Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op ragen van het lid Bolhuis over het stijgend aantal mensen dat financieel in de problemen komt
Vragen van het lid Bolhuis (PRO) aan Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Werk en Participatie over het stijgend aantal mensen dat financieel in de problemen komt (ingezonden 28 juli 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 31 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het nieuwsbericht «Nibud: huishoudens zeggen vaker financieel
in de knel te komen» van de NOS en het rapport «Geldzaken in de praktijk 2026» van
het Nibud, waar dit nieuwsbericht over gaat?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Het Nibud-onderzoek laat zien dat, na jaren van een daling van geldzorgen, er voor
het eerst een grotere groep is van mensen die moeite hebben om rond te komen: welke
verklaringen ziet u hiervoor?
Antwoord 2
Het Nibud-onderzoek laat zien dat geldzorgen vooral zijn toegenomen bij jongvolwassenen
van 18 tot 30 jaar. Voor verklaringen en maatregelen verwijs ik u naar het antwoord
op vraag 4.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de stijgende zorgen over de persoonlijke financiën onder Nederlandse
huishoudens problematisch en ongewenst is?
Antwoord 3
Het kabinet neemt de stijgende zorgen over de persoonlijke financiën zeer serieus.
Dit doen we door gerichte maatregelen te nemen om kwetsbare groepen tijdig te signaleren
en te ondersteunen. Preventie van problematische schulden en vroege bereikbaarheid
van mensen met geldzorgen is daarbij essentieel. Zo zijn er verschillende projecten
die gericht zijn op het versterken van de vindbaarheid van inwoners met geldzorgen,
zowel binnen als buiten de gemeente, en wordt er gewerkt aan een werkgeversaanpak.
Indien er toch problematische schulden ontstaan, is het noodzakelijk dat er een adequate
oplossing volgt. Zo worden er verbetermaatregelen getroffen rondom vroegsignalering,
en is doorverwijzing door een derde een essentieel onderdeel binnen de basisdienstverlening.
Voor de uitgebreide beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de beantwoording
van de Kamervragen van het lid Hamstra (CDA) over het Nibud rapport geldzaken in de
praktijk 2026.2
Vraag 4
In het rapport van Nibud staat dat vooral jongeren steeds meer geldproblemen hebben,
het aandeel dat moeite heeft met rondkomen steeg van 40 procent in 2024 naar 54 procent
in 2026, welke hoofdoorzaken ziet u hiervoor en wat zijn hun aandelen in de problematiek?
Antwoord 4
Het wel of niet kunnen rondkomen van jongvolwassenen is per situatie anders en kan
verschillende oorzaken hebben. Bij jongeren spelen onder andere hoge kosten aan wonen,
energie en boodschappen en het hebben van onzekere en wisselende inkomsten een rol.
Daarbij weten jongeren vaak niet welke financiële zaken ze precies moeten regelen
of waar ze recht op hebben.
Ook zijn er diverse online en offline verleidingen die jongeren soms moeilijk kunnen
weerstaan, zoals gebruik maken van achteraf betalen. In het boek «financiële gezondheid
van jongeren begrijpen en versterken» van Rosanne Oomkens (Hogeschool Utrecht, juni
2026) zijn veel onderzoeken en inzichten over dit onderwerp gebundeld.
Ik vind het belangrijk dat jongeren weten wat ze moeten regelen met betrekking tot
hun geldzaken en dat zij goed leren omgaan met geld. Daarom heeft het kabinet de afgelopen
jaren subsidie aan scholen verstrekt voor het structureel inbedden van financiële
educatie binnen het onderwijs. Via deze subsidie hebben scholen onder andere leerkrachten
kunnen trainen en persoonlijke financiële begeleiding kunnen bieden aan jongeren met
geldzorgen. Daarnaast zijn vele (gratis) lesmethodes te vinden op Geldlessen.nl en
zijn er diverse websites voor jongeren met geldvragen, zoals Wijzer in geldzaken en
Digidingen-desk | Uitleg en tips voor al je digitale regelzaken.
SZW houdt mediacampagnes voor jongeren om hen bewust te maken van financiële risico’s,
zoals achteraf betalen, en hen te attenderen op hulp bij geldzorgen. Ook heeft SZW
aan verschillende organisaties subsidie verstrekt om jongeren met geldzorgen te ondersteunen,
zoals Geldfit en het opschalen van het Jongeren Perspectieffonds naar meer gemeenten.
