde van dit kalenderjaar naar de Raad
van State wordt gestuurd.
Vraag 12, 13 en 14
Deelt u de opvatting dat de huidige wet sterk uitgaat van aangetoonde ouderbelangstelling
maar onvoldoende rekening houdt met bredere belangen zoals huisvesting, arbeidsmarkt,
segregatie en een evenwichtig onderwijsaanbod?
Welke mogelijkheden ziet u om in de wet een explicietere afweging op te nemen tussen
oudervoorkeuren enerzijds en deze belangen, zoals segregatie, anderzijds?
Deelt u de mening dat gemeenten momenteel onvoldoende instrumenten hebben om ongewenste
versnippering van het onderwijsaanbod tegen te gaan?
Antwoord 12, 13 en 14
Het oprichten van nieuwe scholen met overheidsbekostiging een grondrecht. Zie ook
het antwoord op vraag 2. Dit grondrecht kan door de overheid alleen met uniforme bekostigingscriteria
(zoals een belangstellingsmeting of stichtingsnormen) op rijksniveau (niet decentraal)
worden begrensd. Dat kan betekenen dat een nieuwe school een meer gesegregeerde populatie
aantrekt en dat sommigen zullen vinden dat het onderwijsaanbod minder evenwichtig
wordt. Daarnaast zien we dat de stichtingsvrijheid in sommige gevallen schuurt met
de beschikbare huisvesting en het beschikbare onderwijspersoneel binnen een gemeente.
Meer grip op het aantal nieuwe scholen binnen bepaalde regio’s is daarom steeds meer
van belang. Ik ga breed verkennen welke mogelijkheden daartoe zijn.
Vraag 15
Bent u bereid te verkennen of gemeenten een zwaardere rol moeten krijgen bij nieuwe
schoolstichtingen, bijvoorbeeld door hun oordeel over segregatie-effecten of de gevolgen
voor het lokale onderwijsaanbod zwaarder te laten meewegen?
Antwoord 15
In mijn brief van 2 juli 2026 ben ik ingegaan op het toekennen van een (mede)beslissende
rol aan gemeenten en op uw motie hierover. De hoofdlijn is dat een (mede)beslissende
rol toekennen aan gemeenten in strijd lijkt te zijn met Artikel 23 van de Grondwet.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.