Schriftelijke vragen : Het door Israël insluiten van Palestijnen in Gaza met een aarden wal
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het door Israël insluiten van Palestijnen in Gaza met een aarden wal (ingezonden 14 augustus 2026).
Vraag 1
Heeft u het NRC-artikel «Israël bouwt een aarden wal en omsluit en controleert hiermee de bevolking van Gaza.
Dat is in strijd met het internationaal recht» van 6 augustus 2026 en de eerdere berichtgeving van Associated Press, waarin op basis
van satellietbeelden wordt beschreven dat Israël langs de zogenoemde Gele Lijn een
meer dan 23 kilometer lange aarden wal aanlegt gelezen?1
Vraag 2
Heeft u gezien dat de Israëlische premier Netanyahu heeft aangegeven «nooit een Palestijnse
staat te accepteren in Gaza of de Westelijke Jordaanoever zolang hij premier is» en
«niet van plan is het Israëlische Defensieleger terug te trekken uit Gaza totdat Hamas
volledig ontwapend is»?2 Wat vindt u van deze uitspraken?
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat deze aarden wal zich inmiddels over tientallen kilometers uitstrekt,
Gaza verder opdeelt en de bewegingsvrijheid van de Palestijnse bevolking nog verder
beperkt? Wordt dit door de Nederlandse regering gemonitord? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Bent u bereid bij uw Israëlische collega en de Israëlische ambassadeur onmiddellijk
duidelijk te maken dat deze aarden wal meteen weer moet worden afgebroken? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat de Gele Lijn in oktober 2025 in eerste instantie werd gepresenteerd
als een tijdelijke militaire terugtrekkingslijn, in afwachting van verdere Israëlische
terugtrekking uit Gaza? Wat vindt u ervan dat Israël helemaal niet van plan is zich
terug te trekken?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de aanleg van een grootschalige fysieke barrière en bijbehorende
militaire infrastructuur langs deze tijdelijke lijn? Vindt u dergelijke (semi-)permanente
infrastructuur in bezet gebied verenigbaar met het tijdelijke karakter van een bezetting
en met andere relevante regels van internationaal recht? Zo ja, op welke juridische
gronden? Zo nee, welke rechtsregels worden volgens u geschonden?
Vraag 7
Heeft Israël tegenover Nederland of de Europese Unie toegelicht of deze barrière en
bijbehorende infrastructuur tijdelijk dan wel permanent bedoeld is? Zo nee, bent u
bereid expliciet aan Israël opheldering hierover te vragen en de Kamer daarover te
informeren? Hoe verhoudt de aanleg van deze fysieke barrière zich volgens u tot het
advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, waarin werd vastgesteld
dat Israëls onrechtmatige aanwezigheid in het bezette Palestijnse gebied zo spoedig
mogelijk moet worden beëindigd?
Vraag 8
Vindt u de juridische beoordeling van het Internationaal Gerechtshof in zijn Advisory
Opinion van 9 juli 2004 over de Muur op de Westelijke Jordaanoever leidend voor de
Nederlandse en Europese beoordeling van deze nieuwe fysieke barrière in Gaza? Zo ja,
op welke punten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat in het advies van 2004 niet alleen de fysieke constructie
zelf centraal stond, maar vooral de gevolgen daarvan voor onder meer zelfbestuur (territoriale
integriteit), bewegingsvrijheid, toegang tot land en de uitoefening van het Palestijnse
recht op zelfbeschikking? Welke betekenis heeft dat volgens u als u het advies van
toen toepast op de huidige situatie in Gaza?
Vraag 10
Welke concrete gevolgen verbindt het kabinet aan de aanleg van deze barrière en infrastructuur
voor de uitvoering van de verplichtingen van Nederland zoals geformuleerd door het
Internationaal Gerechtshof op 19 juli 2024?
Vraag 11
Deelt u de enorme zorg dat deze barrière en de bijbehorende militaire zones kunnen
bijdragen aan feitelijke annexatie, gedwongen verplaatsing, territoriale fragmentatie,
genocide en langdurige opsluiting van de Palestijnse bevolking in een steeds kleiner
deel van Gaza? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Welke gevolgen verwacht het kabinet voor de bewegingsvrijheid van Palestijnen, de
toegang tot landbouwgrond, de terugkeer naar woonplaatsen, humanitaire hulp en de
wederopbouw van Gaza? Klopt het dat Israël inmiddels circa zestig procent van de Gazastrook
onder militaire controle heeft en deze controle verder uitbreidt? Welke gegevens en
bronnen hanteert het kabinet zelf?
Vraag 13
Bent u bereid de Israëlische ambassadeur te ontbieden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Is Nederland bereid extra nationale sancties te nemen om te voorkomen dat Israël deze
vorm van territoriale controle, gebiedsverwerving en fragmentatie van Gaza voortzet?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Bent u bereid meer geld vrij te maken voor steun aan de Palestijnse bevolking? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 16
Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat Nederlandse overheidsinstanties,
bedrijven, financiële instellingen of andere Nederlandse actoren bijdragen aan de
instandhouding van een mogelijk onrechtmatige territoriale situatie in Gaza?
Vraag 17
Hoe verhoudt het huidige Nederlandse beleid zich tot de verplichtingen van derde staten
zoals geformuleerd in de Advisory Opinions van het Internationaal Gerechtshof uit
2004 en 2024? Kunt u daarbij specifiek ingaan op de verplichtingen tot niet-erkenning,
niet-bijstand en samenwerking om de onrechtmatige situatie te beëindigen? Kunt u uitsluiten
dat Nederland, direct of indirect, erkenning, hulp of bijstand verleent aan een situatie
waarin een aanzienlijk deel van Gaza blijvend onder Israëlische controle wordt gebracht?
Hoe waarborgt het kabinet in dit verband de Nederlandse verplichtingen tot niet-erkenning
en niet-bijstand?
Vraag 18
Bent u nu wel bereid om als Nederlandse regering, samen met talloze wetenschappers,
humanitaire organisaties en de VN, expliciet uit te spreken dat Israël genocide pleegt
op de Palestijnen in Gaza? Zo ja, wanneer en hoe maakt u dit kenbaar aan de Israëlische
regering en kunt u hier de Kamer over informeren? Zo nee, waarom blijft u daar omheen
draaien?
Vraag 19
Bent u nu wel bereid om als Nederlandse regering om, in het actuele belang van de
territoriale soevereiniteit van de Palestijnen, samen met al zo’n 150 landen wereldwijd
(o.a. Frankrijk, Spanje, België, Noorwegen, Canada, Oekraïne, Ierland en Zweden),
de Palestijnse staat te erkennen? Zo nee, waarom blijft u daar omheen draaien?
Vraag 20
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.