Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Koorevaar over Ecoregelingen
Vragen van het lid Koorevaar (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over ecoregelingen (ingezonden 20 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
28 augustus 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2621
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het nieuwsbericht «Negatieve beschikkingen eco-regeling 2025:
LTO blijft aandringen op herbeoordeling»1 waaruit blijkt dat maar weinig herbeoordelingen van afgewezen eco-regelingen leiden
tot het terugdraaien van een afwijzing?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het nieuwsbericht.
Vraag 2
Hoeveel van de toegezegde 1.345 herbeoordelingen zijn intussen gedaan?
Antwoord 2
N.a.v. motie Koorevaar (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1789) heeft RVO inmiddels alle 1.345 van de toegezegde herbeoordelingen uitgevoerd. De
motie verzocht om beschikkingen opnieuw te beoordelen die hadden geleid tot substantiële
verlagingen of afkeuringen van vergoedingen binnen de Eco-regeling, waarbij menselijke
beoordeling een zwaardere rol krijgt. Aanvullend heeft RVO ook de dossiers waarin
de eco-activiteit «Groenbedekking» was afgekeurd door doodgevroren gewas en dit financiële
gevolgen had, opnieuw beoordeeld.
Vraag 3
Hoeveel van de herbeoordelingen leiden tot een positieve beschikking waar die eerder
negatief was?
Antwoord 3
Van de inmiddels herbeoordeelde dossiers heeft RVO in 386 gevallen vastgesteld dat
het herbeoordelen van de eco-activiteit Groenbedekking alsnog heeft geleid tot een
hogere vergoeding
Vraag 4
Hoeveel andere bezwaren op de (pro-forma) beschikkingen 2025 heeft de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RVO) intussen ontvangen en wat is de stand van zaken (aandeel
ingediend versus afgehandeld) van de ingediende bezwaren 2025?
Antwoord 4
RVO heeft inmiddels 5.306 bezwaren ontvangen tegen de beschikkingen over 2025. Daarvan
zijn 168 bezwaren afgehandeld en zijn 5.138 bezwaren nog in behandeling. RVO registreert
in de bezwaarprocedure niet op welke specifieke onderdelen van een beschikking bezwaar
wordt gemaakt. Een bezwaar kan bovendien betrekking hebben op meerdere onderdelen
van een aanvraag. Daardoor kan niet worden aangegeven welk deel van de bezwaren specifiek
betrekking heeft op specifieke activiteiten.
Vraag 5
Is beheer (maaien en klepelen) van percelen waarvoor de eco-regeling minimaal 80 procent
groenbedekking vereist is, toegestaan?
Antwoord 5
Of beheer van een perceel is toegestaan, hangt af van de betreffende eco-activiteit
en de daarbij behorende subsidievoorwaarden. Voor verschillende eco-activiteiten is
beheer, waaronder maaien en klepelen, toegestaan. Voor de eco-activiteit Groene braak
geldt dat het perceel gedurende de vereiste periode minimaal 80% zichtbaar bedekt
moet zijn met het aangegeven gewas. Maaien of klepelen is daarbij toegestaan, maar
het maaisel moet op het perceel blijven liggen en mag niet worden afgevoerd. Het uitvoeren
van beheer laat de verplichting om gedurende de vereiste periode aan de voorwaarden
voor bedekking te voldoen onverlet.
Vraag 6
Is het AMS-systeem in staat om voldoende bodembedekking door droog/afgestorven/afgevroren/gemaaid/geklepeld
gewas te herkennen en te beoordelen?
