Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Zalinyan over de separate scheiding van innovatieve biobased materialen naar aanleiding van het antwoord van de minister op eerder gestelde vragen
Vragen van het lid Zalinyan (PRO) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de separate scheiding van innovatieve biobased materialen naar aanleiding van het antwoord van de Minister op eerder gestelde vragen. (ingezonden 16 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
27 augustus 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2652
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het risico dat innovatieve verpakkingsmaterialen, die nog niet binnen
bestaande inzamel-, sorteer- en verwerkingsketens passen, onvoldoende kunnen opschalen
doordat zij in de praktijk geen passende verwerkingsroute hebben en dus niet op grote
schaal recyclebaar zijn?1
Antwoord 1
Voor het bereiken van een circulaire economie is het noodzakelijk dat producten, wanneer
deze het einde van de (lange) levensduur bereiken, op grote schaal worden gerecycled.
Voor verpakkingen is dit wettelijk vastgelegd in de Verpakkingenverordening (Packaging and Packaging Waste Regulation, PPWR). Deze Europese wet bepaalt dat verpakkingen vanaf 2035 alleen in de handel
mogen worden gebracht als ze op grote schaal worden gerecycled.
Het risico dat u schetst is bekend. Het kan zijn dat nieuwe, innovatieve verpakkingsmaterialen
op lange termijn leiden tot milieuvoordelen. Op korte termijn worden deze materialen
wellicht slechts op kleine schaal toegepast. De kans is dus klein dat ze op korte
termijn op grote schaal worden gerecycled. Om dit risico te ondervangen, is in de
PPWR vastgelegd dat verpakkingen gemaakt van deze innovatieve materialen zijn uitgezonderd
van de voorwaarde om op grote schaal te worden gerecycled, voor een periode van vijf
jaar. De Europese Commissie houdt in de gaten welke verpakkingen door lidstaten worden
uitgezonderd en kan aanpassingen voorstellen wanneer de situatie daarom vraagt.
Hoe precies wordt vastgesteld dat een verpakking op grote schaal wordt gerecycled,
wordt nog uitgewerkt door de Commissie in een uitvoeringshandeling. Het is belangrijk
dat deze en andere handelingen op een zorgvuldige manier door de Commissie worden
uitgewerkt. Zoals in de beantwoording van de vorige set Kamervragen is aangegeven,
zal het kabinet blijven pleiten voor geharmoniseerde uitwerkingen, zodat ook voor
innovatieve verpakkingen duidelijkheid en bijgevolg investeringszekerheid komt.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat artikel 48 PPWR juist ruimte biedt om via ketenafspraken,
pilots of andere maatregelen te zorgen voor passende inzameling, sortering en verwerking
van innovatieve verpakkingsmaterialen, ook wanneer deze nog geen onderdeel zijn van
bestaande afvalstromen?
Antwoord 2
Zoals in de beantwoording van de vorige set Kamervragen is aangegeven1, is in Nederland een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor verpakkingen
van toepassing. Hiermee zijn producenten verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking
van het afval van de verpakkingen die zij op de markt brengen. Via het UPV-instrument
kunnen ketenafspraken, pilots, of andere overeenkomsten tussen producenten van (innovatieve)
verpakkingen en verwerkers van verpakkingsafval worden georganiseerd en/of gefinancierd.
Zoals toegelicht in vraag 1, kunnen innovatieve verpakkingen een tijdelijke uitzondering
krijgen van de voorwaarde om op grote schaal te worden gerecycled. Deze tijd kan worden
benut om tot een passende route te komen, zodat ook grootschalige recycling mogelijk
wordt. Dit vermindert het risico dat de bepalingen over grootschalige recycling de
opschaling van innovatieve materialen hinderen. Om de uitzondering te verkrijgen,
dienen marktdeelnemers informatie aan te leveren, waaronder een tijdschema voor wanneer
de verpakking wel op grote schaal kan worden gerecycled. Ketenafspraken, pilots of
andere overeenkomsten kunnen wellicht helpen om dit tijdschema op te stellen.
Vraag 3
Bent u bereid om vóór 12 augustus 2026 samen met de sector te verkennen welke belemmeringen
innovatieve biobased en composteerbare verpakkingen ondervinden binnen de huidige
afvalketen en welke oplossingen mogelijk zijn?
Antwoord 3
Het is bij alle verpakkingsmaterialen aan de marktdeelnemers zelf om binnen de bestaande
wettelijke kaders en waar nodig plannen en afspraken te maken over inzameling, sortering
en recycling van hun verpakkingsafval. De afvalfase moet immers mee worden genomen
bij het ontwerp van de verpakkingen (design-for-recycling). Zoals in de beantwoording van de vorige set Kamervragen is aangegeven1 faciliteert de rijksoverheid wel ketengesprekken, met name via de Ketentafel Verpakkingen
die vanaf september van start gaat.
Vraag 4
Bent u bereid om daarbij te onderzoeken of gerichte pilots kunnen bijdragen aan een
eerlijke beoordeling en verwerking van innovatieve verpakkingsmaterialen, zodat kansrijke
innovaties die milieutechnisch grote voordelen hebben t.o.v. bestaande verpakkingen
niet onnodig worden belemmerd?
Antwoord 4
De beoordeling of een verpakking innovatief is, gebeurt op basis van de wettelijke
definitie uit de PPWR. De bevoegde autoriteit in de lidstaat beoordeelt of een verpakking
hieronder valt, en geeft, bij een positieve beoordeling, deze informatie door aan
de Europese Commissie. In Nederland is de bevoegde autoriteit Rijkswaterstaat (RWS).
RWS werkt daarom op dit moment een beoordelingskader uit. De insteek is om dit zoveel
mogelijk af te stemmen met andere lidstaten.
Zoals in het antwoord op de vorige vraag toegelicht, heeft de rijksoverheid geen rol
in de (commerciële) afspraken die marktdeelnemers maken over de inzameling, sortering
en verwerking van verpakkingsafval. Het staat hen vrij om pilots op te zetten binnen
de bestaande wettelijke kaders.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.