Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Keijzer over het artikel 'Woningbouw blijft op slot ondanks stikstofingreep kabinet: Nieuwe steden zullen er niet komen'
Vragen van het lid Keijzer (Lid Keijzer) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het artikel «Woningbouw blijft op slot ondanks stikstofingreep kabinet: Nieuwe steden zullen er niet komen» (ingezonden 22 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 19 augustus
2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Woningbouw blijft op slot ondanks stikstofingreep
kabinet: Nieuwe steden zullen er niet komen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat de aangekondigde stikstofmaatregelen voorlopig nauwelijks
extra woningbouwprojecten zullen losmaken omdat de rekenkundige ondergrens niet wordt
verhoogd?
Antwoord 2
In de Kamerbrief van 26 juni jl. is het landelijke pakket aan maatregelen voor natuurherstel
gepresenteerd. Dit pakket wordt juridisch geborgd en is gericht op het stapsgewijs
en per gebied op gang brengen van vergunningverlening. Op die manier kan ook weer
op juridisch houdbare wijze extra woningbouw gerealiseerd worden.
Daarnaast voert het kabinet zo snel mogelijk een juridisch houdbare, wetenschappelijke
onderbouwde rekenkundige ondergrens in. Activiteiten met een beperkte stikstofneerslag
hebben dan vaak geen vergunning meer nodig voor het onderdeel stikstof. Om tot een
juridisch houdbare rekenkundige ondergrens te komen, is nog een aantal stappen nodig.
De invoering is nu uiterlijk eind 2027 voorzien.
Vraag 3
Bent u op de hoogte van een notitie van het Economisch Instituut voor de Bouw waarin
staat dat 96 procent van de woningbouwprojecten doorgang kan vinden bij een rekenkundige
ondergrens van één mol? Hoe beoordeelt u deze analyse?2
Antwoord 3
Het rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw (hierna: EIB) uit juli 2025
geeft een overzicht van de effecten van het invoeren van een rekenkundige ondergrens
van 1 mol/ha/jaar op de vergunningverlening voor nieuwbouwwoningen. Mede daarom spant
het kabinet zich in om uiterlijk eind 2027 een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens
in te voeren.
Ik wil daarbij wel opmerken dat het rapport nog uitgaat van een rekenkundige ondergrens
van 1,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat alle projecten met een bijdrage van (voor afronding)
0,9949… mol/ha/jaar of minder onder de ondergrens vallen. Destijds was dit een logische
aanname. In oktober 2025 heeft prof. Petersen zijn expertoordeel echter verduidelijkt.3 Sindsdien stuurt het kabinet aan op een rekenkundige ondergrens van 1 mol/ha/jaar,
waarbij alle projecten met een bijdrage van (voor afronding) 0,49… mol/ha/jaar of
minder onder de ondergrens vallen. Hierdoor zal het effect van de rekenkundige ondergrens
op de woningbouw minder groot zijn dan het EIB veronderstelt.
Ook zie ik dat in het rapport kritiek wordt geuit op de Raad van State en wordt gesteld
dat de invoering van een rekenkundige ondergrens ecologisch veilig en wetenschappelijk
verantwoord is. In zijn analyse gaat het EIB echter voorbij aan de betekenis van Europese
wetgeving, in het bijzonder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). Hoewel het EIB terecht
stelt dat de VHR geen specifieke rekenkundige ondergrens voor stikstofdeposities voorschrijft
en de noodzaak benadrukt van een maatschappelijke belangenafweging, ontbreekt in zijn
analyse aandacht voor de verplichting van de Nederlandse Staat de nodige maatregelen
te treffen voor de instandhouding van de natuur en voor passende maatregelen om verslechtering
van de natuur te voorkomen of tegen te gaan (artikel 6, eerste en tweede lid, Habitatrichtlijn).
Met het pakket dat is gepresenteerd in de Kamerbrief «Weer ruimte voor boer, natuur
en bouw»4 geef ik onder andere invulling aan de verplichtingen uit de VHR.
Vraag 4
Hoeveel woningbouwprojecten en hoeveel woningen zouden volgens de meest recente berekeningen
van het kabinet eerder gerealiseerd kunnen worden indien de rekenkundige ondergrens
op korte termijn wordt verhoogd naar één mol?
Antwoord 4
Als gevolg van de invoering van de rekenkundige ondergrens zullen de uitdagingen rondom
stikstof voor woningbouwprojecten in veel gevallen worden opgelost, mits de invoering
van de rekenkundige ondergrens op een juridisch houdbare manier gebeurt. Net als alle
andere sectoren is de woningbouw niet gebaat bij een rekenkundige ondergrens die juridisch
geen standhoudt. Zorgvuldigheid is daarom geboden.
