Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Maeijer over het artikel ‘Neurologen kunnen meer doen om een brein te redden, maar er zijn er veel te weinig’
Vragen van het lid Maeijer (PVV) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het artikel «Neurologen kunnen meer doen om een brein te redden, maar er zijn er veel te weinig» (ingezonden 20 juli 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 25 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Neurologen kunnen meer doen om een brein te redden,
maar er zijn er veel te weinig»1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie dat het door u overgenomen
advies van het Capaciteitsorgaan om het aantal opleidingsplaatsen voor 2027 met elf
te verhogen lang niet genoeg is om de tekorten op te vangen en geen oplossing vormt
op de korte termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het Ministerie van VWS onderkent het belang van het opleiden van voldoende medisch
specialisten om te kunnen voorzien in de toekomstige zorgvraag. Tegelijkertijd streven
we naar het voorkomen van tekorten of overschotten op de langere termijn. Daartoe
zijn de instroomadviezen van het Capaciteitsorgaan over de benodigde instroom in (medische)
vervolgopleidingen leidend.
Het Ministerie van VWS volgt de raming van het Capaciteitsorgaan voor de medisch-specialistische
vervolgopleidingen, waarin wordt aangegeven dat het aantal opleidingsplaatsen voor
neurologen moet toenemen. In lijn met deze raming wordt het aantal opleidingsplaatsen
voor neurologie in 2027 met elf verhoogd. Het Capaciteitsorgaan maakt bij het opstellen
van de raming gebruik van de input van beroepsgroepen, opleidingsinstellingen, zorgverzekeraars
en werkgevers die vertegenwoordigd zijn in de zogenoemde «kamers». De kamers en werkgroepen
komen tot een inhoudelijk oordeel over de benodigde instroom in de opleidingen. Daarbij
wordt rekening gehouden met ontwikkelingen, zoals de vergrijzing van de beroepsgroep,
veranderingen in de deeltijdfactor en verschuivingen in de zorgvraag (bijvoorbeeld
als gevolg van vergrijzing of nieuwe behandelmethoden). Het Capaciteitsorgaan richt
zich op structurele ontwikkelingen op de lange termijn, waarbij varkenscycli worden
voorkomen ten behoeve van een stabiele opleidingsinfrastructuur. Varkenscycli kunnen
ontstaan wanneer er teveel wordt gestuurd op ontwikkelingen op de korte termijn. De
Capaciteitsplannen zijn gericht op een stabiele opleidingsinfrastructuur voor de lange
termijn. We gaan daarom uit van de raming van het Capaciteitsorgaan.
Over drie jaar wordt een nieuwe raming verwacht. Vanwege de duur van de opleiding
kan een verhoging van het aantal opleidingsplaatsen echter niet direct bijdragen aan
het oplossen van knelpunten op de korte termijn. Voor het aanpakken van de knelpunten
op de korte termijn is het daarom ook van belang om de bestaande capaciteit zo goed
mogelijk te benutten en te behouden. Voor de maatregelen die hierop zijn gericht,
verwijs ik naar het antwoord op vraag 4.
Vraag 3
Bent u van plan het aantal opleidingsplaatsen voor 2027 en/of de jaren erna verder
te verhogen? Zo ja, naar hoeveel? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het Ministerie van VWS weegt de ramingen van het Capaciteitsorgaan in een driejaarlijkse
cyclus. Tegelijkertijd is er in het coalitieakkoord vanaf het jaar 2029 een structurele
korting ingeboekt voor de vervolgopleidingen medisch-specialisten ter hoogte van € 110 miljoen.
Het streven is om begin 2027 een beeld te hebben hoe deze bezuiniging het beste vorm
kan krijgen en wat dit betekent voor het aantal opleidingsplekken die beschikbaar
zijn gesteld voor medisch specialisten in 2028 en 2029.
Vraag 4
Welke maatregelen gaat u nemen om tot oplossingen op de korte termijn te komen?
Antwoord 4
Voor oplossingen op de korte- en middellange termijn wordt, naast het verhogen van
de opleidingscapaciteit, ingezet op het zo goed mogelijk benutten en behouden van
de bestaande capaciteit door anders te werken. Het kabinet werkt hier samen met de
sector aan via de zorgakkoorden. Zo kan onder meer gedacht worden aan het verminderen
van de administratieve lasten, regionale samenwerking en de inzet van digitale ondersteuning
en slimme zorglogistiek. De vertaling naar specifieke maatregelen op regionaal en
lokaal niveau vraagt om inzet van alle betrokken partijen, waaronder zorgaanbieders
en (vertegenwoordigers van) de beroepsgroep.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.