Schriftelijke vragen : Het feit dat het in Nederland toegestaan is om katten dood te schieten
Vragen van het lid Kostic (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het feit dat het in Nederland toegestaan is om katten dood te schieten (ingezonden 14 augustus 2026).
Vraag 1
Heeft u het bericht gelezen dat dierenorganisaties samen een petitie zijn gestart
«Stop het doodschieten van katten»?1
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat het in Friesland, als enige provincie in Nederland, al jaren
aan jagers is toegestaan om (zwerf)katten af te schieten en dat dit nu ook in Overijssel
wordt overwogen?
Vraag 3
Kunt u aangeven hoeveel (zwerf)katten de laatste vijf jaar in Friesland zijn doodgeschoten,
uitgesplitst naar jaar en hoeveel geld daaraan is besteed?
Vraag 4
Klopt het dat de bescherming van weidevogels de reden is die zowel Friesland als Overijssel
aanvoeren om het afschieten van (zwerf)katten toe te staan, respectievelijk te overwegen?
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat ondanks het feit dat katten in Friesland al jaren worden afgeschoten,
de stand van de weidevogels zorgwekkend slecht is in Friesland?
Vraag 6
Onderschrijft u de analyse van onder meer de Vogelbescherming dat predatie niet de
belangrijkste oorzaak is van de achteruitgang van weidevogels, maar dat het verdwijnen
van geschikt leefgebied door onder andere het steeds intensievere gebruik van landbouwgrond
dat wel is?2 Zo nee, waarom niet en op welke wetenschappelijk consensus baseert u uw mening?
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat uit onderzoek in opdracht van uw eigen ministerie uit 2023 blijkt
dat het doden en afschieten van buiten lopende katten een «discutabel» effect heeft
op het dierenwelzijn?3
Vraag 8
Erkent u dat het afschieten van katten ernstig dierenleed kan veroorzaken, bijvoorbeeld
doordat dieren worden geschoten en niet (direct) sterven, maar gewond wegvluchten?
Wordt hierop toezicht gehouden en zo ja, hoe precies in praktijk en met welke frequentie
en capaciteit?
Vraag 9
Bent u bekend met het TNRC-project dat de afgelopen jaren in Utrecht heeft gelopen,
waarbij is vastgesteld dat 86 procent van de gevangen (zwerf)katten een voor het dier
verantwoordelijke verzorger bleek te hebben?4
Vraag 10
Deelt u de zorg dat bij het toestaan van afschot van katten de kans groot is dat katten
die een verzorger hebben ook worden gedood?
Vraag 11
Hoe kan een jager op afstand met honderd procent zekerheid vaststellen of een kat
een verwilderde kat zonder verzorger betreft, dan wel een (verdwaalde) huis- of boerderijkat
die wél een eigenaar heeft?
Vraag 12
Kunt u zich voorstellen dat het voor de verzorger van een kat hartverscheurend is
als blijkt dat diens kat is doodgeschoten door een jager, die de kat voor een zwerfkat
aanzag?
Vraag 13
Vindt u het uit te leggen aan verzorgers van katten dat het in Nederland toegestaan
is om katten af te schieten? Zo ja, hoe zou u dit uitleggen aan een kind dat zich
thuis zorgen maakt wanneer diens kat in het buitengebied rondwandelt?
Vraag 14
Deelt u de conclusie uit het meerjarige TNRC-onderzoek in Utrecht, dat deze aanpak
effectief is in het terugdringen van het aantal zwerfkatten, zonder dat daarbij dieren
hoeven te worden gedood? Zo nee, op welk onderzoek baseert u dat?
Vraag 15
Erkent u dat het afschieten van katten het aantal zwerfkatten niet blijvend terugdringt,
onder meer doordat vrijgekomen leefgebied opnieuw wordt bevolkt en dat een gerichte
TNRC-aanpak op de langere termijn effectiever is? Zo nee, waarom niet en op welke
wetenschappelijk consensus baseert u zich?
Vraag 16
Bent u het eens dat het ongeloofwaardig is om in Nederland toe te staan dat (zwerf)katten
worden gedood, terwijl onlangs nog de motie-Kostic (Kamerstuk 28 286, nr. 1417) is aangenomen waarin de regering wordt opgeroepen in gesprek te gaan met de FIFA
en Marokko om het doden van straathonden vanwege het wereldkampioenschap voetbal in
2030 te voorkomen? Hoe legt u uit dat we nu in Nederland verder terug dreigen te vallen
op het doden van zwerfdieren?
Vraag 17
Bent u al begonnen met uitvoering van de aangenomen motie-Den Hollander/Kostic (Kamerstuk
36 800-XIV, nr. 52) om in samenwerking met provincies binnen het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
(ANLb) een pilot te starten van maximaal drie jaar in ten minste één provincie, waarbij
het verstrekken van subsidies voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer gericht op
weidevogels afhankelijk kan worden gesteld van het aantoonbaar laten castreren van
vrij rondlopende katten die worden gehouden op het agrarisch erf waarop de subsidie
betrekking heeft? Wat is de status hiervan? Bent u bereid om de provincie Overijssel
op deze alternatieve mogelijkheid te wijzen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 18
Welke concrete wettelijke basis (graag verwijzing naar betreffende wetsartikelen)
hebben provincies om over te gaan tot het doden en afschieten van (zwerf)katten?
Vraag 19
Hebben provincies de verplichting om eerst te kijken naar diervriendelijke opties,
zoals de TNRC-methode, voor afname van de zwerfkattenpopulatie? Vindt u dat hier in
Overijssel voldoende naar is gekeken? Zo ja, op basis waarvan concludeert u dat?
Vraag 20
Acht u het wenselijk als meer provincies besluiten om toe te staan dat katten worden
doodgeschoten? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 21
Bent u bereid om met de provincies Friesland en Overijssel in gesprek te gaan over
de risico’s van afschot voor huiskatten en bij hen erop aan te dringen om voor een
diervriendelijke aanpak, zoals TNRC, te kiezen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 22
Bent u bereid te komen tot een landelijk verbod op het afschieten van katten, zodat
deze praktijk in geen enkele provincie meer mogelijk is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 23
Bent u het eens met wetenschappers dat onder andere het minderen van hoeveelheden
pesticidengebruik een veel effectievere manier is om weidevogels te beschermen?5 Zo nee, welk wetenschappelijk bewijs heeft u hiervoor?
Vraag 24
Bent u bereid dit wetenschappelijke onderzoek te delen met Overijssel en andere provincies
in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Vraag 25
Kunt u deze vragen één voor één binnen de vaste termijn beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.