Schriftelijke vragen : Versnelde biologische veroudering bij jongere generaties, de groei van commerciële longevity-klinieken en de toegankelijkheid van onderbouwde longeviteitszorg.
Vragen van het lid Claassen (Groep Markuszower) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over versnelde biologische veroudering bij jongere generaties, de groei van commerciële longevity-klinieken en de toegankelijkheid van onderbouwde longeviteitszorg (ingezonden 21 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving dat jongere generaties biologisch sneller verouderen
dan eerdere generaties, en in het bijzonder met de studie die op 22 juni 2026 in Nature
Medicine is gepubliceerd, waarin bij 154.169 jongvolwassenen uit de UK Biobank is
vastgesteld dat de systemische veroudering bij het geboortecohort 1965 tot en met
1974 23 procent van een standaarddeviatie hoger ligt dan bij het geboortecohort 1950
tot en met 1954, en dat deze versnelde veroudering samenhangt met een verhoogd risico
op kanker vóór het 55e levensjaar?1 2 3
Vraag 2
Bent u bekend met het onderzoek van het Integraal Kankercentrum Nederland waaruit
blijkt dat de incidentie van darmkanker bij mensen van 15 tot en met 49 jaar in Nederland
is gestegen van 6,3 per 100.000 persoonsjaren in 1998 naar 9,3 per 100.000 persoonsjaren
in 2023, terwijl deze groep buiten het bevolkingsonderzoek darmkanker valt dat pas
vanaf 55 jaar wordt aangeboden?4
Vraag 3
Deelt u de mening dat een screeningsprogramma waarvan de leeftijdsgrenzen uitsluitend
op kalenderleeftijd berusten, onvoldoende meebeweegt met een generatie die biologisch
sneller veroudert en op jongere leeftijd kanker krijgt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Is bij de leeftijdsafbakening van de van rijkswege aangeboden bevolkingsonderzoeken
uitsluitend de kalenderleeftijd bepalend? Zo ja, wanneer is die afbakening voor het
laatst herzien en op welke gegevens berustte die herziening?
Vraag 5
Beschikt u over een kwantitatief doel voor de levensverwachting in als goed ervaren
gezondheid in Nederland? Zo ja, welk doel en per welk jaar? Zo nee, bent u bereid
een dergelijk doel vast te stellen en de Kamer daarover vóór de begrotingsbehandeling
VWS te informeren?
Vraag 6
Wordt in enige door uw ministerie gefinancierde monitor of cohortstudie een gevalideerde
maat voor biologische veroudering gebruikt? Zo ja, in welke? Zo nee, bent u bereid
te laten onderzoeken of dat wenselijk is?
Vraag 7
Bent u bereid de Gezondheidsraad advies te vragen over de vraag of de leeftijdsafbakening
van de van rijkswege aangeboden bevolkingsonderzoeken herziening behoeft in het licht
van de in de vragen 1 en 2 genoemde bevindingen, en over de bruikbaarheid van gevalideerde
maten voor biologische veroudering bij vroegopsporing? Zo nee, waarom niet?
. Op welke termijn ontvangt de Kamer uw standpunt over het gebruik van gevalideerde
maten voor biologische veroudering in het preventiebeleid?
Vraag 9
Is bij u bekend hoeveel aanbieders van preventief gezondheidsonderzoek op dit moment
in Nederland actief zijn? Zo ja, om hoeveel aanbieders gaat het en hoe heeft dat aantal
zich sinds 2020 ontwikkeld? Zo nee, bent u bereid dit in kaart te brengen?
Vraag 10
Is longevity-geneeskunde in Nederland erkend als specialisme waarvan de titel op grond
van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg is beschermd? Zo nee,
deelt u de mening dat het onwenselijk is dat aanbieders zich zonder enige wettelijke
grondslag als longevity-arts of longevity-kliniek kunnen presenteren?
Vraag 11
In hoeverre wordt bij het toezicht onderscheid gemaakt tussen aanbieders die werken
volgens een gepubliceerde professionele standaard en aanbieders die dat niet doen?
Indien dat onderscheid niet wordt gemaakt, bent u bereid de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd (IGJ) te vragen dit in haar toezicht te betrekken?
