Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over uitkomsten van het rapport van accountantsbureau BDO
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Staatssecretarissen van Financiën over uitkomsten van het rapport van accountantsbureau BDO. (ingezonden 24 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretarissen Eerenberg en Palmen (Financiën) (ontvangen 18 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van Trouw op 20 juli 2026: «Rapport weerspreekt «toevallige
vondst» datakluis, ministerie ontkent kwade trouw1»?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met het artikel van Trouw op 21 juli 2026: «Woede over verzwegen datakluis:
«Wat is een parlementaire enquête nog waard2»»?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Het accountantskantoor BDO concludeert in zijn rapport dat de Belastingdienst onterecht
de datakluis met miljoenen documenten over haar eigen fraudeaanpak buiten het zicht
heeft gehouden van het parlement en toezichthouders. Wat vindt u hiervan?
Antwoord 3
Het BDO-rapport laat zien dat op basis van de uitgangspunten die zijn vastgesteld
voor de levering van informatie aan de PEFD in 2022, de datakluis in de zoekslag betrokken
had moeten zijn. Aangezien op dit moment nog niet duidelijk is wat de inhoud van de
documenten in de datakluis is, is nu nog onduidelijk of deze documenten vervolgens
relevant zijn om daadwerkelijk aan te leveren aan de PEFD. Het heeft onze prioriteit
om op kortst mogelijk termijn op zorgvuldige wijze inzicht te geven in de exacte inhoud
van de datakluis.
Vraag 4
In het artikel van 20 juli is vermeld dat u er «op dit moment» niet van uitgaat dat
er opzettelijk informatie is achtergehouden. Waarop baseert u dit uitgangspunt?
Antwoord 4
De inrichting van de datakluis is, zoals het BDO-rapport ook beschrijft, voortgekomen
uit achterstand op het gebied van archiefbeheer en de AVG die tot deze als tijdelijk
bedoelde oplossing hebben geleid. In het rapport komen geen aanwijzingen naar voren
dat bij de levering aan de PEFD, of in andere onderzoeken, de datakluis bewust buiten
beschouwing is gebleven met de bedoeling informatie achter te houden.
Vraag 5
Uit het onderzoek van BDO blijkt dat de ambtelijke top deze afgeschermde kluis in
liet 2019 maken voor alle documenten die niet aan de nieuwe privacywet (AVG) voldeden,
om zo een hoge boete van de Autoriteit Persoonsgegevens te ontlopen. Wat vindt u van
deze keuze van uw voorgangers? Heeft u er tijdens uw periode als bewindspersoon ook
voor gekozen om een afgeschermde kluis op te zetten? Zo ja, wanneer?
Antwoord 5
Onze voorgangers hebben gehandeld met de inzichten en mogelijkheden die destijds beschikbaar
waren. In onze periode zijn wij niet voor een dergelijke keuze komen te staan.
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat dit wel zeer sterk de indruk wekt dat de ambtelijke top
deze documenten – waar tevens onbewerkte brondata in zaten van discriminerende fraudelijsten
– bewust heeft willen verbergen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Wij delen deze indruk niet. Het BDO-rapport noch de tijdlijn bevat aanwijzingen dat
de datakluis bewust niet is betrokken in eerdere informatievoorziening met de bedoeling
om informatie achter te houden. De datakluis is indertijd als tijdelijke maatregel
ingericht, met de bedoeling om de documenten in de kluis volgens geldende regels voor
archiefbeheer te ordenen en te archiveren. Er is op dit moment geen zicht op de inhoud
van de bestanden die in de datakluis zitten en veilig zijn gesteld van vernietiging.
Wel laat het BDO-rapport wat ons betreft zien dat de Belastingdienst te maken had
met verouderde systemen, veel achterstallig werk, processen die niet goed werkten
en onvoldoende op orde waren en dat er onvoldoende sensitief werd gewerkt.
Vraag 7
Klopt het dat ambtenaren hebben gewaarschuwd? Klopt het dat deze waarschuwingen in
de wind zijn geslagen? Kunt u alle onderliggende stukken die betrekking hebben op
dit besluit naar de Kamer sturen?
Antwoord 7
Het klopt dat een medewerker van de Belastingdienst in juni 2022 in het kader van
de PEFD tweemaal heeft gevraagd hoe wordt omgegaan met de datakluis. De laatste mail
is opgenomen in de bijlage bij de kamerbrief van 10 juli 2026. Voor een volledig beeld
treft u ook de eerste e-mail als bijlage bij deze beantwoording.
Uit het rapport van BDO blijkt dat er signalen zijn geweest over het bestaan van de
datakluis. Dit zijn dezelfde signalen als waarvan ik in het voorgaande antwoord aangaf,
dat het BDO-rapport noch de tijdlijn aanwijzingen bevat dat de datakluis bewust niet
is betrokken in eerdere informatievoorziening met de bedoeling om informatie achter
te houden. BDO beveelt aan om onderzoek te doen naar signalen in het proces van informatievoorziening.
