Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht ‘Eigenaar dreigt met eerdere sluiting overgebleven zorgvilla's: 'Schokkend'’
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Eigenaar dreigt met eerdere sluiting overgebleven zorgvilla's: «Schokkend»» (ingezonden 23 juli 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 12 augustus
2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht «Eigenaar dreigt met eerdere sluiting overgebleven
zorgvilla's: «Schokkend»»?1
Antwoord 1
Ik begrijp de grote zorgen en emoties die leven bij ouders, kinderen en medewerkers.
De situatie is voor alle betrokkenen zeer ingrijpend. Het is echter niet aan mij om
kwalificaties te geven over het handelen van private partijen of over stellingen die
onderdeel uitmaken van een lopende gerechtelijke procedure. Vanuit het Ministerie
van VWS was niemand aanwezig bij de zitting van de Ondernemingskamer. Bovendien lopen
de lezingen van partijen over het verloop van de zitting uiteen. Ik kan de gang van
zaken tijdens de zitting daarom niet uit eigen waarneming bevestigen. Ongeacht de
exacte lezing van de gebeurtenissen vind ik wel dat de zorg voor deze kwetsbare kinderen
nooit een instrument mag zijn in een zakelijk of juridisch geschil, en ik verwacht
dat alle betrokken partijen zich dat terdege realiseren.
Mijn inzet blijft onverminderd gericht op het waarborgen van de continuïteit van zorg
voor de kinderen die nog zorg ontvangen bij Villa ExpertCare (VEC). Daarover ben ik
voortdurend in gesprek met de betrokken partijen, waaronder VEC, zorgverzekeraars,
zorgkantoren, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) en de onafhankelijk intermediair die is aangesteld om het proces van zorgbemiddeling
te ondersteunen.
Vraag 2
Wat vindt u van de uitgesproken dreiging tijdens de zitting om locaties te sluiten
al voor 31 december a.s. te sluiten als het gerechtshof ingrijpt?
Antwoord 2
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 was er vanuit het Ministerie van VWS niemand
aanwezig bij de zitting van de Ondernemingskamer. Ik kan de gang van zaken tijdens
die zitting daarom niet uit eigen waarneming bevestigen. Bovendien geeft het (tijdelijk)
bestuur van Villa ExpertCare hierover een andere lezing dan uit de berichtgeving naar
voren komt. Het is niet aan mij om in een lopende gerechtelijke procedure te beoordelen
welke lezing juist is.
Vraag 3
In hoeverre bedreigt dit de onafhankelijkheid van de rechtspraak?
Antwoord 3
Het is aan de rechter om onafhankelijk en onpartijdig uitspraak te doen. Het is niet
aan mij om vooruit te lopen op de beoordeling door de rechter of om mij uit te spreken
over de mogelijke invloed van uitlatingen van partijen op een lopende gerechtelijke
procedure.
Ik ga ervan uit dat alle betrokken partijen de onafhankelijkheid van de rechtspraak
respecteren en de uitspraak van de rechter zullen afwachten en respecteren.
Vraag 4
Erkent u dat dit een voorbeeld is van slecht bestuur waar de continuïteit van zorg
van kinderen, en respect voor de rechtspraak, overduidelijk niet voorop staat? Welke
gevolgen verbindt u daaraan?
Antwoord 4
Ik begrijp de zorgen die aan deze vraag ten grondslag liggen. Tegelijkertijd is het
niet aan mij om op basis van berichtgeving en stellingen die onderdeel zijn van een
lopende gerechtelijke procedure een oordeel te geven over het bestuur van een private
zorgaanbieder.
Wel geldt voor mij onverkort dat de belangen van de kinderen en de continuïteit, kwaliteit
en veiligheid van hun zorg voorop moeten staan. VEC is als zorgaanbieder verantwoordelijk
voor de continuïteit van de zorg. Ik spreek VEC en alle andere betrokken partijen
hierop aan en blijf de ontwikkelingen nauwlettend volgen.
De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg bij VEC en beschikt
over verschillende wettelijke handhavingsinstrumenten wanneer de kwaliteit of veiligheid
daartoe aanleiding geeft. De beoordeling of en wanneer deze instrumenten moeten worden
ingezet, is aan de IGJ. De recente bevindingen van de IGJ die betrekking hebben op
de locaties Waalre en Rijswijk zijn daarbij onderdeel van haar toezicht.
Vraag 5
Herinnert u zich de uitspraak van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in hun
rapport van 20 mei jl. dat zij «beperkt vertrouwen [heeft] in de verbeterkracht van
de organisatie en het urgentiebesef van de bestuurder»?2 Deelt u de analyse dat deze verbeterkracht nog steeds nergens te vinden is bij het
huidige bestuur?
Antwoord 5
Ja, ik ben bekend met het rapport en de daarin opgenomen bevindingen van de IGJ. De
IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg bij VEC en heeft daarbij
ook aandacht voor de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor goede zorg.
