Schriftelijke vragen : De gevolgen van de landbouwvrijstelling voor wisselteelt
Vragen van de leden Vermeer en Van der Plas (beiden BBB) aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de gevolgen van de landbouwvrijstelling voor wisselteelt (ingezonden 28 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Strenge voorwaarden bij landbouwvrijstelling en vruchtwisseling»
van aaff?1
Vraag 2
Bent u zich ervan bewust dat melkveehouders de landbouwvrijstelling over de periode
van uitgebruikgeving kunnen verliezen wanneer zij grond tijdelijk beschikbaar stellen
aan akkerbouwers of bollentelers voor wisselteelt? Zo ja, wat gaat u doen om dit knelpunt
weg te nemen? Zo nee, bent u bereid dit op korte termijn te onderzoeken?
Vraag 3
Erkent u dat gewassen zoals bloembollen, aardappelen en uien vanwege de opbouw van
ziekten en virusdruk vaak slechts eenmaal per vijf of zes jaar op hetzelfde perceel
kunnen worden geteeld?
Vraag 4
Erkent u dat het voor deze teelten noodzakelijk kan zijn dat akkerbouwers en bollentelers
tijdelijk grond huren of uitruilen met melkveehouders?
Vraag 5
Klopt het dat bij de beoordeling of sprake is van noodzakelijke vruchtwisseling alleen
wordt gekeken naar het belang van de teelt van de grondeigenaar en niet naar het belang
van de teelt van degene die de grond tijdelijk gebruikt? Zo ja, waarom is voor deze
beperking gekozen?
Vraag 6
Waarom kan een akkerbouwer of bollenteler onder voorwaarden wel aannemelijk maken
dat wisselteelt noodzakelijk is voor zijn eigen bedrijfsvoering, terwijl een melkveehouder
die zijn grond hiervoor tijdelijk beschikbaar stelt niet meer aan deze voorwaarden
kan voldoen?
Vraag 7
Erkent u dat wisselteelt met grond van melkveehouders kan bijdragen aan het voorkomen
van bodemgebonden ziekten en virussen en daarmee aan het verminderen van het gebruik
van chemische gewasbeschermingsmiddelen?
Vraag 8
Bent u het ermee eens dat dit maatschappelijke en landbouwkundige voordeel moet worden
meegewogen bij de toepassing van de landbouwvrijstelling? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Deelt u de zorg dat melkveehouders hun grond niet langer voor wisselteelt beschikbaar
zullen stellen wanneer daardoor een fiscale claim ontstaat die niet kan worden terugverdiend?
Welke gevolgen verwacht u hiervan voor melkveehouders, akkerbouwers en bollentelers?
Vraag 10
Heeft u onderzocht hoeveel hectare landbouwgrond door deze strengere voorwaarden naar
verwachting niet langer beschikbaar zal zijn voor wisselteelt? Zo nee, bent u bereid
dit alsnog te onderzoeken?
Vraag 11
Deelt u de zorg dat het beperken van de landbouwvrijstelling bij uitgebruikgeving
ertoe kan leiden dat gewassen vaker op dezelfde percelen worden geteeld, waardoor
de ziekte- en virusdruk en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen kunnen
toenemen? Zo ja, hoe gaat u dit voorkomen?
Vraag 12
Kunt u toezeggen dat de landbouwvrijstelling van toepassing blijft wanneer grond in
het kader van noodzakelijke wisselteelt tijdelijk wordt uitgeruild tegen vervangende
grond, zodat het beteelde areaal op peil kan blijven en het gebruik van chemische
gewasbeschermingsmiddelen kan worden beperkt?
Vraag 13
Bent u bereid de voorwaarden zo aan te passen dat tijdelijke uitgebruikgeving door
een melkveehouder voor noodzakelijke wisselteelt niet leidt tot verlies van de landbouwvrijstelling
over de betreffende periode? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Deelt u de zorg dat de huidige voorwaarden nadelig kunnen uitpakken voor de voedselzekerheid
en sierteeltsector? Kunt u uw antwoord onderbouwen?
Vraag 15
Erkent u dat de regeling ook de extensivering van de melkveehouderij kan bemoeilijken,
doordat de vraag naar geschikte wisselteeltgrond en daarmee de grondprijs verder kan
stijgen? Hoe gaat u voorkomen dat melkveehouders hierdoor moeilijker extra grond kunnen
verwerven?
Vraag 16
Wat gebeurt er bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie met een fiscale claim
die is ontstaan doordat grond tijdelijk voor wisselteelt uit gebruik is gegeven? Kan
deze claim worden doorgeschoven naar de bedrijfsopvolger en, zo ja, onder welke voorwaarden?
Vraag 17
Bent u gezien de gevolgen voor reeds gemaakte teeltplannen bereid tijdelijk maatwerk
of een ruimere overgangsregeling toe te passen totdat een structurele oplossing is
gevonden?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Gericht aan
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Indiener
Henk Vermeer, Kamerlid -
Medeindiener
Caroline van der Plas, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.