Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe over het bericht Intertoys liet asbestspeelgoed in de winkels liggen, ondanks waarschuwing
Vragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe (allen SP) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht Intertoys liet asbestspeelgoed in de winkels liggen, ondanks waarschuwing (ingezonden 8 juli 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 19 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat speelgoedketen Intertoys met asbest verontreinigd
speelgoed heeft verkocht, zelfs nadat het bedrijf daarvoor is gewaarschuwd?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) al op 8 juni jl. is
geïnformeerd over asbest in het betreffende speelgoed?
Antwoord 2
De NVWA is geïnformeerd dat in Nederland speelgoed te koop zou zijn dat in het Verenigd
Koninkrijk en de Verenigde Staten is teruggeroepen omdat het asbest bevatte. Op dat
moment was nog niet bekend of de in Nederland verkochte productbatches asbest bevatten,
en zo ja, in welke concentratie.
Vraag 3
Welke actie heeft de NVWA sinds 8 juni jl. ondernomen om dit verontreinigde speelgoed
van de markt te halen?
Antwoord 3
Op dit moment is er onvoldoende aanleiding om dit speelgoed door NVWA van de markt
te laten halen. Meer informatie hierover staat bij het antwoord op vraag 5.
Vraag 4
Klopt het dat de NVWA nu wederom eerst zelf onderzoek moet laten uitvoeren voor het
handhavend op kan treden, terwijl het asbest al een maand geleden geconstateerd is?
Antwoord 4
Ja, dat klopt. NVWA kan alleen afdwingen dat producten uit de handel worden gehaald
als aan bepaalde voorwaarden van bemonstering en onderzoek is voldaan. Dit betekent
dat de NVWA altijd van eigen onderzoek uitgaat bij handhavende acties.
Vraag 5
Deelt u de mening dat snelle actie vereist is bij producten waarbij de testen door
het AD 0,1 tot 0,2 procent asbest aantoonden en waarbij in producten uit dezelfde
reeks getest in Slovenië zelfs ruim 2 procent asbest bevatten?
Antwoord 5
Het kabinet deelt dat producten die mogelijk niet aan de wettelijke veiligheidseisen
voldoen snel moeten worden beoordeeld waarna, indien nodig, maatregelen worden getroffen.
Tegelijkertijd moet een toezichthouder kunnen vaststellen dat daadwerkelijk sprake
is van een overtreding voordat handhavend kan worden opgetreden.
De NVWA beschikt op dit moment niet over onderzoeksrapporten van zichzelf of van andere
toezichthouders op grond waarvan zij kan optreden. De in het krantenartikel beschreven
onderzoeksresultaten zijn afkomstig van onderzoek door derden en vormen een indicatieve
aanwijzing, maar zijn op zichzelf onvoldoende om te kunnen vaststellen of een product
niet aan de wettelijke eisen voldoet.
Voor het bepalen van de hoeveelheid asbest in speelzand, volgt de NVWA de aanbevelingen
van TNO. Uit het onderzoek van TNO blijkt dat, om handhavend op te kunnen treden naast
een indicatieve bepaling volgens NEN 5896 ook vervolgonderzoek volgens VDI 3866 (Blatt2 nodig is om de exacte hoeveelheid asbest vast te stellen. Die exacte hoeveelheid
is van belang om te beoordelen of deze producten wel of niet voldoen aan de wettelijke
eisen. Zonder deze kennis is handhaven niet mogelijk.
Bovendien blijkt uit de gezondheidskundige risicobeoordeling van het RIVM en het advies
van Buro dat het gezondheidsrisico van speelzand dat voldoet aan de wettelijke eisen
verwaarloosbaar is. Alleen bij jarenlang intensief spelen met speelzand dat niet aan
de wettelijke limiet voor asbest voldoet, is er mogelijk een gezondheidsrisico. Daarbij
is uitgegaan van het meest ongunstige scenario van jarenlange, dagelijkse blootstelling.
In het in het AD beschreven artikel betreft het speelgoed waarbij het speelzand is
ingesloten. Alleen wanneer het product beschadigd raakt en het zand (gedeeltelijk)
vrijkomt, is er eenmalig contact met het zand. De blootstelling is daarmee zo beperkt
dat er geen reden is tot zorg. Op basis van de huidige inzichten bestaat daarom geen
aanleiding om te concluderen dat sprake is van een direct gezondheidsrisico.