Het is niet aan mij om een zelfstandig oordeel te geven over de verbeterkracht van
het bestuur van VEC. De IGJ heeft als toezichthouder een eigenstandige verantwoordelijkheid
om de kwaliteit en veiligheid van de zorg te beoordelen en, waar nodig, handhavend
op te treden. De IGJ heeft in juni een aanwijzing opgelegd aan VEC (locaties Waalre
en Vleuten) nadat uit het toezicht bleek dat er risico’s waren voor de kwaliteit en
veiligheid van zorg. Recent heeft de IGJ opnieuw een rapport uitgebracht met daarin
ontwikkelingen uit het toezicht voor de locaties Wezep en Rijswijk. Ik blijf in nauw
contact met de IGJ over ontwikkelingen uit het toezicht.
Vraag 6
Is de dreiging van sluiting van de overige locaties voordat voor alle kinderen een
passende plek is gevonden aanleiding om bestuursdwang toe te passen, ofwel door de
IGJ, ofwel door uzelf op basis van artikel 29 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen
zorg (Wkkgz) en het bestuur (tijdelijk) over te nemen om de continuïteit van zorg
te garanderen? Zo nee, waarom niet, en wanneer is die aanleiding er wel?
Antwoord 6
Berichtgeving over een mogelijke eerdere sluiting is op zichzelf geen grond om het
bestuur van een private zorgaanbieder over te nemen. De wettelijke mogelijkheden voor
ingrijpen in het bestuur van een zorgaanbieder zijn aan specifieke voorwaarden gebonden.
Artikel 29 biedt de mogelijkheid voor de IGJ om een last onder bestuursdwang op te
leggen indien een eerder door haar opgelegde aanwijzing of bevel niet wordt nageleefd.
Dat is nu niet aan de orde. De IGJ houdt doorlopend toezicht op de kwaliteit en veiligheid
van zorg bij VEC. Hierbij ziet zij er onder andere op toe dat de overdracht van cliënten
zorgvuldig plaatsvindt.
Mijn inzet is er op dit moment primair op gericht om te voorkomen dat de zorgcontinuïteit
voor de betrokken kinderen in gevaar komt. Voor de resterende locaties Wezep en Rijswijk
heeft VEC aangegeven dat deze in ieder geval tot en met 31 december aanstaande openblijven.
Ik zie er nauwlettend op toe dat deze toezegging wordt nagekomen en dat voor ieder
kind tijdig passende zorg beschikbaar blijft.
Vraag 7
Is de uitgesproken dreiging door Villa ExpertCare om locaties al voor 31 december
a.s. te sluiten als het gerechtshof ingrijpt aanleiding om bestuursdwang toe te passen,
ofwel door de IGJ, ofwel door ofwel door uzelf op basis van artikel 29 van de Wet
kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en het bestuur (tijdelijk) over te
nemen om de continuïteit van zorg te garanderen? Zo nee, waarom niet, en wanneer is
die aanleiding er wel?
Antwoord 7
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 6. In het geval
het gerechtshof besluit het verzoek van de cliëntenraad te honoreren, beïnvloedt dat
de rol van de IGJ zoals hierboven uitgelegd niet.
Vraag 8
Wat gaat u anders doen dan voorheen om te voorkomen dat de overige twee locaties gaan
sluiten, aangezien uw inzet tot nu toe niet heeft kunnen voorkomen dat er twee locaties
zijn gesloten?
Antwoord 8
VEC heeft besloten de zorgverlening op haar locaties te beëindigen. Het is niet aan
de overheid om een private zorgaanbieder te dwingen zorg te blijven aanbieden. Mijn
inzet is daarom, samen met de andere betrokken partijen, steeds gericht geweest op
het waarborgen van de continuïteit van zorg voor ieder kind.
Sinds mijn eerdere berichtgeving is de inzet verder geïntensiveerd. Zo is een onafhankelijk
intermediair aangesteld om het proces van zorgbemiddeling te versnellen en de zorgvuldigheid
daarvan te versterken. Ook blijf ik in nauw contact met de betrokken zorgverzekeraars,
zorgkantoren, de IGJ en de NZa om de ontwikkelingen te volgen en waar nodig partijen
aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.
Voor de twee resterende locaties heeft VEC aangegeven deze in ieder geval tot en met
31 december aanstaande open te houden. Mijn inzet blijft erop gericht dat deze toezegging
wordt nagekomen en dat de continuïteit van zorg voor ieder kind wordt geborgd.
Vraag 9
Gezien de urgentie en dreigende sluiting, bent u bereid om deze vragen met spoed te
beantwoorden?
Antwoord 9
De IGJ heeft mij laten weten dat er op dit moment geen sprake is van een acute situatie
of dreigende sluiting van de resterende locaties, omdat de kwaliteit en veiligheid
van de zorg op de locaties Wezep en Rijswijk op dit moment voldoende zijn geborgd.
Wel heeft de IGJ voor locatie Wezep om een verbeterplan gevraagd, wat onder meer ziet
op het beter borgen van voldoende personele inzet, het tijdig informeren en betrekken
van cliëntvertegenwoordigers en betrokken professionals bij de planning, roosters
en het vinden van een passend zorgalternatief, en het structureel uitvoeren en vastleggen
van teamoverleggen. De IGJ heeft daarbij aangegeven dat dit geen reden is tot ingrijpen
en dat zij de voortgang van de verbetermaatregelen nauwlettend volgt. Daarnaast heeft
VEC aangegeven deze locaties in ieder geval tot en met 31 december aanstaande open
te houden. Om die reden worden deze Kamervragen beantwoord binnen de gebruikelijke
termijnen.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.