In onze brief van 10 juli 2026 hebben wij genoemd dat wij deze aanbeveling onverkort
overnemen. Wij willen deze signalen onafhankelijk onderzoeken, door het onderzoek
en het opdrachtgeverschap daarvan, onafhankelijk te organiseren. Daarmee gaan we ervan
uit dat we dit overzicht van signalen op een later moment aan uw Kamer kunnen verstrekken.
Vraag 8
Ook blijkt dat er informatie van ouders in de kluis is gestopt omdat deze niet mocht
worden gebruikt volgens de AVG. Wat vindt u hiervan?
Antwoord 8
Er zijn in dit stadium geen conclusies te trekken, omdat de inhoud van de datakluis
nog wordt onderzocht. De datakluis werd gevuld met data afkomstig van netwerkschijven.
Deze netwerkschijven betroffen een gedeelde werkomgeving waarop meerdere medewerkers
bestanden kunnen opslaan en openen. Deze schijf bevat verschillende type documenten,
zoals Word- en PDFdocumenten en PowerPointpresentaties. Deze schijf kan documenten
bevatten die ongestructureerd zijn opgeslagen of waarvan de status niet te achterhalen
is. De datakluis is niet gevuld vanuit de primair proces systemen. In primair proces
systemen zijn fiscale- en toeslaggegevens van burgers en bedrijven opgeslagen. Er
kan echter niet uitgesloten worden dat data uit een primair proces systeem is opgeslagen
op een netwerkschijf en zodoende ook of als kopie alsnog in de datakluis terecht is
gekomen.
Vraag 9
Hoe kijkt u terug op uw eerdere verklaringen in mei, toen u verklaarde dat de datakluis
«bij toeval» was ontdekt tijdens een opschoningsactie van de harde schijf? De documenten
waren volgens u door een «technische fout in de zoeksoftware» ook onvindbaar geworden.
Staat u nog steeds achter deze woorden, ondanks het feit dat het BDO-rapport dit tegenspreekt?
Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Ik herken niet dat in mei 2026 door mij is gezegd dat de datakluis «bij toeval» is
ontdekt. Ik verwijs hiervoor naar de handelingen van het twee minutendebat van 16 april
2026 met uw Kamer.
Vraag 10
In 2017 waarschuwde Sandra Palmen als toenmalige Belastingdienst-jurist dat de fiscus
intern onrechtmatig handelde bij ouders met kinderopvangtoeslag. Hoe kijkt u naar
uw eigen handelen in uw huidige rol als Staatssecretaris ten aanzien van dit onrechtmatig
handelen?
Antwoord 10
Zoals ook al in de brief van 15 april 2026 aangegeven, betreuren wij ten zeerste dat
mogelijk documenten in de datakluis die relevant zouden zijn geweest voor de PEFD
en andere informatieverzoeken niet eerder aan de Kamer verstrekt.
Wij realiseren ons ook ten volle dat het bekend worden van de datakluis opnieuw gevoelens
oproept bij burgers, waaronder toeslagenouders en ondernemers die onrecht werd aangedaan
door een eerdere handelwijze van de Belastingdienst. Hen willen wij zo snel mogelijk
duidelijkheid geven over de informatie in de datakluis.
Wij vinden het van groot belang om de Kamer (en ouders) tijdig, juist en volledig
te informeren, maar ook te kijken naar overheidshandelen en perspectief te bieden.
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat het achterhouden van informatie over de fraudeaanpak raakt
aan het vertrouwen van mensen in de overheid? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Het vertrouwen van mensen in de overheid is gebaat bij een overheid die open en transparant
handelt. Het achterhouden van informatie kan afbreuk doen aan dat vertrouwen. Het
uitgangspunt blijft dat de regering tijdig, volledig en juist informeert en transparant
communiceert over de afwegingen die daarbij worden gemaakt.
Dat er mogelijk relevante informatie in de datakluis in de afgelopen jaren niet is
doorzocht bij leveringen van informatie aan onder andere de PEFD en daarmee uw Kamer,
betreuren wij zeer. Met onze brief van 10 juli 2026 geven wij aan hoe relevante bestanden
uit de datakluis zo snel, transparant en zorgvuldig mogelijk alsnog aan uw Kamer en
aan burgers en bedrijven kunnen worden geleverd.
Vraag 12
Het onderzoek geeft aan dat het Ministerie van Financiën al zes jaar aangaf dat de
originele e-mails, spreadsheets en fraudelijsten (RAM, FSV en PIT) niet meer bestaan.
Maar in de datakluis blijken nu zelfs de onbewerkte, historische brondata te zitten
van de discriminerende selectiecriteria die de Belastingdienst gebruikte. Deze data
werden zonder wettelijke basis, dus illegaal, gedeeld met andere overheidsinstanties
en particuliere organisaties, zoals banken. Deelt u deze analyse? Zo ja, waarom? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 12
Zoals aangegeven in het BDO-rapport is er een overzicht van de mappenstructuur van
de datakluis. Er is echter nog geen volledige inventarislijst van de inhoud van de
datakluis, omdat de datakluis nog niet volledig is geïndexeerd. Deze indexatie wordt
op dit moment nog uitgevoerd. Na indexatie zal een inventarislijst worden opgesteld.
