Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bolhuis over de grote verschillen binnen en tussen gemeenten als het gaat om de uitvoering van de Participatiewet
Vragen van het lid Bolhuis (PRO) aan Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de grote verschillen binnen en tussen gemeenten als het gaat om de uitvoering van de Participatiewet (ingezonden 28 juli 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie) (ontvangen 26 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het bericht «Mensen die bijstand aanvragen worden ongelijk
behandeld» van Binnenlands Bestuur op 6 juli 2026?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat grote verschillen in de behandeling van bijstandsaanvragen binnen
dezelfde gemeente en tussen gemeenten onwenselijk zijn?
Antwoord 2
Gemeenten zijn in medebewind verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet
en in dat kader verantwoordelijk voor de vormgeving van de aanvraagprocedure om het
recht op bijstand vast te stellen. In de wet is daarbij ruimte voor de menselijke
maat en om uit te gaan van wat iemand nodig heeft. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk
dat mensen die daar recht op hebben kunnen rekenen op een bepaald niveau van ondersteuning
en dat ze zekerheid over hun inkomen hebben. Het is aan de gemeenteraad om hierop
toe te zien.
Met de wetswijzigingen van spoor 1 van het programma Participatiewet in balans wordt
de uitvoering door gemeenten op bepaalde punten meer geharmoniseerd en is op andere
punten meer ruimte gecreëerd voor het toepassen van de menselijke maat. Zo mogen op
individuele basis gemeenten afzien van de vierwekenzoektermijn voor jongeren tot 27
jaar in een kwetsbare situatie. Ook is er sprake van een verkorte aanvraagprocedure
voor herintreders in de bijstand en voor alle aanvragers een eenvoudigere aanvraag.
De genoemde wijzigingen gelden vanaf 1 januari 2026 en helpen de aanvraagprocedure
meer te harmoniseren tussen gemeenten.
Vraag 3
Welke instructies krijgen ambtenaren van gemeenten om hun taken betreffende de behandeling
van bijstandsaanvragen uit te voeren en hun bevoegdheden en beleidsvrijheid correct
in te zetten? Hoe houdt u zicht op de kwaliteit, onderlinge gelijkenissen, en op de
eenduidigheid?
Antwoord 3
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. SZW heeft
een faciliterende rol in het ondersteunen van de uitvoering door gemeenten. Bij de
wijzigingen van Participatiewet in balans is voor een aantal onderdelen een duidelijker
kader neergezet voor gemeenten waarin de bewegingsruimte explicieter is gemaakt.
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vormgeving van de uitvoering, en worden
daarbij ondersteund door onder meer de VNG en Divosa. SZW houdt geen toezicht op de
uitvoering van individuele gemeenten. Dat is aan de gemeenteraad.
Vraag 4
Welke verbeteringen denkt u dat er in de bestaande gemeentelijke instructies betreffende
het behandelen van de aanvragen mogelijk zijn? Welke rol ziet u hierbij voor de nationale
overheid?
Antwoord 4
Gemeenten dragen zelf verantwoordelijkheid voor de werkinstructies aan hun medewerkers.
Deze zijn en worden aangepast op basis van de wijzigingen van de Participatiewet in
balans. Deze wijzigingen zijn deels al ingegaan en een deel gaat in per 1 januari
2027. In 2028 wordt een invoeringstoets uitgevoerd, waaruit eventuele knelpunten naar
voren kunnen komen. Mocht uit de invoeringstoets blijken dat er knelpunten zijn in
de uitvoering van de wijzigingen van de Participatiewet, dan zal ik daar met gemeenten
het gesprek over aangaan. De Kamer wordt hierover geïnformeerd.
Vraag 5
In hoeverre zijn er vanuit de nationale overheid op dit moment initiatieven of beleid
om gemeenten kennis en ervaringen met elkaar te laten delen?
