Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Brenk over het besluit van DOVA om de landelijke ov-korting voor 65-plussers per 1 januari 2027 af te schaffen
Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het besluit van DOVA om de landelijke ov-korting voor 65-plussers per 1 januari 2027 af te schaffen (ingezonden 10 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 27 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit van het samenwerkingsverband Decentrale OV-Autoriteiten
(DOVA) om de landelijke ov-korting voor 65-plussers per 1 januari 2027 af te schaffen?
Antwoord 1
Ja, hiermee ben ik bekend.
Vraag 2
Waarom is ervoor gekozen deze landelijke korting voor ouderen te beëindigen?
Antwoord 2
Het afschaffen van de korting voor 65-plussers in bus, tram en metro is een besluit
van de decentrale overheden. Er worden keuzes gemaakt over de inzet van de middelen
om het openbaar vervoer in de toekomst betaalbaar en beschikbaar te houden. De decentrale
OV-autoriteiten hebben besloten om de aandacht te verschuiven van algemene kortingen
naar een gerichte ondersteuning voor kinderen.
Vraag 3
U noemde de nieuwe regeling voor kinderen «fantastisch», kunt u aangeven hoe deze
reactie zich verhoudt tot het wegvallen van de landelijke ov-korting voor 65-plussers?
Antwoord 3
De reactie was gericht op het gratis reizen voor kinderen; dit scheelt veel gezinnen
flink in de portemonnee.
Vraag 4
Welke democratische controle bestaat er op een besluit van DOVA met zulke grote gevolgen
voor ouderen?
Antwoord 4
Het regionaal openbaar vervoer is in Nederland gedecentraliseerd. Verantwoordelijk
zijn de gedeputeerde staten in het geval van een provincie en het dagelijks bestuur
(bestaande uit de wethouders met de portefeuille openbaar vervoer uit de betreffende
regio) voor de vervoerregio’s; de democratische controle vindt ook daar plaats. Binnen
Samenwerkingsverband DOVA werken deze decentrale OV-autoriteiten (provincies en vervoerregio’s)
samen aan verschillende thema’s, de tariefbevoegdheid ligt bij de separate leden van
DOVA. Deze wijziging van het Landelijk Tarievenkader (LTK) is goedgekeurd door alle
aangesloten OV-autoriteiten. Daarmee hebben zij allen dezelfde afgestemde keuze gemaakt.
Vraag 5
Acht u het wenselijk dat DOVA kan besluiten een landelijke regeling voor ouderen af
te schaffen?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4. Het LTK is niet geldig op het hoofdrailnet. De kortingsabonnementen
voor 60- en 65-plussers op het hoofdrailnet blijven bestaan.
De betaalbaarheid van het ov in alle modaliteiten is een belangrijk onderdeel van
gesprek in het NOVB. Een taskforce vanuit het NOVB kijkt naar verschillende kortingsproducten
en neemt daarbij het recent opgeleverde rapport van de ABDTOPConsult over de betaalbaarheid
van het ov-systeem mee. Zoals toegezegd in mijn brief van 19 juni ontvangt de Kamer
na de zomer een kabinetsreactie op dit rapport.1
Vraag 6
Hoeveel 65-plussers maken momenteel gebruik van de landelijke ov-korting?
Antwoord 6
Decentrale overheden hebben wel onderzoek gedaan naar het aantal reizen van deze doelgroep,
maar niet naar de exacte grootte van de groep. Daarom is een exact cijfer over het
aantal gebruikers niet beschikbaar.
Vraag 7
Hoeveel gaan deze reizigers gemiddeld extra betalen?
Antwoord 7
De algemene leeftijdskorting van 34%, die nu nog in alle regionale concessies geldt,
vervalt. De OV-autoriteiten kunnen (ook) zelf besluiten om een nieuw speciaal product
voor 65-plussers aan te bieden. Daarnaast kan de doelgroep ook gebruikmaken van de
bestaande kortingsproducten (ook vaak voor deze doelgroep) in hun regionale concessies.
Hoeveel een reiziger gemiddeld meer kan betalen kan daarom niet worden aangegeven.
Vraag 8
Heeft u in kaart gebracht welke gevolgen dit heeft voor de mobiliteit van ouderen?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 4. Het wel of niet in beeld brengen van deze gevolgen is
aan de decentrale overheden.
Vraag 9
Verwacht u dat ouderen hierdoor minder gebruik zullen maken van het openbaar vervoer?
