Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het voornemen van de provincie Noord-Brabant om onherroepelijke vergunningen van ondernemers in te trekken
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over het voornemen van de provincie Noord-Brabant om onherroepelijke vergunningen van ondernemers in te trekken (ingezonden 20 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 13 augustus 2026).
Vraag 1
Kent u het bericht «Provincie wil vergunning vijf Brabantse kippenboeren intrekken»1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Vindt u het belangrijk dat Nederland een gezond, betrouwbaar en goed investerings-
en vestigingsklimaat moet hebben?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat ondernemers moeten kunnen vertrouwen op door de overheid
verleende onherroepelijke vergunningen wanneer zij investeren in hun bedrijf?
Antwoord 3
Ja, ik vind het belangrijk dat ondernemers er in beginsel vanuit kunnen gaan dat natuurvergunningen
blijven gelden. Die duidelijkheid is belangrijk. Er kunnen zich echter specifieke
omstandigheden voordoen waarin het eigendomsrecht op gespannen voet staat met andere
verplichtingen. Wanneer een dergelijke spanning zich voordoet, bestaan daarvoor geldende
(juridische) procedures. Bij het doorlopen van een dergelijke procedure is het uiteraard
van belang dat er grote mate van zorgvuldigheid wordt betracht. Voor mij staat voorop
dat alle betrokken partijen, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles
op alles moeten zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen.
Vraag 4
Welk signaal geeft het aan ondernemers en investeerders als een rechtmatig verleende
onherroepelijke vergunning jaren later alsnog kan worden ingetrokken?
Antwoord 4
Ik realiseer mij heel goed dat een verzoek tot het intrekken van de vergunning zeer
ingrijpend is voor een ondernemer. Ik wil daarom vooral als belangrijk signaal geven
dat het van groot belang dat betrokken partijen, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid,
alles op alles zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen en dat wanneer een ondernemer
wordt geconfronteerd met een dergelijk verzoek kan rekenen op een zorgvuldig proces
om tot een afgewogen besluit te komen. Daarnaast voelt het kabinet grote urgentie
om de verschillende elementen uit het pakket zo snel mogelijk in uitvoering te brengen.
Vraag 5
Welke gevolgen heeft deze ontwikkeling volgens u voor het Nederlandse vestigings-
en investeringsklimaat?
Antwoord 5
De onzekerheid die samengaat met de stikstofproblematiek en de handhavings- en intrekkingsverzoeken
die daar onderdeel van uit maken, heeft negatieve gevolgen voor het investeringsklimaat.
Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid. Daarom is het van belang om het maatregelenpakket
zoals aangekondigd op 26 juni jl. zo snel mogelijk in uitvoering te brengen. Dit zal
een positieve uitwerking hebben op ons investeringsklimaat. Daarbij komt dat bedrijven
er al langer mee bekend zijn dat vergunningen voor diverse activiteiten op dit moment
complex en lastig te verkrijgen zijn. Dit is een onderwerp dat ook in het rapport
Wennink aan de orde is gesteld. Ook vanuit dat perspectief is uitvoering van het pakket
van groot belang.
Vraag 6
Hoe wilt u ondernemers nog stimuleren om te investeren in verduurzaming, innovatie
en uitbreiding als zij geen zekerheid hebben dat hun vergunning behouden blijft?
Antwoord 6
Ondernemers moeten er in beginsel vanuit kunnen gaan dat vergunningen blijven gelden.
Het maatregelenpakket is er juist op gericht dat de vergunningverlening weer op gang
komt. Een essentieel onderdeel van dat pakket is onder andere van brede ondersteuning
van ondernemers bij stappen gericht op verduurzaming en innovatie, in het bijzonder
binnen de agrarische sector, maar het pakket bevat ook ondersteunende maatregelen
gericht op verduurzaming van de industrie en mobiliteit.
Vraag 7
Bent u het ermee eens dat deze problematiek niet alleen de agrarische sector raakt,
maar in beginsel ieder bedrijf met een omgevings- of natuurvergunning kan treffen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Intrekkingsverzoeken komen niet alleen voor in de agrarische sector, maar ook in andere
sectoren, zoals de industrie. Dat benadrukt de urgentie om snel een geborgd pakket
juridisch te verankeren om uiteindelijk intrekkingsverzoeken gemotiveerd te kunnen
afwijzen. In haar communicatie richting Brabant, geeft VNO-NCW aan dat het borgen
van het maatregelpakket essentieel is voor het kunnen afwijzen van intrekkingsverzoeken2. Ik deel die mening.
