Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Armut over het bericht 'Vrouwen die suïcide plegen, blijken opvallend vaak slachtoffer van huiselijk geweld'
Vragen van het lid Armut (CDA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Vrouwen die suïcide plegen, blijken opvallend vaak slachtoffer van huiselijk geweld» (ingezonden 24 juni 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 1 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 2560
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Vrouwen die suïcide plegen, blijken opvallend vaak
slachtoffer van huiselijk geweld»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevindingen van Nederlandse deskundigen over het verband tussen
huiselijk geweld en suïcide?
Antwoord 2
Uit een eerste onderzoek van de Universiteit Leiden en Forensische Artsen Rotterdam-Rijnmond
(FARR) blijkt uit bijna 550 schouwverslagen van vrouwen die zijn overleden door suïcide,
dat een significant deel van deze vrouwen ook zijn blootgesteld aan geweld. Deze eerste
resultaten baren mij zorgen en zijn voor mij aanleiding om een driejarig vervolgonderzoek
door de Universiteit Leiden mede te financieren, samen met de gemeenten Amsterdam
en mogelijk ook Rotterdam. Ook ga ik in gesprek met de politie om te bezien hoe eventuele
signalen van huiselijk geweld nu al – vooruitlopend op de uitkomsten van dit vervolgonderzoek
– beter kunnen worden betrokken bij vermoedelijke suïcide-zaken.
Ieder jaar overlijden in Nederland ongeveer 1.800 mensen door suïcide, van wie ongeveer
1.200 mannen en 600 vrouwen.2 We weten ook dat huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland een groot probleem
vormen. Naar schatting worden ongeveer 1,3 miljoen mensen van 16 jaar en ouder slachtoffer
van huiselijk geweld.3 En dit huiselijk geweld kan leiden tot moord of doodslag, waarvan meestal vrouwen
het slachtoffer zijn.4 Wat we nog niet goed weten is wat het verband is tussen suïcide, moord/doodslag en
huiselijk geweld. Dit is tot nu toe nauwelijks systematisch onderzocht. We weten wel
op basis van gesprekken met nabestaanden dat er slachtoffers zijn van huiselijk geweld
die suïcide hebben gepleegd, om te ontsnappen aan hun uitzichtloze geweldssituatie
of onder bedreiging door de geweldspleger. Ook zijn er zaken waarin de pleger van
moord of doodslag het doet vóórkomen dat het slachtoffer suïcide heeft gepleegd. Maar
hoe vaak dit alles in Nederland voorkomt is vooralsnog niet bekend. Hierdoor blijft
dit verband tussen huiselijk geweld en (ogenschijnlijke) suïcide ook grotendeels onzichtbaar
voor hulpverleners, forensisch artsen en de politie.
Met de financiering van het vervolgonderzoek kan het bestaande onderzoek worden opgeschaald
naar landelijk niveau en kunnen de eerdere onderzoeksresultaten worden verrijkt met
aanvullende data, waaronder die van de politie. Op basis van het vervolgonderzoek
moet een scherper beeld komen van de mate waarin huiselijk geweld een rol speelt bij
suïcides. Daarnaast kan dit onderzoek de basis vormen voor nieuwe richtlijnen, zodat
hulpverleners, politie, forensisch artsen en pathologen signalen van suïcide als gevolg
van huiselijk geweld beter kunnen herkennen. Zo kunnen zij beter inschatten of nader
onderzoek nodig is in zaken waarin ogenschijnlijk sprake is van suïcide. Op basis
daarvan kan onderbouwd antwoord gegeven worden op de vraag of het in deze zaken daadwerkelijk
om suïcide gaat of dat er mogelijk ook anderen betrokken zijn bij het overlijden van
het slachtoffer en een strafrechtelijk onderzoek nodig is.
