Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Heera Dijk over het bericht 'Duitse regering wil nachtleven beschermen door clubs als culturele instelling te classificeren'
Vragen van het lid Heera Dijk (D66) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Duitse regering wil nachtleven beschermen door clubs als culturele instelling te classificeren» (ingezonden 4 juni 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 31 augustus
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2372.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Duitse regering wil nachtleven beschermen door clubs
als culturele instelling te classificeren»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met de berichtgeving over de goedkeuring van de Duitse overheid
om nachtclubs in bouwvergunningen als culturele instelling te classificeren.
Vraag 2 en 3
Deelt u de zorg dat het aantal nachtclubs in tien jaar tijd met 45% is gedaald?
Deelt u de opvatting dat het nachtleven culturele en maatschappelijke waarde heeft,
doordat het ruimte biedt aan onder andere muziek, sociale verbinding, jong talent
en bijdraagt aan een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat?
Antwoord 2 en 3
Nachtcultuur heeft culturele en maatschappelijke waarde, omdat het plekken zijn waar
mensen elkaar ontmoeten en creatief talent zich kan tonen. Ik deel daarom in zijn
algemeenheid de zorgen die er zijn over de beschikbaarheid van locaties voor nachtclubs.
Vraag 4
Beschouwt u nachtcultuur als onderdeel van de culturele infrastructuur van Nederland?
Zo ja, welke verantwoordelijkheid ziet u voor het Rijk bij het behoud en de ontwikkeling
daarvan?
Antwoord 4
Ik ben als Minister van OCW verantwoordelijk voor het culturele bestel. Nachtcultuur
is daar als culturele uiting onderdeel van. Het Fonds Podiumkunsten heeft subsidieregelingen
waar ook organisaties en makers uit de nachtcultuur een aanvraag kunnen doen. Daarnaast
heeft het Ministerie van OCW het Centraal Bureau voor Statistiek de opdracht gegeven
om dit jaar cijfers te verzamelen van clubs. De overheid gebruikt deze gegevens bijvoorbeeld
om beleid te maken, en om te peilen hoe het gaat met de culturele sector.
Vraag 5
Bent u bereid te onderzoeken of het, naar Duits voorbeeld, wenselijk en mogelijk is
om nachtclubs met aantoonbare culturele waarde wettelijk als culturele instellingen
te erkennen, zodat deze plekken beter beschermd worden tegen verdringing en sluiting?
Antwoord 5
Het is goed als nachtclubs, als plaats waar nachtcultuur een plek heeft, worden beschermd
tegen verdringing en sluiting. Dit is primair de verantwoordelijkheid van gemeenten.
Ik zie dat sinds 2022 een toenemend aantal gemeenten beleid ontwikkelt voor nachtcultuur.
Ik zie op dit moment geen rol voor het Rijk.
Vraag 6 en 7
Bent u bereid te onderzoeken hoe clubs en nachtculturele instellingen met aantoonbare
culturele waarde op andere manieren beter kunnen worden beschermd?
Welke mogelijkheden hebben nachtclubs of organisaties voor nachtcultuur op dit moment
om binnen bestaande cultuurregelingen, rijksfondsen of gemeentelijke regelingen ondersteuning
te krijgen?
Antwoord 6 en 7
Er is sinds 2022 een toenemend aantal gemeenten dat zich toelegt op de ontwikkeling
van beleid rondom nachtcultuur. Gemeenten zitten dicht op het vuur, weten wat er speelt
in de sector en in hun stad. Het Rijk ondersteunt onder meer via regelingen van het
Fonds Podiumkunsten de nacht- en clubcultuur. Verschillende makers en organisatoren
van bijvoorbeeld elektronische muziek, dans en (experimentele) performances en organisatoren
ontvangen middelen van het fonds. In sommige gevallen worden ook clubs en podia die
toegespitst zijn op nacht- en clubcultuur door het fonds ondersteund. Amsterdam Dance
Event ontvangt van Fonds Podiumkunsten meerjarige ondersteuning als festival waar
de nacht- en clubcultuur en de ontwikkelingen in de elektronische muziek centraal
staan.
Vraag 8
Bent u bereid in gesprek te gaan met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en gemeenten om in het ruimtelijkeordeningsbeleid structureler ruimte te reserveren
voor nachtcultuur?
Antwoord 8
Ik zal bij mijn medebestuurders en mijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
aandacht vragen voor het belang van ruimte voor nachtcultuur.
Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken of het agent-of-change-principe, naar voorbeeld van Toronto,
ook in Nederland kan helpen om nieuwe woningbouw en bestaande nachtcultuur beter naast
elkaar te laten bestaan?
Antwoord 9
Het agent-of-change principe waarbij op gemeentelijk niveau gekeken wordt hoe er in
het omgevingsplan rekening gehouden kan worden met onder andere nachtculturele voorzieningen,
wordt in verschillende steden in de wereld reeds toegepast. In het geval van Toronto,
maar bijvoorbeeld ook in het geval van Londen, gaat het om gemeentelijke regelgeving.
Ik zie op dit moment onvoldoende aansluiting op landelijk beleid om dit vanuit het
Rijk nader te onderzoeken. Het staat gemeenten vanzelfsprekend vrij om daar zelf onderzoek
naar te doen.
Vraag 10
Bent u bekend met de Utrechtse pilot die jongeren op een veilige en begeleide manier
laat kennismaken met het nachtleven, en bent u bereid te onderzoeken of dit model
landelijk kan worden uitgerold om jongeren in een beschermde omgeving kennis te laten
maken met nachtcultuur?
Antwoord 10
Ik ben bekend met de Utrechtse pilot UUUnight. Initiatieven om jongeren elkaar te
laten ontmoeten, gebruik makend van al het moois dat in de nachtcultuur te vinden
is, zijn waardevol. Utrecht en Amsterdam hebben ingezet op nachtcultuur, maar het
kan natuurlijk ook op andere gebieden, zoals sport, theaterbezoek of gaming. Gemeenten
zijn daarbij zelf verantwoordelijk of zij gemeentelijk beleid op het gebied van nachtcultuur
willen ontwikkelen en implementeren.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.