Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Brenk over het opheffen van het gespecialiseerde IGJ-team voor de aanpak van zorgfraude
Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het opheffen van het gespecialiseerde IGJ-team voor de aanpak van zorgfraude (ingezonden 25 juni 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 11 augustus
2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Team dat zorgfraude onderzoekt opgeheven bij
Inspectie, terwijl regulier toezicht signalen niet oppakt: «Inspecteurs worden misleid
door malafide zorgaanbieders»»1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u ervan op de hoogte dat het speciale team Integere Bedrijfsvoering en Zorgverwaarlozing
(IBZ) wordt opgeheven?
Antwoord 2
Ik ben op de hoogte en heb hierover op 26 juni contact gehad met de IGJ.
Vraag 3
Wat is volgens u de verklaring voor het opheffen van dit team?
Antwoord 3
De IGJ heeft aangegeven dat het programma IBZ vanaf de start in 2022 tijdelijk is
ingericht om kennis, expertise en werkwijzen op te bouwen rond integere bedrijfsvoering,
zorgfraude en zorgverwaarlozing. Het was vanaf het begin de bedoeling om deze kennis
en werkwijzen vervolgens structureel te borgen in de organisatie. Er is volgens de
IGJ dan ook geen sprake van afbouw of van een inhoudelijke koerswijziging, maar van
een andere organisatorische inbedding.
De IGJ is onafhankelijk in haar toezicht en bepaalt zelf hoe zij haar organisatie
inricht. Het past mij daarom niet om in die organisatorische keuzes te treden. De
IGJ heeft benadrukt dat zorgfraude een prioriteit blijft en dat de opgebouwde kennis
en expertise behouden blijven.
Vraag 4
Hebben overwegingen rond de veiligheid van de zorg invloed gehad op dit besluit? Zo
ja, op welke manier?
Antwoord 4
De IGJ geeft aan dat veiligheid en kwaliteit van zorg leidend zijn en blijven voor
het toezicht van de IGJ. De IGJ treedt op wanneer fraude, ondermijnende criminaliteit
in de zorg of niet-integere bedrijfsvoering leidt tot ernstige en concrete risico’s
voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.
De organisatorische wijziging rond IBZ is door de IGJ toegelicht als een stap om de
opgebouwde kennis en werkwijzen structureel te borgen binnen het toezicht. De gedachte
daarbij is dat signalen van zorgfraude, misleiding, niet-integere bedrijfsvoering
en zorgverwaarlozing breder in de organisatie kunnen worden herkend, gewogen en opgepakt.
Vraag 5
Deelt u de zorg dat de aanpak van zorgfraude in de praktijk nog altijd tekortschiet
en dat juist daarom specialistische expertise binnen de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd (IGJ) noodzakelijk blijft?
Antwoord 5
Ja, ik deel de zorgen van de Kamer dat de aanpak van zorgfraude verstevigd moet worden.
In mijn brief van 8 juni heb ik de Kamer geïnformeerd over een breed pakket aan maatregelen
tegen zorgfraude. Bij de aanpak van zorgfraude zijn naast de IGJ vele partners betrokken,
ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit
en de recherche zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Zorgfraude is een
prioriteit van alle betrokken partners, ook van de IGJ. De IGJ treedt op wanneer fraude,
ondermijnende criminaliteit of niet-integere bedrijfsvoering leidt tot ernstige en
concrete risico's voor de kwaliteit en veiligheid van zorg. Ik vind het belangrijk
dat de IGJ hierbij multidisciplinair samenwerkt en dat de specialistische expertise
behouden blijft. De IGJ heeft mij laten weten dat de binnen IBZ opgebouwde expertise
behouden blijft en structureel wordt geborgd.
Vraag 6
Acht u het uitlegbaar dat juist dit gespecialiseerde team voor de aanpak van zorgfraude
wordt opgeheven, terwijl u in juni nog een plan presenteerde waarin wordt ingezet
op multidisciplinaire teams om zorgfraude beter te bestrijden? Kunt u hier een toelichting
op geven?
Antwoord 6
De IGJ heeft mij laten weten dat er geen sprake is van afbouw of van een inhoudelijke
koerswijziging, maar van een andere organisatorische inbedding en zal nauw blijven
samenwerken met de betrokken partners. Dit is in lijn met de brief van 8 juni die
gaat over een versterkte en samenhangende aanpak van zorgfraude door alle betrokken
ketenpartners, ieder vanuit de eigen wettelijke taak. Daarbij is juist multidisciplinaire
samenwerking tussen toezichthouders, opsporingsdiensten, gemeenten, zorgverzekeraars,
zorgkantoren en andere partners noodzakelijk.
