Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kostić over het bericht dat natuurvriendelijk inrichten van oevers goedkoper is dan wegvangen voor de aanpak van uitheemse rivierkreeften
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht dat het natuurvriendelijk inrichten van oevers goedkoper is dan wegvangen voor de aanpak van uitheemse rivierkreeftensoorten (ingezonden 22 juni 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
25 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoeksrapport van adviesbureaus ATKB en Haskoning, waaruit
blijkt dat het natuurvriendelijker inrichten van oevers op de lange termijn veel goedkoper
is dan het wegvangen van uitheemse rivierkreeftensoorten?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat inzetten op een instrument als wegvangen (doden), dat € 475
per m2 kost, een slechtere besteding is van belastinggeld dan inzetten op een oplossing
van € 320–€ 360 per m2 (natuurvriendelijke oevers), zeker als deze goedkopere oplossing een effectieve en
zogenaamde no-regret maatregel is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Om uitheemse rivierkreeften effectief te kunnen beheersen is het vaak nodig om verschillende
maatregelen aanvullend op elkaar in te zetten. Een effectieve en kostenefficiënte
beheersingsaanpak is daarbij afhankelijk van verschillende factoren zoals de locatie,
de soort rivierkreeft en type watersysteem. Natuurvriendelijke oevers kunnen een belangrijk
deel uitmaken van zo'n beheersingsaanpak. Tegelijk is het niet overal mogelijk om
natuurvriendelijke oevers aan te leggen, onder andere door ruimtegebrek. Om de uitheemse
rivierkreeften effectief te beheersen is het vaak nodig om aanvullend aan de aanleg
van natuurvriendelijke oevers ook andere maatregelen in te zetten, waaronder het wegvangen
van uitheemse rivierkreeften om de initiële populatie terug te dringen. Nadelen van
wegvangen zijn dat dit inderdaad kostbaar is, vaker herhaald dient te worden, niet
op grote schaal uitvoerbaar is en ook ongewenste neveneffecten kan hebben zoals bijvangst.
Dit is waarom het recent gepubliceerde afwegingskader uitheemse rivierkreeften is
opgesteld2. Dit afwegingskader helpt waterbeheerders (waterschappen, provincies en gemeenten)
per situatie te bepalen welke (combinatie van) maatregelen effectief en kostenefficiënt
is.
Vraag 3
Gelet op het feit dat een eerste indicatie van hoogheemraadschap Rijnland laat zien
dat voor het «beheersmatig wegvangen» van rivierkreeften een bedrag nodig is van zo’n
20 tot 25 miljoen euro per jaar, wat landelijk neer zou komen op ongeveer 400 tot
500 miljoen euro per jaar; deelt u de mening dat dit heel veel geld is voor een oplossing
die niet structureel is, aangezien rivierkreeften gelijk zullen terugkeren zodra het
wegvangen stopt? Zo nee, waarom niet?3
Antwoord 3
Een effectieve beheersingsaanpak van uitheemse rivierkreeften is sterk locatieafhankelijk
en dit moet per waterschap bepaald worden. Het wegvangen van uitheemse rivierkreeften
is een kostbare maatregel, maar zoals hierboven toegelicht kan dit soms wel nodig
zijn om een omslag te bewerkstelligen. Wegvangen dient niet gezien te worden als eigenstandige
maatregel, maar als steunmaatregel binnen een bredere beheersingsaanpak. Daarmee is
het één van de maatregelen die noodzakelijk kan zijn in een effectieve beheersingsaanpak
van uitheemse rivierkreeften. Afhankelijk van de locatie en de staat van de natuur
in dat gebied kan wegvangen een passende maatregel zijn. Er zijn ook goed ontwikkelde
natuurgebieden die last hebben van uitheemse rivierkreeften. Het is maatwerk per gebied
om te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn. Wegvangen in grote open watersystemen
met veel uitwisseling met omliggende wateren is daarbij meestal niet heel effectief.
Vraag 4
Kunt u beamen dat het onderhoud van natuurvriendelijke oevers in het algemeen goedkoper
is dan onderhoud van niet-natuurvriendelijke oevers, zoals blijkt uit het onderzoek?
Antwoord 4
Het onderzoek doet deze uitspraak over onderhoudskosten over oevers van wateren waar
sprake is van een overmatige aanwezigheid van rode Amerikaanse rivierkreeften. In
zijn algemeenheid kan niet gesteld worden dat onderhoud van natuurlijkvriendelijke
oevers goedkoper (of duurder) is dan onderhoud van niet-natuurvriendelijke oevers.
Hierbij zijn diverse factoren van invloed, waaronder het type watergang en het gebruik
ervan.
Vraag 5
Is het niet bij een beperkt budget de meest financieel verantwoordelijke beslissing
om zo veel mogelijk in te zetten op het natuurvriendelijk maken van oevers? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 5
Waterbeheerders van een gebied kunnen zelf inschatten welke maatregelen tegen uitheemse
rivierkreeften zij noodzakelijk achten en welke financiële middelen zij daarvoor inzetten.