Antwoord 6
Het AMS is ontwikkeld om op basis van satellietbeelden en algoritmen te beoordelen
of aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. In specifieke situaties, bijvoorbeeld
bij doodgevroren, verdroogd of gemaaid gewas, kan de interpretatie van satellietbeelden
complex zijn. Door AMS als afwijkend beoordeelde («rode») percelen worden daarom alsnog
door een medewerker beoordeeld, die naast satellietdata ook andere gegevens bij de
beoordeling kan betrekken. En aanvullend houdt RVO rekening met vorstgevoelige gewassen
en vorstperiodes bij de eco-activiteit Groenbedekking. Bij de eco-activiteit Groene
braak is de werkwijze aangepast om beter rekening te houden met onder andere maaien,
droogte en klepelen. De wijze waarop beelden worden geïnterpreteerd en wanneer aanvullende
menselijke beoordeling nodig is, wordt door RVO continu verder ontwikkeld en verbeterd.
Vraag 7
Het AMS-systeem en de praktijk lijken niet overeen te komen. Hoe gaat u om met deze
zorg en hoe kalibreert u het AMS-systeem op de praktijk (inclusief weersomstandigheden/klimaat/groeiverloop/et
cetera)?
Antwoord 7
Het AMS wordt jaarlijks gevalideerd aan de hand van onder meer veldwaarnemingen, controles
ter plaatse en analyses van de uitkomsten. De resultaten van de herbeoordelingen van
Groenbedekking geven geen aanleiding om te concluderen dat sprake is van structureel
onjuiste beoordelingen door het AMS. Wel blijkt dat menselijke beoordeling in specifieke
situaties, bijvoorbeeld bij mogelijke gewasschade door weersomstandigheden, van meerwaarde
blijft. Samen met RVO blijf ik daarom bezien hoe de toepassing van AMS en de aanvullende
menselijke beoordeling verder kunnen worden verbeterd, waarbij ook rekening wordt
gehouden met weersomstandigheden, het groeiverloop en andere agronomische omstandigheden.
Vraag 8
Veel boeren ontvingen de beschikking 2025 pas laat in het voorjaar van 2026, toen
de betreffende percelen alweer in gebruik waren voor het bouwjaar 2026. Als die boeren
bezwaar willen maken, maar geen foto of satellietmateriaal of andere data beschikbaar
hebben om hun gelijk te onderbouwen, wat kunnen zij dan wel doen om het bezwaar te
onderbouwen?
Antwoord 8
Ook wanneer een agrariër niet beschikt over eigen foto’s of andere bewijsmiddelen,
kan deze bezwaar maken tegen een beschikking. RVO betrekt bij de beoordeling van het
bezwaar de beschikbare gegevens die relevant zijn voor de beoordeling, waaronder de
satellietbeelden en andere gegevens die bij de oorspronkelijke beoordeling zijn gebruikt.
Agrariërs kunnen daarnaast zelf beschikbare informatie aanleveren die hun bezwaar
ondersteunt, zoals teeltregistraties, gegevens over uitgevoerde werkzaamheden of andere
relevante bedrijfsgegevens. Satellietdata, in de vorm van luchtfoto's, zijn openbaar
en te vinden via het satellietdataportaal van de Netherlands Space Agency (NLSA).
De aanvullende beoordeling van de beschikbare gegevens kan bij RVO worden opgevraagd.
Vraag 9
Als een boer die bezwaar maakt tegen een beschikking vraagt om de satellietbeelden
van de RVO, krijgt de boer die dan altijd ook voor de hele periode waarop de beschikking
betrekking heeft? Zo nee, waarom niet? Wat kan een boer in dat geval doen?
Antwoord 9
Een agrariër kan RVO verzoeken om de beschikbare gegevens die ten grondslag liggen
aan de beoordeling van een eco-activiteit, waaronder de gebruikte satellietbeelden.
RVO verstrekt de beelden en gegevens die bij de beoordeling van de betreffende eco-activiteit
zijn gebruikt en die betrekking hebben op de relevante verplichtingsperiode.
Als een agrariër van mening is dat bepaalde relevante gegevens ontbreken, kan hij
of zij dit bij RVO aangeven en deze informatie betrekken bij een bezwaarprocedure.
Vraag 10
Klopt het dat het aantal deelnemers aan de eco-regeling met ruim 6 procent is gedaald
ten opzichte van 2025? Wat vindt u hiervan? Wat wilt u doen om deze trend te keren?