Vraag 7
Was u op de hoogte van de interne spanningen binnen de IGJ over de aanpak van zorgfraude
en het verschil van inzicht tussen het reguliere toezicht en het gespecialiseerde
IBZ-team?
Antwoord 7
Ik heb kennisgenomen van de berichtgeving hierover. De berichtgeving heeft mij wel
verrast. Naar aanleiding van de uitzending, de motie, en de vragen die deze heeft
opgeroepen, heb ik op 26 juni met de IGJ gesproken over de organisatorische wijzigingen
rond IBZ en over de borging van kennis en expertise.
Het is niet aan mij om interne verhoudingen of professionele verschillen van inzicht
binnen de IGJ te beoordelen. De IGJ is onafhankelijk in haar toezicht en maakt eigen
professionele en organisatorische afwegingen. Voor mij is van belang dat zorgfraude,
ondermijnende criminaliteit in de zorg en zorgverwaarlozing serieus worden opgepakt
waar deze raken aan kwaliteit en veiligheid van zorg, en dat de daarvoor opgebouwde
kennis en inzet behouden blijft. De IGJ heeft benadrukt dat zorgfraude een prioriteit
blijft en dat de opgebouwde kennis en expertise behouden blijven.
Vraag 8
Is er volgens u een verband tussen deze spanningen binnen de IGJ en het opheffen van
het IBZ-team?
Antwoord 8
Zie antwoord vraag 7.
Vraag 9
Klopt het dat er binnen de IGJ zorgen zijn geuit over verlies van expertise over de
aanpak van zorgfraude door het verdwijnen van dit gespecialiseerde team?
Antwoord 9
Zie antwoord vraag 7.
Vraag 10
Hoe bent u van plan deze kennis over zorgfraude te borgen binnen de IGJ? Kunt u dat
toelichten?
Antwoord 10
De IGJ is een onafhankelijke toezichthouder. De IGJ is zelf verantwoordelijk voor
de inrichting van haar organisatie en de wijze waarop zij haar toezicht uitvoert.
De IGJ heeft mij laten weten dat zij de binnen IBZ opgebouwde kennis, expertise en
werkwijzen structureel borgt in het toezicht.
Concreet gaat het volgens de IGJ om het borgen van expertise, taken, capaciteit, werkprocessen,
multidisciplinaire casusbeoordeling, de externe liaisonfunctie en de samenwerking
en informatie-uitwisseling met ketenpartners. De gedachte is dat deze kennis niet
geïsoleerd blijft in een tijdelijk programma, maar breder beschikbaar wordt binnen
het toezicht, zodat de samenhang in de werkzaamheden kan worden gerealiseerd.
Ik heb er vertrouwen in dat de IGJ de kennis, expertise en taken die binnen het programma
IBZ zijn opgebouwd, zorgvuldig borgt in het toezicht. In mijn gesprekken met de IGJ
zal ik de voortgang hiervan volgen.
Vraag 11
Wat bent u concreet van plan met de in uw plan aangekondigde multidisciplinaire teams
voor de aanpak van zorgfraude?
Antwoord 11
In de brief van 8 juni heeft het kabinet uiteengezet dat zorgfraude alleen effectief
kan worden aangepakt door samenwerking tussen alle betrokken partijen. Malafide aanbieders
maken gebruik van versnippering tussen domeinen, organisaties en bevoegdheden. Daarom
zet het kabinet in op vernieuwende vormen van multidisciplinaire samenwerking, waarbij
toezichthouders en opsporingsinstanties waar mogelijk gezamenlijk optrekken.
De ervaringen met het Multidisciplinair Operationeel Plan laten zien dat deze werkwijze
kan bijdragen aan sneller en effectiever optreden bij complexe fraudesignalen. Het
kabinet wil deze vorm van samenwerking structureler inzetten en verder versterken.
Daarnaast wordt gewerkt aan betere gegevensdeling, meer fysieke controles bij nieuwe
en herstartende aanbieders, aanscherping van toetredingseisen en extra capaciteit
voor toezicht, opsporing en handhaving.
Vraag 12
Bent u bereid de Kamer op korte termijn en voor de opheffing van het IBZ-team te informeren
over hoe de specialistische kennis wordt geborgd?
Antwoord 12
De IGJ is onafhankelijk in haar toezicht en bepaalt zelf hoe zij haar organisatie
inricht. Het is daarom niet aan mij om voorafgaand aan een interne organisatorische
wijziging afzonderlijk aan uw Kamer te rapporteren over de precieze inrichting daarvan.
De IGJ heeft toegelicht dat de tijdelijke programmafase van IBZ wordt afgerond en
dat de opgebouwde kennis, expertise, taken, werkprocessen, multidisciplinaire casusbeoordeling
en samenwerking met ketenpartners structureel worden ondergebracht in het toezicht.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.