Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Goudzwaard over het bericht ‘Rijkswaterstaat stopt met asfalteren in Noord-Nederland, want het geld is op’
Vragen van het lid Goudzwaard (JA21) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het artikel «Rijkswaterstaat stopt met asfalteren in Noord-Nederland, want het geld is op: radicaal besluit leidt tot geschokte reacties» (ingezonden 17 juni 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 18 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Rijkswaterstaat stopt met asfalteren in Noord-Nederland, want het geld is op: radicaal
besluit leidt tot geschokte reacties»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Was u vooraf op de hoogte van deze onderhoudsstop? Zo ja, waarom is niet eerder ingegrepen
om reeds geplande werkzaamheden te voltooien?
Antwoord 2
Ja, de tekorten op de instandhoudingsopgave maken onderdeel uit van de grote financiële
opgave op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds. Daarover is de Tweede Kamer op 16 maart
jl. geïnformeerd. Voor exploitatie en onderhoud moet Rijkswaterstaat scherpe keuzes
maken en werkzaamheden in tijd naar achteren schuiven om binnen de financiële kaders
te blijven voor 2026–2030. Het voorlopig stopzetten van de aanbesteding van het groot
onderhoud aan wegen in Groningen, Friesland en Drenthe in de jaren 2027–2028 is hier
een concreet voorbeeld van.
Het gaat hierbij om niet-acuut noodzakelijk onderhoud waarbij de veiligheid en bereikbaarheid
ook bij uitstel niet direct in het geding zijn. Het leidt daarbij ook niet tot snelheidsbeperkende
maatregelen of afsluitingen. Waar nodig worden aanvullende maatregelen genomen om
de verkeersveiligheid te blijven waarborgen.
Het verschuiven van werkzaamheden binnen de programmering is op zichzelf niet nieuw
en maakt deel uit van de reguliere uitvoeringspraktijk van Rijkswaterstaat. Werkzaamheden
kunnen bijvoorbeeld worden verschoven omdat zij gecombineerd kunnen worden met andere
projecten, vanwege beperkingen in de beschikbare uitvoeringscapaciteit of vanwege
de beschikbare financiële middelen.
In de brief van 16 maart jl. is tevens geconcludeerd dat de grote financiële opgaven
op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds het noodzakelijk maakt om over de volle breedte
van de opgaven, het MIRT en de fondsen te prioriteren (Kamerstuk 36 800 A, nr. 39). De uitgestelde werkzaamheden worden meegenomen in deze grote prioritering, waarvoor
in de brief van 19 juni jl. het afweegkader is gedeeld. Aan de hand hiervan zal middels
een transparant proces, in afstemming met de Kamer en de regio's worden geprioriteerd,
waarmee de basis van onze infrastructuur de komende jaren weer op orde wordt gebracht.
Vraag 3
Was u op de hoogte van het feit dat om dezelfde reden eerder ook al werkzaamheden
in de regio zijn geschrapt, zoals in het artikel te lezen is?
Antwoord 3
Naast het uitstellen van onderhoudswerkzaamheden in Noord-Nederland zijn geen andere
projecten in die regio om dezelfde reden uitgesteld. Wel is eerder dit jaar besloten
het geplande groot onderhoud aan de A12 naar een later moment te verschuiven.
Vraag 4
Was het de bedoeling dat ook projecten die zich zo dicht bij de uitvoeringsfase bevinden
(binnen twee jaar) opnieuw zouden worden beoordeeld, aangezien Rijkswaterstaat meldt
dat deze projecten ook worden meegenomen in de herprioritering?
Antwoord 4
Om binnen de financiële kaders voor de periode 2026–2030 te blijven, moet Rijkswaterstaat
scherpe keuzes maken in de programmering van werkzaamheden. Omdat dit geen lopend
project is, er sprake is van niet-acuut noodzakelijk onderhoud en de veiligheid en
bereikbaarheid niet in het geding zijn, is ervoor gekozen de aanbesteding van de preventieve
onderhoudswerkzaamheden die voor 2027 en 2028 waren voorzien, niet voort te zetten.
Vraag 5
Vindt u het evenwichtig dat de onderhoudsstop aan het wegennet disproportioneel het
noorden treft, een regio waar minder openbaar vervoer beschikbaar is?
Antwoord 5
Rijkswaterstaat moet prioriteiten stellen, om binnen de financiële kaders voor 2026–2030
te blijven. Daarom wordt kritisch gekeken naar al het werk wat nog niet verplicht
is en wordt continu de vraag gesteld: moet dit werk echt nu of kan dit ook later?
Deze vraag speelt ook in andere delen van het land. Op basis van het afweegkader zullen
alle werkzaamheden worden getoetst aan de met de Tweede Kamer besproken criteria.
Noodzakelijk acuut onderhoud wordt overigens overal in het land wel uitgevoerd, zodat
de veiligheid en bereikbaarheid op het Hoofdwegennet (HWN) geborgd blijven. Tegelijkertijd
wordt er ook in Noord-Nederland dit jaar, net als vorig jaar, veel groot onderhoud
aan de wegen uitgevoerd.
