Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dassen over het bericht 'Frankrijk wil op eigen AI-benen staan en gaat stoppen met gebruik Amerikaans Palantir voor inlichtingendienst DGSI'
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht «Frankrijk wil op eigen AI-benen staan en gaat stoppen met gebruik Amerikaans Palantir voor inlichtingendienst DGSI» (ingezonden 24 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),
mede namens de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Justitie en Veiligheid
en de Staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat van Defensie (ontvangen
1 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het NRC-artikel «Frankrijk wil op eigen AI-benen staan en gaat stoppen met gebruik Amerikaans
Palantir voor inlichtingendienst DGSI»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
In welke mate ziet u, net als uw Europese collega’s doen, risico’s voor Defensie en
politie in het blijven werken met het Amerikaanse Palantir, en kunt u deze uitleggen?
Antwoord 2
Soevereiniteit is een belangrijk aandachtspunt wanneer sprake is van afhankelijkheid
van een leverancier.
Om digitale soevereiniteit te waarborgen hanteert het Ministerie van Defensie een
tweesporenbeleid2. Het primaire spoor richt zich op de realisatie van een Europees AI-Decision Support
System (DSS), waarbij juridische soevereiniteit, open standaarden en datasoevereiniteit
belangrijke uitgangspunten zijn. Om te voorkomen dat de Krijgsmacht operationele risico’s
loopt op zowel tactische als strategische gebied en om de operationele continuïteit,
flexibiliteit en interoperabiliteit o.a. binnen NAVO te borgen, voorziet het tweede
spoor in de tijdelijke toepassing van Palantir totdat het door Spoor 1 ontwikkelde
Europese AI-DSS operationeel is.
De politie gebruikt de software van Palantir enkel binnen de zogenaamde «Raffinaderij».
«De Raffinaderij» is een analyseomgeving waar Palantir onderdeel van uitmaakt. Wat
betreft de toepassing van Palantir bij de politie moet worden benadrukt dat dit gebruik
van veel waarborgen is voorzien. De data binnen «de Raffinaderij» blijft strikt binnen
het domein van de politie en wordt niet met de leverancier gedeeld. Het gaat hierbij
alleen om politiedata. De analysesoftware wordt volledig door een eigen team van de
politie beheerd en gehost in eigen rekencentra. De thema’s waarop de analyses uit
«de Raffinaderij» worden ingezet zijn zeer belangrijk en hebben grote maatschappelijke
impact, namelijk bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit en het voorkomen
van aanslagen. Met voorgenoemde werkwijze is het gebruik van Palantir door de politie
van veel waarborgen voorzien.
Vraag 3
Bent u in contact met uw Franse collega en heeft u aangegeven dat u graag bijdraagt
aan de ontwikkeling van een Europees alternatief? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het Ministerie van Defensie is in contact met o.a. Frankrijk om tot een gezamenlijke
ontwikkelagenda voor een Europees AI-DSS te komen.
Vraag 4
Overweegt u om ook binnen de Nederlandse overheid Palantir volledig te vervangen met
een Europees alternatief?
Antwoord 4
Het kabinet kiest ervoor om gericht in te zetten op het afbouwen van de zogenaamde
risicovolle strategische afhankelijkheden (RSA’s). Specifiek voor het Ministerie van
Defensie geldt dat er op dit moment een onderzoek naar mogelijke technologische alternatieven
wordt uitgevoerd.
Vanuit het oogpunt van continuïteit en verhoging van de weerbaarheid is de politie
met betrekking tot het totale palet van IT-dienstverlening reeds actief bezig met
initiatieven die gericht zijn op het vergroten van de digitale autonomie.3 Er worden stappen gezet om technologieën te ontwikkelen die beter aansluiten bij
de behoeften door op zoek te gaan naar robuuste alternatieve oplossingen voor bestaande
systemen, zodat de politie altijd kan beschikken over de best mogelijke tools. Deze
zoektocht is essentieel om de operationele flexibiliteit en veiligheid te waarborgen
in een steeds veranderende digitale omgeving. Het ontwikkelen en implementeren van
dergelijke alternatieven is een complex proces dat tijd, financiële middelen en specialistische
kennis vraagt en moet passen binnen de kaders van bijvoorbeeld privacy, proportionaliteit
en beschikbare financiën. De politie weegt voortdurend de risico’s die verbonden zijn
aan het gebruikt van IT-systemen.
Vraag 5
Wat zou, met in acht neming van juridische haalbaarheid, het snelste pad zijn naar
een volledige breuk met Palantir binnen onze overheid?
Antwoord 5
Zoals reeds in antwoord 4 gesteld, zijn zowel het Ministerie van Defensie als de politie
actief bezig met het verkennen van alternatieven.
Vraag 6
Bent u van mening dat nu kiezen voor Europese alternatieven betekent dat we dan niet
meer de beste systemen kunnen gebruiken?
