Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over de financiële onzekerheid van Iraanse studenten
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Asiel en Migratie over de financiële onzekerheid van Iraanse studenten (ingezonden 13 juli 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de
Minister van Asiel en Migratie (ontvangen 27 augustus 2026).
Vraag 1
Wat vindt u ervan dat het voor Iraanse studenten die afhankelijk zijn van sponsorgelden
uit het land van herkomst op dit moment lastig is om aan het middelenvereiste te blijven
voldoen, zoals blijkt uit signalen die bij de IND bekend zijn?1
Antwoord 1
Ik vind dat buitengewoon vervelend voor de desbetreffende Iraanse studenten.
Ik heb instellingen dan ook gevraagd om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden
van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden.
Vraag 2
Klopt het dat Iraanse studenten door sommige onderwijsinstellingen wordt aangeraden
om asiel aan te vragen? Bent u het eens dat dat niet de juiste oplossing is als een
financiële regeling het probleem ook zou oplossen?
Antwoord 2
Ik heb dit nagevraagd bij de koepels van de onderwijsinstellingen (de Vereniging Hogescholen
(VH) en Universiteiten van Nederland (UNL)); bij hen zijn geen onderwijsinstellingen
bekend die Iraanse studenten aanraden om asiel aan te vragen. Onderwijsinstellingen
wijzen bijna-afgestudeerde studenten op de mogelijkheden van een zoekjaar (of verlenging
van studie in geval van studievertraging). In een bijeenkomst van het Landelijk Overleg
Afdelingshoofden Studentzaken van de onderwijsinstellingen is ondersteuning van Iraanse
studenten besproken maar ook daar is zover mij bekend dit advies niet gegeven.
Ik deel de mening dat een asielaanvraag niet de juiste oplossing is voor een financieel
probleem.
Vraag 3
Vindt u het wenselijk als onderwijsinstellingen besluiten níet gebruik te maken van
de ruimte die ze onder de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
(WHW) hebben om maatwerk te verzorgen, als dat tot gevolg heeft dat Iraanse studenten
worden gedwongen hun studie te stoppen? Zo ja, waarom? Zo nee, wat betekent dit voor
uw inzet?
Antwoord 3
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen
van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving. Zij maken hierbij gebruik van de ruimte
die de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) biedt om voorzieningen te treffen voor
de (financiële) ondersteuning van een individuele student. Zij gaan echter zelf over
de invulling die zij hieraan geven om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de
specifieke situatie van een student. De omstandigheden waaronder Iraanse studenten
in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. Maatwerk betekent ook dat
een instelling kan besluiten dat in individuele gevallen ondersteuning niet passend
is.
Vraag 4
Bent u bereid om de financiële regelingen die onderwijsinstellingen hanteren voor
Iraanse studenten te inventariseren en de Kamer hierover in september te informeren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Zoals aangegeven in antwoord 3 betrachten instellingen zorgvuldigheid en maatwerk
in het bieden van ondersteuning aan studenten om zo goed mogelijk aan te sluiten bij
hun specifieke situatie. Hierdoor lopen de financiële regelingen zodanig uiteen dat
een centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden
en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan, lastig in kaart te brengen is.
De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. Maatwerk kan bovendien
directe financiële ondersteuning betreffen, zoals een betalingsregeling of het openstellen
van een noodfonds, maar ook non-financiële ondersteuning, bijvoorbeeld het tijdelijk
opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen,
studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren
van steunbijeenkomsten voor studenten en medewerkers. Het is dan ook ondoenlijk om
uw Kamer te informeren over de ondersteuningsvoorzieningen die specifiek geboden worden
aan de betreffende studenten, inclusief de gehanteerde financiële regelingen.
Vraag 5
Bent u bereid om bij Iraanse studenten de vinger aan de pols te houden of de regelingen
van de onderwijsinstellingen toereikend zijn en de Kamer over de uitkomsten van deze
gesprekken te informeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ik heb momenteel geen apart overleg met Iraanse studenten. Wel spreek ik regelmatig
met de formele studentvertegenwoordigende organisaties LSVb en ISO. Zij kunnen de
situatie van Iraanse studenten agenderen voor overleg en doen dat ook. Iraanse studenten
weten hen te vinden. Verder ben ik met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie
van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten
in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben
voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden.
Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Vraag 6
Welke wettelijke ruimte is er om af te wijken van de regel dat niet-EER-studenten
met een studievisum maximaal 16 uur per week mogen werken als de situatie, zoals die
van Iraanse studenten, zich daartoe noodzaakt?
Antwoord 6
Artikel 8.3.c.7 van de Regeling tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen biedt
internationale studenten de mogelijkheid om 16 uur per week of in de maanden juni,
juli en augustus voltijds te werken zonder dat de daarvoor benodigde tewerkstellingsvergunning
wordt getoetst op prioriteitgenietend arbeidsaanbod. Er is geen wettelijke ruimte
om van deze regel af te wijken.
Vraag 7
Wilt u zich zodanig inzetten dat geen enkele Iraanse student gedwongen wordt zijn
of haar studie in Nederland te stoppen en terug te keren naar Iran doordat de student
in de praktijk geen toegang meer heeft tot eigen geld of geld van de familie? Zo ja,
wat betekent dat voor uw inzet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zoals in antwoord 3 aangegeven bepalen instellingen zelf de invulling die zij geven
aan de ruimte die de WHW biedt om voorzieningen te treffen voor de (financiële) ondersteuning
van een individuele student. Daarnaast geldt dat als een internationale student niet
meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning is afgegeven, dat
in beginsel reden is om de verblijfsvergunning in te trekken. Wel dient Nederland
in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening
te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel
geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken
of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn
om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien. Vanwege deze mogelijkheid tot maatwerk
zie ik geen reden om het beleid te wijzigen.
Vraag 8
Wanneer bent u wél bereid om aanvullende maatregelen te nemen om Iraanse studenten
in Nederland financieel te ondersteunen, bijvoorbeeld door hen te laten studeren tegen
het wettelijke collegegeld?
Antwoord 8
Ik overweeg op dit moment geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en
onderwijsinstellingen. Zoals eerder gezegd, het verschilt per student waar behoefte
aan is en er zijn op instellingen al mogelijkheden voor maatwerk en financiële voorzieningen.
Instellingen kunnen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten
verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf
om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken en in te schatten wat per
student nodig en mogelijk is.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede namens
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.