Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van het lid Markuszower over Hamas-terreurinfrastructuur en aanslagplannen in Europa
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over Hamas-terreurinfrastructuur en aanslagplannen in Europa (ingezonden 22 juli 2026).
Mededeling van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 12 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Investigation: Hamas planned massive October 7th attacks
across Europe» en het onderliggende onderzoek van de Neue Zürcher Zeitung «Die Hamas
nimmt den Westen ins Visier – und plante wohl einen zweiten 7. Oktober in Europa»?1
2
Vraag 2
Kunt u bevestigen of ontkennen dat, zoals gesteld door de Duitse Generalbundesanwalt
Jens Rommel, Hamas sinds 2019 een Europa-breed netwerk heeft opgebouwd van verborgen
wapenopslagplaatsen, smokkelroutes en slapende terreurcellen, met als doel een aanslagengolf
rond 7 oktober 2025, de tweede jaardag van het bloedbad van 7 oktober 2023? Beschikken
de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten over eigenstandige informatie
hierover, en is de Kamer hierover ooit geïnformeerd?
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat er in de afgelopen periode arrestaties zijn verricht in Duitsland,
Oostenrijk, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en Cyprus, waarbij onder
meer wapens (waaronder een AK-47, dertien pistolen en meer dan negenhonderd kogels),
explosieven en een claimvideo voor een aanslag zijn aangetroffen, gericht tegen Joodse,
Israëlische en bredere westerse instellingen, en dat Wenen daarbij als logistiek knooppunt
fungeerde? Deelt u de conclusie van de Duitse autoriteiten dat dit een zelfstandige,
operationele Hamas-infrastructuur op Europese bodem betreft, los van het conflict
in Gaza en Israël?
Vraag 4
Is bij u bekend of vergelijkbare voorbereidingshandelingen, trainingsroutes (bijvoorbeeld
via Maleisië, zoals in het onderzoek beschreven) of financieringsstromen richting
Hamas zich hebben voorgedaan met een raakvlak met Nederland, Nederlandse ingezetenen
of in Nederland gevestigde organisaties? Kunt u dit, voor zover de veiligheid dit
toelaat, toelichten?
Vraag 5
Klopt het dat een deel van de aangehouden en veroordeelde personen de nationaliteit
van een Europese lidstaat bezit of over een Schengen-verblijfsvergunning beschikt,
waardoor zij zich ongehinderd binnen het Schengengebied konden verplaatsen? Deelt
u de opvatting dat dit een fundamenteel veiligheidslek in het vrije verkeer binnen
Schengen blootlegt, en dat dit gevolgen moet hebben voor het verblijfsrecht en de
bewegingsvrijheid van personen met een vastgesteld Hamas-profiel?
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat deze onthullingen aantonen dat de dreiging van Hamas nooit
beperkt is geweest tot Israël, maar zich, zoals de onderzoeken stellen, ook richt
op Joodse, Israëlische en bredere westerse instellingen in Europa, en dat eerdere
geruststellingen daarover, ook vanuit Nederland en de EU, achterhaald zijn gebleken?
Vraag 7
Is naar aanleiding van deze onthullingen een aanpassing van het nationale dreigingsbeeld
(dreigingsniveau van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid
(NCTV)) overwogen of doorgevoerd, specifiek voor Joodse, Israëlische en bredere westerse
instellingen in Nederland, zoals in het onderzoek wordt gesteld? Zo nee, waarom niet,
gelet op het feit dat vergelijkbare cellen zijn aangetroffen in meerdere ons omringende
landen?
Vraag 8
Welke concrete maatregelen zijn op dit moment van kracht om synagogen, Joodse scholen,
gemeenschapscentra, Israëlische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen én
bredere westerse instellingen en publieke voorzieningen in Nederland te beschermen
tegen een vergelijkbaar scenario als in Griekenland, Oostenrijk en Duitsland is blootgelegd?
Acht u deze maatregelen, in het licht van dit onderzoek, nog toereikend?
