Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Koorevaar over het sluiten van bezoekcentra door Staatsbosbeheer
Vragen van het lid Koorevaar (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) over het sluiten van bezoekcentra door Staatsbosbeheer (ingezonden 8 juli 2026).
Antwoord van Minister van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) en
van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
28 augustus 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Staatsbosbeheer wil alle bezoekerscentra sluiten: «Prioriteit
bij natuurbeheer»?»1
Antwoord 1
Ja, wij zijn bekend met het artikel «Staatsbosbeheer wil alle bezoekerscentra sluiten:
Prioriteit bij natuurbeheer».
Vraag 2
Klopt het dat Staatsbosbeheer voornemens is alle zeven buitencentra (De Pelen, Almeerderhout,
Oostvaardersplassen, Schoorlse Duinen, Sallandse Heuvelrug, Drents-Friese Wold en
het Boomkroonpad op de Hondsrug) te sluiten? Zo ja, op welke termijn en in welke fasering?
Antwoord 2
Staatsbosbeheer (hierna: SBB) is voornemens te stoppen met het huidige concept en
de eigen exploitatie van de zeven buitencentra. Het definitieve besluit hierover volgt
na advies van de ondernemingsraad van SBB, uiterlijk op 1 oktober 2026. De beoogde
sluitingsdatum voor de winkels en exploitatie is vastgesteld op 1 januari 2027. Dit
betekent echter niet dat alle gebouwen zonder meer worden gesloten. Per locatie wordt
in overleg met betrokken partners en de omgeving onderzocht welke toekomstbestendige
invulling mogelijk is. Daarbij wordt rekening gehouden met de specifieke situatie,
lopende contracten en bestaande samenwerkingsafspraken. De toekomstige invulling en
het moment waarop de huidige exploitatie eindigt, verschillen daardoor per locatie.
Voor de zeven gebouwen geldt daarom geen uniforme fasering. Er is wel sprake van één
eerdere fasering: buitencentrum Almeerderhout is vanwege het vertrek van de horeca
en teruglopende bezoekersaantallen vroegtijdig gesloten op 26 juli 2026.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat bezoekerscentra een belangrijke bijdrage leveren aan het
draagvlak voor natuurbeheer, natuureducatie van (met name jonge) bezoekers en de lokale
en regionale economie rond natuurgebieden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot het voornemen
om deze centra te sluiten?
Antwoord 3
Ja, wij delen de opvatting dat bezoekerscentra een belangrijke bijdrage leveren aan
het draagvlak voor natuurbeheer, natuureducatie van (jonge) bezoekers en lokale en
regionale economie rond natuurgebieden. Echter, vanwege de structurele en financiële
tekorten en noodzaak om prioriteit te geven aan wettelijke kerntaken, wil SBB zijn
betrokkenheid bij de bezoekerscentra in zijn huidige vorm beëindigen. Om de educatieve
waarde te behouden, blijft SBB publieksvoorlichting en educatie bieden via informatievoorziening
in de natuurgebieden, de website, excursies, educatieve programma's en het contact
dat boswachters dagelijks met bezoekers hebben. Daarnaast werkt SBB samen met onder
meer IVN Natuureducatie, scholen, gemeenten en andere partners om natuurbeleving en
natuureducatie voor een breed publiek toegankelijk te houden. Per locatie wordt in
overleg met betrokken partners en de omgeving onderzocht welke toekomstbestendige
invulling mogelijk is.
Vraag 4
Onderkent u de bredere maatschappelijke waarde van natuur, zoals voor gezondheid,
welzijn, educatie, recreatie en regionale economie? Zo ja, hoe weegt u deze maatschappelijke
waarde mee in de besluitvorming rond de financiering van Staatsbosbeheer?
Antwoord 4
Wij erkennen de maatschappelijke waarde van natuur, maar wijzen erop dat domein-overschrijdende
baten, zoals gezondheid en recreatie, een gedeelde financiële verantwoordelijkheid
is met decentrale overheden en private partijen. Vanwege wettelijke prioriteiten van
SBB voor natuurbeheer, biodiversiteit en Natura2000, moeten maatschappelijke voorzieningen
zoals bezoekerscentra zelfvoorzienend worden of via regionale partners worden gefinancierd.
Vraag 5
Bent u van mening dat de sluiting van alle bezoekerscentra deze maatschappelijke waarde
van natuur ondermijnt, doordat de fysieke, laagdrempelige toegang tot natuureducatie
en voorlichting voor een breed publiek (1,3 miljoen bezoekers per jaar) verdwijnt?
Kunt u dit toelichten?
Antwoord 5
We ervaren wat ongemak dat met de sluiting van alle bezoekerscentra de fysieke, laagdrempelige
toegang tot natuureducatie en -voorlichting kan verdwijnen voor een breed publiek.
Maar aangezien de gratis toegankelijkheid van natuurgebieden behouden blijft en natuureducatie
via digitale middelen en samenwerkingen wordt voortgezet door SBB, zijn wij niet van
mening dat de maatschappelijke waarde van natuurgebieden wordt ondermijnd door dit
voorgenomen besluit van SBB. Daarnaast gaat het om zeven locaties, terwijl SBB op
vele andere plekken zonder bezoekerscentrum de maatschappelijke waarde op dit moment
ook al in stand houdt. Per locatie onderzoekt SBB in overleg met betrokken partners
en de omgeving welke toekomstbestendige invulling mogelijk is.
Vraag 6
Waarom is er sinds 2014 geen structurele rijksbijdrage meer beschikbaar gesteld voor
het in stand houden van deze bezoekerscentra, terwijl deze een belangrijke functie
vervullen in natuureducatie en publieksbereik?
