Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over de gevolgen van de overgangsregeling voor het invoedingstarief voor de subsidietenders IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de gevolgen van de overgangsregeling voor het invoedingstarief voor de subsidietenders IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B (ingezonden 4 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
25 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) aangekondigde overgangsregeling
voor het invoedingstarief?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat het verplichtingenbudget voor de subsidietenders voor IJmuiden Ver Gamma-A
en Gamma-B is verhoogd vanwege de mogelijke invoering van een invoedingstarief?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Wanneer bent u voor het eerst geïnformeerd over het voornemen van de ACM om een invoedingstarief
in te voeren en wanneer heeft u besloten het verplichtingenbudget te verhogen?
Antwoord 3
In oktober 2024 heeft de ACM op haar website aangekondigd onderzoek te doen naar de
invoering van een invoedingstarief. De hoogte, vormgeving, overgangsperiode en eventuele
uitzonderingen van het beoogde invoedingstarief waren toen (ook) nog niet duidelijk.
Deze aankondiging was een stap in een langer durend proces waarin ACM zelfstandig
onderzoek uitvoert en regelmatig belanghebbenden, waaronder EZK, consulteert. De ACM
neemt later in het besluitvormingsproces definitieve keuzes over het invoedingstarief.
Die zijn nog niet genomen.
Naar aanleiding van gesprekken met de ACM en de zorgen van de sector wind op zee ten
tijde van de marktconsultatie van de ontwerpregeling van IJmuiden Ver Gamma is in
het voorjaar van 2026 besloten om het verplichtingenbudget te verhogen.
Vraag 4
Welke gevolgen heeft de aangekondigde overgangstermijn van twintig jaar voor de subsidietenders
voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B?
Antwoord 4
De ACM heeft een overgangstermijn van 20 jaar aangekondigd waarvoor het invoedingstarief
niet zal gelden. De termijn van 20 jaar begint te lopen op het moment dat de investering
in gebruik wordt genomen. Projecten waarvoor een definitieve investeringsbeslissing
is genomen vóór de ingangsdatum van het invoedingstarief – op dit moment voorzien
op 1 januari 2032 – komen in aanmerking voor deze overgangstermijn.
De vergunninghouders van IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B kunnen een definitieve investeringsbeslissing
nemen voor de inwerkingtreding van het invoedingstarief en vallen dan onder de aangekondigde
overgangstermijn. Omdat de windparken voorzien om in gebruik te worden genomen in
2032 zijn ze tot en met 2052 uitgezonderd van het betalen van een invoedingstarief.
Vergunningen voor windparken op zee worden echter afgegeven voor een periode van veertig
jaar. Dit betekent dat IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B slechts gedeeltelijk zullen
worden vrijgesteld van het invoedingstarief. Windparkontwikkelaars zullen daarom ook
het risico van de periode na de vrijstelling meenemen in de berekeningen van de businesscase
wat doorwerkt in het te bieden tenderbedrag.
Daarnaast heeft de ACM nog geen duidelijkheid gegeven over een tariefhoogte of de
vormgeving na de overgangstermijn.
De overgangsperiode van 20 jaar is positief ontvangen door de sector. Windparkontwikkelaars
hebben aangegeven dat de overgangstermijn een deel van de zorgen over het invoedingstarief
wegneemt, maar zeker niet alle zorgen.
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat deze windparken onder het overgangsrecht vallen wanneer vóór
de voorziene invoering van het invoedingstarief op 1 januari 2032 een definitieve
investeringsbeslissing wordt genomen en dat zij daardoor gedurende hun volledige subsidieperiode
van vijftien jaar geen invoedingstarief hoeven te betalen?
Antwoord 5
Ja, op basis van de informatie die de ACM heeft gecommuniceerd.
Zoals in het antwoord onder 4 is te lezen worden windparken op zee vergund voor een
periode van veertig jaar. IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B zijn dus slechts gedeeltelijk
vrijgesteld van het invoedingstarief. Windparkontwikkelaars kunnen daarom ook die
periode meenemen in de berekeningen van de businesscase voor het doen van een aanvraag,
wat doorwerkt in het te bieden tenderbedrag.
Vraag 6
Deelt u de conclusie dat de onderbouwing voor de verhoging van de maximale tenderbedragen
door de twintigjarige overgangstermijn grotendeels is komen te vervallen? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 6
Nee, die conclusie deel ik niet. Zoals in het antwoord onder 4 is te lezen is een
vergunninghouder van het windpark Gamma-A en Gamma-B slechts een gedeelte van de veertigjarige
vergunningsduur vrijgesteld van het invoedingstarief. Windparkontwikkelaars zullen
ook die periode meenemen in de berekeningen van de businesscase voor het doen van
een aanvraag dat doorwerkt in het te bieden tenderbedrag.
Ook heeft de ACM nog geen duidelijkheid gegeven over een tariefhoogte of de vormgeving
na de overgangstermijn.