Voor waterschappen geldt hierbij dat zij de inkomsten uit de watersysteemheffing mogen
gebruiken voor het nemen van maatregelen tegen uitheemse rivierkreeften als anders
het behalen van KRW-doelen in gevaar zou komen. Het recent gepubliceerde afwegingskader
uitheemse rivierkreeften helpt waterbeheerders deze inschatting te maken.
Vraag 6
Wat vindt u van het onderzoeksresultaat dat het creëren van natuurvriendelijke oevers
in Leiden heeft gezorgd voor een afname van 17 keer het aantal rivierkreeften aldaar
[KI5]? Welke lessen trekt u hieruit voor uw beleid? Gaat u naar aanleiding hiervan
uw beleid nog aanscherpen en zo ja, op welke punten?
Antwoord 6
Dit past in het beeld dat de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers, op locaties
waar dit mogelijk is, een belangrijke bijdrage kan leveren aan het terugdringen van
de aantallen uitheemse rivierkreeften. Voor een verdere toelichting op de kabinetslijn
ten aanzien van de aanpak van de uitheemse rivierkreeft verwijs ik naar de kabinetsbrief
die onlangs aan uw Kamer is toegezonden (Kamerstuk 2026Z15808). Hierin wordt ook op het onderzoek van Hoogheemraadschap van Rijnland ingegaan.
Vraag 7
Bent u ermee bekend dat uit het onderzoek blijkt dat ook in de omliggende gebieden
van de pilot met natuurvriendelijke oevers een vermindering van rivierkreeften te
zien was? Neemt u dit uitstralende effect ook mee in het afwegingskader Aanpak invasieve
exoten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het desbetreffende onderzoek laat inderdaad ook in de omliggende gebieden een vermindering
van uitheemse rivierkreeften zien. Dat is hoopgevend. Tegelijk wijst het onderzoek
erop dat de bevindingen met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Binnen
het programma Ontwikkeling Beheersingsaanpak Uitheemse Rivierkreeften (OBUR) werken
we met verschillende partijen aan een onderzoeksagenda. LVVN heeft recent een meerjarige
subsidie van 400.000,- euro aan Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)
verleend voor aanvullend onderzoek om huidige kennisleemtes in het afwegingskader
te vullen. De resultaten van de verschillende pilots en onderzoeken, waaronder die
van Hoogheemraadschap van Rijnland, worden ook gebruikt om huidige kennisleemtes in
het afwegingskader te vullen.
Vraag 8
Bent u het eens met het onderzoek van OBN Natuurkennis dat, naast natuurvriendelijke
oevers, andere ecologische maatregelen die robuuste watersystemen versterken toegepast
moeten worden om onze natuur te herstellen en te komen tot een gezonde balans?4 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Ja, hier zijn wij het mee eens.
Vraag 9
Kunt u beamen dat het creëren van natuurvriendelijke oevers ook een gunstig effect
heeft op de waterkwaliteit en daarmee bijdraagt aan het behalen van de doelen van
de Kaderrichtlijn Water?
Antwoord 9
Ja, dat kunnen wij beamen.
Vraag 10
Kunt u beamen dat hiermee sprake is van een win-win situatie: invasieve exoten worden
aangepakt, de natuur wordt versterkt, natuurdoelen komen dichterbij, water wordt schoner
en gezonder en de kosten op lange termijn liggen vele malen lager? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 10
Natuurvriendelijke oevers kunnen vaak een win-win situatie zijn. De effectiviteit
van beheersingsmaatregelen is echter sterk afhankelijk van de locatie en de specifieke
situatie. Daarom zet het kabinet in op een brede beheersingsaanpak.
Vraag 11
Bent u bereid de uitkomsten en berekeningen uit dit het eindrapport van adviesbureaus
ATKB en Haskoning te verwerken in het landelijk aanvalsplan invasieve exoten en het
bijbehorende afwegingskader, in lijn met de aangenomen motie-Kostić?5 Zo ja, op welke punten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
De resultaten van de verschillende pilots en onderzoeken, waaronder die van deze adviesbureaus,
worden gebruikt om huidige kennisleemtes in het afwegingskader te vullen. Het landelijk
aanvalsplan invasieve exoten is al in januari van dit jaar aan uw Kamer aangeboden.
Dit aanvalsplan bevat voorstellen voor doorontwikkeling en versteviging van het exotenbeleid
op hoofdlijnen en de bijlagen 6, 7 en 9 bevatten de specifieke landelijke afspraken
(doelstelling) per invasieve exoot van de Europese Unielijst. Het aanvalsplan beschrijft
niet in detail welke specifieke maatregelen voor deze (meer dan 114) verschillende
invasieve exoten kunnen worden getroffen. Maatregelen zijn ook continu in ontwikkeling
en kunnen door de tijd heen veranderen op basis van nieuwe inzichten. Documentatie
hierover is zeer omvangrijk en via diverse kanalen en netwerken beschikbaar voor waterbeheerders,
terreinbeherende organisaties en andere partijen.
Vraag 12
Kunt u deze vragen één voor één voor het komende commissiedebat Water beantwoorden?
Antwoord 12
Gezien de korte termijn tussen de indiening van de vragen en het commissiedebat Water
is het niet gelukt om de vragen te beantwoorden voor het Commissiedebat.
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.