Antwoord 6
Dat kan niet in zijn algemeenheid zo gesteld worden. Dit is afhankelijk van de use case en de gevraagde functionaliteiten.
Vraag 7
Zo ja, kunt u reflecteren op de self fulfiling prophecy dat wij geen alternatieven kunnen opbouwen als we daar geen politieke keuzes voor
maken?
Antwoord 7
Zoals reeds in antwoord 4 en 5 gesteld werken bijvoorbeeld het Ministerie van Defensie
en de politie aan een onderzoek naar mogelijke technologische alternatieven die tegemoetkomen
aan het afbouwen van de zogenaamde risicovolle strategische afhankelijkheden (RSA’s).
Vraag 8
Bent u van mening dat we in Europa een eigen AI-industrie nodig hebben om niet afhankelijk
te zijn van niet-Europese techbedrijven? Zo ja, welke stappen zet u nu om hiertoe
te komen?
Antwoord 8
Ja, het kabinet is van mening dat een sterke AI-industrie van strategisch belang is
om de digitale soevereiniteit, weerbaarheid, het innovatievermogen en economische
concurrentiekracht van Europa te versterken. Om deze reden zet het kabinet zich in
Europees verband in voor de ontwikkeling van een concurrerend Europees AI-ecosysteem.
Daarbij wordt onder meer ingezet op investeringen in AI-onderzoek en innovatie, versterking
van de Europese reken- en data-infrastructuur en ondersteuning voor startups en scale-ups,
zoals geschetst in het Europese AI Continent Actieplan.4 Nationaal werkt het kabinet via de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en
Vestigingsklimaat momenteel aan een Industrieprogramma Digitale Diensten en AI. AI
speelt een toenemende rol in uiteenlopende capaciteiten waar het Ministerie van Defensie
nu en in de toekomst over moet beschikken. Het Nederlandse voortzettingsecosysteem
dat we hiervoor opbouwen via het Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie
voorziet daarom ook in op te bouwen Nederlandse en Europese AI-capaciteiten. Ook kunnen
het nog op te richten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), de Nationale
Investeringsinstelling (NII) en de Defensie Innovatie en Opschalingsautoriteit (DIOA)
bijdragen aan het versterken van het AI-ecosysteem. Eerder is via het Nationaal Groeifonds
in AI-programma’s geïnvesteerd (o.a. AiNed en NOLAI), evenals in de AI Fabriek in
Groningen.
Vraag 9
Kunt u uitleggen waarom het kabinet ervoor heeft gekozen om niet aan te sluiten op
de tender vanuit de Europese Unie voor een gigafabriek in Nederland?
Antwoord 9
Zoals toegelicht in de brief aan uw Kamer op 31 maart jl.5, heeft het kabinet er voor gekozen om niet mee te doen met een gezamenlijke Europese
publieke aanbesteding van rekencapaciteit bij nog te selecteren AI-gigafabrieken.
AI-gigafabrieken kunnen vanwege hun commerciële oriëntatie in beginsel volledig privaat
gefinancierd worden. De achterliggende inhoudelijke overwegingen zoals genoemd in
de brief en de budgettaire situatie hebben samen geleid tot de afweging om geen publieke
financiële verplichting aan te gaan in deze gezamenlijke Europese aanbesteding. Ambitieuze
private initiatieven en investeringen in AI-infrastructuur die het Nederlandse en
Europese AI-ecosysteem versterken worden door het kabinet aangemoedigd. Voor het kabinet
ligt voornamelijk een taak om de randvoorwaarden te versterken.
Vraag 10
Kunt u uitleggen waarom er geen middelen gereserveerd zijn voor de digitale ambities
in het coalitieakkoord, inclusief de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? En welke
rol kan defensie hierin spelen?
Antwoord 10
Zoals in het wetgevingsoverleg over de Jaarverslagen en Slotwetten 2025 van de Ministeries
EZ, BZK en JenV voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering is toegezegd,
krijgt uw Kamer binnenkort een brief over de inzet op digitale ambities, met prioritering
en de benodigde keuzes.6 Die brief komt na Prinsjesdag.
Vraag 11
Welk tijdspad ziet u als realistisch om de afhankelijkheid van Amerikaanse tech-industrie
voldoende afgebouwd te hebben? En kunt u een beeld schetsen van wat u als voldoende
acht in deze kwestie?
Antwoord 11
Het kabinet kiest ervoor om gericht in te zetten op het afbouwen van de zogenaamde
risicovolle strategische afhankelijkheden (RSA’s). Het schetsen van concrete tijdspaden
is daarbij niet realistisch, onder meer vanwege de snelle technologische ontwikkelingen.
Bovendien wordt er niet in het openbaar gecommuniceerd over RSA’s. Het kabinet acht
het afbouwen van een afhankelijkheid als voldoende als het geen RSA meer is. Dit is
het geval wanneer het risico van een waardeketenverstoring niet meer als hoog wordt
ingeschat.
Vraag 12
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Mede namens
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat