Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Faber over het bericht 'Aangifte Utrechts raadslid Yvonne Hessel tegen XR/Palliebestormers stadhuis VERDWENEN'
Vragen van het lid Faber (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Aangifte Utrechts raadslid Yvonne Hessel tegen XR/Palliebestormers stadhuis VERDWENEN» (ingezonden 3 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (ontvangen 1 september 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2760.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Aangifte Utrechts raadslid Yvonne Hessel tegen XR/Palliebestormers
stadhuis VERDWENEN»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het eens met de stelling dat het onacceptabel is dat dergelijk tuig het stadhuis
bestormt, aanwezigen aanvalt en de orde in de raadzaal verstoort? En dat dergelijk
gedrag de democratische rechtsstaat ondermijnt, zeker als er geen nadere actie op
wordt ondernomen?
Antwoord 2
Het opzettelijk verstoren van een raadsvergadering is niet voor niets verboden. Het
is immers van groot belang dat gekozen volksvertegenwoordigers hun ambt kunnen vervullen
en vrij van oneigenlijke druk besluiten kunnen nemen. De Minister van BZK heeft daarom
het afgelopen jaar in totaal zes miljoen euro beschikbaar gesteld om de veiligheid
van openbare vergaderingen van de volksvertegenwoordiging te bevorderen.
Het is aan het Openbaar Ministerie om de afweging te maken om tot vervolging over
te gaan en het is vervolgens aan de rechtspraak om te bepalen hoe de verstoring van
de raadsvergadering bestraft dient te worden.
Vraag 3
Hoe is het mogelijk dat een jaar nadat onder andere Extinction Rebellion het Utrechtse
stadhuis heeft bestormd en doordrong tot in de raadzaal, het OM nog steeds de zaak
niet heeft opgepakt, naar aanleiding van een aangifte van een raadslid?
Antwoord 3
Op 22 juli 2025 is aangifte gedaan tegen de personen die probeerden te voorkomen dat
de burgemeester (in haar rol als voorzitter van de gemeenteraad) zou terugkeren naar
de raadszaal tijdens de raadsvergadering op 17 juli 2025. Een paar weken later deed
het gemeenteraadslid aangifte van het verstoren van diezelfde raadsvergadering.
Dit zijn twee aparte strafbare feiten waar verschillende straffen op staan. Op het
verstoren van een raadsvergadering (art. 144 Sr) staat maximaal twee weken gevangenisstraf
en op de verhindering van de voorzitter om terug te keren (art. 124 Sr) staat maximaal
negen jaar gevangenisstraf.
Na onderzoek heeft het Openbaar Ministerie destijds besloten alleen de personen te
vervolgen die probeerden te voorkomen dat de burgemeester zou terugkeren naar de raadszaal.
Onderdeel van dat besluit was de overweging om geen opsporingscapaciteit in te zetten
op het identificeren van de grote groep personen die de vergadering hadden verstoord.
In het opgestelde dossier was daarom niet de aangifte van mevrouw Hessel opgenomen.
De communicatie hierover richting mevrouw is niet goed geweest en daardoor is verwarring
ontstaan met als gevolg dat het beeld is ontstaan dat de aangifte was verdwenen.
Inmiddels is er contact geweest met mevrouw Hessel. Haar is uitleg van de situatie
gegeven en namens het Openbaar Ministerie en de politie zijn excuses aan geboden.
De keuze om vier personen te vervolgen voor het verhinderen van de voorzitter om terug
te keren, is gedeeld met de burgemeester. Zij is immers aangever in deze zaak. Zij
heeft uiteraard geen enkele betrokkenheid gehad bij de vervolgingsbeslissing.
De vier verdachten zijn gedagvaard en de zitting zou op 24 november 2025 plaatsvinden.
Door een verzoek van de verdediging van de vier verdachten, vlak vóór de zitting,
is besloten om de zaak op dat moment niet inhoudelijk te behandelen en zijn de zaken
van die zitting ingetrokken. De verwachting is dat binnen enkele weken nadere informatie
over de voortgang bekend zal worden.
Vraag 4
Hoe is het mogelijk dat de politie aangeeft de zaak, waarbij meerdere verdachten in
beeld zijn, te hebben verstuurd en het OM aangeeft de aangifte nooit heeft ontvangen?
Antwoord 4
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Bent u bereid om deze zaak tot de bodem uit te zoeken en daar nader over te berichten?
Antwoord 5
Zoals uit het antwoord op vraag 3 blijkt is dit inmiddels gebeurd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.