Antwoord 10
Van de 43.276 GLB-deelnemers, hebben 32.052 boeren gekozen voor deelname aan de Eco-regeling.
Dat is circa 6% minder dan in 2025. Ik neem deze daling uiteraard serieus. Uit een
analyse van RVO blijkt dat de oorzaken divers zijn. Een deel van de voormalige deelnemers
heeft in 2026 geen GLB-aanvraag meer ingediend, bijvoorbeeld vanwege een bedrijfsbeëindiging
of bedrijfsoverdracht. Daarnaast is er een groep die wel een GLB-aanvraag heeft ingediend,
maar ervoor heeft gekozen niet meer deel te nemen aan de Eco-regeling. Bij een deel
van deze groep kan een lagere beschikking dan aangevraagd invloed hebben gehad op
deze keuze. Ik vind het belangrijk dat de Eco-regeling aantrekkelijk blijft voor agrariërs.
Daarom werk ik aan de aangekondigde aanpassingen van de regeling in 2027, waaronder
een flexibelere puntensystematiek en uitbetaling op basis van de daadwerkelijk behaalde
waarde van eco-activiteiten (Kamerstuk 28 625, nr. 383).
Vraag 11
Boeren worden in 2026 opnieuw geconfronteerd met grote hitte en droogte. De RVO heeft
de peildatum voor enkele eco-activiteiten uitgesteld naar 1 juli. De hitte en droogte
duren echter voort en dit heeft grote invloed op de mate waarin boeren de eisen aan
deelname aan de eco-regeling kunnen naleven. Wilt u toezeggen om bij de controles
op de naleving van de eco-activiteiten in 2026 hier mee rekening te houden en coulance
te betrachten bij afwijkingen? Wat kan u praktisch doen om een herhaling van 2025
te voorkomen? Wilt u toezeggen om controles voor een bepaalde tijd op te schorten
als de boer aangeeft dat het moment bijzonder ongelukkig gekozen is gezien de droogte?
Antwoord 11
Ik heb voor dit jaar, vanwege de droogte, reeds besloten om voor drie eco-activiteiten
de beoordelingsdatum te verschuiven naar 1 juli. Ook hanteert RVO dit jaar voor controles
van verschillende activiteiten een langere periode voor het insturen van een geotagfoto,
zodat agrariërs langer de gelegenheid hebben om een representatieve foto van de uitvoering
van een activiteit aan te leveren. De Europese GLB verordeningen bieden verder ruimte
om bij extreme weersomstandigheden, zoals droogte, overmacht te bieden aan landbouwers
die door deze omstandigheden zijn getroffen. Van die ruimte wil ik gebruik maken door
heel Nederland aan te wijzen als gebied waar sprake is van extreme droogte en daarbij
overmacht toe te kennen voor twee conditionaliteitsvoorwaarden en een aantal subsidievoorwaarden
binnen de eco-regeling.
Vraag 12
Welke lessen leert u naar aanleiding van de vele problemen met de eco-regeling voor
het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2028–2034? Wilt u toezeggen
hierover met de sector te blijven overleggen?
Antwoord 12
De ervaringen met de huidige Eco-regeling laten zien dat onder andere voorspelbaarheid
en doenbaarheid belangrijke voorwaarden zijn voor een succesvolle Eco-regeling. Ik
zet mij daarom in voor een GLB waarin doelgerichtheid en werkbaarheid hand in hand
gaan. Daarbij vind ik het van belang dat agrariërs voldoende handelingsperspectief
hebben en dat de administratieve lasten beperkt blijven. Ik blijk hierover nadrukkelijk
in gesprek met sectorpartijen, uitvoeringsorganisaties en andere betrokkenen, zowel
bij de verdere uitwerking van de Eco-regeling vanaf 2027 als in de Nederlandse inzet
voor het GLB na 2027.
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.