Deze beoogde praktijkverbetering is ook relevant in het licht van het Wetsvoorstel
inzake de Wet bestemming van lichamen van overledenen (Wblo). Dit wetsvoorstel verduidelijkt
onder andere de bevoegdheden van politie en geeft de forensisch arts meer bevoegdheden
om na overlijden onderzoek te doen.
Vraag 3
Herkent u het beeld dat huiselijk geweld, psychische mishandeling, stalking en dwingende
controle belangrijke risicofactoren zijn voor suïcidaliteit onder vrouwen? Zo ja,
op welke manier wordt hiermee rekening gehouden in beleid en praktijk?
Antwoord 3
Ja, op basis van het voornoemde eerste onderzoek van de Universiteit Leiden en FARR
en op basis van gesprekken met nabestaanden herken ik dat beeld. En ook in internationale
wetenschappelijke literatuur wordt dit beeld bevestigd.5 De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is erop gericht om dit geweld
te voorkomen, en als het plaatsvindt, om dit geweld te stoppen en verdere escalatie
en dodelijk geweld (waaronder suïcide) te voorkomen. Daarbij is specifieke aandacht
voor vormen van geweld die vaak minder zichtbaar zijn, zoals psychische mishandeling
en dwingende controle. Het kabinet werkt aan verschillende maatregelen om de aanpak
van deze vormen van geweld te versterken. Zo is op 29 juni 2026 een wetsvoorstel in
internetconsultatie gebracht waarmee psychische mishandeling en dwingende controle
strafbaar worden gesteld. Dit wetsvoorstel beoogt bij te dragen aan een betere herkenning
en aanpak van deze vormen van geweld en biedt, naast de bestaande mogelijkheden, een
aanvullend strafrechtelijk instrument om slachtoffers beter te beschermen en plegers
van geweld aan te pakken. Samen met de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,
de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en met gemeenten en betrokken organisaties
en experts werk ik aan het versterken van de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk
geweld en kindermishandeling. Ik verwijs u onder meer naar de recente brief over de
voortgang van de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling.6
Vraag 4
Zijn er cijfers bekend waaruit blijkt in hoeveel gevallen van suïcide sprake was van
(een voorgeschiedenis van) huiselijk geweld? Zo ja, kunt u deze cijfers delen? Zo
nee, bent u bereid te onderzoeken hoe dit beter in beeld kan worden gebracht?
Antwoord 4
Nee, dit zal worden onderzocht door de Universiteit Leiden, zoals vermeld in het antwoord
op vraag 2.
Vraag 5
Bent u bereid te bezien of de registratie van huiselijk geweld, suïcidepogingen en
suïcides beter op elkaar kan worden aangesloten, zodat patronen eerder kunnen worden
herkend en gerichter beleid kan worden ontwikkeld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Bij suïcidepogingen komt de politie meestal niet ter plaatse; eventueel komen er wel
hulpverleners bij. Met de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport zal ik bespreken
of en hoe hulpverleners die in deze gevallen betrokken worden een eventueel verband
tussen huiselijk geweld en de suïcidepoging zouden kunnen herkennen en wat mogelijk
is op het gebied van registratie. Bij overlijdens vermoedelijk als gevolg van suïcide
doen een forensisch arts en nagenoeg altijd de politie onderzoek. Zoals vermeld in
antwoord op vraag 2 zal ik met de politie bespreken hoe eventuele signalen van huiselijk
geweld beter kunnen worden betrokken bij vermoedelijke suïcide-zaken; ook registratie
komt hierbij aan de orde.
Vraag 6
Wat zijn op dit moment de mogelijkheden voor politie en het Openbaar Ministerie om
onderzoek te doen wanneer er aanwijzingen zijn dat huiselijk geweld, psychische mishandeling
of dwingende controle hebben bijgedragen aan een suïcide?
Antwoord 6
Na een ogenschijnlijke suïcide doen een forensisch arts en nagenoeg altijd de politie
onderzoek. Bij dit onderzoek kijkt de politie ook naar de context, mede op basis van
wat er over de overledene bekend is in de politiesystemen. De forensisch arts kan
contact opnemen met betrokken zorgverleners om navraag te doen over het medisch dossier.
