Schriftelijke vragen : EU delegated cooperation
Vragen van het lid Van Ark (CDA) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over EU delegated cooperation (ingezonden 21 augustus 2026).
Vraag 1
Herinnert u zich de aangenomen motie Klink/Amhaouch waarin verzocht werd meer EU-gelden
door middel van delegated cooperation (EU-DC) aan te wenden?1
Vraag 2
Klopt het dat het bedrag dat Nederland in 2025 aan EU-DC gemobiliseerd heeft € 243 miljoen
bedraagt, terwijl de doelstelling conform de aangenomen motie Kamminga zou moeten
zijn dat dit bedrag de komende jaren vergroot moet worden naar ten minste 1 miljard
euro?2 3
Vraag 3
Kunt u de huidige stand van zaken geven van EU delegated cooperation (EU-DC) en de
ambitie voor de komende jaren, inclusief een concrete streefwaarde en tijdpad in relatie
tot de hiervoor genoemde moties?
Vraag 4
Kunt u hierbij ook ingaan op hoe Nederlandse organisaties actiever ondersteund kunnen
worden bij het verkrijgen van EU-DC-middelen (zoals voorlichting, capaciteitsopbouw,
en hulp bij contractvorming met de Europese Commissie)?
Vraag 5
Kunt u een overzicht geven van de besteding van de € 243 miljoen aan EU-DC in 2025:
door welke organisaties, in welke landen, op welke thema's, en welk deel al besteed
is versus nog openstaat als lopende verplichting?
Vraag 6
Klopt het dat Nederland, anders dan Duitsland (Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit(GIZ), en de KfW) en Frankrijk (Agence Française de Développement (AFD), en Expertise France), geen grote gespecialiseerde uitvoeringsorganisatie heeft voor ontwikkelingssamenwerking?
Vraag 7
Zo ja, maakt dit het voor Nederland volgens u moeilijker om EU-DC-middelen te verkrijgen
(minder capaciteit, trackrecord of programmeringsinvloed)?
Vraag 8
Zijn er naast Buitenlandse Zaken (BZ), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO),
Nuffic en de Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) andere Nederlandse
organisaties die in aanmerking komen om geaccrediteerd te worden als uitvoeringspartner
onder Delegated Cooperation (het zogeheten pillar assessment)? Zo ja, welke stappen
onderneemt het kabinet om accreditatie te ondersteunen?
Vraag 9
Erkent u dat EU-DC, juist bij dalende Official Development Assistance (ODA)-budgetten,
als multiplier kan werken om Europese middelen te mobiliseren ter compensatie van
dalende nationale middelen? Hoe wordt dit uitgangspunt concreet in beleid vertaald?
Vraag 10
Wordt bij de heroriëntatie van het postennet en de personele taakstelling rekening
gehouden met de extra capaciteit die uitvoering van EU-DC-projecten op ambassades
vergt?
Vraag 11
Bent u bereid om, met de nieuwe verantwoordingssystematiek vanaf het jaarverslag 2026,
EU-delegated cooperation als apart en meetbaar onderdeel op te nemen met een vaste
jaarlijkse streefwaarde?
Vraag 12
Kunnen deze vragen worden beantwoord voorafgaand aan het commissiedebat over het BHOS-deel
van de beleidsbrief buitenlandse zaken op 9 september?
Indieners
-
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Indiener
Elles van Ark, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.