Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over het uitzetten van het stroomnet in Brabant vanwege overbelasting en netcongestie
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei over het uitzetten van het stroomnet in Brabant vanwege overbelasting en netcongestie (ingezonden 7 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris De Bat (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 13 augustus
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2613.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel: «Buitenlandse bedrijven mijden Nederland door dreiging
netcongestie»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het tijdelijk afschakelen van delen van het stroomnet?
Antwoord 2
Na vernomen te hebben dat netbeheerder Enexis zich genoodzaakt zag over te gaan tot
het tijdelijk afschakelen van ongeveer 18.000 klanten in en nabij Tilburg, is direct
contact gelegd met de netbeheerder om goed geïnformeerd te worden over de situatie.
Een stroomstoring is altijd een vervelende situatie voor de getroffen huishoudens
en bedrijven. Hoewel later is gebleken dat de aanleiding een foutieve meetweergave
was (zie het antwoord op vraag 3), hebben de medewerkers van Enexis, met beperkte
tijd en informatie op dat moment, juist gehandeld. Daarbij is het indrukwekkend dat
Enexis bij 17.900 klanten de stroom binnen een kwartier heeft hersteld en bij de laatste
90 getroffen klanten binnen 40 minuten.
Vraag 3
Is de exacte oorzaak van deze situatie inmiddels bij u bekend? Zo ja, wat is deze
oorzaak? Zo nee, bent u bereid dit nader te laten uitzoeken en de Kamer hierover alsnog
te informeren?
Antwoord 3
Ja, de oorzaak is bekend. De afschakeling van een deel van het stroomnet in Tilburg
was niet het gevolg van een daadwerkelijke stroompiek. Uit nadere analyse is gebleken
dat meetapparatuur na werkzaamheden was teruggevallen naar de fabrieksinstellingen,
waardoor ten onrechte een aanzienlijk hogere stroomdoorvoer werd geregistreerd dan
feitelijk het geval was. Op basis van de op dat moment beschikbare informatie was
afschakeling noodzakelijk om de netveiligheid te waarborgen en daarmee mogelijk langdurige
uitval door herstelwerkzaamheden van kapotte apparatuur te voorkomen. Enexis doet
onderzoek hoe het kan dat de apparatuur is teruggevallen naar de fabrieksinstellingen
om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen.
Vraag 4
Verwacht u dat dergelijke noodmaatregelen vaker nodig zullen zijn? Zo ja, met welke
frequentie verwacht u dat dit zal gebeuren en wat is naar verwachting de duur per
verstoring?
Antwoord 4
De druk op het stroomnet neemt op verschillende plekken toe. Netbeheerders nemen maatregelen
om overbelasting zoveel mogelijk te voorkomen, zoals de inzet van de storingsreserve
op het stroomnet, mobiele batterijen en afspraken met bedrijven over hun afname van
elektriciteit. Desondanks is niet uit te sluiten dat in uitzonderlijke situaties noodmaatregelen
nodig zijn. De frequentie waarmee dit zou kunnen voorkomen is niet generiek te voorspellen;
dit is sterk afhankelijk van lokale (weers)omstandigheden en de actuele belasting
van het net.
Vraag 5
Wordt er bij dergelijke beslissingen door netbeheerders gecommuniceerd met kritieke
sectoren en de overheid? Zo ja, hoe verloopt deze communicatie? Zo nee, waarom niet
en wordt dit op termijn alsnog ingericht?
Antwoord 5
Bij elke collectieve storing of collectieve afschakeling informeert de netbeheerder
direct na de gebeurtenis, binnen vijf minuten, de betreffende veiligheidsregio over
het getroffen gebied, het aantal getroffen klanten en verwachte eindtijd. Dit is ook
bij het incident in Tilburg gebeurd. Bij grote of langdurige storingen sturen de netbeheerders
tussentijdse updates. Er is doorlopend goed contact tussen netbeheerders en de crisisorganisaties
in de veiligheidsregio, en zij trainen gezamenlijk op dergelijke scenario’s.
Netbeheerders werken aan manieren om klanten snel te waarschuwen op het moment er
een voorzienbare afschakeling aan komt. In de praktijk zullen overbelastingssituaties
vaak een onverwacht en acuut karakter hebben, waardoor binnen enkele minuten moet
worden besloten tot afschakeling. In dergelijke situaties is voorafgaande communicatie
niet altijd mogelijk, anders dan bij bijvoorbeeld geplande werkzaamheden.
Vraag 6
Deelt u de zorg dat dit incident laat zien dat netcongestie niet langer alleen een
probleem is voor nieuwe aansluitingen of uitbreidingen, maar inmiddels ook raakt aan
de betrouwbaarheid van de bestaande stroomvoorziening?
Antwoord 6
Dit incident werd niet veroorzaakt door netcongestie; zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Komt u met een vervolg op of aanvulling van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie,
aangezien de waarschuwingen over het vollopende stroomnet elkaar haast wekelijks opvolgen?
Wanneer verwacht u de eerste resultaten van de maatregelen?
Antwoord 7
Het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) is een belangrijke pijler van de aanpak
van netcongestie door het kabinet, samen met netbeheerders, medeoverheden, marktpartijen
en de ACM. Het is sinds de start een «levend programma»: het wordt doorlopend aangevuld
en bijgestuurd aan de hand van ontwikkelingen en resultaten. De afgelopen tijd zijn
bijvoorbeeld acties uit het Aansluitoffensief2 en de aanpak sneller uitbreiden elektriciteitsnet3 toegevoegd aan het LAN. Ik heb uw Kamer op 30 juni jl. geïnformeerd4 over de nieuwe structuur van het LAN, gericht op sneller en effectiever handelen
en op versterking van de samenwerking en wisselwerking tussen regionale trajecten
en landelijk beleid.