Later dit jaar ontvangt de Kamer meer informatie over maatregelen voor jongeren, naar
aanleiding van moties die hierover zijn ingediend.3
Vraag 5
Welke oorzaak ziet u in de flinke toename van flexwerk onder jongeren en de inkomensonvoorspelbaarheid
die dit meebrengt? In hoeverre vindt u flexibele contracten onder jongeren onwenselijk
en welk nieuw beleid zet u in om dit terug te dringen en jongeren meer controle en
zekerheid te geven?
Antwoord 5
Hoewel flexwerk onder de vermelde groep jongeren (tot 30 jaar) niet zodanig is toegenomen,
is wel een (lichte) stijging te zien in de onderste helft van deze groep (18 tot 25
jaar). Hoe dan ook is het aantal flexwerkers (waaronder jongeren) in Nederland hoog.
Dit is onwenselijk en daarom wordt de wet meer zekerheid flexwerkers (inwerkingtreding
per 1 januari 2028) ingevoerd waardoor werknemers meer zekerheid van inkomen krijgen.
Met deze wet wordt het nulurencontract afgeschaft en vervangen door het bandbreedtecontract
(dat zorgt voor meer zekerheid van inkomen). Ook wordt de ketenregeling aangescherpt
om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen en het perspectief
op een vast contact te vergroten.
Voor bepaalde jongeren is belangrijk dat deze maatregelen niet gaan gelden. Minderjarigen,
scholieren of studenten met een bijbaan (die gemiddeld 16 uur per week werken) kunnen
straks bijvoorbeeld nog wel op basis van een nulurencontract blijven werken. Ook zal
voor hen de aanscherping in de ketenregeling niet gelden. Dit is wenselijk om de toegang
tot de arbeidsmarkt voor deze groepen niet te beperken; de bijbaan kan dienen als
opstap richting de arbeidsmarkt. Bovendien is voor hen niet werk maar scholing de
hoofdactiviteit. Jongeren met een contract van gemiddeld meer dan 16 uur per week
hebben recht op meer zekerheid en voor hen zullen de nieuwe maatregelen dus wel gelden.
Met de wet meer zekerheid flexwerkers zet ik dus in op meer zekerheid van inkomen
uit werk voor werknemers met een flexibel contract, ook onder jongeren.
Vraag 6
Hoe groot is in uw ogen de bijdrage van toegenomen online reclametargeting, gerichte
verkoop en Buy Now Pay Later constructies via social media waarvan jongvolwassenen
steeds meer gebruik maken en wat tot groeiende geldzorgen en betalingsmoeite leidt?
Als dit niet duidelijk is, bent u dan bereid hiernaar een verdiepend onderzoek te
laten uitvoeren?
Antwoord 6
Het Nibud-rapport Geldzaken in de praktijk 2026 laat zien dat financiële zorgen en betalingsproblemen onder jongvolwassenen relatief
vaak voorkomen. Het rapport biedt echter geen basis om vast te stellen in welke mate
online reclametargeting, gerichte verkoop en Buy Now, Pay Later (BNPL)-diensten via sociale media hieraan bijdragen.
Verkoop via social media zou het gebruikers sneller en gemakkelijker maken om een
impulsaankoop te doen. Consumenten, waaronder jongvolwassenen, worden via sociale
media blootgesteld aan gepersonaliseerde reclame en commerciële prikkels. Hoe groot
de bijdrage is van sociale media op de geldzorgen onder jongeren is mij niet bekend.
Het kabinet zet in op gerichte maatregelen tegen onder meer de verslavende ontwerpkeuzes
van digitale diensten in het kader van de aankomende Digital Fairness Act.4 Voor verdere toelichting verwijs ik u naar de beantwoording van de Kamervragen van
het lid van Dijk (CDA) c.s.5
Ook voor de invloed van BNPL geldt dat de precieze bijdrage aan geldzorgen onder jongeren
niet is onderzocht. Wel zijn er signalen dat deze factoren van invloed kunnen zijn
op financieel gedrag en dat uitgestelde betaalmogelijkheden zoals BNPL de drempel
tot aankopen kunnen verlagen. Zo blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële
Markten (AFM) dat in 2023 via betaalrekeningen op naam van minderjarigen bijna 600.000
iDEAL-transacties zijn verricht die te relateren zijn aan BNPL-aanbieders.6
Deze signalen onderstrepen het belang van consumentenbescherming, in het bijzonder
voor kwetsbare groepen, waaronder jongeren. Met de inwerkingtreding van de Implementatiewet
herziene richtlijn consumentenkrediet, die momenteel bij uw Kamer voorligt, worden
aanbieders van uitstel van betaling en bemiddelaars in uitstel van betaling streng
gereguleerd. Aanbieders moeten onder meer beoordelen of een consument het krediet
kan dragen. Daarnaast wordt een verbod ingevoerd op het verstrekken van uitstel van
betaling aan minderjarigen en worden aanbieders verplicht de leeftijd van consumenten
te verifiëren voordat het krediet wordt verstrekt. Gegeven de wijzigingen die met
de Implementatiewet zullen worden doorgevoerd, acht ik verdiepend onderzoek op dit
moment niet opportuun.