Vraag 9
Bent u bereid op korte termijn een aanvullende, specifieke dreigingsanalyse te laten
uitvoeren door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de NCTV naar
Hamas-gerelateerde netwerken, slapercellen en wapenopslag in Nederland, en de Kamer
hierover te informeren
Vraag 10
Is bekend, of bent u bereid te laten onderzoeken, via welke immigratie- of asielroute
de in het onderzoek genoemde en vergelijkbare Hamas-gelieerde personen in Nederland
en Europa voet aan de grond hebben gekregen, bijvoorbeeld via asielprocedures, gezinshereniging,
arbeids- of studievergunningen? Kunt u de Kamer hierover informeren?
Vraag 11
Is bekend via welke route, met welke documenten en via welke buitengrens de betrokken
personen het Schengengebied zijn binnengekomen, en welke controles daarbij gefaald
hebben? Welke lessen trekt u hieruit voor de Nederlandse en Europese buitengrensbewaking?
Vraag 12
Bent u bereid maatregelen te treffen om personen met een vastgesteld Hamas-profiel
die zich in Nederland bevinden, het land en waar mogelijk het Schengengebied te laten
verlaten, via intrekking van verblijfsrecht, uitzetting en een inreisverbod? Zo ja,
op welke termijn?
Vraag 13
Bent u bereid, samen met de Europese partners, te bevorderen dat nieuwe Hamas-gelieerde
personen niet langer via asiel-, migratie- of andere routes toegang krijgen tot Nederland
en het Schengengebied, bijvoorbeeld door verscherpte screening, gedeelde risicoprofielen
en strengere buitengrenscontroles? Welke concrete stappen onderneemt u hierin?
Vraag 14
Bent u bereid de garantie te geven dat onder de huidige en toekomstige grote asielinstroom
naar Nederland geen personen binnenkomen die gelieerd zijn aan Hamas of andere terroristische
organisaties? Zo nee, kunt u toelichten waarom een dergelijke garantie niet te geven
is, en welke aanvullende screening, achtergrondcontroles en informatie-uitwisseling
met buitenlandse diensten u bereid bent in te voeren om dit risico zo dicht mogelijk
bij nul te brengen? Indien blijkt dat dit – het risico drastisch reduceren – niet
mogelijk is, bent u dan niet Russisch roulette met Nederlandse mensenlevens aan het
spelen? Zo nee waarom niet?
Vraag 15
Bent u bereid een concreet plan van aanpak naar de Kamer te sturen waarin wordt uiteengezet
hoe (a) de fysieke beveiliging van Joodse, Israëlische en andere westerse instellingen
in Nederland wordt versterkt, (b) grensoverschrijdende smokkel van wapens en explosieven
richting Nederland wordt tegengegaan, (c) de monitoring van Hamas-gelieerde netwerken,
werving en financieringsstromen in Nederland wordt geïntensiveerd, en (d) personen
met een vastgesteld Hamas-profiel sneller kunnen worden aangehouden, hun verblijfsrecht
kunnen verliezen of de toegang tot Nederland kan worden ontzegd? Zo ja, binnen welke
termijn kan de Kamer dit plan verwachten?
Vraag 16
Bent u bereid te onderzoeken of het Nederlanderschap van personen met een vastgesteld
Hamas-profiel kan worden ingetrokken op grond van bestaande terrorismewetgeving, en
zo nodig met aanvullende wetgeving te komen om dit te vergemakkelijken?
Vraag 17
Deelt u de opvatting dat werving en financiering voor Hamas in Nederland, via stichtingen,
verenigingen of onlineplatforms, met voorrang strafrechtelijk moet worden onderzocht
en aangepakt? Welke concrete stappen onderneemt u op dit vlak, en bent u bereid de
Kamer hierover periodiek te informeren?
Vraag 18
Bent u bereid om, samen met de Duitse Generalbundesanwalt en andere betrokken Europese
partners, te komen tot een gezamenlijke, structurele aanpak van Hamas-infrastructuur
in Europa, inclusief gedeelde inlichtingen, gezamenlijke opsporingsteams en een gedeelde
lijst van geïdentificeerde slapercellen en risicopersonen? Zo ja, op welke termijn
en langs welke kanalen (Europol, Eurojust, bilateraal) wilt u dit vormgeven?
Vraag 19
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Markuszower (Groep
Markuszower, van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over Hamas-terreurinfrastructuur
en aanslagplannen in Europa.(ingezonden 22 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke
termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is
ontvangen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.