Vraag 5
Heeft u een overzicht van woningbouwlocaties die door de voorgenomen aanscherping
van de stikstofaanpak alsnog vertraging oplopen of niet door kunnen gaan? Zo ja, kunt
u deze in een bijlage aan de beantwoording van deze schriftelijke vragen voegen?
Antwoord 5
Het kabinet heeft een ambitieus samenhangend pakket gepresenteerd waarmee Nederland
op juridisch geborgde wijze gefaseerd van het stikstofslot kan gaan. Ook Bouwend Nederland
onderschrijft dit standpunt van het kabinet.5 Het kabinet heeft geen signalen ontvangen die dit standpunt tegenspreken.
Vraag 6
Bent u bekend met signalen van gemeenten dat woningbouwlocaties nabij Natura 2000-gebieden
door de aangekondigde maatregelen extra risico lopen op vertraging of afstel? Zo ja,
welke signalen heeft u ontvangen?
Antwoord 6
Zoals ik heb aangegeven in mijn antwoord op vraag 5, heb ik dergelijke signalen van
specifieke woningbouwplannen niet ontvangen, ook niet specifiek voor de zones. Woningbouwprojecten
nabij Natura2000-gebieden blijven ruimtelijk mogelijk, uiteraard mits wordt voldaan
aan de geldende regelgeving.
Het samenhangende pakket van het kabinet zorgt daarnaast dat vergunningverlening stapsgewijs
weer mogelijk wordt. Het invoeren van een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens
zal aanvullende mogelijkheden bieden voor een groot deel van de woningbouwprojecten.
Vraag 7
Deelt u de zorg dat Nederland dreigt te belanden in een situatie waarin niet langer
politieke keuzes, maar juridisering en steeds strengere interpretaties van regelgeving
leidend worden voor de volkshuisvesting? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Nee, die zorg deel ik niet. Bestaande regelgeving is binnen de kaders van de Nederlandse
democratische rechtstaat tot stand gekomen. De rechter toetst besluiten van de overheid
aan deze regels. Op die manier borgt de rechtsstaat de bescherming tegen willekeur
en dat de overheid zich aan haar eigen wetten en internationale verdragen houdt.
Vraag 8
Hoe verhoudt het uitstellen van de verhoging van de rekenkundige ondergrens zich tot
de ambitie om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen? Acht u de ambitie na de recente
kritiek nog steeds haalbaar?6
Antwoord 8
Zoals ik in eerdere antwoorden heb aangegeven, heeft het kabinet een ambitieus pakket
gepresenteerd waarmee enerzijds gefaseerd vergunningverlening opnieuw mogelijk wordt
en anderzijds zo snel mogelijk een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens ingevoerd
kan worden. Ik verwacht dat dit een positieve bijdrage levert aan het realiseren van
100.000 woningen per jaar.
Vraag 9
Erkent u dat er een verschil is tussen de rekenkundige ondergrens (in Aerius) en een
drempelwaarde? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is de rekenkundige ondergrens in aerius
dat en wat weerhoudt u er dan van deze zo snel mogelijk te verhogen?
Antwoord 9
Ja, er is een wezenlijk verschil tussen de rekenkundige ondergrens en een drempelwaarde.
Een rekenkundige ondergrens ziet op de wetenschappelijke limitatie van het model,
terwijl een drempelwaarde aangeeft wat politiek/beleidsmatig toelaatbaar wordt geacht.
Zoals in mijn eerdere beantwoording aangegeven, vindt het kabinet het van belang dat
de invoering van een rekenkundige ondergrens op een juridisch houdbare manier gebeurt.
Daarvoor zijn in ieder geval eerst nog voldoende beheersmaatregelen nodig, zoals ook
geadviseerd door professoren Backes en Petersen.7 Als de beheersmaatregelen eind 2027 nog onvoldoende geborgd blijken, zal het kabinet
inzetten op de invoering van gebieds-specifieke drempelwaardes.
Vraag 10
Klopt het dat u verwacht dat pas na aanvullende jurisprudentie meer duidelijkheid
ontstaat over de juridische houdbaarheid van een hogere ondergrens? Zo ja, waarom
bent u die mening toegedaan? En hoe verhoudt dit zich tot Duitsland?