Vraag 12
Hoeveel meldingen over aanbieders van preventief gezondheidsonderzoek of longevity-behandelingen
heeft de IGJ sinds 1 januari 2024 ontvangen? Indien deze meldingen niet als afzonderlijke
categorie worden geregistreerd, onder welke categorie worden zij dan wel geregistreerd,
en bent u bereid deze afzonderlijk te laten registreren?
Vraag 13
Komen de kosten van vervolgzorg die voortvloeit uit een particulier betaald preventief
gezondheidsonderzoek of longevity-programma ten laste van de basisverzekering, ook
wanneer dat onderzoek of programma in het buitenland is afgenomen, zoals bij klinieken
als Clinique La Prairie in Zwitserland?5
Vraag 14
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat particulier betaalde onderzoeken zonder
bewezen nut leiden tot vervolgzorg die uit collectieve premies wordt betaald en beslag
legt op schaarse zorgcapaciteit? Zo ja, welke maatregelen treft u of gaat u treffen
om dat te beperken?
Vraag 15
Bent u bereid de Kamer vóór de begrotingsbehandeling VWS te informeren over de omvang
van de vervolgzorg die voortvloeit uit particulier betaald preventief gezondheidsonderzoek?
Vraag 16
Bent u ermee bekend dat op 9 juni 2026 de eerste deelnemer is behandeld in de eerste
klinische studie bij mensen waarin partiële epigenetische herprogrammering wordt toegepast,
en dat daarmee een op verouderingsmechanismen gerichte behandeling voor het eerst
de kliniek in gaat?6
Vraag 17
Kan een klinische studie met partiële epigenetische herprogrammering, zoals de in
vraag 16 genoemde, onder de huidige Nederlandse regelgeving ook in Nederland worden
uitgevoerd? Zo ja, welke vergunningen zijn daarvoor vereist naast het oordeel van
de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, en welke doorlooptijd is daarmee gemoeid?
Vraag 18
Hoeveel jaar bedraagt het verschil in levensverwachting in als goed ervaren gezondheid
tussen Nederlanders met het laagste en het hoogste opleidingsniveau, en deelt u de
mening dat dit verschil de kern van het toegankelijkheidsvraagstuk vormt?
Vraag 19
Wordt op dit moment enige op verouderingsmechanismen gerichte interventie vergoed
uit de basisverzekering? Zo nee, aan welke voorwaarden zou een dergelijke interventie
moeten voldoen om daarvoor in aanmerking te komen?
Vraag 20
Heeft u ZonMw een opdracht gegeven ten aanzien van onderzoek naar biologische verouderingsmechanismen?
Zo ja, welke opdracht en met welk budget? Zo nee, bent u bereid een dergelijke opdracht
te verstrekken?
Vraag 21
Is veroudering op dit moment erkend als indicatie waarvoor in de Europese Unie een
geneesmiddel kan worden geregistreerd? Zo nee, bent u bereid in Europees verband te
bepleiten dat gezonde levensjaren als uitkomstmaat worden erkend bij de beoordeling
van geneesmiddelen tegen ouderdomsziekten?
Vraag 22
Bent u bekend met de publicatie in GeroScience van maart 2024 waarin wordt beschreven
hoe klinieken voor gezonde veroudering zijn ingericht binnen publiek gefinancierde
ziekenhuizen in Singapore en Israël, en ziet u een rol voor Nederlandse universitair
medische centra bij een vergelijkbare voorziening?7
Vraag 23
Is aan een Nederlands universitair medisch centrum op dit moment een polikliniek voor
gezonde veroudering verbonden die zonder particuliere betaling toegankelijk is? Zo
nee, bent u bereid met de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra te
verkennen of een dergelijke voorziening kan worden ingericht en de Kamer daarover
binnen zes maanden te informeren?
Vraag 24
Deelt u de mening dat Nederland twee dingen tegelijk moet kunnen: onbewezen commerciële
longevity-behandelingen strenger reguleren en voorkomen dat Nederland achteropraakt
bij de verouderingsbiologie die nu de kliniek in gaat? Zo ja, op welke wijze geeft
u daaraan uitvoering?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
René Claassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.