Vraag 7
Ervan uitgaande dat huishoudens met een wisselend inkomen en die weinig controle ervaren
over hun inkomsten – 80 procent van de huishoudens met weinig controle over hun inkomen
heeft moeite met rondkomen – zich volgens Nibud duidelijk vaker in een kwetsbare positie
bevinden, in hoeverre wordt het wisselend inkomen veroorzaakt door flexwerk en zzp-schap
en betreft het hiermee de groep werkende armen in Nederland? Hoe groot is deze groep
volgens u? Welke acties zet u in in om huishoudens meer controle en zekerheid te geven
over hun inkomen?
Antwoord 7
Een wisselend inkomen kan inderdaad veroorzaakt worden door flexwerk en zzp-schap.
Als dit inkomen onvoldoende is om in de noodzakelijke uitgaven te voorzien betreft
dit de groep werkenden die in armoede leven. In Nederland leeft 1,7% van de werknemers
en 4,4% van de zzp’ers in armoede. Van alle arme werknemers in 2024 werkte ruim de
helft in deeltijd onder een flexibel arbeidscontract. 18,5% van de arme werknemers
werkte voltijd onder een flexibel contract, 16,8% werkte deeltijd onder een vast contract
en 7,5% werkte voltijd onder een vast contract.
Zoals het Nibud al toelicht in het rapport is niet enkel de hoogte van het inkomen
belangrijk, maar ook de zekerheid en voorspelbaarheid van het inkomen. Het kabinet
gaat aan de slag met het vergroten van de inkomenszekerheid en vereenvoudiging, met
de ambitie om één kindregeling in te voeren om zekerheid voor gezinnen te vergroten.
Ook wordt er gewerkt aan de vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke
regelingen.
Daarnaast boekt het kabinet voortgang op het arbeidsmarktpakket, met als doel zowel
de zekerheid van werkenden als de wendbaarheid van werkgevers te verhogen. Zo zijn
de wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief en
de wet meer zekerheid flexwerkers recent door uw Kamer aangenomen. De eerste wet zal
laagbetaalde zzp’ers beter beschermen tegen schijnzelfstandigheid en de tweede wet
zorgt voor betere bescherming van oproepkrachten, uitzendkrachten en mensen met een
tijdelijk contract. Op deze manier wordt de zekerheid van zzp’ers en werknemers met
een flexibel arbeidscontract vergroot.
Vraag 8
In het rapport van Nibud staat dat er een groot verschil is tussen de hoeveelheid
zorgen en betalingsproblemen tussen huurders en mensen met een koopwoning, vindt u
dit zorgelijk? Zo ja, wat voor maatregelen gaat u treffen om juist bij huurders deze
zorgen en betalingsproblemen te verminderen?
Antwoord 8
Ik deel uw zorgen. Het percentage huishoudens met een huurwoning dat zich regelmatig
tot altijd zorgen maakt over hun financiële situatie is 43%. Bij huishoudens met een
koopwoning ligt dit percentage op 24%. Uit de analyse blijkt dat huishoudens in principe
voldoende inkomen hebben voor noodzakelijke uitgaven, mits ze: de uren werken waar
ze toe in staat zijn, alle landelijke regelingen aanvragen waar ze recht op hebben,
goed met geld omgaan en geen onvermijdbare hoge uitgaven hebben.7 Niet alle huishoudens weten waar ze recht op hebben, waardoor ze bijvoorbeeld huurtoeslag
laten liggen. Om dit tegen te gaan, wordt gewerkt aan een wetsvoorstel voor proactieve
dienstverlening door Dienst Toeslagen. Dit geeft een wettelijke basis om inwoners
actief te benaderen die recht hebben op huurtoeslag. Zo wordt niet-gebruik voorkomen.8
Vraag 9
Nibud stelt dat een derde van de Nederlanders slechts 2.500 euro op de spaarrekening
heeft staan, een groot deel hiervan heeft minder dan 1000: welke maatregelen treft
het kabinet om ervoor te zorgen dat deze mensen bij een onverwachte uitgave niet in
de schulden belanden?