Ook is nog onbekend of data uit de datakluis zijn gedeeld met andere partijen.
Of de door u genoemde informatie daadwerkelijk in de datakluis zit, zal moeten blijken
uit de 3-sporen aanpak zoals we die in de Kamerbrief van 10 juli 2026 op hoofdlijnen
hebben geschetst.
Vraag 13
Weet u welke straf er staat op het achterhouden van informatie voor een parlementair
ondervragingscommissie en een parlementaire enquête?
Antwoord 13
In artikel 192a van het Wetboek van Strafrecht is het opzettelijk niet voldoen aan
een vordering tot inzage of het nemen van afschrift van documenten door een parlementaire
enquêtecommissie strafbaar gesteld met een gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden
of een geldboete van de tweede categorie.
Vraag 14
Wat vindt u ervan dat er op het Toeslagendossier een patroon is van informatie achterhouden
voor de Kamer? Welke stappen gaat u zetten om dit patroon te doorbreken?
Antwoord 14
De informatiehuishouding van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen was niet op orde
en is dat momenteel ook nog niet volledig. Er zijn inmiddels diverse maatregelen genomen
om hier verbeteringen in te realiseren. Denk hierbij aan bewustwording binnen deze
diensten over de juiste manier van omgaan met informatie, betere ICT ondersteuning
voor document- en archiefbeheer en regelmatige beoordelingen van ontwikkelingen rondom
informatiehuishouding en zo nodig aanpassing van processen. Met het programma Informatie
op Orde worden de Wet open overheid en de Archiefwet verder geïmplementeerd bij de
Belastingdienst. Het streven is om de informatiehuis-houding bij de Belastingdienst
per 2026 naar een hoger volwassenheidsniveau te brengen.
Vraag 15
Wat zijn volgens u de regels rondom het vertrekken van informatie aan de Kamer? Bent
u het ermee eens dat het achterhouden van deze informatie het de Kamer onmogelijk
maakt haar controlerende taak uit te voeren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 15
In artikel 68 van de Grondwet is de inlichtingenplicht opgenomen. Naast een passieve
inlichtingenplicht wordt ook een actieve inlichtingenplicht onderscheiden. Wij zijn
ons terdege bewust van deze inlichtingenplicht en daarom is het te allen tijde ons
streven om daaraan te voldoen. Juist ook omdat de inlichtingenplicht voortvloeit uit
de verantwoordingsplicht voor Ministers en Staatssecretarissen die in het parlementaire
stelsel ligt besloten. Als blijkt dat inlichtingen ten onrechte (toch) niet aan uw
Kamer zijn verstrekt, dan zal dat alsnog gebeuren. Het tijdig, juist en volledig informeren
van uw Kamer staat voor ons voorop.
Vraag 16
Hoe reflecteert u op uw eigen handelen in dit dossier het afgelopen jaar?
Antwoord 16
Het afgelopen jaar is ingezet op het zorgvuldig voortzetten van de hersteloperatie
kinderopvangtoeslagaffaire, de informatievoorziening aan ouders en aan uw Kamer verder
te verbeteren en knelpunten waar mogelijk weg te nemen.
Zoals ook al in de brief van 15 april 2026 aangegeven, betreuren wij ten zeerste dat
mogelijk documenten in de datakluis die relevant zouden zijn geweest voor de PEFD
en andere informatieverzoeken niet eerder aan de Kamer verstrekt.
Wij realiseren ons ook ten volle dat het bekend worden van de datakluis opnieuw gevoelens
oproept bij burgers, waaronder toeslagenouders en ondernemers die onrecht werd aangedaan
door een eerdere handelwijze van de Belastingdienst. Hen willen wij zo snel mogelijk
duidelijkheid geven over de informatie in de datakluis.
Wij vinden het van groot belang om de Kamer (en ouders) tijdig, juist en volledig
te informeren, maar ook te kijken naar overheidshandelen en perspectief te bieden.
Vraag 17
Welke gevoelens roept het bij u op dat ouders tot in de miniemste details informatie
verstrekken, terwijl de Belastingdienst zelf een kluis met 64 miljoen documenten verborgen
heeft gehouden? En welke gevoelens roept dit volgens u op bij deze ouders?
Antwoord 17
Het is begrijpelijk dat de berichtgeving over de datakluis ouders raakt en mijn aandacht
gaat altijd uit naar de getroffen ouders. Daarom wordt er blijvend ingezet op een
zorgvuldige en volledige afhandeling van informatieverzoeken en het verbeteren van
de informatiehuishouding. Het uitgangspunt is en blijft dat ouders recht hebben op
een zo volledig mogelijke inzage in de informatie die op hun situatie betrekking heeft,
binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders. Daarbij willen wij benadrukken dat
herstel- en compensatiekaders worden gevormd door gebeurtenissen en gevoelens uit
iemands levens. Dit staat niet in documenten. De hersteloperatie gaat uit van het
verhaal van ouders. Het in de vraagstelling gesuggereerde beeld dat ouders «tot in
de minieme details» informatie moeten verstrekken wordt niet herkend.
Vraag 18
Wilt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 18
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Mede ondertekenaar
S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.