Schriftelijke vragen : Het maatregelenpakket Geitenhouderijen en gezondheid omwonenden.Het maatregelenpakket Geitenhouderijen en gezondheid omwonenden
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het maatregelenpakket Geitenhouderijen en gezondheid omwonenden (ingezonden 12 augustus 2026).
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat de Kamer u heeft verzocht om, waar spanningen zijn tussen de
intensieve geitenhouderij, volksgezondheid en de bouw van betaalbare woningen, prioriteit
te geven aan woningbouw én volksgezondheid boven de intensieve geitenhouderij?1
Vraag 2
Klopt het dat, zoals u in de Kamerbrief aangeeft, het maatregelenpakket met een landelijke
afstandsnorm meer ontwikkelruimte biedt aan de intensieve geitenhouderij dan de huidige
situatie met provinciale moratoria? Zo ja, waarom en hoeveel groei van de geitenhouderij
verwacht u?2
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat door het gezondheidsgevaar van geitenhouderijen de afstandsnorm
ertoe leidt dat de geplande bouw van ruim 1.600 woningen niet door kan gaan en dat
deze locaties naar verwachting ook op langere termijn ongeschikt zullen blijven voor
de bouw van woningen, scholen, kinderdagverblijven en andere gevoelige functies?
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel hectare grond in totaal ongeschikt wordt voor het bouwen van
woningen doordat geitenhouderijen een gevaar vormen voor de volksgezondheid en daarom
de afstandsnorm moet worden ingevoerd?
Vraag 5
Gelet op het voorgaande, deelt u de conclusie dat in dit maatregelenpakket niet de
woningbouw prioriteit heeft gekregen, maar het in stand houden van de intensieve geitenhouderij?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Kunt u uitleggen hoe u met de nieuwe plannen de wens van de Kamer precies respecteert,
en dus hoe precies de gezondheid van mensen en woningbouw meetbaar profiteert boven
de geitenhouderij?3
Vraag 7
Erkent u dat er beleidsopties waren om maatregelen te nemen die beter zouden uitpakken
voor zowel gezondheid als woningbouw, maar niet zo goed voor de geitenhouderij? Zo
ja, waarom heeft u niet voor die opties gekozen, gezien de eerdergenoemde aangenomen
motie? Zo nee, op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich dan?
Vraag 8
Heeft u gezien dat de Kamer van mening is dat het niet uit te leggen is dat mensen
in Nederland langer moeten wachten op een huis door de productie van geitenvlees,
-melk en -kaas voor voornamelijk het buitenland (Kamerstuk 29 683, nr. 320)?
Vraag 9
Vindt u dit wel uit te leggen?
Vraag 10
Waarom kiest het kabinet er dan toch voor om de woningbouw in te perken in plaats
van de intensieve geitenhouderij in te krimpen?
Vraag 11
Bent u van mening dat, met het invoeren van een afstandsnorm van 500 meter rondom
geitenhouderijen, risico's voor de volksgezondheid volledig worden weggenomen of tot
een minimum worden beperkt? Zo ja, op welke wetenschappelijke informatie baseert u
dat?
Vraag 12
Kunt u uiteenzetten op basis van welke gezondheidskundige overwegingen het kabinet
heeft gekozen voor een afstandsnorm van 500 meter rondom geitenhouderijen, terwijl
volgens de Gezondheidsraad de kans op longontsteking nog steeds gemiddeld negentien
procent hoger ligt binnen een afstand van 1.000 meter ten opzichte van daarbuiten?
Vraag 13
Heeft het kabinet voorafgaand aan het vaststellen van het maatregelenpakket overleg
gevoerd met de Gezondheidsraad over de keuze voor een afstandsnorm van 500 meter?
Zo nee, waarom niet en bent u bereid om dat alsnog te doen voor het eerstvolgende
debat over zoönosen en dierziekten?