De markt moet de ruimte hebben het risico in te kunnen prijzen passend binnen hun
businesscase. Het PBL bevestigt in het adviesrapport dat voldoende budgettaire ruimte
naar verwachting bijdraagt aan een toenemende competitie, wat kan bijdragen aan een
lager winnend tenderbedrag en daarmee lagere kosten voor de Rijksoverheid. Zoveel
als mogelijk informatie en zekerheid van de ACM ná de definitieve tenderregeling en
vóór het sluiten van de tender, waaronder de informatie over de overgangstermijn,
draagt bij aan het beter kunnen inprijzen door de windparkontwikkelaars van het risico
van het invoedingstarief en kan leiden tot een lager tenderbedrag en daarmee lagere
subsidiekosten voor de overheid.
Vraag 7
Welk deel van de verhoging van de maximale tenderbedragen met € 13 per MWh en de daarmee
samenhangende verhoging van het verplichtingenbudget met € 1,56 miljard was bedoeld
om het risico van het invoedingstarief op te vangen?
Antwoord 7
In de Kamerbrief over de definitieve tenderregelingen van IJmuiden Ver Gamma-A en
Gamma-B zijn daarvoor de volgende tabellen opgenomen. Daarin is te lezen dat het leidt
tot een verhoogd verplichtingenbudget van € 780 miljoen per kavel. Dit bedrag kan
lager uitvallen als het winnend tenderdrag lager is:
IJmuiden Ver Gamma- A
Kasreservering incl 10% prijsrisicobuffer
Subsidieplafond
Bij € 104/MWh
€ 2,379 mld
€ 3,978 mld
Bij € 117/MWh
€ 3,159 mld
€ 4,758 mld
Verschil
+ € 0,780 mld
+ € 0,780 mld
IJmuiden Ver Gamma- B
Kasreservering incl 10% prijsrisicobuffer
Subsidieplafond
Bij € 103/MWh
€ 2,271 mld
€ 3,918 mld
Bij € 116/MWh
€ 3,051 mld
€ 4,698 mld
Verschil
+ € 0,780 mld
+ € 0,780 mld
Vraag 8
Bent u bereid het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vóór de openstelling van de
tenders opnieuw te laten berekenen welke maximale tenderbedragen nodig zijn, rekening
houdend met de aangekondigde overgangsregeling?
Antwoord 8
Nee, omdat ik niet van plan ben om het maximale tenderbedrag nog aan te passen. Op
basis van het budget en voorwaarden in de definitieve tenderregeling besluit een windparkontwikkelaar
wel of geen vergunningsaanvraag voor te bereiden. De kosten van het voorbereiden van
een aanvraag zijn aanzienlijk. Een definitieve tenderregeling moet dus voldoende zekerheid
bieden voor windparkontwikkelaars om een aanvraag voor te willen bereiden en in te
kunnen dienen. Als er ná publicatie van de definitieve tenderregeling wel wijzigingen
worden aangebracht (lees: verlaagd), dan leidt dit tot een afbreukrisico voor deze
en toekomstige tenders van windparken op zee. Dit omdat de definitieve tenderregeling
windparkontwikkelaars dan onvoldoende zekerheid biedt over de robuustheid van de kaders
die nodig zijn om een vergunningsaanvraag voor te kunnen bereiden en in te dienen
die past binnen hun businesscase.
Wel zal in de voorbereiding van volgende tenders voor windparken op zee zoveel als
mogelijk de ervaring met deze tender en de meest recente informatie van de ACM over
het invoedingstarief worden betrokken.
Vraag 9
Bent u bereid de maximale tenderbedragen en subsidieplafonds vóór de openstelling
van de tenders te verlagen wanneer uit deze berekening blijkt dat de huidige bedragen
niet langer noodzakelijk zijn?
Antwoord 9
Nee. Zie het antwoord onder 8.
Vraag 10
Hoe voorkomt u dat windparkontwikkelaars subsidie ontvangen voor kosten die zij vanwege
het overgangsrecht tijdens de subsidieperiode niet hoeven te maken?
Antwoord 10
Omdat het een tender in competitie is zal een windparkontwikkelaar voor een grotere
winkans een lager tenderbedrag willen bieden als de businesscase daartoe ruimte biedt.
Het PBL bevestigt in het adviesrapport dat voldoende budgettaire ruimte naar verwachting
bijdraagt aan een toenemende competitie, wat kan bijdragen aan een lager winnend tenderbedrag
en daarmee lagere kosten voor de Rijksoverheid. Zoveel als mogelijk informatie en
zekerheid van de ACM ná de definitieve tenderregeling en vóór het sluiten van de tender,
waaronder de informatie over de overgangstermijn, draagt bij aan het beter kunnen
inprijzen door de windparkontwikkelaars van het risico van het invoedingstarief en
kan leiden tot een lager tenderbedrag en daarmee lagere subsidiekosten voor de overheid.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.