Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schutz over de blokkade van de Betuweroute op 19 juni jl.
Vragen van het lid Schutz (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de blokkade van de Betuweroute op 19 juni jl. (ingezonden 26 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 19 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Na nieuwe blokkade is goederenvervoer er klaar mee:
«machinisten vast in snikhete locomotief»»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben hiermee bekend.
Vraag 2
Klopt het dat als gevolg van deze blokkade gedurende ongeveer vijf uur geen goederenvervoer
over de Betuweroute mogelijk was? Welke factoren hebben ertoe geleid dat het circa
vijf uur duurde voordat het spoor werd vrijgemaakt en weer kon worden vrijgegeven
voor treinverkeer?
Antwoord 2
Van ProRail begrijp ik dat er inderdaad gedurende een periode van vijf uur geen treinverkeer
op de Betuweroute mogelijk was. Dit is de periode vanaf het moment dat door ProRail
is geconstateerd dat er zich demonstranten op het spoor bevonden tot het moment dat
de demonstranten verwijderd waren en het spoor weer kon worden vrijgegeven. Gedurende
deze periode heeft de lokale driehoek de opdracht gegeven om de blokkade te beëindigen.
Vraag 3
Klopt het dat ProRail tijdens de blokkade de bovenleidingen heeft uitgeschakeld, waardoor
de klimaatbeheersing in de locomotieven uitviel, met als gevolg dat machinisten te
maken kregen met temperaturen tot wel 42 graden?
Antwoord 3
Dat klopt. De spanning op de bovenleiding van de Betuweroute en de HSL wijkt af van
het reguliere spoor (25.000 Volt in plaats van 1500 Volt). In het CLU+-convenant zijn
afspraken met veiligheidsregio’s opgenomen over interventies bij incidenten, waaronder
het spanningsloos maken van de bovenleiding en de inzet van 25kV-teams van de veiligheidsregio’s.
Bij incidenten kan ProRail de procedure van centrale lijnuitschakeling (CLU) in werking
doen treden. Deze procedure is bedoeld voor hulpdiensten, zodat zij veilig hun werk
kunnen doen. Bij de demonstratie op 19 juni heeft ProRail, op last van de hulpdiensten,
de bovenleiding uitgeschakeld. Ik begrijp inderdaad dat de temperatuur in de locomotieven
in combinatie met het warme weer daardoor sterk zijn opgelopen.
Recentelijk heb ik u geïnformeerd dat uit de evaluatie van het CLU+-convenant is gebleken
dat de oorspronkelijke uitgangspunten van het convenant op onderdelen aanleiding geven
tot nadere beschouwing, onder andere ten aanzien van de gehanteerde normen en de inrichting
van de afspraken. De komende periode worden de uitkomsten van de evaluatie nader bezien,
waaronder de nut en noodzaak van de huidige invulling van het convenant2.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het feit dat machinisten en ander treinpersoneel met deze omstandigheden
te maken kregen op een dag waarop het Nationaal Hitteplan van kracht was?
Antwoord 4
Voor de betrokken machinisten en ander treinpersoneel is dit heel vervelend. Demonstreren
op het spoor vind ik onaanvaardbaar en is bovendien verboden. De situatie waarin dit
personeel zich bevond laat dit nog eens extra zien. Mijn oproep aan demonstranten
is onveranderd: stop hiermee, er zijn voldoende andere plekken waar gedemonstreerd
kan worden.
Van ProRail begrijp ik dat zowel vanuit de werkgever als door ProRail zelf inzet is
gepleegd om de impact te beperken. In antwoord op vraag 7 is dit nader toegelicht.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is dat machinisten en ander spoorpersoneel
als gevolg van een blokkade gedurende langere tijd worden blootgesteld aan dergelijke
temperaturen?
Antwoord 5
Dit deel ik volledig. Dit is onaanvaardbaar.
Vraag 6
Hoe zijn de belangen van de machinisten en het andere spoorpersoneel meegewogen in
de besluitvorming van ProRail om de bovenleiding uit te schakelen vanwege de blokkade?
Antwoord 6
ProRail heeft de bovenleiding op last van de hulpdiensten uitgeschakeld. Van ProRail
begrijp ik dat zij de mogelijke gevolgen voor treinpersoneel aan de hulpdiensten kenbaar
hebben gemaakt en dit belang daarmee is meegewogen.
Vraag 7
Welke maatregelen zijn tijdens de blokkade genomen om de gezondheid en veiligheid
van de machinisten en het andere spoorpersoneel te waarborgen?
Antwoord 7
Machinisten en ander spoorpersoneel moeten te allen tijde veilig kunnen werken. Het
is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de werkgever om handelend richting
het personeel op te treden. Ik begrijp dat dit ook gebeurd is. Daarnaast heeft ProRail
extra inzet gepleegd om de machinisten van de gestrande treinen zo spoedig mogelijk
te voorzien van water. ProRail heeft dit enige tijd moeten onderbreken vanwege een
ander incident waar prioriteit aan moest worden gegeven, maar direct daarna is deze
inzet weer hervat. Daarnaast heeft ProRail geprobeerd om enkele gestrande treinen
met een diesellocomotief weg te slepen naar het dichtstbijzijnde station/emplacement.
Uiteindelijk is dit proces gestopt, omdat het uitgeschakelde gebied veilig verkleind
kon worden, waardoor gestrande goederentreinen op eigen kracht konden vertrekken.
Ik heb waardering voor het snelle en adequate handelen van ProRail.
Vraag 8
Neemt u de gevolgen van spoorblokkades voor machinisten, spoorvervoerders en de continuïteit
van het spoorgoederenvervoer mee in uw overleg met andere ministeries en betrokken
organisaties?