Antwoord 10
De grootste zekerheid over de juridische houdbaarheid van de rekenkundige ondergrens
komt uit het volledig doorlopen van een juridische procedure waar de ondergrens onderdeel
van is. Juridische zekerheid is maximaal als de Afdeling bestuursrechtsspraak van
de Raad van State de toepassing van de rekenkundige ondergrens als zodanig accepteert.
Het kabinet is echter overtuigd van de voorliggende onderbouwing en wil daarom zo
snel mogelijk overgaan tot invoering van de rekenkundige ondergrens, ook als een dergelijke
uitspraak van de Afdeling nog niet is gegeven. Zoals eerder aangegeven is er nog wel
een aantal andere stappen nodig voordat de rekenkundige ondergrens houdbaar kan worden
ingevoerd. Tegelijk wordt ook nog geprobeerd een geschikte procedure te vinden om
de rekenkundige ondergrens snel juridisch te laten toetsen.
Vraag 11
Bent u bereid om nog dit jaar met voorstellen te komen om de rekenkundige ondergrens
te verhogen, zodat Programma Aanpak Stisktof (PAS)-melders kunnen worden gelegaliseerd
en woningbouwprojecten niet langer onnodig op stikstof vastlopen?
Antwoord 11
Zoals aangekondigd in mijn brief van 26 juni jl. is het kabinet voornemens om zo snel
mogelijk, uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027, een juridisch houdbare rekenkundige
ondergrens in te voeren. Parallel ben ik met een pakket aan maatregelen gekomen voor
onder andere natuurherstel en is het Programma Maatwerkaanpak PAS-melder vastgesteld.
Momenteel wordt een spoedwet opgesteld met daarbij een programma van maatregelen,
waarmee handhavings- en intrekkingsverzoeken kunnen worden afgewezen. Deze stappen
samen zullen onder meer PAS-melders en de woningbouw helpen.
Vraag 12
In hoeverre is het uitblijven van een verhoging van de rekenkundige ondergrens een
politieke keuze van het kabinet zelf en niet een rechtstreeks gevolg van Europese
regelgeving? Mocht het een rechtstreeks gevolg van Europese regelgeving zijn kunt
u dan de uitspraak van de hoogste Duitse bestuursrechter die de grens van 21 mol per
hectare per jaar recent opnieuw bekrachtigd heeft, weerleggen?
Antwoord 12
Het kabinet kiest ervoor om de rekenkundige ondergrens op een zorgvuldige manier in
te voeren. Voor de Nederlandse situatie acht het kabinet het, op basis van wetenschappelijke
adviezen, noodzakelijk om eerst voldoende beheersmaatregelen te nemen, voordat overgegaan
kan worden op invoering van de rekenkundige ondergrens. Daar wordt op dit moment samen
met de provincies met voorrang aan gewerkt.
De Duitse context en systematiek voor natuurvergunningverlening is anders dan de Nederlandse.
Er kunnen daarom niet zonder meer parallellen getrokken worden. Bij de onderbouwing
van de rekenkundige ondergrens zoals die nu voorligt, zijn de Duitse ervaringen wel
betrokken.
Vraag 13
Klopt het dat Artikel 2, lid 3 van de Habitatrichtlijn (92/43/EEG) lidstaten oproept
om bij het stikstofbeleid rekening te houden met economische, sociale en culturele
en lokale belangen? Zo ja, waarom houdt u hier geen rekening mee en maakt het boeren
en woningbouw kapot?
Antwoord 13
Artikel 2, derde lid, van de Habitatrichtlijn schrijft voor dat bij het nemen van
maatregelen rekening gehouden dient te worden met economische, sociale en culturele
vereisten en lokale bijzonderheden. Dit geldt als een algemene richtlijn voor het
nationale beleid, maar is niet bedoeld niet om specifieke, dwingende voorschriften
voor de lidstaten uit artikel 6 van de Habitatrichtlijn (onder meer het treffen van
de nodige instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen om verslechtering van
de natuur te voorkomen) opzij te kunnen schuiven.
Het kabinet is zich bewust van de grote belangen van de woningbouw en de agrarische
sector. Juist om te voorkomen dat de vergunningverlening volledig op slot gaat, heeft
het kabinet in juni een pakket aan stikstof-reducerende maatregelen aangekondigd in
de vorm van een samenhangend pakket met het doel om enerzijds de vergunningverlening
voor (onder meer de) boeren en de bouw los te trekken en anderzijds om de natuur te
herstellen.
Vraag 14
Welk concreet risico acht u groter: een juridische procedure of het jarenlang uitblijven
van tienduizenden woningen voor starters, gezinnen en ouderen?