Vraag 14
Adviseert de Gezondheidsraad op dit moment een afstandsnorm van 500 meter, of houdt
de Gezondheidsraad vast aan het advies om uit voorzorg een afstandsnorm van 1.000
meter aan te houden?
Vraag 15
Heeft de Gezondheidsraad naar aanleiding van de nadere VGO-analyses zijn eerdere oordeel
gewijzigd? Zo nee, waarom wijkt u af van de het advies van deze belangrijke onafhankelijke
adviesraad?
Vraag 16
Welke gezondheidsrisico’s voor omwonenden blijven volgens het kabinet bestaan in de
zone tussen 500 meter en 1.000 meter van een geitenhouderij?
Vraag 17
Hoe verhoudt de keuze voor 500 meter zich tot het voorzorgsbeginsel, in het licht
van het advies van de Gezondheidsraad dat adviseert uit voorzorg een afstandsnorm
van 1.000 meter aan te houden?
Vraag 18
Kunt u aangeven waarom u een afstandsnorm van 1.000 meter «niet proportioneel» acht,
in relatie tot de aangenomen motie-Kostić (Kamerstuk 29 683, nr. 320) die verzoekt om woningbouw én volksgezondheid te prioriteren boven de belangen van
de intensieve geitenhouderij, gezien de motie nadrukkelijk de voorkeur gaf aan kiezen
voor de beste keuze voor gezondheid én woningbouw en niet voor geitenhouderijen?
Vraag 19
Kunt u bevestigen dat geitenhouders niet alleen maatregelen zullen moeten treffen
om volksgezondheidsrisico's te verminderen, maar dat er ook andere opgaven voor deze
sector zijn, zoals stikstof, mest, natuur, klimaat en dierenwelzijn?
Vraag 20
Deelt u de mening dat ook in dit geval voorkomen moet worden dat wordt gestuurd op
één deelprobleem, en dat in plaats daarvan de opgaven integraal moeten worden aangepakt?
Vraag 21
Kunt u aangeven waarom het kabinet kiest voor een maatregel die één deelprobleem adresseert,
terwijl de intensieve geitenhouderij tegelijkertijd voor bredere maatschappelijke
opgaven staat?
Vraag 22
Deelt u de mening dat het onwenselijk en oneerlijk is als geitenhouders de komende
jaren fors moeten investeren in bepaalde emissiereducerende maatregelen in hun stal,
terwijl dergelijke maatregelen mogelijk niet passen binnen een toekomstbestendige
en dierwaardige geitenhouderij?
Vraag 23
Wat gaat u doen om te voorkomen dat geitenhouders investeren in technische maatregelen
die onverenigbaar zijn met een toekomstbestendige en dierwaardige geitenhouderij?
Vraag 24
Waarom kiest het kabinet ervoor om nu al voor te sorteren op het in de toekomst schrappen
van de afstandsnorm, zonder dat is vastgesteld dat emissiebeperkende maatregelen effectief
zijn? Hoe groot schat u de kans in dat dit werkelijkheid wordt en op welke wetenschappelijke
bronnen baseert u zich dan?
Vraag 25
Bent u bereid om «bij de verdere uitwerking» niet alleen gemeenten en provincies te
betrekken, maar ook gezondheidsexperts van de Gezondheidsraad en GGD’en? Hoe gaat
u dat doen?
Vraag 26
Kunt u een tijdspad geven van de wettelijke procedures (zoals een plan-milieueffectrapportage)
die doorlopen worden voor invoering van de maatregel?
Vraag 27
Het kabinet vraagt gemeenten in de Kamerbrief om «de laatste inzichten mee te nemen
bij het vaststellen van ruimtelijke plannen vooruitlopend op deze regelgeving», maar
wat betekent dit concreet? Wordt daarin meegegeven dat de Kamer het belangrijk vindt
dat de belangen van gezondheid en wonen samen boven de belangen van geitenhouderijen
worden gesteld?
Vraag 28
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden vóór het commissiedebat «Zoönosen en
dierziekten» van 9 september 2026?
Indieners
-
Gericht aan
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.