Schriftelijke vragen : Het delen van gevoelige persoonsgegevens tussen Europol en de Israëlische politie
Vragen van de leden Mutluer en Piri (beiden PRO) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Buitenlandse Zaken over het delen van gevoelige persoonsgegevens tussen Europol en de Israëlische politie (ingezonden 18 augustus 2026).
Vraag 1
Kent u het bericht «Europese politiedienst Europol wil data delen met Israël»?1
Vraag 2
Waarom onderhandelt de Europese Commissie met Israël om dat land toegang te geven
tot data van de Europese politiedienst Europol?
Vraag 3
Worden er op dit moment politiegegevens tussen Nederland en Israël uitgewisseld? Zo
ja, wat is de aard en de omvang daarvan en hoe wordt voorkomen dat deze gegevens worden
misbruikt voor onrechtmatige doeleinden?
Vraag 4
Kan Israël de uit te wisselen gegevens gebruiken «als inlichtingen ter ondersteuning
van beslissingen om Palestijnen aan te vallen en te doden» of kunnen die gegevens
eraan bijdragen dat mensen van hun vrijheid worden beroofd en worden «onderworpen
aan systematische mishandeling onder helse omstandigheden in detentie»? Zo ja, deelt
u dan de mening dat dit meer dan genoeg redenen zijn om af te zien van het uitwisselen
van die gegevens? Zo nee, waarom kan dat niet en welke garanties kunt u daar voor
geven?
Vraag 5
Kunt u aangeven wat na het tekenen van een conceptovereenkomst de ontwikkelingen over
gegevensuitwisseling tussen Europol en Israël zijn geweest, welke juridische en inhoudelijke
bezwaren er leven? Wat is de stand van zaken op dit moment?
Vraag 6
Gaat u in Europees verband uw zorgen uiten over de plannen dat Europol gegevens met
Israëlische autoriteiten zou gaan uitwisselen dan wel deze uitwisseling voorkomen?
Zo ja, wanneer en op welke wijze gaat u dat doen? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Songül Mutluer, Kamerlid -
Medeindiener
Kati Piri, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.