Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Lammers over het bericht ‘Zweden krijgt omstreden wet voor snellere uitzetting overlastgevende migranten’
Vragen van het lid Lammers (Groep Markuszower) aan de Minister van Asiel en Migratie over het bericht «Zweden krijgt omstreden wet voor snellere uitzetting overlastgevende migranten» (ingezonden 17 juni 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 31 augustus 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2498.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat het Zweedse parlement op maandag 15 juni 2026 heeft
ingestemd met de zogenoemde «goed-gedragwet», op grond waarvan autoriteiten verblijfsvergunningen
kunnen intrekken wegens wangedrag?1
Antwoord 1
Ja. Ik ben bekend met het bericht over de Zweedse regeling waarbij het gedrag of de
levenswijze van vreemdelingen zwaarder kan worden betrokken bij de beoordeling van
verblijfsvergunningen.
Vraag 2
Bent u het eens met de stelling dat dit een goed en voorbeeldwaardig voorstel is?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het kabinet volgt ontwikkelingen in andere landen, maar ziet in de Zweedse regeling
geen aanleiding om in Nederland een algemene gedragstoets of levenswijzetoets in te
voeren. Nederland beschikt reeds over instrumenten om in vreemdelingrechtelijke context
opvolging te geven aan criminaliteit, ernstige overlast, fraude, misbruik en risico’s
voor de nationale veiligheid. Een brede toets op levenswijze, schulden of algemene
normnaleving past niet goed binnen de Nederlandse verblijfsrechtelijke systematiek.
Van belang is bovendien dat de Zweedse regeling niet ziet op alle verblijfsrechten.
Zover thans bekend ziet de regeling enkel op nationale verblijfsvergunningen; EU-gerelateerde
verblijfsrechten en verblijfsrechten die voortvloeien uit internationale verplichtingen,
waaronder asielvergunningen, vallen daarbuiten. De reikwijdte is daarmee beperkter
dan in de vraagstelling wordt gesuggereerd.
Vraag 3 en 4
Deelt u de opvatting dat vreemdelingen die zich misdragen, schulden veroorzaken, zwart
werken, belasting ontduiken of banden onderhouden met extremistische organisaties
hun verblijfsrecht in geen geval mogen behouden? Zo nee, waarom niet?
Kunt u exact uiteenzetten op welke punten deze Zweedse wet verder gaat dan de huidige
Nederlandse wet- en regelgeving en daarbij per onderdeel aangeven waarom Nederland
op dit punt achterblijft?
Antwoord 3 en 4
Iedereen die zich in Nederland bevindt moet zich aan de wet houden. Wanneer een vreemdeling
onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf, kan dat reden zijn om de verblijfsvergunning
in te trekken.
Ik verwijs verder naar mijn brief van 9 juni jl., waarin ik heb aangekondigd om het
beleid inzake de zogenoemde «glijdende schaal» aan te passen.2
De Zweedse regeling lijkt slechts op één punt aanvullend te zijn op de Nederlandse
systematiek: bij specifiek nationale verblijfsvergunningen zouden ook niet-strafrechtelijke
gedragingen, zoals structurele schulden, oneerlijke inkomstenverwerving of het niet
naleven van besluiten van autoriteiten, explicieter kunnen meewegen bij de verblijfsbeoordeling.
Ook in die gevallen geldt in Zweden echter geen automatische verblijfsbeëindiging.
In Nederland bestaat geen algemene levenswijzetoets, maar is een onherroepelijke veroordeling
wegens een misdrijf het aanknopingspunt voor verblijfsbeëindiging. Voor EU-gerelateerde
verblijfsrechten en internationale bescherming gelden bovendien dwingende EU-kaders
en verdragsverplichtingen. Louter «schulden» of algemene normnaleving kwalificeren
in dat kader niet als zelfstandige grond voor beëindiging van verblijf. Het kabinet
acht een algemene levenswijzetoets naar Zweeds voorbeeld, wat aanzienlijk subjectiever
is dan de Nederlandse toets op openbare orde, daarom niet aangewezen.
Vraag 5
Kunt u aangeven waarom landen als België, Duitsland en Zweden veel verdergaande maatregelen
kunnen nemen, terwijl de partijleider van het CDA, de heer Bontebal, stelt: «Je kunt
niet veel meer doen dan wij als Nederland nu hebben gedaan»?
Antwoord 5
Vergelijkingen met België, Duitsland, Zweden of andere EU-landen moeten zorgvuldig
worden gemaakt. Nationale stelsels verschillen en maatregelen die in een ander land
worden getroffen kunnen niet zonder meer worden overgenomen in de Nederlandse rechtsorde.
Het kabinet herkent daarenboven niet dat andere EU-landen op relevante onderdelen
verder gaan als het gaat om het weigeren of intrekken van verblijfsrecht. Nederland
beschikt onder meer over mogelijkheden tot afwijzing en intrekking van verblijfsrecht,
ongewenstverklaring en het opleggen van een besluit tot signalering of een inreisverbod,
met inachtneming van EU-recht en internationale verplichtingen.
Vraag 6 en 7
Kunt u aangeven hoeveel vreemdelingen in Nederland onder een regeling naar Zweeds
voorbeeld zouden vallen, uitgesplitst naar lopende vergunningsaanvragen en reeds verleende
verblijfsvergunningen?
Indien exacte cijfers ontbreken, kunt u dan een onderbouwde inschatting geven en toelichten
waarom deze cijfers niet beschikbaar zijn?
Antwoord 6 en 7
Nee, dit is niet mogelijk. Als aangegeven geldt de betreffende levenswijzetoets enkel
voor specifiek nationale Zweedse verblijfsvergunningen en is daarnaast altijd sprake
van een individuele weging. Zie ook de beantwoording bij vraag 5.
De Nederlandse registratie is ingericht op bestaande Nederlandse wettelijke gronden,
zoals openbare orde, nationale veiligheid, fraude, misbruik en het niet voldoen aan
verblijfsvoorwaarden. Er wordt niet geregistreerd op een categorie als «levenswijze».
Vraag 8
Welke reden heeft u om een vergelijkbaar wetsvoorstel niet op de kortst mogelijke
termijn naar de Kamer te sturen?
Antwoord 8
Ik verwijs u hiervoor naar het antwoord op vraag 2 en de verdere uiteenzettingen in
deze vragenset.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.