Vraag 8
Welke gevolgen verwacht u voor de financierbaarheid van bedrijven als banken en investeerders
moeten rekenen met het risico dat vergunningen achteraf worden ingetrokken en waar
baseert u dit op?
Antwoord 8
Banken en investeerders zijn bekend met de regelgeving en situatie rond Natura-2000
gebieden en de gronden waarop vergunningen kunnen worden verleend en welke eventuele
risico’s er ontstaan indien er een verzoek tot intrekking van een vergunning van een
specifiek bedrijf wordt gedaan. Zij betrekken deze informatie in hun financieringsbeslissingen.
Ik verwacht dat het maatregelenpakket, waarmee we geleidelijk van stikstofslot zullen
komen, een positief effect heeft op investeringsklimaat.
Vraag 9
Welke economische schade verwacht u wanneer ondernemers noodzakelijke investeringen
uitstellen vanwege afnemende rechts- en investeringszekerheid?
Antwoord 9
Het huidige stikstofslot leidt in algemene zin tot forse economische impact. Uit onderzoek
van SEO en CE Delft bleek dat de verminderde vergunningverlening in de periode van
2024–2030 tot € 30,7 miljard aan bruto omzetverlies kan leiden. Verschillende onderwerpen,
zoals de schade aan het vestigingsklimaat, konden daarbij niet worden becijferd. Het
is voor de economie dus van eminent belang om de noodzakelijke maatregelen te nemen
en daarom vindt het kabinet het van groot belang om het maatregelenpakket snel uit
te voeren.
Vraag 10 en 11
Acht u het wenselijk dat Nederland internationaal bekend komt te staan als een land
waar legaal verleende onherroepelijke vergunningen achteraf kunnen worden ingetrokken?
Zo nee, hoe gaat u dat voorkomen?
Hoe verhoudt deze ontwikkeling zich tot de ambitie van het kabinet om Nederland aantrekkelijk
te houden voor ondernemers en investeerders?
Antwoord 10 en 11
Alle betrokken partijen moeten, zeker met het gepresenteerde maatregelenpakket en
vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles op alles zetten om intrekkingsbesluiten
te voorkomen. Daarnaast geldt in Nederland dat indien er een verzoek tot intrekking
wordt gedaan, daarvoor een (juridische) procedure bestaat om tot een afgewogen besluit
te komen. Onderdeel daarvan is onder andere dat tegen een intrekking rechtsbescherming
open staat waarbij de rechter zal toetsen of het bestuursorgaan de benodigde zorgvuldigheid
heeft betracht. Daarmee wordt de rechtszekerheid geborgd. Daarnaast geldt dat het
uitgebreide maatregelenpakket dat het kabinet op 26 juni jl. heeft gepresenteerd zal
bijdragen aan een beter investeringsklimaat omdat Nederland daarmee weer van het stikstofslot
zal komen.
Vraag 12
Bent u bereid in overleg te treden met de provincie Noord-Brabant over het voornemen
om onherroepelijke vergunningen van ondernemers in te trekken? Zo nee, waarom niet.
Zo ja, kunt u ons zo snel mogelijk na dit overleg informeren?
Antwoord 12
Het is aan de provincie Noord-Brabant als bevoegd gezag om een besluit te nemen over
een intrekkingsverzoek, in het licht van de rechterlijke uitspraken. Net als VNO-NCW
heb ik ook bij de provincies benadrukt dat een zorgvuldige procedure essentieel is.
Ook heb ik in gesprek met Noord-Brabant aangegeven dat ik verwacht dat zij geen onomkeerbare
besluiten nemen, totdat het «trappetje van Remkes» is uitgelopen. Als laatste heb
ik voorgesteld om nog deze zomer met alle provincies met elkaar de beschikbare kennis,
expertise en ervaring te delen over het gemotiveerd afwijzen van intrekkings- en handhavingsverzoeken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.