Antwoord 14
Zoals ik heb aangegeven in mijn reactie op vraag 8, verwacht ik dat dit ambitieuze
pakket een positieve bijdrage levert aan de ambitie van de realisatie van 100.000
woningen per jaar. Om deze woningen daadwerkelijk te realiseren is wel een juridische
houdbare vergunning noodzakelijk. Verder benadruk ik dat in onze democratische rechtstaat
de toegang tot de rechter open moet staan. Juridische procedures zijn een belangrijk
onderdeel van de rechtstaat.
Vraag 15
Kunt u toezeggen om in een bijlage bij deze schriftelijke vragen uitvoerig in te gaan
op de juridische en politieke redenen waarom de rekenkundige ondergrens op dit moment
niet kan worden verhoogd inclusief een weerlegging van de casus voor een ondergrens
van één mol per hectare per jaar voor stikstofdeposities en een verdediging van het
advies van de Raad van State (Kamerstuk 35 0334, nr. 393) (Kamerstuk 35 334, nr. 399)?8
Antwoord 15
In de beantwoording van een aantal vragen hierboven ben ik reeds ingegaan op de planning
en noodzakelijke tussenstappen tot invoering van een juridisch houdbare rekenkundige
ondergrens.
Daarnaast verwijs ik naar onder meer de kamerbrief «Voortgang op de wetswijziging
alternatief voor de KDW en de rekenkundige ondergrens»9 waarin mijn voorganger is ingegaan op de destijds nog te nemen stappen. Deze stappen
zijn onder meer opgepakt via de adviesvraag die is gedaan naar prof. Backes en prof.
Petersen10. Deze reflectie is een belangrijke reden dat het kabinet eerst beheersmaatregelen
ontwikkelt, voordat de rekenkundige ondergrens wordt ingevoerd.
Tot slot verwijs ik naar de kamerbrief «Weer ruimte voor boer, natuur en bouw» van
26 juni jl. Hierin presenteert het kabinet een samenhangende aanpak aan stikstof-reducerende
maatregelen, waarin de rekenkundige ondergrens een belangrijke rol speelt. Om over
te kunnen gaan op invoering van de rekenkundige ondergrens zijn echter nog een aantal
stappen te zetten. Deze worden in de komende tijd uitgewerkt, samen met provincies
en andere medeoverheden. Het kabinet vertrouwt erop dat daarmee de rekenkundige ondergrens
op een zorgvuldige manier uiterlijk het vierde kwartaal van 2027 kan worden ingevoerd,
of spoediger indien mogelijk. Hiervoor onderzoeken we ook de snellere route van directe
implementatie in de provinciale omgevingsverordening.
Vraag 16
Klopt het dat u tijdens het debat over de Samenhangende aanpak landbouw, natuur en
stikstof aangaf dat de aangekondigde zoneringsaanpak niet ziet op woningbouwvergunningen
maar op emissiereductie bij landbouw en industrie? Kunt u toezeggen dat deze zonering
nooit onderdeel wordt van de vergunningverlening voor woningbouwprojecten? Indien
u dat niet kunt, betekent dit dan dat u verkeerde info tijdens het debat gegeven heeft?
Antwoord 16
In dit debat heb ik aangegeven dat de Rijksinstructieregels voor de zoneringsaanpak
niet toezien op woningbouw. De samenhangende aanpak van het hele pakket, waaronder
de zonering, moet er juist toe leiden dat er weer meer ruimte komt voor onder meer
woningbouw. In zoverre wil ik juist wel dat de aanpak onderdeel wordt van de natuurvergunningverlening
van (woningbouw)projecten. Niet als beperking, maar als onderbouwing zodat het woningbouwproject
kan doorgaan omdat er voldoende maatregelen worden genomen voor natuurbehoud. Ik merk
daarbij op dat voor elk project een concrete toets moet worden verricht aan de geldende
wet- en regelgeving, waaronder op het gebied van natuurbescherming.
Vraag 17
Kunt u tevens uitsluiten dat provincies, gemeenten, omgevingsdiensten of rechters
deze zones in de praktijk zullen betrekken bij vergunningverlening voor woningbouw?
Antwoord 17
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 16 wil ik dat de aanpak onderdeel wordt
van de onderbouwing dat onder andere woningbouwprojecten weer doorgang kunnen vinden.
De beoordeling van nieuwe projectaanvragen, bijvoorbeeld voor woningbouw, blijft daarbij
aan het betreffende bevoegd gezag.
Vraag 18
Kunt u toezeggen om deze vragen binnen drie weken te beantwoorden?
Antwoord 18
Vanwege het reces is deze termijn helaas niet gehaald.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.