Antwoord 9
Dit is niet te voorspellen. Prijs is niet de enige reden waarom mensen wel of niet
reizen met het openbaar vervoer. Zie ook het antwoord op vraag 7.
Vraag 10
Deelt u de zorg dat dit kan leiden tot meer eenzaamheid en minder participatie van
ouderen?
Antwoord 10
Mobiliteit is voor iedereen van belang om goed mee te kunnen doen aan de maatschappij,
ook voor ouderen. In het openbaar vervoer zijn daarvoor niet alleen de tarieven van
belang, maar bijvoorbeeld ook de beschikbaarheid en de toegankelijkheid. De sector
zet zich op al deze aspecten in.
Vraag 11
Welke gevolgen verwacht u voor ouderen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer
voor zaken zoals mantelzorg, vrijwilligerswerk of ziekenhuisbezoek?
Antwoord 11
De impact van deze wijziging verschilt per persoon en reisgedrag.
Vraag 12
Wat vindt u ervan dat DOVA verwijst naar gemeenten voor gerichte maatregelen, terwijl
gemeenten nu al financiële tekorten hebben?
Antwoord 12
Het betreft een verantwoordelijkheid van de decentrale overheden. Inkomensafhankelijke
gerichte ondersteuning voor mensen met een laag inkomen wordt in Nederland geboden
door gemeenten. DOVA verwijst naar de gemeenten vanwege hun rol, waarbij separate
gemeenten binnen hun beleid kunnen kiezen of zij een bijdrage willen leveren aan mobiliteit
in de vorm van openbaar vervoer voor mensen met een krappe beurs. Dat kunnen dan ook
ouderen zijn, die daaronder vallen.
Vraag 13
Acht u het wenselijk dat de toegang tot een ov-tegemoetkoming straks afhankelijk wordt
van de gemeente waarin iemand woont?
Antwoord 13
Zie het antwoord op vraag 12.
Vraag 14
Deelt u de zorg dat dit kan leiden tot veel regionale ongelijkheden?
Antwoord 14
Zie het antwoord op vraag 12. Dit vraagstuk is breder dan alleen de ov-tegemoetkoming.
Vraag 15
Heeft u voor uw enthousiaste reactie nog overleg gevoerd met de Minister van VWS en
de Minister van BZK over de gevolgen van het afschaffen van de landelijke ov-korting
voor ouderen op hun portefeuilles, zoals eenzaamheid, toegang tot zorg en financiële
druk op gemeenten?
Antwoord 15
Nee, dat contact is er niet geweest. De keuze van de decentrale overheden voor een
andere doelgroep valt namelijk niet onder de verantwoordelijkheid van het Rijk. Over
de reactie verwijs ik naar het antwoord op vraag 3.
Vraag 16
Heeft u zich georiënteerd op de kosten die terechtkomen bij gemeenten als zij deze
korting zelf moeten regelen?
Antwoord 16
Het betreft een besluit van de decentrale overheden. Zie verder het antwoord op vraag
4.
Vraag 17
Bent u zich ervan bewust dat een grote groep ouderen die niet door de herkeuring van
hun rijbewijs komen volledig aangewezen is op openbaar vervoer?
Antwoord 17
Ja.
Vraag 18
Deelt u de mening dat een generieke maatregel zowel voor jong als voor oud ook terechtkomt
bij mensen die dit wel kunnen betalen?
Antwoord 18
Iedere generieke maatregel biedt ondersteuning aan mensen die het hard nodig hebben
en aan mensen die mogelijk ook zonder kunnen. Voor gezinnen met meerdere kinderen
kunnen de kosten snel oplopen en daarom wordt vaak voor vervoer per auto gekozen.
Deze keuze voor een meer gerichte ondersteuning is op dit moment aan de decentrale
overheden, maar het is ook onderwerp van gesprek in de taskforce betaalbaarheid van
het NOVB.
Vraag 19
Deelt u de mening dat een generieke maatregel eenvoudig en transparant is en dat een
overgang naar 342 verschillende regelingen dat niet is?
Antwoord 19
Zie het antwoord op vraag 12. Dit vraagstuk is breder dan alleen de ov-tegemoetkoming.
Vraag 20
Bent u bereid met DOVA in gesprek te gaan om de landelijke ov-korting voor 65-plussers
alsnog te behouden?
Antwoord 20
Zie het antwoord op vraag 5. De betaalbaarheid van het ov voor alle doelgroepen is
een belangrijk gespreksonderwerp in het NOVB.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.