Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over het alleen achterlaten van een 1-jarig kind in een kinderopvang in Schiedam
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Ministers van Werk en Participatie en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het alleen achterlaten van een 1-jarig kind in een kinderopvang in Schiedam (ingezonden 29 juni 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie) (ontvangen 20 augustus 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2532.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat een eenjarig jongetje na sluitingstijd slapend alleen
is achtergelaten in een kinderopvang in Schiedam?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Welke veiligheids- en sluitprotocollen gelden hiervoor
en is bekend of deze in dit geval zijn nageleefd?
Antwoord 2
Laat ik vooropstellen dat ik het incident ten zeerste betreur. Ik kan mij voorstellen
dat alle betrokkenen, in het bijzonder de ouders, erg geschrokken zijn van deze gebeurtenis.
Voor het sluiten van een kinderopvanglocatie zijn geen landelijke richtlijnen of protocollen.
Wel gelden er andere strikte regels om de veiligheid van kinderen te waarborgen. Elke
houder is verplicht om de veiligheid en gezondheid te waarborgen en hier beleid voor
te hebben. Hierin staat welke veiligheidsrisico’s houders en de pedagogisch professionals
zien voor de kinderen en hoe zij deze risico’s ondervangen. Organisaties kunnen bij
het veiligheidsbeleid gebruik maken van verschillende protocollen en richtlijnen,
zoals het Protocol Veilig Slapen. De inhoud van het veiligheids- en gezondheidsbeleid
is de verantwoordelijkheid van de houder en wordt afgestemd op de specifieke locatiekenmerken.
De toezichthouder controleert de naleving van deze verplichtingen.
Vraag 3
Is de Inspectie van het Onderwijs op de hoogte van dit incident en is inmiddels een
onderzoek gestart? Zo ja, wanneer verwacht u de uitkomsten met de Kamer te kunnen
delen?
Antwoord 3
Op de kwaliteit en veiligheid in de kinderopvang wordt toezicht gehouden door de GGD’en.
Zij doen dit in opdracht van gemeenten. Kinderopvanglocaties worden door de GGD minimaal
jaarlijks geïnspecteerd en vaker als hiertoe aanleiding is. De Inspectie van het Onderwijs
houdt interbestuurlijk toezicht op de gemeentelijke taken toezicht en handhaving in
de kinderopvang.
Vraag 4
Is bekend of personeelstekorten, werkdruk of organisatorische tekortkomingen hebben
bijgedragen aan dit incident? Zo nee, wordt dit onderdeel van het onderzoek?
Antwoord 4
GGD Rotterdam-Rijnmond, de toezichthouder voor de desbetreffende locatie in Schiedam,
heeft in opdracht van de gemeente onderzoek naar het incident gedaan. Daarbij is onder
meer gekeken naar de personeelsbezetting, de werkwijze voor het aan- en afmelden,
en het afsluiten van groepen. Na afronding van het onderzoek zijn de uitkomsten openbaar
gemaakt in de vorm van een inspectierapport. Het rapport is te vinden in het Landelijk
Register Kinderopvang.
Uit het rapport volgt dat de organisatie voldoet aan de kwaliteitseisen voor personeelsinzet.
De geconstateerde tekortkoming ziet op het veiligheids- en gezondheidsbeleid.
Zoals gebruikelijk heeft de kinderopvangorganisatie gereageerd op het rapport en gaat
zij met de verbeterpunten aan de slag.
Vraag 5
Hoe vaak is het de afgelopen vijf jaar voorgekomen dat een kind na sluitingstijd alleen
is achtergelaten in een kinderopvanglocatie en welke maatregelen zijn naar aanleiding
van dergelijke incidenten genomen?
Antwoord 5
Hiervan zijn geen cijfers bekend, omdat deze niet landelijk worden bijgehouden.
Het nemen van maatregelen om risico’s tegen te gaan, bijvoorbeeld die zijn gebleken
naar aanleiding van een incident, is onderdeel van het verplichte veiligheids- en
gezondheidsbeleid van kinderopvangorganisaties. Indien er bij een GGD-onderzoek niet-naleving
is geconstateerd, worden er door de kinderopvangorganisatie maatregelen geformuleerd
voor herstel. Deze worden bij een volgende inspectie heronderzocht.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een kind alleen achterblijft in een
kinderopvang en bent u bereid te bezien of landelijke, verplichte eindcontroles bij
het afsluiten van een locatie noodzakelijk zijn om herhaling te voorkomen?
Antwoord 6
De veiligheid van kinderen in de kinderopvang wordt zo veel als mogelijk geborgd in
bestaande wet- en regelgeving. Kinderopvangorganisaties zijn gebonden aan strenge
waarborgen voor de veiligheid van kinderen. De GGD’en houden toezicht op de naleving
van deze verplichtingen. Wanneer een incident plaatsvindt, is het aan de organisatie
om dit te evalueren en haar werkwijze waar nodig aan te passen. Ik blijf in gesprek
met de sector om te bevorderen dat bestaande verplichtingen zorgvuldig worden uitgevoerd
om de veiligheid van kinderen te borgen.
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.