Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over etnische zuivering op de Westelijke Jordaanoever
Vragen van het lid Piri (PRO) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het rapport van Amnesty International over etnische zuivering op de Westelijke Jordaanoever (ingezonden 14 juli 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 21 augustus 2026).
Vraag 1
Erkent u dat Israël etnische zuivering, door u gedefinieerd als «het met geweld of
dwang overbrengen of verwijderen van de burgerbevolking», pleegt op de Westelijke
Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Etnische zuivering als zodanig heeft geen eenduidige juridische definitie. Dit geldt
wel voor de handelingen die onder deze omschrijving kunnen vallen, waaronder bijvoorbeeld
gedwongen verplaatsing. Het Internationaal Gerechtshof (IGH) stelde reeds in zijn
advies van 19 juli 2024 dat het beleid van Israël ten aanzien van de Palestijnse Gebieden,
waaronder gedwongen uithuiszettingen, grootschalige sloop van huizen en beperkingen
in bewegingsvrijheid, de lokale bevolking geen andere keus laat dan te vertrekken.
Daarmee druist dat beleid in tegen het verbod op gedwongen verplaatsing zoals vastgelegd
in het humanitair oorlogsrecht. Nederland respecteert deze conclusie van het IGH.
Vraag 2
Erkent u dat het kolonistengeweld en het faciliteren daarvan onderdeel zijn van het
Israëlische staatsbeleid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het kabinet beschikt niet over eigenstandige informatie die nodig zou zijn om met
zekerheid vast te stellen dat het kolonistengeweld onderdeel is van het Israëlische
staatsbeleid.
Vraag 3
Erkent u dat Israël de oorlogsmisdaad van onwettige overbrenging begaat? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 3
Naast de vaststelling genoemd in het antwoord op vraag 1 concludeert het IGH in zijn
advies van 19 juli 2024 dat Israëlisch beleid en maatregelen indruisen tegen het verbod
op gedwongen overbrenging van delen van de eigen burgerbevolking naar het bezette
gebied zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. Dit beleid omvat alle maatregelen
die door Israël worden genomen om overbrenging van de delen van de eigen bevolking
naar het bezette gebied te organiseren of aan te moedigen, waaronder het bieden van
(economische) prikkels voor de vestiging van Israëlische personen en bedrijven op
de Westelijke Jordaanoever.
Vraag 4
Erkent u dat Israël de misdaad tegen de menselijkheid van gedwongen verplaatsing of
deportatie begaat? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Zie het antwoord op vraag 1.
Vraag 5
Bent u voorstander van het uitbreiden van persoonsgerichte sancties tegen Benjamin
Netanyahu, Israel Katz en Orit Stock vanwege hun nauwe betrokkenheid bij de etnische
zuivering van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het kabinet zet zich actief in voor aanvullende maatregelen tegen gewelddadige kolonisten
en hun organisaties. Nederland is daarnaast voorstander van het Europees sanctioneren
van Israëlische veiligheidsminister Ben-Gvir en Israëlische Minister van Defensie
Smotrich. Vooralsnog is voor het sanctioneren van deze personen onvoldoende draagvlak
binnen de EU, waarmee dat ook zal gelden voor aanvullende persoonsgerichte sancties
tegen Israëlische bewindspersonen.
Vraag 6
Bent u voorstander van een verbod op handel, diensten, investeringen en andere vormen
van samenwerking die bijdragen aan de onrechtmatige bezetting, de apartheid en de
etnische zuivering van Palestijnen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Op 22 september 2026 worden de nationale maatregelen van kracht die ervoor zorgen
dat goederen afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette
gebieden worden geweerd van de Nederlandse markt.1 Het kabinet verwacht uw Kamer op korte termijn te kunnen informeren over de verkenning
ten aanzien van diensten en investeringen.
Vraag 7
Bent u voorstander van een verbod op de export van militaire goederen naar Israël
die gebruikt kunnen worden ten behoeve van de mensenrechtenschendingen? Zo ja, worden
de goederen uitgevoerd onder vergunningen NL0074CDIU0192355 (Delen, gereedschappen
en technologie voor F-16 gevechtsvliegtuigen), NL0074CDIU0193354 (Zichtsysteem voor
een voertuig), NL0074CDIU0189830 (Delen en technologie voor onderzeeboten) en NL0074CDIU0193376
(Elektronica voor helmen voor gebruik in militaire vliegtuigen) niet gebruikt in de
bezette gebieden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het kabinet toetst alle individuele vergunningaanvragen voor de uit- en doorvoer van
militaire en dual-use goederen per geval zorgvuldig aan de relevante Europese exportcontrolekaders.
Daar waar duidelijke risico’s bestaan dat militaire goederen of dual-use goederen
kunnen worden gebruikt voor ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair
oorlogsrecht wordt een vergunningaanvraag afgewezen.
In de praktijk betekent dit dat het kabinet alleen vergunningen toewijst voor de uitvoer
van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, zoals onderdelen
voor het Iron Dome-luchtafweersysteem, en voor uitvoer van goederen ten behoeve van
productie of onderhoud waarbij het eindgebruik niet in Israël ligt. Dat geldt eveneens
voor de genoemde vergunningen.
Vraag 8
Bent u voorstander van het opschorten van visumvrij reizen voor kolonisten? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 8
Israëliërs reizen visumvrij naar de EU, dat gaat op basis van nationaliteit.
Vraag 9
Zijn Nederlandse diplomaten sinds uw aantreden op bezoek gegaan bij Palestijnse gemeenschappen
die getroffen worden door kolonistengeweld en onwettige overbrenging en/of gedwongen
verplaatsing of deportatie door de Israëlische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?
Bent u voornemens om hen daartoe te instrueren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Ja, de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah brengt geregeld bezoeken aan gemeenschappen
op de Westelijke Jordaanoever die onder druk staan door nederzettinguitbreidingen
en die geraakt worden door kolonistengeweld. Nederland steunt sinds 2023 het West Bank Protection Consortium, een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties dat is opgericht om de
gedwongen verplaatsing van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever te voorkomen.
Het consortium biedt deze gemeenschappen materiële en juridische bijstand.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.