Vraag 6
Vindt u dat de NVWA haar toezichthoudende en handhavende taken hier voldoende heeft
uitgevoerd?
Antwoord 6
Ja. De NVWA houdt steekproefsgewijs en risicogericht toezicht en treedt op als bedrijven
zich niet aan de regels houden en er een vermoeden is van risico.
Vraag 7
Vindt u dat het huidige stelsel waarin de verantwoordelijkheid voor productveiligheid
primair bij marktpartijen ligt goed werken, gelet op de feiten dat Intertoys pas een
maand na de constatering dat er asbest in hun speelgoed zat tot een gehele terugroepactie
komt, dat Intertoys nog steeds geen reactie van de leverancier heeft ontvangen, en
de NVWA in de tussentijd geen publieke actie heeft ondernomen?
Antwoord 7
Ja. 100% veiligheid is niet te garanderen. De verantwoordelijkheden binnen het stelsel
zijn duidelijk belegd. Producenten, importeurs en distributeurs zijn verantwoordelijk
voor het op de markt brengen van veilige producten. Toezichthouders, waaronder de
NVWA, houden toezicht op de naleving van deze verplichtingen (zie antwoord op vraag3. Deze combinatie van productverantwoordelijkheid en toezicht vormen de basis van
het Europese productveiligheidsstelsel. Bovendien worden in de nieuwe Europese speelgoedverordening,
die deels al van kracht is, de verantwoordelijkheden en taken voor de marktdeelnemers
nog duidelijker beschreven. Ook binnen Europa wordt deze verantwoordelijkheidsverdeling
ondersteund.
Vraag 8
Op welke manier heeft de NVWA haar toezicht aangepast na eerdere berichtgeving dit
jaar over asbest in speelzand?
Antwoord 8
NVWA verricht steekproefsgewijs en risicogericht productonderzoek, ook naar asbest
in speelzand. Waar nodig wordt er handhavend opgetreden.
Vraag 9
Welke concrete stappen zijn er inmiddels ondernomen om in Europees verband in te zetten
op aanscherping van de grenswaarde voor asbest?
Antwoord 9
Nederland heeft actief deelgenomen aan de discussies op Europees niveau binnen de
Working Group on chemicals in toys4 van de Expert Group on Toy Safety5. Tijdens vergaderingen in februari en mei 2026 zijn de onderzoeken, resultaten en
gezondheidskundige risicobeoordelingen, die zijn uitgevoerd door verschillende Europese
lidstaten, bediscussieerd. Hierbij werd onder andere en met grote belangstelling uitgebreid
stilgestaan bij het onderzoek van TNO6 naar geschikte analysemethodes voor het bepalen van asbest in speelzand en de gezondheidskundige
risicobeoordeling uitgevoerd door RIVM7. Het nauwkeurig bepalen van (kleine hoeveelheden) asbest is van groot belang voor
het uitvoeren van een goede risicobeoordeling. Dit alles heeft geleid tot de publicatie
van de «Market surveillance notes on asbestos in toy sands»8 op de website van de Europese Commissie. Hierin is onder andere vastgelegd welke
analysemethoden bij voorkeur worden gebruikt voor het bepalen van asbest in speelzand,
zodat de resultaten tussen lidstaten beter vergelijkbaar zijn.
Daarnaast lopen op dit moment in verschillende landen nog onderzoeken naar de mate
waarin tijdens het spelen met speelzand asbestvezels kunnen vrijkomen (zie bijvoorbeeld
Asbest in Spielsand: Weitere Daten für Risikobewertung erforderlich – BfR9 en RAG_Risk Assessment_Asbestos_play sand_update June 202610). Deze gegevens worden gebruikt om met name de gezondheidskundige risicobeoordeling
verder te verfijnen.
Het kabinet heeft het RIVM gevraagd te adviseren over een passende aanscherping van
de grenswaarde. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek, zal worden bezien welke
vervolgstappen Nederland in Europees verband zal voorstellen.