Voor de voortgang en resultaten van het LAN verwijs ik naar de voortgangsrapportages
en begeleidende brieven die uw Kamer twee keer per jaar ontvangt5, waarin onder meer de fysieke netuitbreiding en afgesloten flexibele contracten worden
bijgehouden. In de genoemde brief van 30 juni zijn aanvullend enkele concrete resultaten
genoemd in specifieke gebieden (Zeeland, Oostzaan) waar extra ruimte op het net is
gevonden voor partijen op de wachtrij.
Vraag 8 en 9
Hoe hoog verwacht u dat de maatschappelijke effecten zijn van de directe kosten van
netuitbreiding die richting 2040 oplopen tot 270 miljard euro6, en het overvolle stroomnet dat tegelijkertijd uitbreidingen en economische groei
remt? Als dit onbekend is, bent u dan bereid hiervan een raming te maken, uitgesplitst
naar vermeden investeringen, beperking van economische groei en banen?
Kunt u in cijfers uitdrukken hoeveel bedrijven Nederland hebben gemeden of zijn uitgeweken
naar het buitenland, hoeveel banen dit Nederland kost en wat de economische kosten
hiervan zijn, aangezien ook internationale bedrijven niet meer naar Nederland komen
vanwege netcongestie?
Antwoord 8 en 9
De schaarste aan transportcapaciteit voor elektriciteit kan bedrijven belemmeren bij
gewenste uitbreiding of vestiging in Nederland. Dit heeft gevolgen voor de economische
groei en de werkgelegenheid. Op basis van onderzoek van Ecorys7 schat BCG in dat Nederland circa € 10 tot € 35 mld. per jaar aan economische baten
misloopt door netcongestie8. Er staan op dit moment bij de regionale netbeheerders zo’n 15.000 partijen op de
wachtrij voor grootverbruik, voor in totaal ruim 9.300 MW aan afnamecapaciteit. Dit
betreft voor een groot deel (industriële) bedrijven met ambities voor groei en/of
verduurzaming. Deze situatie onderstreept de urgentie van de aanpak van netcongestie
voor de economie en de energietransitie. Er bestaan echter grote verschillen tussen
economische sectoren en individuele bedrijven in zowel de toegevoegde waarde per MWh
gebruikte elektriciteit, als in de mate waarin mitigerende maatregelen en alternatieven
beschikbaar zijn, zoals vraagverschuiving in de tijd en opwek of opslag «achter de
meter». In het algemeen geldt dat zowel het financiële resultaat van individuele bedrijven
als de groei van de economie als geheel van vele factoren afhankelijk is, waar netcongestie
er één van is. Het is zodoende onmogelijk om te kwantificeren hoeveel bedrijven als
gevolg van netcongestie niet in Nederland hebben geïnvesteerd. Met het Aansluitoffensief9 werken netbeheerders, bedrijfsleven en overheid samen om meer bedrijven te helpen
om ondanks netcongestie uit te kunnen breiden. Ook nemen regionale netbeheerders initiatieven
om bedrijven op de wachtrij voor vaste capaciteit actief te benaderen om capaciteit
aan te bieden op momenten dat die wél beschikbaar is.
Vraag 10
Worden de ontwikkelingen op het stroomnet en de gevolgen hiervan voor het investeringsklimaat
ook meegenomen in de modellen voor voorspellingen over de verwachte energievraag?
Zo ja, waar en op welke wijze? Welke gevolgen heeft dit tot op heden voor de prognoses?
Antwoord 10
Ja. Beelden van de toekomstige energievraag worden gemaakt door o.a. het Planbureau
voor de Leefomgeving (PBL) in de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning (KEV), door
de netbeheerders ten behoeve van hun investeringsplannen, en door het Ministerie van
EZK als onderdeel van het Nationaal Plan Energiesysteem. In de KEV schetst het PBL
de verwachte energievraag bij vastgesteld en voorgenomen beleid en maakt daarbij gebruik
van actuele marktverwachtingen en andere omstandigheden zoals netcongestie. De netbeheerders
monitoren continu de ontwikkelingen in de energievraag en betrekken de bredere economische
en investeringsontwikkelingen bij analyses en scenario’s van het energiesysteem. De
meest recente uitwerking hiervan is de Verkenning Vertraagde Transitie (VVT) van Netbeheer
Nederland10, gebaseerd op actuele trends en ontwikkelingen. Dit scenario heeft als doel om beschikbare
netcapaciteit in beeld te brengen via een realistische korte termijn voorspelling
van elektriciteitsvraag, rekening houdend met netcongestie. De verwachte elektriciteitsvraag
is daarin naar beneden bijgesteld. Alle congestieonderzoeken worden uiterlijk eind
2026 up-to-date gemaakt met het VVT scenario. Naar verwachting gaat dit in sommige
gebieden significante ruimte bieden aan de wachtrij. Deze verkenning is aanvullend
op de scenario’s11 voor de langere termijn die Netbeheer Nederland tweejaarlijks opstelt als basis voor
hun investeringsplannen. Naar verwachting publiceren de netbeheerders begin 2027 nieuwe
scenario’s.
Vraag 11
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor het einde van juli beantwoorden?
Antwoord 11
Helaas is het, mede door de vakantieperiode, niet gelukt om tijdig alle voor de beantwoording
noodzakelijke informatie in te winnen.
Ondertekenaars
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.