Antwoord 6
Het stopzetten in 2014 van de structurele bijdrage vanuit het Rijk voor het in stand
houden van de bezoekerscentra van SBB was het gevolg van het Natuurpact uit 2013,
waarmee het Rijk het natuurbeleid en de bijbehorende budgetten decentraliseerde naar
de provincies. Door deze stelselherziening en gelijktijdige Rijksbezuinigingen werd
de Rijksbijdrage voor SBB beperkt tot zijn wettelijke kerntaak van natuurbeheer. Recreatieve
en educatieve publieksvoorzieningen, zoals de bezoekerscentra, moesten vanaf dat moment
een regionale verantwoordelijkheid worden of commercieel zelfvoorzienend worden geëxploiteerd
via winkels, horeca en lokale partners.
Vraag 7
Bent u bereid te onderzoeken of (een deel van) de rijksbijdrage voor de buitencentra
van Staatsbosbeheer kan worden hersteld, bijvoorbeeld via de begroting van het Ministerie
van LVVN of via het Programma Natuur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn
kan de Kamer hierover een voorstel verwachten?
Antwoord 7
Omdat de budgetten uit de LVVN-begroting en het Programma Natuur wettelijk geoormerkt
zijn voor natuurherstel en -beheer en niet voor publieksvoorzieningen, zijn wij niet
bereid de Rijksbijdrage aan SBB op te hogen voor de buitencentra van SBB. Onze focus
ligt in plaats daarvan op het ondersteunen van SBB bij de overdracht van de locaties
aan lokale overheden en marktpartijen, aangezien de verantwoordelijkheid voor natuurrecreatie
en -educatie sinds 2014 bestuurlijk bij de provincies ligt.
Vraag 8
Bent u bereid de Kamer te informeren over de uitkomst van het traject bij de ondernemingsraad
en een eigen appreciatie te geven van het definitieve besluit, voordat tot onomkeerbare
stappen (zoals sluiting per 1 januari 2027) wordt overgegaan?
Antwoord 8
Ja, wij zijn hiertoe bereid en zullen de Tweede Kamer in het najaar van 2026 informeren
over de uitkomst van de ondernemingsraadprocedure en het definitieve besluit van SBB.
Wij zullen hierbij een (beleidsmatige) appreciatie geven, maar benadrukken dat SBB
als zelfstandig bestuursorgaan een eigen operationele verantwoordelijkheid heeft.
Deze informatievoorziening zal plaatsvinden ruim vóór de geplande sluitingsdatum van
1 januari 2027, zodat de Kamer de mogelijkheid behoudt om tijdig te debatteren voordat
er onomkeerbare stappen worden gezet.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat het maatschappelijk draagvlak voor de Natura 2000-doelen,
waarvan de doelen conform coalitieakkoord worden geëvalueerd, mede afhankelijk is
van de mate waarin burgers direct met natuur en natuurbeheer in aanraking komen, bijvoorbeeld
via bezoekerscentra? Weegt u dit effect mee bij de evaluatie en is de Minister bereid
dit punt daarin expliciet te betrekken?
Antwoord 9
Ja, wij delen de opvatting dat direct contact met de natuur essentieel is voor het
maatschappelijk draagvlak. De toegankelijkheid van natuurgebieden is voor het Kabinet
van groot belang en we zullen daarom de factor «publieksbereik» breed betrekken bij
de evaluatie van Natura2000-doelen conform coalitieakkoord. Wij benadrukken echter
dat het verdwijnen van fysieke bezoekerscentra het draagvlak niet hoeft te ondermijnen,
omdat SBB burgers blijft bereiken via digitale platforms, scholen en gebiedsinformatie
en dit draagvlak creëert in veel andere gebieden zonder bezoekerscentrum. De expliciete
opname van dit punt in de evaluatie zal dan ook niet leiden tot herfinanciering door
het Rijk, aangezien de exploitatie van de gebouwen een regionale of commerciële verantwoordelijkheid
blijft.
Vraag 10
Hoe kijkt u naar het feit dat er relatief grote bedragen beschikbaar zijn voor reducerende
maatregelen in zones rondom soms kleine natuurgebieden, terwijl er voor de relatief
beperkte kosten van publieksvoorlichting en natuureducatie via bezoekerscentra geen
structurele middelen worden vrijgemaakt? Bent u bereid om, bij de nadere uitwerking
van de zoneringsaanpak en de bijbehorende middelen, te bezien of een deel hiervan
kan worden ingezet voor het behoud van publieksfuncties zoals bezoekerscentra, gezien
hun bijdrage aan het draagvlak voor natuurbeleid?
Antwoord 10
Het financiële verschil tussen reducerende maatregelen in zones rondom soms kleine
natuurgebieden (de zoneringsaanpak) en publieksvoorlichting en natuureducatie (o.a.
via de bezoekerscentra) vloeit voort uit een strikt wettelijk onderscheid, waarbij
de grote budgetten juridisch geoormerkt zijn voor dwingende Europese verplichtingen
rond stikstofreductie en natuurherstel om economische blokkades te voorkomen. Het
Rijk houdt vast aan het standpunt dat de exploitatie van bezoekerscentra sinds de
decentralisatie van 2014 een provinciale en commerciële verantwoordelijkheid is, die
niet gefinancierd kan worden uit budgetten voor natuurherstel en natuurbeheer. Wij
zijn daarom van mening dat zoneringsmiddelen niet kunnen worden ingezet voor publieksfuncties
zoals bezoekerscentra.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.