Vraag 10
Deelt u inmiddels de mening dat zolang dit probleem niet bij de bron wordt aangepakt,
terugroepacties en waarschuwingen niet genoeg zijn, omdat verontreinigde producten
het land binnen zullen blijven komen, zoals eerder aan de orde gebracht in schriftelijke
vragen?11
Antwoord 10
Het kabinet onderschrijft dat het voorkomen dat verontreinigde producten op de markt
komen de voorkeur heeft boven het achteraf moeten ingrijpen. In feite wordt het probleem
nu al bij de bron aangepakt: de fabrikant (als deze binnen de EU is gevestigd) of
importeur (wanneer de fabrikant buiten de EU is gevestigd) mag alleen veilige producten
op de EU-makt brengen. Dit geldt van grondstof tot eindproduct en alles wat daar tussen
zit. De fabrikant of importeur zijn er verantwoordelijk voor dat producten voldoen
aan de geldende wettelijke eisen voordat deze op de markt worden gebracht en moeten
dit desgevraagd kunnen aantonen, met bijvoorbeeld certificaten. De NVWA houdt toezicht
op de naleving van deze verplichtingen en kan, wanneer marktdeelnemers niet aan de
wettelijke eisen voldoen, handhavend optreden. Tegelijkertijd kunnen door internationale
handelsstromen niet alle producten vooraf worden gecontroleerd. Daarom bestaat het
productveiligheidsstelsel uit een combinatie van bronverantwoordelijkheid, Europese
regelgeving, risicogericht markttoezicht en – indien nodig – maatregelen zoals waarschuwingen
en terugroepacties. Deze instrumenten vullen elkaar aan om risico's voor consumenten
zoveel mogelijk te beperken.
Ook het toezicht aan de buitengrenzen van de Europese Unie draagt hieraan bij. De
Douane voert hiervoor risicogerichte controles uit op goederen uit derde landen en
werkt hierbij nauw samen met de andere marktoezichthouders.
Daarnaast wordt met de nieuwe speelgoedverordening, die al deels van kracht is, vanaf
2030 een digitaal productpaspoort voor speelgoed geïntroduceerd. Hierin moet bijvoorbeeld
ook een conformiteitsverklaring worden toegevoegd. Dit maakt het voor toezichthouders
in de toekomst mogelijk om op grote schaal (automatisch) te controleren of producten
voldoen aan de Europese regelgeving en ondersteund daarmee effectiever toezicht.
Vraag 11
Welke stappen gaat u nemen om te voorkomen dat met asbest verontreinigd speelgoed
in de toekomst op de Nederlandse markt terecht komt en om het toezicht hierop te verbeteren?
Antwoord 11
De verantwoordelijkheid hiervoor is via wetgeving neergelegd bij producenten, importeurs
en distributeurs. Zij moeten ervoor zorgen dat producten die zij op de markt brengen
voldoen aan de veiligheidseisen. De NVWA houdt risicogericht toezicht op de veiligheid
van speelgoed en bepaalt als onafhankelijke toezichthouder waar de grootste risico's
liggen en hoe de beschikbare toezichtcapaciteit wordt ingezet. Naar aanleiding van
de bevindingen over asbest in speelzand is asbest opgenomen in het reguliere toezicht.
Dit betekent dat binnen het monsternameprogramma periodiek steekproeven worden uitgevoerd
om speelzand op de aanwezigheid van asbest te controleren. Wanneer daar aanleiding
toe bestaat, kan de NVWA handhavend optreden.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op grond van de REACH-verordening
op het verbod op handelingen met asbest en asbesthoudende producten. Wanneer signalen
of incidenten daartoe aanleiding geven, werken de betrokken toezichthouders samen
en worden passende maatregelen genomen. Daarnaast wordt voortdurend bezien of de beschikbare
toezichtinstrumenten en de informatiepositie voldoende aansluiten bij nieuwe risico’s,
waaronder risico’s die ontstaan door internationale handelsstromen. De Douane ondersteunt
het toezicht door risicogerichte controles uit te voeren op goederen die vanuit derde
landen worden ingevoerd.
Daarnaast wordt, zoals in vraag 10 aangegeven, de nieuwe Europese Speelgoedverordening
gefaseerd ingevoerd. Deze introduceert onder meer een digitaal productpaspoort voor
speelgoed, waardoor het voor toezichthouders eenvoudiger wordt om de conformiteit
van producten te controleren en niet-conforme producten sneller te signaleren.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.