Vraag 6
Zo nee, hoe verklaart u dat deze onderhoudsstop zich zo concentreert in dit deel van
het land?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Wat is de economische impact van de onderhoudsstop op de economie van Noord-Nederland
en op het handelsverkeer?
Antwoord 7
Het voorlopig stopzetten van de aanbesteding van het groot onderhoud aan wegen in
Groningen, Friesland en Drenthe in de jaren 2027–2028 heeft geen effect op de verkeersveiligheid
en de beschikbaarheid van het netwerk voor economisch verkeer.
Rijkswaterstaat blijft vanzelfsprekend de noodzakelijke maatregelen treffen om de
veiligheid en bereikbaarheid te garanderen. Voor de lange termijn zullen via toetsing
aan het afweegkader nog prioriteiten moeten worden gesteld.
Vraag 8
Wat betekent deze onderhoudsstop in Noord-Nederland voor het goederenvervoer richting
Noord-Duitsland en Denemarken?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 9
Hoe rijmt u de hoge opbrengsten uit belastingen en heffingen voor weggebruikers, zoals
de motorrijtuigenbelasting, accijnzen en andere heffingen, met het beperkte budget
voor het meest basale onderhoud?
Antwoord 9
De belastingen gaan naar de Algemene middelen. De overheid zet deze middelen vervolgens
in voor collectieve voorzieningen in Nederland, waaronder de infrastructuur. Met deze
middelen wordt jaarlijks onder andere fors geïnvesteerd in de Nederlandse infrastructuur
via het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. Zo investeert het kabinet incidenteel
€ 7 miljard en structureel € 0,5 miljard extra in onder andere instandhouding. Mede
daardoor beschikt Nederland over een sterk en goed functionerend netwerk van wegen,
vaarwegen, bruggen, tunnels en waterwerken. Tegelijkertijd bereikt een groot deel
van deze infrastructuur, die in de jaren zestig en zeventig is aangelegd, het einde
van de technische levensduur. Om de infrastructuur ook in de toekomst veilig, betrouwbaar
en beschikbaar te houden, zijn daarom extra investeringen in instandhouding nodig.
Daarnaast is het nodig om te prioriteren.
Vraag 10
Is het te verwachten dat dergelijke onderhoudsstops zich ook zullen voordoen in Oost-,
Zuid-, West- of Midden-Nederland?
Antwoord 10
Op basis van de aangekondigde brede prioritering wordt vastgesteld hoe de programmering
voor de komende jaren eruit komt te zien. Met deze prioritering willen we de basis
van onze infrastructuur weer op orde te brengen en beschikbare middelen zo doelmatig
mogelijk inzetten.
De veiligheid is door het uitstellen van het onderhoud niet in het geding en er is
daarom geen sprake van snelheidsverlagende maatregelen en afsluitingen. Daar waar
de veiligheid wel in het geding is neemt Rijkswaterstaat altijd de noodzakelijke maatregelen.
De werkzaamheden die in uitvoering zijn gaan gewoon door.
Vraag 11
Heeft u zicht op de onderhoudsopgave bij provincies, aangezien N-wegen ook deel uitmaken
van deze onderhoudsstop? Zo ja, kan u deze toelichten?
Antwoord 11
De onderhoudsopgave van provincies en gemeenten valt onder hun eigen verantwoordelijkheid.
Ook zij staan voor aanzienlijke uitdagingen op het gebied van beheer en onderhoud
en vernieuwing. Ik blijf daarom goed met provincies en gemeenten in gesprek, mede
ook omdat de uitkomsten van de prioritering gevolgen zullen hebben voor hun netwerken.
Deze gesprekken zal ik blijven voeren, onder meer bij bestuurlijke overleggen MIRT
die in het najaar van 2026 plaatsvinden.
Daarnaast stemmen Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten de planning en uitvoering
van werkzaamheden op hoofd- en onderliggende netwerken zoveel mogelijk op elkaar af,
zodat de bereikbaarheid gewaarborgd blijft en hinder voor gebruikers wordt beperkt.
Vraag 12
In hoeverre speelt bij provincies een vergelijkbaar tekort voor de onderhoudsopgave
als bij het Rijk?
Antwoord 12
Zie het antwoord op vraag 11.
Vraag 13
Welke impact heeft deze onderhoudsstop op het aankomende afwegingskader voor de prioritering
van infrastructuurprojecten?
Antwoord 13
Binnen de huidige financiële kaders is het noodzakelijk om onderhoudsmaatregelen zorgvuldig
te prioriteren en waar nodig te faseren. Het geheel aan exploitatie en onderhoud inclusief
uitgestelde werkzaamheden wordt meegenomen in deze prioritering op basis van het met
de Tweede Kamer besproken afweegkader. In september zal ik de Kamer informeren over
de uitwerking van het afweegkader. Deze uitwerking zal vervolgens met de Kamer en
de regio’s worden besproken. De keuzes die hieruit voortvloeien worden in de Voorjaarsnota
2027 verwerkt.
Toelichting
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid De Hoop (PRO),
ingezonden 11 juni 2026 (vraagnummer 2026Z12774)
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.