Antwoord 5
Naast de leeragenda en de andere activiteiten die in het kader van het programma Participatiewet
in balans zijn uitgevoerd met ondersteuning van SZW zijn er verschillende initiatieven
waarin wordt gewerkt aan kennisdeling. Op basis van de leeragenda heeft de VNG dit
jaar handelingsperspectieven gepubliceerd voor en door gemeenten op het gebied van
handhaving, domeinoverstijgend werken en sturen op vakmanschap. Beroepsvereniging
SAM werkt samen met hogescholen en private opleiders aan een kwalificerende beroepsopleiding
op hbo-niveau. Divosa heeft bovendien een werkatelier voor gemeenten georganiseerd
over de maatwerkondersteuning van jongeren. Dit werkatelier organiseerde zij in het
verlengde van de handreiking over ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie2. De lessen uit deze handreiking kunnen breder worden ingezet dan enkel voor jongeren.
Vraag 6
Wat gaat u doen met het signaal er bij ambtenaren van gemeenten te weinig kennis is
over hun handelingsruimte binnen de Participatiewet? Welke mogelijkheden ziet u hier
voor digitale kennisoverdracht, zoals bijvoorbeeld een chatbot die alle relevante
en actuele SZW-regelgeving en kennisdocumenten kan inlezen en doorzoeken, en ambtenaren
van op hun verzoek van eenduidige correcte kennis en advies kan voorzien?
Antwoord 6
Het kabinet neemt het signaal mee dat kennis over de handelingsruimte binnen de Participatiewet
niet overal in gelijke mate aanwezig is. Tegelijkertijd ligt de primaire verantwoordelijkheid
voor het op peil houden van de vakkennis en deskundigheid bij gemeenten als uitvoerders
van de Participatiewet. Zij zijn verantwoordelijk voor het opleiden en ondersteunen
van hun medewerkers. In hoeverre daarbij gebruik wordt gemaakt van chatbots e.d. is
aan gemeenten.
Vanuit de systeemverantwoordelijkheid ondersteunt het Rijk de gemeenten door te zorgen
voor duidelijke wet- en regelgeving, handreikingen, toelichtingen en kennisproducten.
Daarnaast werken we samen met verschillende partijen zoals de VNG en Divosa om kenniswisseling
en de eenduidige uitvoering te bevorderen. Daarnaast wil ik wijzen op meerdere digitale
databanken met alle relevante en actuele wet- en regelgeving, inclusief jurisprudentie,
die beschikbaar is op nationaal niveau3
4.
Vraag 7
Wat gaat u doen met het signaal dat er te weinig tijd en ruimte is om genoeg persoonlijke
aandacht te besteden aan de individuele bijstandsaanvrager waardoor maatwerk soms
tekortschiet?
Antwoord 7
Met de recente wetswijzigingen uit Participatiewet in balans komt er meer ruimte voor
maatwerk door gemeenten. Ook is het streven om de uitvoering eenvoudiger te maken.
Een deel van de maatregelen is geïmplementeerd per januari 2026, de overige maatregelen
volgen vanaf januari 2027. Het resultaat van die wetswijzigingen, maar ook van eerdergenoemde
handreikingen wordt dus nog zichtbaar. De gemeenten hebben immers tijd nodig om de
veranderingen door te voeren. De eerste signalen zullen bij de invoeringstoets in
2028 actief worden opgehaald. In de tussentijd sta ik open voor signalen vanuit de
uitvoering en de doelgroep.
Vraag 8
Komt u met een kabinetsreactie op het rapport «(On)benutte ruimte in de bijstand»
van de Nederlandse Arbeidsinspectie, waarin u aangeeft welke stappen u zet op basis
van het rapport?
Antwoord 8
Het kabinet heeft op het rapport gereageerd in de verzamelbrief Participatiewet van
3 juli 20265, waarmee het rapport aan de Kamer is aangeboden. In de beantwoording van de vragen
2 tot en met 7 is al genoemd welke activiteiten momenteel lopen en hoe de uitvoering
ondersteund wordt. Een verdere kabinetsreactie is niet voorzien.
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.