Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Ten Hove en Schilder over het bericht 'Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s'
Vragen van de leden Ten Hove en Schilder (Beiden Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s» (ingezonden 31 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 25 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat in de praktijk individuele ambtenaren vanuit hun eigen overtuiging
een zodanig grote invloed op beleid kunnen uitoefenen dat effectief leidinggeven vanaf
hogerhand onmogelijk wordt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Nee, ik herken dit beeld niet.
Vraag 3
Hebben de secretaris-generaal en/of de commandant der strijdkrachten u geïnformeerd
over deze zaak en de genomen keuzes? Zo ja, wanneer en in welke vorm? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 3
Ik ben op hoofdlijnen geïnformeerd over deze zaak. Over de precieze wijze en het moment
van informeren doe ik geen nadere mededelingen om redenen van privacy bij individuele
casuïstiek.
Vraag 4
Gaat u de illegaal handelende ambtenaren van de zogenaamde «werkgroep» per direct
op non-actief zetten en/of ontslaan, of blijft de enige werknemer van Defensie die
consequenties ervaart de legaal handelende schietinstructeur? Zo ja, waarom? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 4
Ik herken mij niet in uw kwalificatie, noch in de geschetste situatie.
Vraag 5
Acht u het wenselijk dat melding maken van disfunctioneren van het apparaat bij hogere
rangen door Defensie geduid wordt als een vorm van «werkweigering»? Zo ja, waarom?
Zo nee, wat gaat u eraan doen die cultuur te veranderen?
Antwoord 5
Het melden van ongewenst gedrag, het doen van een integriteitsmelding of het melden
van disfunctioneren is geen werkweigering. Van werkweigering is bijvoorbeeld sprake
wanneer iemand zich zonder toestemming niet meldt voor de toegewezen functie, waarbij
de afwezigheid evenmin achteraf gerechtvaardigd is. Er is dus ook geen reden om de
cultuur hierop te veranderen.
Vraag 6
Hoe voorkomt u dat correctiemechanismen binnen Defensie (en andere overheidsinstanties)
zich bij hun beoordeling louter baseren op interne rapportages van diezelfde organisatie
waartegen de klachten zijn ingediend?
Antwoord 6
Daarvan is geen sprake. Bij het beoordelen van klachten wordt niet alleen gekeken
naar het standpunt van de organisatie waarover wordt geklaagd maar nadrukkelijk ook
naar het standpunt van de klager en andere relevante informatie.
Vraag 7
Hoeveel vaststellingsovereenkomsten en andere vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst
zijn in de afgelopen vijf jaar binnen Defensie gesloten?
Antwoord 7
De bevoegdheid tot het sluiten van vaststellingsovereenkomsten is op verschillende
commandantenniveaus in de organisatie belegd. Defensie houdt hiervan geen centrale
registratie bij. Daarom kan ik niet aangeven hoeveel van dit soort overeenkomsten
zijn gesloten.
Vraag 8
In hoeveel van de onder vraag zeven genoemde beëindigingen was sprake van omstandigheden
die ook maar enigszins van vergelijkbare aard zijn met de onderhavige zaak, waaronder
beëindiging van het dienstverband naar aanleiding van een arbeidsconflict, een integriteitskwestie,
een melding, een klacht of een vergelijkbare aanleiding? Kan de Kamer een geanonimiseerde
uitsplitsing naar categorie van aanleiding ontvangen?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 7; omdat ik niet kan aangeven hoeveel van dit soort overeenkomsten
zijn gesloten, kan ik ook geen uitsplitsing maken per categorie.
Vraag 9
Deelt u de mening dat het onbegrijpelijk is dat Defensie meent «geen partij» te zijn
in deze zaak, ondanks dat de complete besluitvorming gebaseerd is op interne rapportages
van Defensie, het een (opgezegde) arbeidsovereenkomst bij Defensie betreft, de secretaris-generaal
als ook de commandant der strijdkrachten zijn geïnformeerd en de complete zaak is
gebaseerd op handelen in zijn functie als militair? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Nee, ik deel deze mening niet. Defensie is geen partij bij het verstrekken of intrekken
van privéwapenverloven.
Vraag 10
Welke concrete stappen gaat u ondernemen om deze en vergelijkbare samenspanningen
van ambtenaren te doorbreken en serieuze consequenties daaraan te verbinden?
Antwoord 10
Ik herken mij niet in uw kwalificatie. Van samenspanningen is geen sprake.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.