Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over de afhandeling van geweld en belediging van politieagenten
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de afhandeling van geweld en belediging van politieagenten (ingezonden 21 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 1 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2656.
Vraag 1
Bent u bekend met signalen van politieagenten dat zaken betreffende geweld tegen politieagenten
en belediging van politieagenten in de praktijk regelmatig worden geseponeerd of slechts
beperkt strafrechtelijk worden afgedaan?
Antwoord 1
Nee, deze signalen ken ik in zijn algemeenheid niet. Het Openbaar Ministerie (OM)
neemt deze zaken juist zeer ernstig op. Deze worden met prioriteit behandeld en het
sepotpercentage is in deze zaken lager dan gemiddeld. In 2025 werd volgens het jaarbericht
van het OM 31 procent van de totale uitstroom onvoorwaardelijk geseponeerd1, terwijl in Veilig Publieke Taak-zaken in 2025 slechts 14 procent onvoorwaardelijk
werd geseponeerd2 en in Geweld Tegen Politieambtenaren (GTPA)-zaken slechts 17,8 procent. Laatstgenoemde
percentage blijkt uit de tabel in het antwoord op vraag 2. Een onvoorwaardelijke sepot
betekent dat het OM onvoorwaardelijk afziet van vervolging. Bij een voorwaardelijk
sepot zijn er voorwaarden verbonden aan het sepot, bijvoorbeeld verplichte begeleiding
door Reclassering Nederland. Dit betekent niet dat er geen sepots voorkomen, bijvoorbeeld
als het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt of als een andere afdoening prevaleert
om een duurzame afdoening te verkrijgen.
Vraag 2
Hoeveel aangiften en processen-verbaal wegens geweld en belediging tegen politieagenten
zijn in de afgelopen vijf jaar door het Openbaar Ministerie (OM) afgedaan met een
sepot of een voorwaardelijk sepot? Kunt u deze cijfers per jaar uitsplitsen?
Antwoord 2
Het OM spant zich samen met de politie in voor mensen met een veilige publieke taak
(VPT). In verband hiermee worden ook de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) bij
agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak geactualiseerd. Dit
zijn opsporings- en vervolgingsafspraken van de politie en het OM. Deze afspraken
zien op de strafrechtelijke aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met
een publieke taak. De huidige versie van de ELA geldt sinds 2010. In 2025 heb ik toegezegd
de ELA te zullen herzien en om daarbij de bevindingen uit de praktijk en de verschillende
evaluaties te betrekken3. Naar verwachting ontvangt uw Kamer in het derde kwartaal van 2026 de herziene versie
van de ELA.
Om de vervolging van VPT-zaken voor de samenleving inzichtelijk te maken publiceert
het OM ieder jaar in april een memo overzicht en duiding VPT. In onderstaande tabel
staat het totaal aantal ter vervolging ingestroomde VPT-zaken over de jaren 2021 t/m
2025. Onder het totaal aantal ingestroomde VPT-zaken staan de aantallen die onder
de door het OM met de maatschappelijke kwalificatie Geweld Tegen Politieambtenaren
(GTPA) ter vervolging zijn ingestroomd en daaronder zijn de aantallen voorwaardelijke
– en onvoorwaardelijk sepots opgenomen.
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal VPT
9.823
9.911
9.113
9.110
9.811
GTPA
6.527
6.925
6.087
6.085
6.703
– Vw sepot
322
407
366
358
383
– Ov sepot
793
902
842
767
810
% GTPA geseponeerd
17,1%
18,9%
19,8%
18,5%
17,8%
Vraag 3
Wat zijn de meest voorkomende sepotgronden in zaken waarin politieagenten slachtoffer
zijn van geweld of belediging? Kunt u hiervan een overzicht geven?
Antwoord 3
De meest voorkomende sepotgrond bij een onvoorwaardelijke sepot is «onvoldoende bewijs».
Bij een voorwaardelijke sepot is dat «ander dan strafrechtelijk ingrijpen prevaleert».
In dat geval prevaleert bijvoorbeeld bestuursrechtelijk of tuchtrechtelijk ingrijpen.
Vraag 4
Hoeveel zaken wegens geweld en/of belediging van politieagenten hebben in de afgelopen
vijf jaar geleid tot een strafbeschikking, transactie of veroordeling door de rechter?
Kunt u deze cijfers per jaar uitsplitsen?
Antwoord 4
De cijfers die ik van het OM heb ontvangen, zijn niet uitgesplitst naar geweld en/of
belediging. Over de afdoening van GTPA-zaken kan ik de onderstaande cijfers verstrekken.