Antwoord 8
Jazeker. Demonstreren op het spoor is om veel redenen onaanvaardbaar en verboden.
Het is gevaarlijk voor demonstranten zelf en voor mensen die op het spoor werken.
Dit sterkt het kabinet in de in antwoord op vraag 11 beschreven aanpak.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat het blokkeren van vitale infrastructuur, zoals de Betuweroute,
niet alleen gevolgen heeft voor de openbare orde maar ook voor de betrouwbaarheid
van de Nederlandse logistieke keten en het vestigingsklimaat?
Antwoord 9
Leveringszekerheid is van essentieel belang voor onze bedrijven en industrie en daarmee
ook voor ons vestigingsklimaat. Deze demonstraties beïnvloeden de betrouwbaarheid
van het spoorgoederenvervoer.
Vraag 10
Bent u bekend met signalen dat dezelfde actiegroep die nu de Betuweroute blokkeerde,
voornemens is om op 27 juni de spoorwegen van de haven van Rotterdam te blokkeren?
Antwoord 10
Ja, ik ben hiermee bekend. Deze demonstratie heeft niet plaatsgevonden.
Vraag 11
Welke maatregelen neemt het kabinet om dergelijke toekomstige blokkades te voorkomen?
Antwoord 11
Ik kan niet voorkomen dat demonstranten het goederenspoor betreden. De Betuweroute
is 160 km lang, het is niet mogelijk deze volledige route dusdanig te beveiligen dat
betreden van het spoor geheel voorkomen kan worden.
Wanneer blokkades plaatsvinden is het de verantwoordelijkheid van de lokale driehoek
om op te treden. ProRail verschaft daarbij informatie onder andere in de vorm van
een operationeel beeld. In algemene zin heeft het kabinet als inzet op het demonstratierecht
om met enkele gerichte wetsaanpassingen het lokaal gezag meer mogelijkheden te geven
voor bestuursrechtelijke handhaving. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt binnen
het kabinet bij de Ministers van BZK en JenV. Recentelijk heeft u hierover een brief
ontvangen3. Specifiek voor demonstraties op het spoor faciliteert het kabinet het opstellen
van een handreiking die lokale driehoeken kan helpen met direct optreden tegen blokkadeacties,
zodra deze zich aandienen, en die schadelijdende partijen zoals ProRail, de NS en
goederenvervoerders kan helpen met het aansprakelijk stellen van demonstranten die
schade veroorzaken.
Vraag 12
Acht u het wenselijk dat een relatief kleine groep actievoerders gedurende vijf uren
een vitale goederenverbinding kan stilleggen? Zo nee, welke lessen trekt u uit deze
gebeurtenis?
Antwoord 12
Nee, dit vind ik onaanvaardbaar. In antwoord op vraag 11 heb ik de inzet van het kabinet
benoemd.
Vraag 13
Welke maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat het spoor bij toekomstige
blokkades sneller kan worden vrijgemaakt voor het treinverkeer?
Antwoord 13
In antwoord op vraag 11 heb ik de inzet van het kabinet benoemd.
Vraag 14
Welke gevolgen hebben herhaalde spoorblokkades volgens u voor de betrouwbaarheid en
aantrekkelijkheid van het spoorgoederenvervoer en voor de door het kabinet nagestreefde
modal shift van weg naar spoor?
Antwoord 14
In antwoord op vraag 9 heb ik aangegeven dat de herhaalde acties op het spoor de betrouwbaarheid
van het spoorgoederenvervoer schaden. Voor verladers speelt betrouwbaarheid sterk
mee in de keuze van vervoerswijze. In de afgelopen jaren hebben demonstranten zowel
de weg als het spoor geblokkeerd. Het risico bestaat dat verladers bij herhaaldelijke
demonstraties hun keuze voor een modaliteit daarop aanpassen. Ik vind het echter onbegrijpelijk
dat demonstranten zich op spoorvervoer richten, terwijl het spoor een duurzame vervoerswijze
is.
Vraag 15
Deelt u de zorg dat herhaalde blokkades de concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer
verslechteren en ertoe kunnen leiden dat goederenstromen terugkeren naar de weg?
Antwoord 15
Ja, in antwoord op vraag 13 heb ik dit toegelicht.
Vraag 16
Welke maatregelen treft het kabinet om de continuïteit van het spoorgoederenvervoer
te waarborgen?
Antwoord 16
In antwoord op vraag 11 heb ik de inzet van het kabinet benoemd.
Vraag 17
Ziet u aanleiding om aanvullende maatregelen te treffen of procedures aan te passen
om sneller en effectiever op te treden bij spoorblokkades? Zo ja, welke?
Antwoord 17
Naast de in antwoord op vraag 11 genoemde inzet zie ik vanuit mijn ministerie geen
mogelijkheden voor aanvullende maatregelen. Het demonstratierecht en de politieke
verantwoordelijkheid voor de lokale driehoeken valt onder de verantwoordelijkheid
van de Ministers van JenV en BZK. De betrokken lokale driehoek is en blijft verantwoordelijk
voor het optreden bij demonstraties. Hierbij wil ik benadrukken dat onder het huidige
wettelijk kader demonstranten die strafbare feiten plegen ten aanzien van vitale infrastructuur,
al kunnen en worden vervolgd. Zo bestaan er, verspreid over de Spoorwegwet en het
Wetboek van Strafrecht, verschillende strafbepalingen waardoor strafrechtelijk kan
worden opgetreden tegen actievoerders die het (goederen)spoor blokkeren of die schade
veroorzaken aan een spoorweg. In de praktijk vinden ook daadwerkelijk veroordelingen
plaats voor spoorblokkades.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.