Antwoord 9
Het hebben van een voorspelbaar inkomen door het voorkomen en verminderen van negatieve
effecten van fouten, nabetalingen en terugvorderingen is noodzakelijk om te voorkomen
dat inwoners in de schulden belanden. Deze zomer heeft het kabinet de voortgangsbrief
van Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning 2026 met uw Kamer gedeeld.
Hierin staat onder andere dat het Kabinet werkt aan hervorming van het terugvordering
en nabetalingen beleid, het vorderingenbeleid te moderniseren (waaronder een recht
op nabetalingen bij overheidsfouten), en keteneffecten te verminderen.
Daarnaast verbetert het de dienstverlening via proactieve aanpak, automatische toekenning
van toeslagen, en harmonisatie van betaalmomenten. Ook werkt het aan preventie door
duidelijke rechten en plichten te formuleren en veelvoorkomende fouten te onderzoeken.9
Vraag 10
Hoe ziet u dit rapport in combinatie met de geplande bezuinigingen op sociale zekerheid
en de zorg, die groepen extra raken die al moeite hebben met rondkomen en zich meer
zorgen maken over hun financiële toekomst?
Antwoord 10
Het kabinet stelt maatregelen voor om de sociale zekerheid toekomstbestendig te maken.
Meer dan één miljoen mensen maken op dit mensen gebruik van de sociale zekerheid,
op tien miljoen werkenden. Het systeem loopt vast, het is versnipperd en zorgt er
onvoldoende voor dat mensen weer mee gaan doen. Een eenvoudiger, beter werkende sociale
zekerheid moet juist in staat zijn om mensen zekerheid te blijven bieden.
Het kabinet vindt het ook belangrijk om armoede en schuldenproblematiek aan te pakken.
Dit doen we door gerichte maatregelen te nemen om de kwetsbare groepen te helpen.
De maatregelen vindt u terug in het Nationaal Programma Armoede en Schulden.10
Vraag 11
De mediane koopkrachtcijfers voor 2026 zijn licht positief en in de loop van het jaar
verbeterd, hoe verklaart u dat onder veel groepen de geldzorgen en betalingsmoeite
toch zijn gestegen? Het Nibud rapporteert dat op vrijwel alle uitgavenposten het aandeel
mensen dat moeite heeft met betalen is toegenomen ten opzichte van 2 jaar daarvoor.
In hoeverre missen de koopkrachtcijfers de daadwerkelijke, feitelijke kosten van gewone
mensen?
Antwoord 11
Het Nibud-onderzoekt hoeveel mensen moeilijk kunnen rondkomen. Dit wordt beïnvloed
door verschillende ontwikkelingen, niet alleen of iemands koopkracht is verbeterd
of verslechterd. Koopkrachtverlies is voor minder huishoudens dan in 2024 een reden
voor moeilijk rondkomen, terwijl schulden en te makkelijk uitgeven van geld zijn toegenomen
als reden voor moeilijk rondkomen.
Koopkrachtplaatjes geven goed inzicht in de verdelingseffecten van beleid en macro-economische
ontwikkelingen, maar zijn niet bedoeld om een voorspelling te geven voor de koopkrachtontwikkeling
van huishoudens. Het kabinet en het CPB gaan uit van «statische» koopkracht, waarin
de huishoudsituatie gelijk blijft ten opzichte van het voorgaande jaar. In de werkelijkheid
zijn levensgebeurtenissen zoals geboorte, scheiding of baanverlies bepalend voor hoe
het inkomen van huishoudens ontwikkelt. Het CBS brengt de ontwikkeling van deze «dynamische»
koopkracht na afloop van het jaar in kaart.11
Daarnaast noemt het Nibud dat meespeelt dat mensen dagelijks geconfronteerd worden
met prijzen die structureel hoger zijn komen te liggen door de hogere inflatiecijfers
sinds 2022. Dit sluit aan bij de constatering van het CBS dat de gevoelsinflatie aanzienlijk
hoger ligt dan de gemeten inflatie.12
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.