Hierin staat weergeven hoeveel zaken zijn afgedaan met een transactie/ OM-strafbeschikking
en hoeveel zaken aan de rechter zijn voorgelegd. Het totaal aantal zaken dat is geseponeerd
treft u in de tabel bij het antwoord op vraag 2.
2021
2022
2023
2024
2025
Transactie/ OM-strafbeschikking
1.143
1.403
1.273
1.304
1.669
Aan de rechter voorgelegd
4.132
4.045
3.897
3.922
3.650
Vraag 5
Herkent u de signalen uit de politiepraktijk dat ernstige beledigingen van agenten,
waaronder bedreigende en intimiderende uitlatingen tijdens de uitoefening van hun
functie, met regelmaat worden geseponeerd? Zo ja, hoe beoordeelt u deze ontwikkeling?
Zo nee, waarop baseert u dat?
Antwoord 5
Deze signalen herken ik in zijn algemeenheid niet. Zie hiervoor ook het antwoord op
vraag 2. Daarbij hecht ik eraan het volgende op te merken. Intimiderende en bedreigende
uitlatingen kunnen een grote impact hebben op agenten en zijn moreel verwerpelijk.
Vanuit strafrechtelijk perspectief geldt echter dat intimiderende en bedreigende uitlatingen
niet altijd een strafbaar feit opleveren. Waar het wel een (mogelijk) strafbaar feit
oplevert, pakt het OM deze zaken met prioriteit op.
Van het OM heb ik, zoals hiervoor weergegeven, jaarcijfers ontvangen van het totaal
aantal GTPA-zaken die ter vervolging zijn ingestroomd. Daarbij is tevens het aantal
voorwaardelijke en onvoorwaardelijke sepots gegeven. Zie hiervoor ook de antwoorden
op vraag 1, 3 en 4.
Vraag 6, 7 en 8
Deelt u de opvatting dat een consequente bestraffing van geweld en ernstige belediging
van politieagenten essentieel is voor het gezag van de politie, de veiligheid van
onze dienders en de norm dat agressie tegen hulpverleners onacceptabel is? Zo nee,
waarom niet?
Bent u bereid samen met het OM te onderzoeken of de huidige afdoeningspraktijk in
zaken van geweld en belediging van politieagenten in overeenstemming is met het uitgangspunt
dat agressie en geweld tegen publieke functionarissen een hoge opsporings- en vervolgingsprioriteit
hebben? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat de overheid haar eigen politieagenten in de steek laat wanneer
geweld en ernstige belediging van politieagenten niet consequent worden vervolgd en
bestraft? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6, 7 en 8
Geweld en agressie tegen mensen met een publieke taak is onacceptabel en dit geldt
zeer zeker ook voor politiemedewerkers. Een krachtige strafrechtelijke aanpak van
geweld en agressie tegen alle functionarissen met een publieke taak is essentieel.
De politie heeft als werkgever een belangrijke rol in de ondersteuning van politiemedewerkers
die tijdens het uitvoeren van hun werk te maken krijgen met geweld en agressie. Zo
is er binnen de politie een Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren. Deze
aanpak is gericht op de bescherming van politiemedewerkers door opleiding, registratie
en vroegsignalering. De leidinggevenden vervullen een ondersteunende rol in de zorg
en aandacht voor de mentale weerbaarheid van hun medewerkers. Ook wordt er in debriefings
aandacht besteed aan het delen van nare ervaringen tijdens de dienst. Indien dit het
geval is worden de betreffende politiemedewerkers 3 á 4 weken later uitgenodigd voor
een groepsgesprek samen met een psycholoog. Ook is het Team Collegiale Ondersteuning
ingericht voor ondersteuning voor en door collega’s na ingrijpende en schokkende gebeurtenissen
in het werk.
Verder benoemt het OM in het requisitoir de bijzondere positie van het slachtoffer
en motiveert de strafeis met inachtneming van de toepasselijke aanwijzingen van het
College, als ook een afwijking daarvan. In beginsel wordt door het OM in VPT-zaken
een aanmerkelijk hogere sanctie opgelegd of straf geëist. Voor mij is op basis van
de geleverde informatie niet aannemelijk dat geweld en agressie van politiemedewerkers
niet consequent wordt vervolgd en bestraft.
Ik informeer u op korte termijn over de herziening van de ELA bij agressie en geweld
tegen functionarissen met een publieke taak tussen de politie en het OM. Met deze
herziening wordt beoogd om de politie en het OM nog beter in staat te stellen om VPT-delicten
met meer prioriteit en kwaliteit af te handelen.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.