Uit dit onderzoek kunnen signalen naar voren komen die aanleiding geven tot het doen
van strafrechtelijk onderzoek.
Het bovengenoemde vervolgonderzoek beoogt beter zicht te krijgen op de genoemde aanwijzingen.
Vooruitlopend daarop zal ik met de politie in overleg treden hoe signalen van huiselijk
geweld beter en eerder kunnen worden betrokken bij vermoedelijke suïcide-zaken.
Vraag 7
Bent u bekend met het fenomeen «staged suicide», waarbij een overlijden ten onrechte
als suïcide wordt aangemerkt terwijl sprake kan zijn van een misdrijf? Zo ja, in hoeverre
komt dit volgens u voor in Nederland?
Antwoord 7
Ja, ik ben bekend met het fenomeen staged suicide en dit komt voor in Nederland. Ik verwacht met bovengenoemd vervolgonderzoek van
de Universiteit Leiden een scherper beeld hiervan te kunnen krijgen.
Vraag 8
Bent u bereid onderzoek te laten doen naar de aard en omvang van staged suicide in
Nederland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Ja, zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 9
In hoeverre kan het aangekondigde wetsvoorstel over de strafbaarstelling van psychisch
geweld bijdragen aan het voorkomen, signaleren en opsporen van situaties waarin langdurige
psychische mishandeling mogelijk leidt tot suïcide of waarbij sprake kan zijn van
staged suicide?
Antwoord 9
Met het wetsvoorstel met betrekking tot de verruiming van de strafbaarheid van psychisch
geweld, in combinatie met beleidsmaatregelen zoals publiekscampagnes, deskundigheidsbevordering
en verbetering van veiligheids- en risicotaxatie en dossiervorming, verwacht ik dat
dwingende controle, psychische mishandeling en stalking beter strafrechtelijk kunnen
worden aangepakt. Dit moet de betrokken organisaties extra handvatten bieden om deze
vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen, zodat slachtoffers in
veiligheid kunnen leven en zodat plegers hun schadelijke gedrag stoppen. Zodoende
zou dit wetsvoorstel kunnen bijdragen aan het voorkomen, signaleren en opsporen van
situaties waarin langdurige psychische mishandeling kan leiden tot suïcide of waarbij
sprake kan zijn van staged suicide.
Vraag 10
Op welke wijze wordt binnen de Landelijke Agenda Suïcidepreventie aandacht besteed
aan slachtoffers van huiselijk geweld als specifieke risicogroep?
Antwoord 10
In de vierde Landelijke Agenda Suïcidepreventie die op 24 maart jl. door de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met uw Kamer is gedeeld7 is niet specifiek aandacht besteed aan slachtoffers van huiselijk geweld als risicogroep.
Wel is er een aantal projecten binnen deze agenda waar vaker mensen te vinden zullen
zijn die verhoogd risico lopen op overlijden door suïcide, zo mogelijk ook in verband
met huiselijk geweld. Dat zijn: Sumona (het programma «suïcidepreventie, monitoring
en nazorg» voor mensen die een poging tot suïcide hebben ondernomen), Ter Plekke (een
programma voor first responders) en Regio’s (project waarin samenwerkingspartners worden geholpen om regionale vangnetten
te creëren voor specifieke groepen).
113 Zelfmoordpreventie zal als onderdeel van het in antwoord op vraag 2 genoemde onderzoek
van de Universiteit Leiden een onderzoek uitvoeren met de werktitel «Verborgen fataal
geweld: mechanismen onderliggend aan de link tussen huiselijk geweld en suïcide».
De planning is dat dit onderzoek in het voorjaar van 2027 gereed is. De bevindingen
zullen op dat moment ook met behulp van een factsheet worden gepubliceerd en beschikbaar
worden voor hulpverleners.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.